Het ministerie van OC en W weet wat er speelt. Of niet?

We hebben het getwitterd, maar dat levert niet zoveel op. Daarom ook maar even hier laten zien. Dat ze bij de overheid heel goed om kunnen gaan met de scociale media.  Want de sociale media, dat is een soort email voor gevorderden. Dus doe je hetzelfde als met email vroeger: veel berichten de wereld in… [Lees Meer...]

Print Friendly

Feitenvrije dagbladjournalistiek stort zich op het herstelvermogen van de kunstsector.

  Volgens de Volkskrant was Rick van der Ploeg in het begin van de jaren negentig staatssecretaris van cultuur (in werkelijkheid was hij dat aan het eind van die jaren), en in Het Parool beweert columnist Gerard Mulder dat het feit dat hij ‘gelukkig niets van kunstsubsidies afweet’ hem niet af hoeft te houden van… [Lees Meer...]

Print Friendly

IFFR 2012: Rauw en gevoelig Servisch debuut tweemaal bekroond

Lachend laat ze zich door een jongen met zijn mobiele telefoon filmen en ze kronkelt zich daarbij vrolijk in wulpse bochten. Maar als hij haar borsten echt wil zien schrikt ze. Toch zal ze later nog veel, heel veel verder gaan en ze krijgt er onthutsend weinig voor terug. Jasna, de opstandige hoofdpersoon uit Klip… [Lees Meer...]

Print Friendly

Top of flop: publiek kiest repertoire eerste toneelgezelschap van Nederland

We kregen weer eens een persbericht, en vroegen ons af: top of flop? Hoe rijmt eigenzinnig kunstenaarschap met een door het publiek bepaalde repertoirekeuze? Enne: krijgen al die mensen die kozen voor het winnende stuk dan ook een vrij- of tenminste kortingkaartje voor de voorstelling van hun keuze? Enne: wie controleert de uitslag, want er… [Lees Meer...]

Print Friendly

IFFR 2012 – Ontnuchterend verslag uit Egypte hit bij festivalpubliek

Dat Martin Scorsese’s betoverende Hugo op het Rotterdams festival  een tijdje nummer 1 stond in de publiekswaardering is niet zo vreemd. Wel verrassend is de film die gisteren als nummer twee opdook en nu Hugo van de eerste plaats heeft verdreven: de documentaire Back to the Square waarin filmmaker Petr Lom kijkt hoe het er… [Lees Meer...]

Print Friendly

De baai van Nice van Joeri Vos roept vooral veel vragen op

Pas na een tijd wordt duidelijk waar De baai van Nice zich afspeelt. Niet in een moderne westerse galerie waar de ruimte aan doet denken, maar in het communistische Leningrad van midden jaren vijftig. Muurbedekkende reproducties van barokke engelen en decadente naakten, een lichte vloer en een enkel summier bankje wekken de indruk van een postmodern… [Lees Meer...]

Print Friendly

Op een gegeven moment weten we het wel met Breaking the News van Orkater

Meteen wordt het publiek ingezet als het klapvee van een live op te nemen aflevering van het televisieprogramma Nieuws van de dag: ‘Kunt u misschien een iets actievere rol spelen?’, vraagt de knappe stagiaire streng. Bedrijvig rent zij heen en weer met borden waarop APPLAUS staat; aan de ene kant wordt de presentator (Geert Lageveen)… [Lees Meer...]

Print Friendly

IFFR 2012 – Een klein mirakel in 3D

Gisteravond waren de Rotterdamse festivalbezoekers in zaal 4 van Pathé getuige van een klein wonder. Enkele filmfragmenten uit 1906 van de legendarische Georges Méliès werden nu voor het eerst vertoond in stereoscopisch 3D. Zodat je je als het ware zelf aanwezig kon wanen op de set van deze Franse pionier die als eerste begrepen had… [Lees Meer...]

Print Friendly

41e International Film Festival Rotterdam opent met verontrustend Frans drama 38 Témoins

Vergeleken met eerdere edities zou je de keus van de openingsfilm waarmee het Rotterdams Filmfestival vanavond van start gaat bijna on-Rotterdams willen noemen. Geen wild jong debuut, exotische Aziaat of artistieke dwarsliggerij deze keer. De Franse boekverfilming 38 Témoins, die vanavond in Rotterdam zijn wereldpremière beleeft, is de zevende speelfilm van de Waalse acteur/regisseur Lucas… [Lees Meer...]

Print Friendly

Melk en Bloed: De eetclub van Saskia Noort, maar dan beter geschreven en veel beter gespeeld

Vluchten naar het platteland is voor veel stadsmensen een droom: weg met de stress, eindelijk rust, eenvoud en schoonheid. Hoe zo’n droom kan omslaan in een regelrechte nachtmerrie, is te zien in Melk en Bloed, het nieuwe stuk van Kees Roorda. Centraal staat het echtpaar Josella en Peter en al in de eerste scène, een… [Lees Meer...]

Print Friendly
 

Collectie Scheringa is geen collectie

Post to Twitter

Minister Plasterk heeft vorige week laten weten dat hij hoopt dat  de collectie-Scheringa ondanks het beslag door ABN-AMRO als collectie voor Nederland behouden blijft. Een gezelschap  kunstpausen onder wie Martijn Sanders is  hem daarin inmiddels bijgevallen. Hoe sympathiek dat misschien ook klinkt – er kan voor Nederland nooit genoeg kunst behouden blijven – de argumenten om de collectie nu als zodanig te behouden zijn wel erg mager.

Voor een collectie is het niet  genoeg dat er, zoals in Spanbroek  het geval was, een aantal prachtige  en unieke schilderijen in zitten. Het is ook niet genoeg dat alle schilderijen in de collectie eenzelfde etiket (‘realistisch’) dragen. Realistische kunst is op zichzelf nog niets. Realisme komt zonder verdere onderbouwing neer op: ‘kunnen zien wat het voorstelt’. Voor iemand die voor het eerst een  kunstmuseum binnenloopt, is dat misschien ook wel het eerste wat opvalt: sommige schilderijen ‘stellen iets voor’ en andere niet. Maar wie een beetje beter kijkt, weet dat het in de beeldende kunst toch in de eerste plaats om  andere waarden gaat: de manier van expressie, het levensgevoel dat  tot uitdrukking wordt gebracht,  het coloriet, de penseelvoering, de emotie die eruit spreekt,  de intentie van de maker, het ritme, het handschrift, de waarden,  en vaak ook nog om allerhande verwijzingen naar andere sferen en culturen en om commentaar op tradities en stromingen.

Op al deze vlakken hangt de collectie Scheringa als los zand aan elkaar. Ook ‘het wrange’ dat oud-directeur Emily Ansenk nu noemt (NRC Handelsblad, 25 oktober) en de ‘condition humaine’ zijn wel erg onbepaalde begrippen om het behoud van de collectie te rechtvaardigen, zeker als je ziet aan welke schilderijen zij daarbij denkt. Die etiketten passen bovendien net zo goed op veel non figuratieve kunst. Ook Marc Rothko schilderde de condition humaine. Een tijd lang was het inderdaad niet erg ‘ín’ om figuratief werk te maken, maar die tijd ligt inmiddels zo ver achter ons dat nu geen argument meer is. De hele woorden ‘figuratief’ en ‘realistisch’ behoren inmiddels zelfs tot een andere tijd. Met de criteria die Ansenk nu probeert te omschrijven zou het museum voortaan net zo goed videokunst of installaties kunnen gaan aankopen.   

Kort gezegd zijn er drie argumenten denkbaar waarom een collectie in de huidige tijd als collectie behouden zou moeten worden. Het is eerste is dat er een duidelijke onderlinge samenhang uit  spreekt. Het Van Gogh Museum  richt zich op één belangrijke schilder en op anderen die met hem  qua tijd en werkwijze in verband staan. Dat rechtvaardigt het Van Goghmuseum. Ook de totstandkoming van een collectie kan zodanig zijn dat deze bescherming verdient. Het naoorlogse idealisme van een Willem Sandberg in een tijd van ontwrichting en wederopbouw is nog steeds voldoende reden om zijn aankopen bij elkaar te houden. Net zoals het oplevende nationalisme aan het eind van de negentiende eeuw nog steeds een reden is het Rijksmuseum te koesteren. En ten slotte kan  een collectie beschermenswaardig  zijn als deze getuigt van een eigen visie die in andere collecties ontbreekt.?

Op deze drie argumenten is de afgelopen dagen wel geregeld gezinspeeld, maar steeds zonder veel overtuiging. Er is voor wie tot vorige week in Spanbroek  rondliep, zoals gezegd maar weinig  samenhang te ontdekken in de vaste collectie. Ook de totstandkoming ervan is weinig tot de verbeelding sprekend, eerst via adviezen van collega- miljonairs als Mien en Loek Brons en  daarna behoorlijk lukraak –  en soms tegen de zin van Scheringa zelf –  uitgebreid met een curieuze reeks peperdure maar weinig verwante namen uit het buitenland. Wat hebben een gemaniëreerde Tamara de Lempicka,  een dromerige Jan Mankes en een  eerder naar camp neigende Terry Rodgers nu met elkaar te maken?  En  wat doet een uit weer een heel andere  traditie voortkomende Marlene  Dumas daar dan weer tussen? Die  verdient zelfs de naam ‘realist’ niet.

Goed, Dirk Scheringa is nu even  een bekende Nederlander, en om  die reden mogen we kortstondig  nieuwsgierig zijn naar de ontwikkeling van zijn smaak, maar zijn  bekendheid ontleent hij toch eerder aan zijn standwerkerkunsten bij het verkopen van ongedekte leningen aan niet vermoedende boeren en buitenlui dan aan zijn worteling in de Nederlandse cultuur of geschiedenis. Iedere nouveau riche heeft vanouds de neiging snel prestige  te kopen met het aanleggen van een kunstcollectie of het sponsoren van een volkssport, en Dirk  Scheringa deed toevallig beide, maar daarmee ben je nog geen ervaren en doelbewuste collectioneur.

Tot slot: er is in Spanbroek eigenlijk nauwelijks verzameld vanuit een visie, laat staan een visie die in de andere Nederlandse musea ontbreekt. Het heeft geen eigenheid. Was het maar een museum voor Nederlandse magisch realisten geworden, of wat daar voor door gaat! Dat is er in ieder geval nog niet. Maar onder invloed van de twee opeenvolgende directrices is juist dat idee uit het begin geheel losgelaten. Er zijn nu weliswaar verschillende schitterende individuele werken te vinden van kunstenaars die nergens anders in ons land te vinden zijn. Het is, bijvoorbeeld, een schande dat geen enkel ander Nederlands museum ooit een Lucian Freud kocht in de tijd dat hij nog betaalbaar was. Maar waarom Spanbroek hem uiteindelijk aanschafte is een raadsel. Lucian Freud zou eerder in  het Stedelijk Museum thuishoren, waar hij mooi naast de Baselitz, de Soutine en de Beckmann zou kunnen hangen. Zoals de Willinks, de Kochs  en de Kets nu al niet zouden misstaan in het Utrechtse Centraal Museum of in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, waar deze schilders al  veel langer en waarschijnlijk ook veel gerichter en selectiever verzameld zijn.

Nederland heeft zo langzamerhand wel genoeg grote musea voor beeldende kunst. Het gaat er nu  om ze volledig, actueel en toegankelijk te  houden, en om ze aan te vullen  met alles wat er – toevallig of niet – nog aan moois op de markt gaat komen. Een veiling van de collectie Scheringa zou daarvoor een – ongezocht – buitenkansje kunnen zijn.

Verscheen eerder in NRC Handelsblad van 26 oktober 2009. 

Print Friendly

Post to Twitter

Over Redactie