Culturele fusiekoorts kan ernstige gevolgen hebben

Culturele fusiekoorts kan ernstige gevolgen hebben


In Amsterdam gaan Holland Festival, Theaterfestival, Toneelgroep Amsterdam en nog wat clubs ‘nauw samenwerken’. In Den Haag geldt dat voor Het Nationale Toneel en jeugdtheaterhuis Stella Den Haag, terwijl in Rotterdam Schouwburg, Ro Theater en productiehuis innig verstrengeld zijn. Utrecht viert de fusie van de festivals Springdance en Festival aan de Werf, en heeft er sinds vandaag weer een nieuwe fusieclub bij: alle literaire organisaties en festivals slaan de handen ineen. Ondertussen steggelen in Zuid-Nederland Brabants Orkest en Limburgs Symfonie-orkest over wie bij het CDA en PVV mag lobbyen om de dreigende fusie tegen te houden, terwijl in Oost Nederland het Orkest van het Oosten zich omdoopte tot Nederlands Symfonie Orkest om zo sterker te staan tegenover gedwongen fusiepartner Gelders Orkest. In het enthousiasme diende de Enschedese muziekclub ook nog een overnameplan in voor de Nationale Reisopera.

Allemaal creatieve plannen om te overleven in een land dat soms tot de helft minder wil uitgeven aan kunst die tot nu toe als levensnoodzakelijk ondersteund werd door de inwoners. Minder geld, dus minder personeel en minder gebouwen nodig om het aanbod te kunnen blijven garanderen. Klinkt mooi, maar is het dat ook?

Kijken we even naar de kunstfusies uit het verleden is het antwoord een beetje dubbel. Een jaar of wat geleden hadden we een fusie tussen Theatergroep De Trust en Art&Pro, die samen opgingen in de Theatercompagnie. Die fusie leverde uiteindelijk niets op. Eerst bleken er financiële lijken in diverse kasten te liggen, en vervolgens gingen de twee artistieke leiders met elkaar op de vuist, waarna ook nog eens de zaak artistiek aan de verjonging ging. Ruzies, overspannen acteurs, en uiteindelijk een publiek dat steeds minder amused was, tot er een negatief advies volgde van Raad voor Cultuur en Fonds Podiumkunsten.

Amsterdam raakte twee unieke gezelschappen kwijt en kreeg te maken een paar leegstaande theaters, een gat dat eigenlijk niet is opgevuld, ook al hebben de beide artistieke bazen inmiddels een nieuwe betrekking gevonden waarmee Nederland nog steeds cultureel verrijkt wordt.

In 1986 was er een kunstreorganisatie die leidde tot een fusie tussen Toneelgroep Centrum, gespecialiseerd in Nederlands repertoire, Het Publiekstheater als groot gezelschap en Toneelgroep Baal als hoeder van specifiek muziektheater. Ook daar waren binnen twee jaar de samenstellende delen of verdwenen, of zo onherkenbaar opgegaan in het samenstellende geheel van Toneelgroep Amsterdam, dat we ondanks de verrijking die dat gezelschap aan het Nederlandse kunstleven heeft gebracht, nog steeds kunnen spreken van een verlies in de unieke positie die Baal en Centrum innamen.

Ook nu moeten we vrezen voor het verlies van vooral kleine identiteiten in het kunstaanbod, omdat ook de partijen die niet meefuseren, zoals het Onafhankelijk Toneel in Rotterdam en het festival Oude Muziek in Utrecht, waarschijnlijk zullen sneuvelen. Daarnaast zullen veel fusies binnen twee of drie jaar tot artistieke en zakelijke conflicten kunnen leiden, waarmee ook weer artistiek leiderstalent verloren zal gaan. Om nog maar te zwijgen over de dreigende leegstand van kunstgebouwen.

Studie 468x60

We hoeven niet per se zwart te kijken, maar de ervaringen uit het verleden bieden geen enkele garantie dat het in de nabije toekomst beter zal gaan. Al zal er, over een jaar of tien, geen haan meer naar kraaien.

Categorie

+ Stel een reactie op