Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultuurpers | 25 July 2014

Scroll to top

Top

Over Alles over de auteur - Cultuurpers

Fransien van der Putt

Fransien van der Putt

Dramaturg en criticus, werkt bij ArtEZ School of Dance in Arnhem (dramaturgie en artistiek onderzoek) en is mede-initiator van CLOUD at Danslab, Den Haag.

Berichten van Fransien van der Putt

BEST BEWAARD GEHEIM #1: Susanne Marx, Karin Spaink en Meisje Loos in Oostblok

20 juni 2014 |

Susanne Marx staat met de voorstelling ‘Meisje Loos’ twee dagen in Oostblok, het voormalige Muiderpoort theater in Amsterdam. Je zou ‘Meisje Loos’ een kritische familievoorstelling kunnen noemen: voor jong en oud, over opgroeien en spelen met verplichte rollen, man-vrouw, wit-zwart, danser-rapper, harp of beatbox. Genderbending als thema voor het hele gezin, met een randprogramma waarin Karin Spaink, Linda Duits, Machteld Zee, Rickie Edens en Alex Bakker optreden en in gesprek gaan.  Verder lezen

Bittere tranen, schreeuwende eenzaamheid. Kušej doet Fassbinder @HollandFestival 2014

16 juni 2014 |

Lekker ‘ouderwets’ Holland Festival: een bijzondere opstelling die het publiek confronteert met de implicaties van heur eigen positie en kijkgedrag. En dat mag ook wel bij Fassbinder’s ‘Die bitteren Tränen der Petra von Kant’. Melodrama was de Duitse theater- en filmgeweldenaar niet vreemd. De bittere tranen zijn van een modekoningin en haar entourage, klinisch is de setting, flinterdun het verhaal, en toch ongemeen spannend hoe dit damestoneel zich ontwikkelt.

Verder lezen

Ragfijn ritueel tart permanente opstelling: Germaine Kruip in het Stedelijk @HollandFestival 2014

11 juni 2014 | 14

“U weet wel mevrouw, dat grote rode schilderij? Daarvoor rechtsaf”. Een jonge suppoost wijst ons de weg. Zo op het eerste gezicht is het niks. Een man in half uniform, zwarte broek, wit overhemd, draait langzaam om zijn as. De wandschildering van Sol Lewitt, nummer 1084 uit 2003, verleent hem het nodige decorum. Om de hoek hangen Barnett Newman en Andy Warhol. Zou het de man iets kunnen schelen? In deze ‘hall of fame’ van de conceptuele kunst steekt het draaien van de man wat schriel af. Sommige bezoekers blijven staan, leunen tegen witte wanden of zijgen neder op de geboende houten vloer. Zij die er de tijd voor nemen, zien hoe het draaien van de man en zijn collega-derwisjen langzaam bezit neemt van het Stedelijk.

Verder lezen

Laatste Holland Festival van Pierre Audi opent met subliem ensemble-spel van Rosas en Ictus: Vortex Temporum

31 mei 2014 | 4

Het lijkt een statement, dat het laatste Holland Festival onder leiding van Pierre Audi opent met ‘Vortex Temporum’. De samenwerking tussen de twee Belgische top-ensembles Rosas en Ictus doet alles wat in de huidige tijd schaars is. Verder lezen

Greco en Scholten verdelen aandacht tussen CCN Ballet Nationale de Marseille en ICK Amsterdam

19 februari 2014 | 5

Minister Filipetti heeft groen licht gegeven. Emio Greco en Pieter Scholten worden inderdaad de nieuwe artistiek leiders van CNN Ballet National de Marseille. Een gezelschap met dertig dansers, 60 werknemers in totaal, in een gebouw met 9 studio’s en een theaterzaal. Wie krijgt dat in Nederland nog voor elkaar? Verder lezen

Emio Greco gaat ‘misschien’ CCN Ballet de Marseille leiden.

18 februari 2014 | 3

[UPDATE 19-2-2014: inmiddels is de aanstelling definitief]

Deze week doken er in de Franse media berichten op dat Emio Greco als enige gegadigde is overgebleven om de opvolger te worden van Frédéric Flamand bij het het CCN Ballet National de Marseille. De minister van Cultuur moet de benoeming echter nog bevestigen, zo meldt ICKamsterdam. Verder lezen

Subtiele maar saaie Fokine prima voorzet bij ‘Corps’ van Van Manen en veelbelovende première van EGPC bij Het Nationale Ballet

17 september 2013 |

De lichamen van Fokine, Van Manen en EGPC in het nieuwe programma ‘Corps’ van Het Nationale Ballet verschillen enorm, al dansen ze allen een vorm van ballet. Het zijn de verschillen qua inzet (decoratief of expressief, gestileerde controle of individuele overgave, vol van symboliek of daarvan ontdaan) en de sleutelrol voor het ensemble, die het programma buitengewoon interessant maken. Naast het feit dat EGPC op weg lijkt naar een artistieke doorbraak.

Verder lezen

Ongenadig genadig, ‘Shirokuro’ bouwt voort op hamerslag Oestvolskaja @HollandFestival

27 juni 2013 |
Holland Festival

De samenwerking tussen pianist Tomoko Mukaiyama en choreograaf Nicole Beutler in de voorstelling ‘Shirokuro’, vorige week te zien tijdens het Holland Festival, levert een prachtig perspectief op op twee pianosonates van Galina Oestvolskaja. ‘Shirokuro’ betekent zwart-wit in het Japans. De absolute muziek van de Russische componiste wordt, ondanks sterke beelden en indrukwekkende mede-protagonisten op het toneel, nooit uitgelegd en behoudt daardoor zijn pure kracht.

Verder lezen

Marie aan een touwtje: Anja Röttgerkamp schittert als onbekende soldaat in The Pyre van Gisèle Vienne @HollandFestival

14 juni 2013 |
Holland Festival Holland Festival

‘The Pyre’, de nieuwste voorstelling van de internationaal rijzende ster Gisèle Vienne, lijkt aanvankelijk minder verontrustend dan haar eerdere werk. Stukken als ‘Jerk’ (2008), gebaseerd op het waar-gebeurde verhaal van een jonge seriemoordenaar, en ‘This is how you will disappear’ (2010), met een donker bos in de hoofdrol, waren slechts op enkele plekken in Nederland te zien. Hopelijk brengt dit optreden tijdens het Holland Festival daar verandering in. Gisèle Vienne studeerde ooit harp, daarna filosofie en is uiteindelijk als poppenspeler opgeleid. Maar Vienne ziet zichzelf vooral als een beeldend kunstenaar die werkt met tijd, op een podium, waar verschillende ritmes, motieven en figuren samenkomen.

Verder lezen

‘El Djoudour’ is interessant als cultureel-politiek project, maar overtuigt niet in artistieke zin @Holland Festival

14 juni 2013 |
Holland Festival Holland Festival

Mannnen en vrouwen samen op de dansvloer, het is in grote delen van de moslimwereld nog steeds verboden. Twee jaar geleden stond de dansvoorstelling ‘Nya’ op het Holland Festival, een stuk geschreven op de huid van negen Algerijnse dansers, merendeels B-Boyz van de straat, maar ook de zoon van een balletlerares uit Algiers deed mee. Dit jaar keerden de Franse choreograaf Abou Lagraa, zijn vrouw Nawal Ait Benalla en een groot deel van de Algerijnse cast terug in het Holland Festival met een stuk waarin ook vrouwen dansen.

Verder lezen

Verpletterend goed: Nine Rivers van componist James Dillon, met dirigent en percussionist Steven Schick @HollandFestival

9 juni 2013 |
Holland Festival Holland Festival

Van de milde, alledaagse kakafonie rond het Muziekgebouw in de middag, op het terras aan het IJ, geraak je in enkele passen in de stilte van de concertzaal. Drieënhalf uur lang (met tussendoor ruim twee uur aan pauzes) spelen en zingen Asko|Schönberg, Slagwerk Den Haag en Capella Amsterdam je de oren van het hoofd. Steven Schick (oa. ooit Bang on a Can), dirigeert niet alleen, maar neemt ook als percussionist het middendeel van het concert, in het Bimhuis, voor zijn rekening. Onder zijn bezielende leiding laveert ‘Nine Rivers’ tussen spektakel en purisme: een strijd tussen complexe vorm en de eenvoud van rauwe klankmaterie. Verder lezen

Keren Levi in Theater Kikker met unieke documentaire en slimme voorstelling.

29 mei 2013 |

De documentaire ‘Inside Envelopes’ van Shelly Kling rekent af met het brave imago dat de dans zichzelf oplegt. ‘The Dry Piece’ daarentegen is een voorstelling die verder gaat dan provocatie en verleiding met naakt. Een Verder lezen

Messcherp, komisch en kwetsbaar: Kris Verdonck en A Two Dogs Company doen Daniil Charms op Spring Utrecht

25 mei 2013 |

De lol van absurde gestes en alledaagse stompzinnigheid liggen heel dicht bij elkaar. Kris Verdonck voert de messcherpe teksten van de Rus Daniil Charms (of Harms, zoals Verdonck zegt – vandaar de titel ‘H, an incident’) op als ware het gesneden koek. De Verder lezen

Chetouane’s Sacre du Printemps: kunnen we misschien ook zonder dat verdomde offer?

23 mei 2013 |
Tijdens Spring Utrecht was ‘Sacré Sacre du Printemps’ te zien. Vaslav Nijinski’s beruchte dans op de revolutionaire muziek van Igor Stravinsky ging 100 jaar geleden in première. Choreograaf en regisseur Laurent Chetouane verzet zich tegen de kern van het verhaal: het offer.

Verder lezen

Victor, prachtig duet over hedendaags mannengevaar

16 mei 2013 |

Een man en een jongetje samen op het toneel zetten – het bovenlijf ontbloot; in de huidige tijd betekent dat om moeilijkheden vragen. Onze door pedofilie-schandalen verzadigde blik laat nog maar weinig heel van de intimiteit tussen wat ook vader en zoon, broers of vrienden zouden kunnen zijn. Maar ‘Victor’ van choreograaf Jan Martens en regisseur Peter Seynaeve is geen brave, politiek correcte herstel-operatie. In hun zoektocht naar een liefdevolle blik op de relatie tussen man en kind, zoeken zij ook consequent de grenzen van het toelaatbare op. Verder lezen

Fictie in dansfilms, (hoe) werkt dat? Goeie vraag op festival Cinedans

8 maart 2013 |

Fransien van der Putt zag samen met choreograaf en dansfilm-maker Angelika Oei vijf nieuwe Nederlandse dansfilms tijdens Cinedans. Het resultaat is soms veelbelovend. De films ontstegen alle het niveau van de visuele gimmick. Daarvoor in de plaats komt een worsteling met fictie en fysieke geloofwaardigheid.
Verder lezen

Cinedans festival: de beelden bewegen. Dus.

2 maart 2013 |

Fransien van der Putt, dansdeskundige van Cultuurpers, en Helen Westerik, filmkenner, bezochten de opening van Filmfestival Cinedans en waren geamuseerd, maar niet altijd door het programma.

Verder lezen

“The Life and Death of Marina Abramović”: bumpy business met Antony als rots in de branding #HF12

25 juni 2012 |

Antony, Dafoe en Abramović samen op één podium, in een regie van Robert Wilson – het beloofde de klapper van het theaterseizoen te worden. Maar het privé-leven van Abramović  leent zich niet echt voor een triomfantelijke of meeslepende vertelling. Verder lezen

Faustin Linyekula enscèneert met “La Création du Monde” (Fernand Léger, Darius Milhaud) de “fundamentele gelijkenis tussen negers en ballerina’s”, #HF12.

13 juni 2012 |

De afro-kubistische dansklassieker uit 1923 is vandaag en morgen in het Muziektheater te zien, van commentaar voorzien door de Congolese choreograaf  Faustin Linyekula. “Europeanen hebben geen idee dat zij de gezamenlijke geschiedenis van Afrika en Europa ontkennen. België maakt deel uit van het dagelijks leven in Congo, maar Belgen weten nauwelijks iets over Congo, of het zijn de clichés over armoede en sterfte. De jongste generatie weet niets van koloniale geschiedenis. Bij dat verschil in perceptie stel ik vragen.”

La Création du Monde” wordt in Frankrijk ook wel het eerste negerballet genoemd. Léger en Milhaud werkten samen met de schrijver Blaise Cendrars en de choreografe Jean Börlin. De première in 1923 in Parijs werd een schandaal-succes, waarbij teksten verschenen als: “De wildste, dissonanste jazz, zoals die bij achterlijke volken moet te horen zijn, barstte in alle hevigheid los. Men is verbaasd te horen dat dit avant-garde wordt genoemd.”

Wat ooit wilde muziek was en kennelijk achterlijk leek, is nu sferisch modernisme geworden. Maar wild blijft de manier waarop Afrika ten tonele wordt gevoerd, als een oogverblindende, puur esthetische, kubistische fantasie in een tijd dat het Europese kolonialisme steeds bloediger hoogtepunten bereikte. Of zoals Linyekula schrijft in een begeleidende tekst: “Waarom negeerden de grootste intellectuelen zo verbeten wat onder het juk van hun eigen land gebeurde?”

Linyekula vraagt zich af wat er nu eigenlijk in de afgelopen decennia veranderd in deze ongelijke verhouding. Een progressieve Franse krant schreef een aantal jaren geleden lovend over zijn werk, maar vond dat hij zijn talent vergooide omdat hij geen “Afrikaans” werk maakte. Linyekula maakte in die tijd naam in Europa met een Rock Opera waarin hij het no future devies van de punk op zijn eigen ervaring toepast.

Faustin Linyekula is al jaren gefascineerd door het “eerste negerballet” en schrijft in een tekst uit 2006: “Zo begon ik de fundamentele gelijkenis te begrijpen tussen negers en ballerina’s: ze hebben allebei een meester …” In 2002 richtte hij in Kisangani in Congo zijn eigen gezelschap op, Studio Kabako. Hij toerde door de wereld – de maanden buiten Afrika leveren het geld om de vele activiteiten van zijn gezelschap in Congo te financieren – en ontving de prestigieuze Prins Claus prijs.

Waarom werkte Faustin Linyekula samen met het Ballet de Lorraine, dat zo op het oog een nogal jonge cast heeft en erg onschuldig aandoet binnen de beladen context die hij aanpakt?

Linyekula:

“Er waren praktische redenen natuurlijk. Alleen met een echt groot gezelschap kun je “La Création du Monde” reconstrueren. Maar ik wilde ook de dansers laten zien dat er meer is dan alleen volgzaam de passen van een ander uitvoeren, – dat ze co-creator zijn. Ik wil dat het publiek de dansers eerst ziet, voordat ze ‘undercover’ gaan in de fantasie, verborgen worden onder de exotische maskers, kostuums en decorstukken. Een wereld creëren betekent dan uit stukjes en beetjes een groter geheel smeden, dat niet het enig mogelijke verhaal is, maar het mogelijke verhaal van deze mensen. Door de energie van die jonge mensen, het wereldje waarin ze leven met spanningen en gevoelens, serieus te nemen en op het podium te zetten, hoop ik dat ze ieder hun verantwoordelijk gaan nemen voor wat ze doen en waar ze deel vanuit maken.”

Zo zachtaardig en intelligent als er met de zeer jonge dansers wordt omgesprongen, zo wild zijn vaak de reacties op ‘Enfant’ van Boris Charmatz #HF12

8 juni 2012 |

De jeugd roept tegenwoordig vooral de gedachte aan gevaar op. De maatschappij heeft last van een verwrongen ideaalbeeld dat echte kinderen weinig speelruimte laat. Uiteindelijk komen die dan ook in opstand in Enfant. Maar tot die tijd hebben de hele jonge performers toch vooral de rol van bijzet of sluitstuk, aanvulling op of extensie van de negen volwassen dansers. De nieuwe grotezaalproductie van de Franse choreograaf Boris Charmatz en zijn gezelschap Musée de la Danse uit Rennes is  vrijdag 8 en zaterdag 9 juni 2012 te zien in het Holland Festival. 

Ingenieus laat Charmatz de grote en kleine mensen in een onstuitbare stroom van gedetailleerde bewegingen samenspelen. Geen van hen treedt werkelijk op als solist. Het is Charmatz niet te doen om sterren en sprekende voorbeelden. In plaats daarvan laat hij het ensemble als geheel schitteren door op een uiterst subtiele manier het alledaagse weefsel van onwillekeurige handelingen, gestes en verhoudingen choreografisch uit te vergroten.

Maar dit gaat niet op voor de openingsscène. Daarin wordt het theater als een apparaat voorgesteld, dat met minimale middelen groots drama schept. Met een spreekwoordelijke pennenstreek worden kaders geschapen, perspectief opgebouwd en de verbeelding geprikkeld. De afgemeten leegte en het stille halfduister van het begin lezen als een waar Genesis, met een elegante machine met hijskraanarm als de grote, zachtjes klikkende, roerganger. Drie roerloze lichamen liggen verspreid over de vloer. Als de machine uiteindelijk een duet uitvoert met twee van de lichamen hangend aan takels, is daar niet alleen het gruwelijke beeld van de ruiming, maar ook dat van de danser als marionet, die vergeefs tot leven wordt gewekt. Wat willen wij daar dan zien?

Tijdens een interview na de Belgische première in het Kunstenfestival in Brussel, twee weken geleden, zegt Charmatz dat hij niet de tegenstelling tussen mens en machine wil uitspelen, maar juist het complexe van die verhouding wil begrijpen. Wat beweegt ons en wat legt ons stil? Wie beweegt nu eigenlijk wat? Als we ons over reglementen in crèches druk maken en tegelijkertijd beperkende wetten schrijven voor gezinshereniging en minderjarige asielzoekers, welke (staats-) apparaten houden ons dan gaande en wat beweegt die apparaten dan weer op hun beurt?

Charmatz citeert in de eerste scène letterlijk een eerder werk, dat hij met de door hem zeer bewonderde Duitse choreograaf en performer Raimund Hoghe en de danseres Julia Cima maakte in 2005, Regí. Hoghe heeft een bochel en zet in zijn performances zijn ontwrichte lichaam zonder omhaal in. Dat leverde tot nu toe prachtige voorstellingen op die zonder onderscheid op een uiterst poëtische wijze over pijn en uitsluiting, – over de effecten van ideaalbeelden gaan. In Regí diende de zelf ontworpen hijskraanmachine als de remplaçant van de choreograaf, die zich immers op scène bevond en zich zo kon ontdoen van zijn reglementerende rol.

Maar Charmatz liet zich voor de opening van Enfant ook inspireren door de zeven weken nachtelijke op- en afbouw van het podium en de tribunes in de Cour d’honneur van het Palais des Papes van het Festival van Avignon, waarvoor hij de opening verzorgde.  Avignon wil  niet dagelijks 4000 dagjesmensen de deur wijzen, en dus vindt de op- en afbouw na sluitingstijd plaats, met hijskraan, en duurt meer dan twee keer zo lang als het festival zelf. Volgens Charmatz is dat bouwen eigenlijk een soort magische voorstelling op zich. Het werken aan de werkplaats voor de fabricatie van beelden en kaders spreekt tot zijn verbeelding en is niet voorbehouden aan alleen het theater of de Cour d’honneur.

Overspannen of niet, de beelden houden ons gaande en bepalen voor een groot deel ons perspectief. Charmatz werpt vragen op, appelleert aan gangbare perspectieven en bevraagt ze door juist niet moralistisch te worden. In plaats van de vanzelfsprekendheid van de beweging, de vanzelfsprekendheid van de beelden en, in dit geval, de vanzelfsprekendheid van het levendige kind te tonen, laat Enfant zien hoe deze zekerheden tot stand komen en hoe ze functioneren.

Choreografie is hier niet langer een esthetisch handmiddel om een triomferend lichaam te eren en een leidend idee te huldigen. Bij Charmatz wordt choreografie een scherp wapen waarmee hij, zoals Jeroen Peeters in een voortreffelijk artikel over Regí schrijft,

“met zijn weerbarstige bewegingstaal en dramaturgische strategieën (..) dan ook gedurig dominante culturele idealen van het zichtbare lichaam onder spanning zet.”

Echter, er wordt in Enfant niets vernietigd. Wel worden er vanzelfsprekendheden “onder spanning gezet”.  Juist kinderen worden omgeven met idealen en als gevolg daarvan is het tegenwoordig nog moeilijk buiten spelen. Voorschriften en reglementering moeten gevaren als pedofilie en ander misbruik voorkomen, maar onderwijl wordt het mannen onmogelijk gemaakt in de kinderopvang te werken, en lijkt  het kind alsnog met het badwater te worden weggegooid.

Zo bekeken gaat Enfant over allerlei vormen van misbruik, ook die vormen die nu juist misbruik proberen te voorkomen. Volgens Charmatz zijn kinderen de afgelopen jaren steeds meer het voorwerp geworden van een politieke strijd rond veiligheid en orde, met onnodige juridisering tot gevolg. Dit lijkt verder weinig met interesse voor het individuele kind te maken hebben, maar meer met een slechts symbolisch, voor de politieke bühne bedoeld, ingrijpen en handhaven. Charmatz noemt Sarkozy die het had over het chemisch reinigen van de voorsteden van Frankrijk (waar een derde van de Franse jeugd woont). Hij verwijst naar een documentaire uit 1993 van Claire Simon, Recreations, over een speelplaats en hoe daar alle lol en wreedheid van het volwassen bestaan in mini-vorm voorbijkomen, ook al is de speelplaats perfect afgeschermd van de grote, vreselijke wereld.  En hij verwijst naar de samenstellers van een tentoonstelling 12 jaar geleden in Bordeaux over de rol van het kind in de beeldende kunst-, Présumés innocents, die nog steeds in juridische procedures zijn verwikkeld vanwege aantijgingen omtrent pornografie.

Zoals de angst voor criminaliteit gestadig toeneemt, ook wanneer de criminaliteitscijfers dalen, zo zien we tegenwoordig ook overal pedofilie, ander misbruik en ongelukken en proberen we vooral elk risico bij voorbaat uit te sluiten.

Charmatz weet op een subtiele manier zijn publiek een spiegel voor te houden. Door de kinderen aanvankelijk op te voeren als verlengstukken van de volwassenen, die met hen kunst en vliegwerk uithalen dat voor velerlei interpretatie vatbaar is, speelt hij in op de hedendaagse obsessie met onveiligheid en misbruik. Zo zachtaardig en intelligent als er in Enfant met de zeer jonge dansers wordt omgesprongen, zo wild zijn vaak de reacties. Tijdens de opening van het Festival van Avignon in 2011 was de verontwaardiging groot. Men was bang dat de kinderen een ongeluk zouden krijgen of voor duistere machinaties werden ingezet. Hiervan was in Brussel weinig te merken, maar toch vatten weinig volwassenen de voorstelling op als een blik in de eigen spiegel.

Vrijdag 8 en zaterdag 9 juni 2012 is Enfant te zien in Westergasfabriek Zuiveringshal West. Ondergetekende verzorgt de inleiding om 19:45 in Bisocoop Het Ketelhuis en op zaterdagavond is er een nagesprek met Boris Charmatz aldaar.

Laatste editie Springdance sluit overtuigend af met première van non stop intens concert door Meyers, Sehgal en het REDUX ORCHESTRA

29 april 2012 |

Voor de tweede keer tijdens Springdance delen artiesten en publiek het toneel van de Utrechtse Stadsschouwburg. REDUX ORCHESTRA speelt onder leiding van de componist Ari Benjamin Meyers diens Symphony X, een pulserend, up-beat (120 p/m) minimal werk. Toeschouwers, dirigent en musici – mag je hen nu gewoon muzikanten noemen? – gaan op in één grote, uiterst subtiele, participatoire choreografie van Tino Sehgal.

Via gangen waarvan normaliter alleen artiesten en technici gebruik maken, stroomt het publiek het toneelhuis van de Schouwburg binnen. Het geurende hout van de ongelakte toneelvloer brengt nog even de doorgaans hevig geboende vloeren van het klassieke muziekgebouw in herinnering. Door de hoogte monumentaal, maar verder kaal en technisch, levert het podium met gesloten brandscherm een ideale, instant industriële concertzaal op. Her en der staan wat muziekstandaards, een flinke drumkit en wat versterkers.

De eerste zet in choreografie is dat het publiek in de stoelloze omgeving zich moet bedenken waar en hoe het de aangekondigde anderhalf uur zal gaan doorbrengen. Wanneer het 16-koppig ensemble binnentreedt, instrumenten in de hand, is er even een moment van herkenning. Maar in plaats van zich in een gesloten formatie rond de dirigent op te stellen, verspreiden de musici zich door de ruimte, sommigen gaan zelfs met hun rug naar de dirigent zitten.

Een betere afsluiting van 34 jaar Springdance dan met Symphony X had het festival zich niet kunnen wensen.

Het stuk is nog maar net begonnen, of Seghal zet de eerste van een flink aantal donkerslagen in. Voor de opvoering van een razend moeilijk stuk wel gewaagd, zou je zeggen. Het werpt alle aanwezigen terug in het zelfde bad van ritme en klank. Iedereen moet nu vertrouwen op zijn oren, wordt geconfronteerd met zijn eigen situatie, aandeel of partij in het stuk. Ook sommige toeschouwers vatten die rol heel actief op. Een licht exhibitionistische meneer houdt bij het optrekken van het licht niet op mee te hupsen en te fladderen, tussen de toeschouwers en muzikanten door. Toeschouwers swingen mee, anderen zitten of staan, maar voortdurend is het hele podium in beweging.

De muzikanten verwisselen van plek, lopen rond, zwaaien met hun instrumenten, verlaten soms de vloer. De live-versterking speelt een spel met welke instrumenten boven de lagen van syncopen uitkomen. Als je wilt, kun je als toeschouwer ook zelf aan de knoppen gaan zitten door van muzikant naar muzikant te gaan en bijvoorbeeld de eenzame violiste even speciaal in het horende vizier te nemen.

Meyer’s opgewonden “Symphony X” is een hommage aan de neo-minimal en no-wave van mensen als  Glenn Branca en Rhys Chatham van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Maar door de bezetting van merendeels blazers, een drummer, twee strijkers, een bas- en een slaggitarist verwijst de symphonie ook naar big band en rock, postpunk en industrial.  In al zijn complexiteit speelt de compositie voortdurend met allerlei klankconventies en soorten swing. Het meest indrukwekkende aan het werk  is de enorme, aanhoudende inzet die de 120 beats per minute vergen van dirigent en muzikanten. Het is 70 minuten lang non-stop intens.

“Symphony X” ging al in 2009 in première, maar Meyers vond dat de statische situatie, waarin ook nieuwe muziek doorgaans wordt opgevoerd, het stuk geen goed deed. Tino Sehgal, die als kunstenaar al een decennium furore maakt met het enscèneren van bijzondere situaties, stelde voor om publiek en muzikanten van hun vaste plek te halen en de fysieke scheiding op te heffen.

In het Springdance Magazine zegt Meyers dat hij niet geïnteresseerd is in het vinden van een eigen “muzikale taal”, maar dat zijn kunstenaarschap hem zit in het vinden van nieuwe werkwijzen. Deze houding tekent ook Sehgal. Het subtiele reliëf dat de muzikale compositie heeft, is door Seghal voorzien van een mis-en-scène, die zaterdagavond culmineert in een uiterst hedendaags pas de deux voor toeschouwers en muzikanten, muziek en beweging, licht en donker, gecomponeerde tijd en beleefde ruimte.

Een betere afsluiting van 34 jaar Springdance had het festival zich niet kunnen wensen. Alle multi-, inter- of überdisciplinaire ontwikkelingen van de afgelopen decennia blijken uiteindelijk terug te vloeien in dat ene concept dat choreografie heet. Tekst en context verbonden door de bewegingen van alle aanwezigen op die elkaar implicerende assen van ruimte en tijd. Dat is dans. Laten we hopen dat nieuwe Springfestival net zulke intelligente verassingen weet te programmeren.

http://www.aribenjaminmeyers.com/selected-projects/SYMPHONY-X.html

Ibrahim Quraishi’s “My private Himalya” sprankelt door achterwege blijven van dramatiek

25 april 2012 |

Een tentje dat voor zeeanemoon op het droge mag spelen, de vier pootjes parmantig in de lucht. Acteurs die een kopje thee drinken en een potje kaarten. Het oogt allemaal heel onschuldig. Wat begint als een wonderlijke fotoroman groeit stilaan uit tot een rebus van aanzienlijke lengte. “My private Himalaya” heeft veel weg van een wandelende tentoonstelling, met een windmachine in de rol van de grote ‘curator’. Vadertje Tijd blaast uiteindelijk alle beelden op één grote, desolate en indifferente hoop.

Het was dinsdagavond bepaald geen volle bak bij Quraishi’s “My private Himalya” op Springdance. De gespannen en verwachtingsvolle sfeer, die eigenlijk bij premières hoort, ontbrak. De voorstelling ademde daardoor helemaal de weldadige rust van een goed museum. Alleen loopt bij Quraishi het publiek niet van het ene opgestelde naar het volgende ingelijste beeld, maar trekken de beelden juist aan het publiek voorbij.

Aan weerszijden van een lange witte vloer zittend, wordt het publiek in “My private Himalaya” slechts door tl-bakken en ‘blacklight’ van de acteurs op de ‘catwalk’ gescheiden. Acteurs zijn hier zowel dingen als mensen. Uit de interactie tussen die twee worden de beelden opgebouwd. Het publiek zit er met zijn neus bovenop, net zoals in het museum, en kijkt toe.

Quraishi vertelde in een recent interview hoe hij ooit tijdens de nachtmis in Salzburg enorm werd geraakt door een oudere vrouw, die in tranen neerknielde bij een plastic popje voorin de kerk. Wat voor de één een goedkoop ding is, is voor een ander de heiligheid zelve. Mannen houden van auto’s, mensen van dieren, en sommige Engelsen rouwen nog steeds om Lady Di, zonder dat zij ooit een intiem moment met haar hebben gedeeld.

In deze voorstelling danst een vrouw met een autodeur, probeert een jongen in gebarentaal met een immense buste van Socrates te communiceren en ben ik onder de indruk van een welgevormde, pluchen Yorkshire Terrier. Adoratie is de overtreffende trap van hechting en kent geen grenzen. Lady Di, het plastic Jezus-popje en je eigen moeder, ze zijn op een zeker moment inwisselbaar.

Hoewel een heel aantal scènes zeker een aangrijpende potentie hebben, worden de dingen en de mensen nooit tot ‘echt’ theater opgeblazen. De houding van de acteurs en het geraffineerde tempo, waarin de scènes worden opgebouwd en afgebroken, zorgen ervoor dat iedere dramatisering achterwege blijft. Ook het ronduit geweldige geluidsdecor van s.m. snider en Norscq bestaat uit een aaneenschakeling van subtiele understatements.

Terwijl Quraishi de ingrediënten voor de ene na de andere emblematische situatie opvoert en beelden slechts als ding behandelt, voorkomt hij iedere vorm van sentiment of opwinding. Hij bouwt, verbouwt, citeert, assembleert en tornt zorgvuldig de identificatie los. Hij laat de beelden zonder hun lading zien, speelt met afmetingen, schaal, proportie, timing. Om tegelijkertijd het belang en de onzinnigheid van het proces van hechting duidelijk te maken, kan hij geen dramatiek gebruiken.

Wat moet een mens met al die dingen, al die beelden van onszelf en van anderen, lijkt Quraishi zich stilletjes af te vragen.  Ze stellen ons in staat met elkaar te communiceren, grote verhalen te vertellen, gevoelens een plek te geven, maar het zijn ook heel venijnige wapens om elkaar onder uit te halen en kapot te maken.

Ooit moest hedendaagse kunst nieuw zijn, maar Quraishi laat zien hoe vergankelijk ook die claim is. Eigenlijk is alles wat hij opvoert op anderen terug te voeren. De beelden zijn geleend, het zijn clichés of emblemen, hoe verfrissend de tijdelijke constellaties ook zijn. Hij citeert ook andere kunstenaars. De witte vloer doet denken aan de beroemde performance van Franko B “I miss you“. Het tentje doet aan het werk van Ola Maciejewska denken en Aitana Cordero citeert in de voorstelling voortdurend zichzelf in haar eigen performance “Solo…?“, waarbij ze na een uiterst zorgvuldige compositie met dingen, de boel kort en klein slaat. Die woede ontbreekt “My private Himalaya”  ten ene male.

In plaats daarvan bergt Quraishi zijn acteurs, dingen en mensen, op in een ruisend graf. Alles blijft intact, de beelden worden verder gedragen, alleen de mensen verdwijnen steeds opnieuw uit beeld.

Meer info: http://ibrahimquraishi.org/ en http://www.macba.cat/en/expanded-choreography-situations

Avdal en Shinozaki sturen met “Field Works – office” een broeierig lentebriesje door burelen van Centraal Museum

25 april 2012 |

Je denkt dat je een kaartje voor Springdance koopt, maar eigenlijk maak je een afspraak op kantoor, bij het Centraal Museum. Eenmaal binnengelaten in de wachtruimte, lopen medewerkers je druk voorbij en neemt de portier het ene na het andere gesprek aan. Je vult braaf een formulier in. Zoals gebruikelijk moet je allerlei personalia prijsgeven. En dan die vraag: wat was de mooiste voorstelling die u ooit zag? Even kun je helemaal niets bedenken.

De vriendelijke man die je voorgaat, vertelt niet waar het heen gaat. Je bent niet zomaar toeschouwer, of zelfs maar te gast, je hebt ineens een rol, al is het maar die van onschuldig slachtoffer. Wanneer je enigszins geschrokken achter een bureau plaatsneemt, vraag je je af wat voor een scenario dat zou zijn? Niemand spreekt tegen je. Er verschijnt alleen zo nu en dan een op een klein kaartje een gedrukte aanwijzing. “Follow me”. Iedereen is buitengewoon vriendelijk. Behalve dan de norsige man, die gapend voorbij komt. Dat was toch gewoon een medewerker van het museum?

Een gil op de wc, hooggehakte benen die uit een lade steken. Natuurlijk is het voor iedereen die ‘Field Works – office’ bezoekt, onmiddellijk duidelijk wie echt bij het museum werkt en wie door Avdal en Shinozaki is ingehuurd. Maar het spel werkt. Achter iedere dossierkast verwacht ik na verloop van tijd een brandende prullenbak, of erger. De nieuwe rol die de toeschouwer geruisloos krijgt toebedeeld, onder geleide museumambtenaren in het wild bekijken, kent geen duidelijke regels.De acteurs spelen de echte wilden na, overdrijven en vergroten uit, maar langzaam impregneren ze de toeschouwer met een ander, licht absurde of perverse perspectief op de zaak.

Als toeschouwer kun je alleen maar gissen naar wat er nu eigenlijk van je verwacht wordt. Welke rol hebben de vele acteurs je nu hebben toebedeeld? Als vanzelf ontspinnen zich allerlei scenario’s in het hoofd. De toeschouwer-bezoeker kan kiezen. Blijf hij op afstand en breekt daarmee steeds een beetje het spel van de anderen? Of gaat hij er in mee en wordt daarmee steeds verder de wereld van de voorstelling ingezogen? Kun je deel worden van een scenario waar je eigenlijk helemaal niet in wil durft op te treden?

Nooit worden de acteurs echt opdringerig. Altijd zijn ze even beleefd en representatief, zoals dat hoort met gasten op kantoor. Brynjar Åbel Brandlien maakt hele zachtaardige striptekeningen. In plaats van mondelinge uitwisselingen worden zijn tekeningen je voorgelegd, als elegante hints vliegen de papieren je soms om de oren. Het lijken slechts speelse suggesties, maar soms gaat er wat mis in die tekeningen.

Als ik 30 minuten later het pand verlaat, en door de zon richting Oude Gracht loop, zie ik overal op straat mensen vreemde dingen doen. Een poster kondigt een Romantisch feest bij de Doopsgezinde gemeente aan? Ik huiver en geloof mezelf niet.

www.deepblue.be

Zelfs verstilde Ivo Dimchev maakt razende indruk met “I-on” tijdens openingsavond Springdance Festival

20 april 2012 |

Ivo Dimchev is als performer zo snel en wreed in zijn schakelingen tussen botte bravoure, kinderlijke lol, erotische impertinenties en snijdende eenzaamheid, dat je er als toeschouwer normaliter niet meer tussen komt. Zodra Dimchev zijn publiek in de klauwen heeft, kan het hem alleen nog verbijsterd volgen. 

I-on” is opnieuw een ogenschijnlijk losse verzameling acties. Alles speelt zich af rond een houten sokkel, waarop de kunstwerken van de Oostenrijker Franz West verschijnen om even snel weer te verdwijnen in de stroom van associaties van Dimchev.  Zijn gebruikelijke zaprace tussen gemoedstoestanden, verraderlijke types en schijnbaar idiote acties wordt in “I-on” van tegenspel voorzien door de kunstwerken van West. De onzinnigheid van diens handzame sculpturen, wonderlijke dingen zonder functie, appelleert aan Dimchev’s terugkerende commentaar op de onzinnigheid van kunst. Door de eenvoud van de kleine witte vormen van West worden ook de wilde uitbarstingen van Dimchev als entertainer op de proef gesteld.

De Bulgaar Ivo Dimchev in zijn fenomenale voorstelling ''I-on''

De ongrijpbaarheid waarop Dimchev voortdurend speculeert – van het kunstwerk, van zichzelf als performer – slaat om in nikserigheid, als een hol vat achter vele façades. Het maakt Dimchev kwetsbaar. Het publiek kan zich bij “I-on” niet zomaar overgeven aan de kick van zijn gekte. In Theater Kikker geniet het publiek dan ook vooral in stilte.  Een stilte die zich dan weer laat lezen als de stilte van het museum, of het graf.

Prachtig zijn de momenten waarop Dimchev de spanning zo tergend laat weglopen en hij vervolgens met een enkel gebaar – goedkoop, kitscherig of scabreus – van niets weer iets maakt. Vrolijk stemt het niet, maar met een Tommy Cooper-achtig optimisme weet Ivo Dimchev even makkelijk zin in onzin om te zetten als hij van niets iets kan maken. Zo verwoord lijkt het mager, maar het is fenomenaal.

Dat Dimchev (Bulgarije, 1976) niet alleen een weergaloze performer is, maakt de auteur van een extreem eigen repertoire al duidelijk sinds Lili Handel (2005) en Some Faves (2009). De voorstellingen werden internationaal gelauwerd en leverden Dimchev een eigen publiek op.”I-on” is een recentere solo, die als opmaat diende voor het groepwerk ”X-on, dat in Something Raw stond. ‘‘I-on” is voorlopig alleen nog vanavond op Springdance te zien. De eerst volgende voorstelling staat pas weer voor  januari 2013 gepland, in Gent.

 

Zie ook: