Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultuurpers | 25 July 2014

Scroll to top

Top

Over Alles over de auteur - Cultuurpers

Madeleine Rood

Madeleine Rood

Madeleine Rood is freelance journalist en schrijft interviews, persberichten en teksten voor voornamelijk websites, kranten en allerlei publicaties. Ze heeft haar eigen tekstbureau, Bureau Rood. Ze heeft twintig jaar gewerkt bij regionaal dagblad de Stentor, waarvan vijftien jaar op de kunstredactie. Haar specialisatie ligt dus in de culturele journalistiek. Ze woont samen en heeft drie zoons.

Berichten van Madeleine Rood

‘De uitvaart’ zorgt voor commotie rondom Willibrorduskerk, maar breekt lans voor katholieke kerk en haar rituelen

20 mei 2014 | 15

De commotie die is ontstaan door de voorstellingenreeks ‘De uitvaart’ in de St. Willibrorduskerk in Utrecht had niemand voorzien, laat staan gewild. Het apostolaat van de St. Willibrorduskerk vindt dat de kerk ‘ontheiligd’ is en wil er geen missen meer houden, nu Dries Verhoeven daar met hulp van Sens Uitvaarten tien avonden lang ‘De uitvaart’ opvoert. Het zijn theatrale uitvaartmissen, waarmee hij onder meer de verzorgingsstaat en het maatschappelijk draagvlak voor de kunst ten grave heeft gedragen. Maar iemand hiermee kwetsen was nooit zijn intentie geweest: ‘’Als ik de provocatie al op zoek in het project, dan is dat die met de toeschouwer.’’

Verder lezen

Vijf redenen om wel, en twee om niet naar ‘Schönberg en Kandinsky’ te gaan.

18 november 2013 |

Vijf redenen om naar de expositie ‘’Schönberg & Kandinsky’’ in het Joods Historisch Museum te gaan. En twee waarom je een bezoek achterwege kunt laten. Verder lezen

Les Nabis uit Hermitage Petersburg in volle glorie te zien aan de Amstel

16 september 2013 |

In de grote zaal van de Hermitage Amsterdam is de muzieksalon van zakenman en kunstverzamelaar Ivan Morozov nagebouwd. De zaal waar normaal de topstukken van de exposities aan de Amstel hangen, laat nu zien hoe de muziekkamer van Morozovs Moskouse stadspaleis eruit zag. Met vleugel en al. Maar bovenal: met de wanddecoraties van Maurice Denis, die speciaal hiervoor opdracht had gekregen. Voor een keer hebben deze schilderingen de Hermitage verlaten, zodat ook St. Petersburg kan werken aan een zelfde reconstructie. De kans is klein dat ze St. Petersburg daarna nog verlaten. 
Verder lezen

Nergens gaat de zon zo functioneel onder als op Terschelling

23 juni 2013 |

Oerol, het festival met Terschelling als podium, heeft twee natte, koude en winderige dagen achter de rug. De straten kleuren geel, rood, blauw en zwart van de regenpakken. Acteurs spelen in transparante regenpakken, om kostuums nog tot hun recht te laten komen. Of hebben iemand achter zich staan die hen met paraplu beschermt tegen de regen.
Verder lezen

Community art van ‘Verborgen oorlog’ smeedt band tussen Nederlanders en Guatemalteken

15 juni 2013 |

Vrede van Utrecht

Het is er koud, kil en donker. Maar ook stil, groen en ruim. Bezoekers werden hier tot voor kort niet geduld. En nu opent Fort Nieuwersluis, vlakbij Breukelen, de deuren. Van 20 tot en met 23 juni is er de voorstelling ‘Verborgen oorlog’ te zien. Guatemalteekse spelers laten hierin zien hoe het is om in een gewelddadig land te leven. En Nederlandse spelers voegen daar hun ervaringen aan toe over hoe het is om uit een vrij land naar een land als Guatemala te gaan.

Verder lezen

Even ontsnappen uit de verborgen oorlog van Guatemala

10 juni 2013 |

Vrede van Utrecht

‘Verborgen Oorlog’, de theatrale uitwisseling tussen acteurs uit Nederland en Guatemala, nadert de uitvoering. De Guatemalteekse spelers van het gezelschap Caja Lúdica zijn al een paar weken in het land. Samen met de Nederlandse acteurs repeteren ze bij Fort Nieuwersluis (bij Breukelen), waar de voorstelling vanaf 20 juni ook is te zien. Alan Hack (18) is een van de Guatemalteken die in de voorstelling speelt. Zijn verblijf in Nederland ervaart hij als een paradijselijke ontmoeting met vrijheid.[/heading]

Verder lezen

Orchestre El Gusto laat klanken van Kashba Blues als warme woestijnwind waaien door @hollandfestival

3 juni 2013 |
Holland Festival Holland Festival

Het zijn heren op leeftijd en dus met een geschiedenis. Grijs of bebrild of kaal – of met een combinatie van deze drie. Hun muziek heeft ze overal gebracht. En nu zitten ze in een bomvol Carre: het Orchestre El Gusto. Tot hun eigen genoegen, want zij bedanken het publiek te zijn gekomen. De musici uit de kashba van Algiers spelen de muziek zoals die Verder lezen

Hoe te kiezen uit de overdaad die de Tefaf biedt

18 maart 2013 |

Stel je heb een klein kapitaal op zak. En je gaat een dagje naar de Tefaf. Dat is een feestelijk gevoel: een kunstcadeau voor jezelf. Maar eenmaal binnen is de kans groot dat de schrik je om het hart slaat. Want hoe te kiezen uit 30.000 objecten? In die 265 stands van vermaarde galeries uit twintig landen: Argentinië, Verenigde Staten, Canada, Italië, Japan, Canada?En in welke hoek ga je op zoek? Oudheden? Of modern, antiquair, design? Ga je voor een beeld, een doek,  sieraad, stoel of een boek?

Verder lezen

Peter de Grote: de nieuwsgierige tsaar is terug in Amsterdam

8 maart 2013 |

Het Nederland-Rusland jaar gaat van start en waar kun je beter mee dan beginnen dan met een expositie gewijd aan de beroemdste Rus allertijden? In Verder lezen

Cultureel antropologe op de bühne

17 februari 2013 |

Vrede van UtrechtMarjolein Jegerings (21) studeert culturele antropologie aan de Universiteit Utrecht en ging vorig jaar voor haar bachelor onderzoek over conflictbemiddeling naar Guatemala. Toen ze net terug was, belde Verder lezen

Kunst: alternatief voor wantrouwen en geweld in Guatemala. #vvu

5 oktober 2012 |

Theatermaakster Anouk de Bruijn (32) is sinds 1999 zeven keer in Guatemala geweest. Voor de Vrede van Utrecht is zij een uitwisselingsproject aangegaan met de Guatemalteekse groep Caja Lúdica. Samen zetten ze zich ervoor in om via de kunst mensen een positieve belevenis te geven. Hun project ‘Verborgen oorlog’ gaat over het leven van jongeren in Guatemala.  Verder lezen

Expositie Schetsen van Schoonheid werpt nieuw licht op meterslange schetsontwerpen voor ‘Goudse Glazen’

23 november 2011 |

De gebrandschilderde ramen van de Sint-Janskerk in Gouda, kortweg de Goudse Glazen, zijn befaamd in het buitenland. In eigen land is de kleurenpracht en de artistieke waarde van de soms twintig meter hoge ramen minder bekend. Nog minder bekend zijn de papieren schetsen voor deze ramen, die onlangs zijn gerestaureerd. De expositie ‘Schetsen van schoonheid’, geopend door koningin Beatrix, sluit het restauratieproject af én werpt nieuw licht op deze kunstschatten.

MuseumgoudA was afgelopen voorjaar nog negatief in het nieuws vanwege de verkoop van het  schilderij ‘’The Schoolboys’’ van Marlene Dumas aan het buitenland, zodat het museum weer geld had voor het voortbestaan. Het museum riskeert daardoor maandag geroyeerd te worden als lid van de Nederlandse Museumvereniging. Maar daar wordt niet over gerept tijdens de opening in Gouda. Het is feest. Hare majesteit de koningin komt persoonlijk naar het verguisde museum en alle ellende lijkt even vergeten.

Schilderijen van Dirck Crabeth (links) en zijn broer Wouter. Te zien in museumgoudA

Dirck Crabeth

Gouda richt de spotlights nu op het kunstenaarschap van meesterglasschilder Dirck Crabeth (ongeveer 1510-1572) en diens jongere broer Wouter. Zij ontwierpen én maakten de Goudse Glazen voor een groot deel zelf. Hun papieren ontwerptekeningen voor de zestiende-eeuwse gebrandschilderde ramen, die ruim vierhonderd jaar bewaard zijn gebleven en nauwelijks zichtbaar waren voor het publiek, worden nu voor het eerst in volle glorie getoond. Het zijn meterslange, imposante rollen papier met krijtschetsen. Restauratoren hebben de afgelopen zeven jaar 1160 vierkante meter papier onder handen genomen, met een totale lengte van 1,8 kilometer. In een spiksplinternieuwe kluis in de kerk worden de 41 zogenaamde cartons in stalen buizen bewaard. Voordat ze daar allemaal opgerold in verdwijnen, zijn elf van de mooiste ontwerptekeningen van Dirck Crabeth te zien in de expositie in het naast de Sint-Janskerk gelegen museumgoudA.

Als je de gotische kerk in het centrum van Gouda bezoekt, kun je niet om de ramen heen. Eén feest van licht en kleur. Een aaneenschakeling van Bijbelse stripverhalen van soms 22 meter hoog. Hier vertellen ramen verhalen over Johannes de Doper, de marteling van Sint Vincentius, de onthoofding van Holofernus door Judith, Jezus bij het laatste avondmaal, de inwijding van de Tempel en de voetwassing van de discipelen door Jezus. Het is een wonder dat de 72 glazen de beeldenstorm van 1566, oorlogen en vandalisme hebben getrotseerd. En een geluk dat alle ramen in de Tweede Wereldoorlog eruit zijn gehaald en ondergebracht bij boeren, burgers en in bunkers.

Een van de gebrandschilderde ramen van de Sint-Janskerk in Gouda.

Kerkbrand

Met het maken van de ramen werd begonnen na de kerkbrand in 1552. De kerk werd herbouwd en er moesten nieuwe ramen in komen. Het eerste, over de prediking van Johannes de Doper, naar wie de kerk is vernoemd, had Dirck Crabeth in 1555 klaar. Uiteindelijk nam hij dertien ramen voor zijn rekening. Hij begon altijd met een klein ontwerp, een zogenaamde vidimus, wat Latijns is voor ”wij hebben gezien”. Deze tekeningen werden ter goedkeuring aan de opdrachtgever voorgelegd. Deze tekeningen zijn ook in Gouda te zien. Ze zijn zo kwetsbaar, dat ze achter dikke doeken hangen. Daarna maakte Crabeth schetsen op papier, op ware grootte en kon hij beginnen met het brandschilderen van het glas.

In Vlaanderen werden dit soort mega-opdrachten in grote ateliers gemaakt, waaraan allerlei specialisten aan verschillende onderdelen werkten. Dirck Crabeth had het hele artistieke proces in zijn eigen hand. Voor zover bekend deed hij alles zelf, wat voor die tijd uitzonderlijk was. Omdat de productie echter zeer hoog lag, moet hij wel zijn geholpen door mensen van buitenaf, ook al is daar niets over bekend. Wel werkte hij nauw samen met zijn broer Wouter, die ook enkele ramen voor de kerk maakte.

Schetsontwerp van Dirck Crabeth voor het raam ‘De tempelreiniging’. Jezus verdrijft de geldwisselaar met een gesel uit de tempel. Foto Sint-Janskerk Gouda.

Dirck Crabeth maakte voor alle ramen Bijbelse voorstellingen. En daarin gaf hij ook een plek aan personen die betaalden voor de ramen, zoals bijvoorbeeld de Spaanse koning Philip II en zijn vrouw Mary Tudor. Zij kregen een rol in de voorstelling van het laatste avondmaal.

Het maken van de ramen was een enorm werk en werd voorafgegaan door het maken van de grote schetsen. Conservator Ewoud Mijnlieff van museumgoudA roemt deze tekeningen: ,,Je kunt zien dat Crabeth vooral bij de tekeningen van figuren bovenin helemaal in zijn element was. Die zijn heel los en zwierig getekend, veel vrijer dan de Bijbelse voorstelling op de voorgrond. Bovenin kon hij echt ‘denken op papier’, of denken met krijt. Daarin zie je ook de essentie van de tekenkunst: het was het laboratorium voor de kunst.”In museumgoudA zijn deze cartons nu van dichtbij te zien. Ze zijn opgesteld alsof ze in de koorgang van de kerk hangen.

Monnikenwerk

Een grootschalig restauratieproject ging aan deze expositie vooraf. De meterslange papieren rollen hadden te kampen met inktvraat, vlekken en ze begonnen te scheuren. Bovendien hadden eerdere restauraties schade en onregelmatigheden aan het papier toegebracht. Kleine stukjes papier of zelfs stof, waarmee voorgaande restauratoren gaatjes in het papier hadden gedicht, moesten stuk voor stuk worden verwijderd. Vervolgens moesten de gaten weer worden opgevuld met nieuw, handgeschept papier, dat dezelfde structuur had als het zestiende-eeuwse papier dat Crabeth had gebruikt. In 2003 begon Maatschap XL Papier de restauratie. Monnikenwerk was het, dat zeven jaar duurde.

En nu is het unieke megaproject afgerond. De meterslange cartons van Dirck én Wouter hangen daar en krijgen opeens een andere status. Aanvankelijk werden ze gezien én gebruikt als voorstudies en ontwerpen, nu laat de burgemeester van Gouda zich ontvallen dat hij de schetsen eigenlijk mooier vindt dan de ramen. En deden kunsthistorici de ramen af als kleurenplaten waarin bobo’s en rijkaards zich konden laten vereeuwigen, nu worden ze ook hogelijk gewaardeerd. Professor doctor Henk van Os legt bij de opening uit hoe Gouda af komt van die eeuwenoude vooroordelen: ,,Gewoon door je te verdiepen in hoe ze zijn vervaardigd en het werk van de restaurateurs te volgen. Dan ontdek je het ambacht van Crabeth en de licht- en kleurwerking.’’ En net als de Middeleeuwse kerkramen die wél altijd zijn bejubeld door kunsthistorici, worden de zestiende-eeuwse glazen nu geroemd om hun ‘’veelkleurige verrukking’’.

Na Pasen verdwijnen alle cartons weer in de kluis. Maar ze zijn allemaal gefotografeerd en uitputtelijk beschreven in het boek ‘De cartons van de Sint-Janskerk in Gouda’, dat koning Beatrix gisteren kreeg overhandigd.

De ramen in de kerk zijn samen met de ontwerptekeningen te zien van 23 november tot en met 9 april 2012 in de Sint-Janskerk en in museumgoudA. Gesloten op 25 december en 1 januari. Openingstijden museum: di tm zo 11-17 uur. Openingstijden kerk: ma tm za 10-17 uur. Publicatie: ”De cartons van de Sint-Janskerk in Gouda”. Prijs 39,95. Zie ook  www.schetsenvanschoonheid.nl, www.goudseglazen.nl, www.museumgouda.nl, www.cartons.nl of www.sintjan.com

“22 fascinerende, diep op het menselijk falen ingaande pagina’s, waarvoor we alleen maar heel dankbaar kunnen zijn.’’

29 oktober 2011 |

De Harry Mulisch Leestafel in het Café Américain, een jaar na het overlijden van de schrijver onthuld.

‘’Kijk mam! Dat boek heb jij ook!’’ De kleindochter van Harry Mulisch wijst naar een boek op de naar haar opa vernoemde leestafel in het Café Américain in Amsterdam. Het hele oeuvre van Mulisch ligt uitgestald op de tafel waaraan hij zo graag zat. In het café dat hem dierbaar was. Anna Mulisch lacht. Zij en haar zus Frieda, de twee dochters van Mulisch, hebben zojuist met hun halfbroer Menzo de leestafel onthuld, die voortaan Harry Mulisch Leestafel heet. De onthulling vond plaats tijdens een herdenkingsbijeenkomst van de schrijver, die precies een jaar geleden overleed. Ook overhandigde uitgever Robbert Ammerlaan het onvoltooide boek ‘’De tijd zelf’’ aan zijn weduwe Kitty Saal.

Het boek telt 22 pagina’s en is nauwelijks een novelle te noemen. Deze aanzet tot een roman is het laatste waar Mulisch aan schreef. Vingeroefeningen voor een werkstuk dat niet tot voltooiing kwam. Een paar maanden voor zijn overlijden heeft hij Marita Mathijsen, Arnold Heumakers en Robbert Ammerlaan gevraagd zijn literaire nalatenschap te beheren.

Marita Mathijsen: ‘’Dat was een eervolle opdracht. Ons literaire geweten moest volgens hem bepalen wat waardig genoeg was om naar buiten te brengen.’’ Zij hebben nog zoveel mogelijk geprobeerd te achterhalen wat zijn wensen en plannen waren. Behalve ‘’De tijd zelf’’ heeft Mulisch nog veel meer ongepubliceerd werk achtergelaten. Mathijsen: ‘’Zo zijn er dagboeken en Harry Mulisch wees ons op een paars schriftje met verhalen uit zijn beginjaren. En ook de onuitgegeven roman ‘’De ontdekking van Moskou’’ ligt er, in zes versies. Hij heeft de hoop gekoesterd die te voltooien.‘’

Marita Mathijsen heeft ‘’De tijd zelf’’ nog aan de schrijver voorgelezen. ‘’En dan luisterde hij geamuseerd toe, met die speciale glimlach van hem. Hij zei dat hij niet meer wist hoe hij het moest voltooien en de drie verhaallijnen bij elkaar moest brengen. Kitty wist er meer van, zei hij. Maar voor hem was het goed. Hij kon prima leven met raadsels.’’ Dat dit boek onvoltooid is, is een paradox, vindt Mathijsen: ‘’Onvoltooid bestaat niet, want dit boek is er.’’ Volgens haar tonen de 22 pagina’s Mulisch in al zijn facetten en probeert hij verder te komen in zijn thematiek dan in al zijn andere werk. ‘’Het zijn 22 fascinerende, diep op het menselijk falen ingaande pagina’s, waarvoor we alleen maar heel dankbaar kunnen zijn.’’

De nagelaten tekst van Mulisch is aangevuld met allerlei aantekeningen, knipsels dagboekfragmenten, die nog op zijn werktafel lagen op de dag van zijn overlijden. Dit alles geeft een kijkje in het ‘’laboratorium van Harry’’. Ook informatie van zijn weduwe Kitty Staal was cruciaal bij de totstandkoming van dit eerste postume boek. ‘’De tijd zelf’’ is ook anders dan al zijn bij leven gepubliceerde werk. ‘’De lezer krijgt een begin, aantekeningen en documenten en moet het verhaal zelf maken en in de huid van Harry kruipen. De lezer wordt zo schrijver,’’ aldus Kitty Staal.

Zij wees op het bizarre van de bijeenkomst, waar overigens veel BN’ers op af kwamen: Connie Palmen, Philip Freriks, Jan Cremer, Jeroen Krabbé, Freek de Jonge, Kader Abdolah, Marcel van Dam. Kitty Staal: ‘’Er is geen enkele reden om hier te zijn. Het boek is onvoltooid en de schrijver is afwezig. We dansen om een groot, zwart gat. Het helpt niet, Harry komt niet terug.’’ Hoezeer zij haar man na het moeilijke eerste jaar nog mist, bleek wel uit de tranen, die snel tijdens haar toespraak kwamen. ‘’Harry is er niet meer, maar in mijn hart en in alles wat hij heeft nagelaten nog wel. Hij is te vergelijken met een romanpersonage. Maar is dit fictie?’’

Ze prijst zich gelukkig dat zij zich kan bezig houden met de literaire erfenis. ‘’De schatkamer van Harry is geopend. Er ligt een enorme puzzel, zonder voorbeeldplaat. En elk stukje moet een voor een worden bekeken. Er wordt hard aan gewerkt om zorg te dragen dat de schatkamer mag blijven en zijn werkkamer museum wordt. En zo eindigt Harry met een nieuw begin.’’

Bibliotheken hopen op meer digitalisering én op meer lezers van de collectie, na TNO-onderzoek

27 oktober 2011 |

De gezamenlijke openbare bibliotheken in Nederland hebben TNO gevraagd om onderzoek te doen naar de omvang en kosten van digitale collecties tussen 2012 en 2016. Staatssecretaris van cultuur, Halbe Zijlstra, voert overleg met de provincies en gemeenten over de aanpassing van de bibliotheekwetgeving. In die wet wordt ook bepaald hoeveel de inkoop van digitale collectie (e-books en muziek) kost. Om de gesprekken goed te kunnen voeren, wilden de bibliotheken inzicht krijgen in hoe groot de digitale collectie van bibliotheken wordt en wat dat kost.

TNO concludeert nu in het onderzoek, dat bij digitalisering van de collectie de totale media-uitgaven van bibliotheken aanzienlijk lager zijn. Voordeel van digitalisering van de collectie is, dat bibliotheken een veel breder aanbod hebben en een breder publiek kunnen bereiken. Lagere kosten zijn vooral het gevolg van efficiencyvoordelen door centrale inkoop en uitleen. Een e-book kan bijvoorbeeld veel vaker worden uitgeleend dan een ‘gewoon boek’. Het kan immers door álle bibliotheekleden worden geleend, in plaats van alleen door de leden van een lokale bibliotheek. Ook kan een e-book voor een veel lagere prijs worden ingekocht dan een gewoon boek. Daarom noemt TNO het digitale scenario een ‘meer-lezen scenario’. En de bibliotheken hopen dat de vier miljoen gebruikers niet alleen gebruik kunnen maken van een goede digitale infrastructuur, maar ook dat ze meer gaan lezen. Bibliotheek.nl, waar alle openbare bibliotheken in het land onder vallen, hoopt dat het rapport bijdraagt aan een goede besluitvorming over de bekostiging van de digitalisering van de collectie. En óók dat het lezen de komende jaren kan worden bevorderd, omdat bibliotheken kunnen inspelen op de toenemende vraag naar-books en andere ‘digitale content’.

Kunstenaars brengen paradoxen van Vliegbasis Soesterberg aan het licht op Festival #DeBasis

10 september 2011 | 8

Kunst op vliegbasis Soesterberg is bijna per definitie een paradox. Het natuurterrein dat een militaire basis was, is dat ook. En daarom vindt beeldende kunst hier een perfecte thuisbasis. Voor festival De Basis zijn kunstenaars uit vijf landen gevraagd een dialoog met dit absurde, tot voor kort nog verboden terrein aan te gaan. Dat levert mooie tegenstellingen op.

Allereerst in de ondergrondse legering. In deze kale, kille schuilplek konden ooit zo’n 80 militairen schuilen, mocht zich ooit een nucleaire aanval voordoen. Je gaat onder de grond een paar gangen in. Kasten met allemaal genummerde vakjes bieden plaats voor je spullen. Na nog een paar gangen kom je in de schuilkelder. De Franse kunstenares Laurence Aëgerter heeft van deze atoomkelder iets humaans gemaakt. Zij gaat in haar werk altijd op zoek naar menselijke aspecten. Wat de vliegbasis betreft, heeft ze die gevonden in een fotoalbum uit de jaren zestig, waar zij foto’s vond van feestvierende, flirtende, dansende en proostende militairen, omringd door vrouwen. De doeken van de originele bunkerbedden heeft Aëgerter eraf gehaald en ze heeft ze bekleed met nieuw canvas, waarop de feestfoto’s zijn geprojecteerd. Af en toe gaat het licht uit. Dan zie je alleen de gezichten van de mensen, die zijn geweven van fluorescerend draad. Enkele seconden zie je alleen de mens en vergeet je dat de oorlogsdreiging.

Zoals Aëgerter de vliegbasis een menselijk gezicht geeft, laat de Turkse filmmaker Ali Kazma de schoonheid van de vliegbasis zien. En ook hij ziet daarin veel contrasten. In een shelter, ooit ‘parkeergarage’ van een F16, draaien tegelijkertijd twee video’s, met eelden die hij op de vliegbasis heeft geschoten. Je ziet buizen, apparaten, bomen, een kapstok, een dode rat, landingsbanen, bunkers, spinnen, vliegtuigen, uitvliegende vogels, onkruid in het asfalt, gebruiksaanwijzingen, propellers, draden. En je hoort het geluid van vogels, apparaten, vliegtuigen of de wind in de bomen. Vooral als het beeld van de linker projector verschilt met dat van de rechter, maakt het indruk. Kazma heeft oog voor detail en maakt daarmee van iets kleins iets groots en omgekeerd. Dat maakt je stil.

Van heel andere orde is de interactieve presentatie van de jonge kunstenaars Marije de Wit en Hugo van Dun in bunker 77. In deze bunker, op een afgelegen terrein dat nog recent nog totaal geheim en verboden gebied was, laten zij je oorlogje spelen. Waar ooit kruisraketten lagen, krijg je nu blokjes hout en mag daarmee een huisje bouwen voor een maquettedorp. Hoe mooier de huizen, hoe meer de mensen verdienen en hoe meer geld het dorp heeft. Dus: hoe meer wapens ze kunnen kopen om het vijandige dorp aan de andere kant van de muur te bombarderen. Zij laten je de Koude Oorlog herbeleven en de dreiging voelen. Die dreiging hangt in de vorm van een zak zand boven de twee dorpjes. Zodra een zak valt, is het oorlog.

In de bunker ernaast doen zeven kunstenaars je totaal vergeten dat dit een munitiedepot was. Als frescoschilders zijn zij hier aan de slag gegaan. Niets doet denken aan wapengekletter; kunstenaar Erik Odijk geeft de bunker terug aan de natuur. Bloemen, planten, slierten van takken, zaden – alles overwoekert het plafond. De kunstenaar heeft – net als Michelangelo ooit in de Sixtijnse Kapel  – de klus niet zonder zes ‘’assistenten’’ kunnen klaren en heeft er een Gesamtkunstwerk van gemaakt. En lijkt het nou zo, of is er midden op het plafond ook een hand getekend? Net zoals de hand van God, die in de Sixtijnse Kapel naar de hand van Adam reikt, raakt deze hand de natuur aan. Hij roept oorlog tot een halt en geeft de vliegbasis weer terug aan de natuur. En bij deze ook aan de kunst. Een mooi goddelijk teken. Het zou een prachtige nieuwe bestemming zijn voor de Vliegbasis. Want kunstenaars weten wel raad met deze plek.

De Dodo doet verslag van de 27e editie van Springdance

18 april 2011 |

Sideways Rain - Guilhermo Botelho / Alias - foto Yves Genoud

De 27e editie van Springdance in Utrecht is in volle gang. De recensenten van het Cultureel Persbureau zijn erbij en wonen dansvoorstellingen uit alle hoeken van de wereld bij. Zo bezocht Fransien van der Putt de openingsvoorstelling Sideways Rain van de Braziliaan Guilhermo Botelho en de jazzy tapdansvoorstelling van Broadwayster Savion Glover. Maarten Baanders woonde Studium van het Belgische danscollectief Busy Rocks bij. Hun kritische gedachten én hun bewondering voor de danskwaliteiten zijn te lezen festivaldagkrant De Dodo.

Ook deze week komen er dagelijks nieuwe dansrecensies over Springdance bij. En zijn er verschillende interviews met makers terug te zien, zoals onder andere met choreografe Margret Sara Gudjonsdottir. Daarnaast proberen de journalisten van De Dodo gewapend met camera na elke bezochte voorstelling de coulissen in te duiken om de eerste reactie van de makers op beeld te vangen.