Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultuurpers | 23 July 2014

Scroll to top

Top

Over Alles over de auteur - Cultuurpers

Margriet Prinssen

Margriet Prinssen

Margriet Prinssen studeerde Nederlands en theaterwetenschap. Ze schrijft sinds 1989 over theater voor onder andere Haarlems Dagblad, de GPD-bladen en HDC-media.

Berichten van Margriet Prinssen

Café Lehmitz is nog mooier dan vroeger

4 november 2012 |

Eerst legt hij de helft van een gevulde koek precies in het midden van de krant. Met een zakdoek veegt hij de rand van de tafel schoon, neemt een hapje, veegt de kruimeltjes weg, kauwt, geniet. Onnavolgbaar hoe René van ’t Hof het eten van een koek tot een hilarisch hoogtepunt van de voorstelling weet te brengen. Hij is een groot komiek, vergelijkbaar met Rowan Atkinson (Mr. Bean). Maar eigenlijk is hij beter omdat hij, behalve dat hij de lach aan zijn kont heeft hangen, tegelijkertijd ook altijd een diep verdriet uitstraalt. Verder lezen

Een sprankelende Heijermans, ondanks de melige titel

1 oktober 2012 |

Het wordt ‘fameus’, volgens de theaterdirecteur. Of zoals de makers het formuleren: alles wat u verwacht van een ouderwets avondje uit: een lach en een traan, komedianten en dramatische acts, een windmachine en duur betaalde vis. Dat klopt als een bus. Eigenlijk is de titel is het enige minder geslaagde element. Hi Ha Heijermans klinkt weinig aanlokkelijk, naar matige rijmelarij en melige humor. Terwijl de voorstelling het tegenovergestelde is: sprankelend, geestig en inventief.

Maureen Teeuwen en Dick van den Toorn spelen een verzameling personages uit het oeuvre van Herman Heijermans (1864 – 1924). Heijermans is eigenlijk alleen nog bekend van zijn Op hoop van zegen, hoofdpersoon Kniertje en het tot cliché verworden motto ‘de vis wordt duur betaald’. Behoorlijk stoffig dus. In deze voorstelling halen de makers het stof van de planken.

We zien Heijermans als voorvechter van het socialisme, maar ook als de theaterdirecteur die zijn leven lang worstelde met schuldeisers. We maken kennis met Kniertje die na 1200 keer Op hoop van zegen doodziek is van die duur betaalde vis en wel eens wat anders wil spelen. Tegelijkertijd zien we twee acteurs die met een onmogelijke opdracht opgescheept zitten: samen moeten ze al die vergeten stukken van Heijermans erdoorheen zien te jassen. Met zichtbaar plezier en minimale middelen springen ze van het ene naar het andere personage, soms door letterlijk van rol te wisselen. Ze pakken bijvoorbeeld elk een lange stok waaraan verschillende kostuums hangen in een kindermaatje en door van plaats te wisselen, springen ze als het ware van de ene rol in de andere. Heel mooi bedacht en virtuoos uitgevoerd. In een collage van verschillende toneelstukken, eenakters en monologen verbeelden ze de lotgevallen van ‘de kleine man’ die vecht tegen de wetten van ‘vadertje Staat’, worstelt met schulden en ruziet over erfenissen.

Kenmerkend voor de Firma Rieks Swarte zijn de fantasie, de vindingrijkheid en het spelplezier. In haar regie maakt regisseur Gienke Deuten, die al eerder liet zien uitstekend in de Swarte-stal te passen, daar optimaal gebruik van. Maureen Teeuwen is een fantastische comédienne: hilarisch is de scène waarin ze achter elkaar ‘de vis wordt duur betaald’ zegt, in een groot aantal verschillende talen, waarbij ze treffend de karakteristieken van de bijbehorende nationaliteiten weergeeft. Dick van den Toorn is een ideale partner. Ze vormen een mooi duo: beide beschikken over een fabuleuze timing en een groot komisch talent. Zo geven ze een mooi inkijkje in de beginperiode van het sociaalrealisme, laten ze zien dat Heijermans een complex en boeiend persoon was en een goed schrijver bovendien. Al met al is het een bijzondere voorstelling geworden: in één woord fameus!

Hi Ha Heijermans door Firma Rieks Swarte. Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 28 sep, te zien: aldaar t/m 6 okt. Verder speeldata en info, klik hier

The King’s Speech boeit door persoonlijk drama en historische beelden

1 oktober 2012 |

Vorig jaar won The King’s Speech maar liefst vier Oscars, voor beste film, beste regisseur (Tom Hooper), beste mannelijke hoofdrol (Colin Firth) en beste origineel scenario. Het getuigt dan ook van de nodige moed van theatermaker Ab Gietelink om al zo kort na dat enorme succes een toneelversie uit te brengen. Zeker als je bedenkt dat hij niet alleen verantwoordelijk is voor de regie en het toneelbeeld, maar ook nog eens zelf de hoofdrol opeist.

Dat lijkt op de goden verzoeken, temeer daar het oeuvre van Gietelink in artistiek opzicht nogal eens vragen heeft opgeroepen, getuige onder andere de lange strijd die hij heeft gevoerd tegen het NFPK. Het is dan ook een grote verrassing dat Ab Gietelink erin is geslaagd om van deze mission impossible een boeiende, geestige en zelfs bij tijd en wijle ontroerende voorstelling te maken.

 

Verder lezen

Rampentraining voor Stewardessen heeft flauwe nasmaak

27 september 2012 |

De entree is megalullig. Letterlijk, want het lijkt een enorme fallus, waarop de vliegtuigtechnicus komt aangereden. Hij bromt stoer rondjes tussen het kantoor links en een platform met windmachines aan de andere kant. De titel van de voorstelling, Rampentraining voor Stewardessen, geeft letterlijk aan wat er gaat gebeuren: tussen kantoor en platform vindt een training plaats voor een nieuwe stoet stewardessen. Een voor een druppelen de elf dames binnen: keurige zwarte pumps, een blauw KLM-mantelpak en een zwart, soepel rijdend rolkoffertje. Superefficiënt en voorzien van de juiste glimlach zijn ze: beheerst en tot in de puntjes van het opgestoken haar verzorgd.

In Rampentraining voor stewardessen krijgen ze een opfriscursus. Dat begint voorzichtig, met het werken aan de juiste glimlach en de montere uitstraling, maar loopt steeds meer uit de hand. Ze worden steeds zwaarder op de proef gesteld in allerlei rampensimulaties met veel knallen, rook en een trillende vloer. Dat loopt volledig uit de hand. Sommige dames schieten in de hysterie, anderen storten zich op de mannelijke poppen die als passagiers fungeren.

Het idee achter de voorstelling is leuk, maar het is jammer dat het zo weinig wordt uitgewerkt. Halverwege wordt een vrouw geïntroduceerd die levendig vertelt over haar bijna-doodervaring. Haar verhaal zou de voorstelling enige diepgang kunnen geven of in elk geval voor een dramatische lijn zorgen, maar eigenlijk gebeurt daar te weinig mee. De voorstelling blijft steken in een paar mooie beelden, grappige en soms hilarische situaties, fraai begeleid door zang en muziek. Goed gespeeld, hoewel de individuele speelsters door het imposante aantal eigenlijk te weinig tot hun recht komen.

In haar beste voorstellingen raakt Golden Palace met een minimum aan tekst en een maximum aan fysieke handeling aan de grote thema`s van het leven en het theater: liefde, eenzaamheid en macht. Hoe absurder de voorstelling, des te herkenbaarder, geestiger en ontroerender het wordt. In Rampentraining voor stewardessen wordt die onderliggende laag niet bereikt, het blijft allemaal aan de oppervlakte. De voorstelling blijft hangen in de geestige discrepantie tussen chaos en orde. Grappig om te zien, maar met een beetje flauwe nasmaak.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 21 sept. Info: www.goldenpalace.nl

Antigone voldoet niet aan verwachtingen

27 september 2012 |

Anti- gone, noemt Ismene haar met nadruk. Ze bedoelt dat haar zus eigenlijk altijd al anti alles was. In de epiloog van de toneelvoorstelling van het toneelstuk Antigone door Nicole Beutler & Ulrike Quade vergelijkt Ismene, inmiddels een oude vrouw met een bontje en een lorgnet, haar jonggestorven zus Antigone met een zelfmoordterroriste.

“Wat, als ze geen koningsdochter, maar een slachtoffer van een onderdrukt volk zou zijn geweest?”

Titelfiguur Antigone komt in opstand tegen de koning, die haar in de oorlog gestorven broer weigert te begraven, omdat hij een landverrader zou zijn. Antigone zet haar leven op het spel en gaat de geschiedenisboeken in als heldin. Ismene weigert te helpen, overleeft maar wordt als lafaard te kijk gezet.

Anja Beutler

Deze enscenering van Antigone is een coproductie van choreografe Nicole Beutler en theatermaakster Ulrike Quade, die vooral bekend is geworden door haar bijzondere werk met poppen. Nicole Beutler hield zich al in Songs (2010) bezig met vrouwelijke heldinnen, waaronder Antigone. Beide theatermakers werken op het snijvlak van performance, mime, dans, beeldende kunst, muziek en dans en allebei maken ze voorstellingen die proberen door te dringen tot de essentie. Altijd op zoek naar de zeggingskracht van dans of de kracht van een beweging. Voor Antigone liet Ulrike Quade zich inspireren door de Japanse theatervorm Bunraku.

De voorstelling begint eenvoudig, met de in camouflagebroek gestoken Polyneikes, een pop zo groot als een jongetje van een jaar of zeven; een soort Kuifje, die voortbewogen wordt door een in het zwart geklede acteur. Spannend is het begin waarin bijna niks gebeurt, de pop langzaam om zich heen begint te kijken, ontdekt hoe hij zijn armen kan bewegen, schielijk opkijkt naar de acteur achter hem, letterlijk degene die de touwtjes in handen heeft. Al snel wordt de muziek harder en dreigender, het ritme verandert in het staccato van een machinegeweer en Polyneikes valt dood neer.

Het verhaal van Antigone is teruggebracht tot een paar sleutelscènes: de dood van de krijger Polyneikes, Antigone die haar broer probeert te begraven, haar gevangenneming en haar eenzame dood door ophanging in de cel. Geprojecteerde teksten bieden uitleg. Drie spelers bewegen de drie poppen: naast Polyneikes zijn dat Antigone en Ismene in mooie, lange jurken. De scènes met de poppen worden afgewisseld door dansfragmenten, vaak een stampende woedende dans op de heftige muziek van Gary Shepherd. Heel af en toe schemert er iets door van wat de makers bedoeld moeten hebben: als Antigone het haar uit haar gezicht haalt, is dat een veelzeggend en ontroerend gebaar.

Toch is de voorstelling als geheel niet geworden wat er van verwacht mocht worden. In de epiloog wordt een vraagteken gezet bij de zogenaamde moed van Antigone en de veronderstelde lafheid van Ismene. Terecht, al zijn de observaties niet nieuw. Met terugwerkende kracht werpen ze echter meer vragen op over de voorstelling dan dat er een antwoord wordt gegeven.

Gezien: Amsterdam, Frascati, 22 september. tournee t/m 20 nov. Meer info: www.nbprojects.nl

Nieuwe theatermakers slaan zich dapper door de crisis

21 september 2012 |

Een vrolijke tros ballonnen vormt het openingsbeeld van The Best of ITs on Tour: een slimme zet van Theaterzaken Via Rudolphi die samen met het International Theatre School Festival Amsterdam (ITs Festival) een nieuwe jaarlijkse prijs in het leven heeft geroepen: The Best of ITs-award. De beste drie korte voorstellingen, gemaakt door afstuderenden van de Nederlandse Toneelopleidingen, worden beloond met een gezamenlijke tournee: The Best of ITs on Tour. De eerste editie levert een bijzondere reeks van totaal verschillende korte voorstellingen die bij elkaar een rijk geschakeerd idee geven van de theatermakers van de toekomst.

Gaan. Foto Jochem Jurgens

Om te beginnen een sterk fysiek gericht onderzoek van Fleur van den Berg naar de tegenstrijdigheden en de (on-) mogelijkheden van lichaam en geest. Geen verhaal maar beelden die voor zich spreken: iemand die wanhopig probeert om ergens uit te ontsnappen of juist om ergens in te kruipen. Licht absurdistische dialogen waarin de paradox het belangrijkste stijlelement vormt. Fleur van den Berg zoekt overal de grenzen, om te kijken of en hoe ze die verder kan oprekken en dat levert een boeiende en verrassend licht duet op.

Vertreksvergunning. Foto: Jochem Jurgens

Gevolgd door de enige tekstvoorstelling, die van Georg Tobal, die als dertienjarig jongetje in Nederland terechtkwam, met zijn uit Syrië gevluchte ouders. Zijn ervaringen beschrijft hij in Vertreksvergunning en dat doet hij wonderbaarlijk mooi. Geestig, scherp en zonder een spoor van rancune geeft hij haarfijn de pijn en de angst van de vluchteling weer, waarbij hij razendsnel schakelt in allerlei rollen.

Ticklemepink. Foto Jochem Jurgens

Het drieluik eindigt met TickleMePink, een absurdistische en bij vlagen hilarische voorstelling van een aantal jonge makers van de opleiding uit Maastricht. Als toeschouwer word je telkens op het verkeerde been gezet: wat je verwacht gebeurt niet en omgekeerd. Een compomisloze ode aan de fantasie, waarin de centrale kreet luidt: We want no reality. Dat is goed te begrijpen voor net afgestudeerde theatermakers die terecht zijn gekomen in een wereld die niet bepaald op hen zit te wachten. Hoe ze zich daar manhaftig (m/v) doorheen slaan, is hoopvol en bijzonder. 

Een mooi begin van een nieuw seizoen: drie bijzondere voorstellingen voor de prijs van één!

Via Rudolphi Theaterproducties en het ITs Festival Amsterdam /The Best of ITs on Tour/ / Artistiek coach Peer van den Berg/ Gaan van Fleur van den Berg & Nina Fokker; Vertreksvergunning van George Tobal; TickleMePink van Marijn Alexander de Jong, Stefan Jakiela, Jimi Zoet, Karel van Laere/Mathieu Wijdeven/ Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 15 sept. Meer informatie: www.bestofits.nl

 

Arthur Japin verrast in vrolijk ‘Veel gedoe om niks’

28 augustus 2012 |

De Stadsschouwburg Utrecht is compleet verbouwd. De stoelen zijn verdwenen en middenin de lege ruimte is een rond platform gebouwd waarop de musici van New Cool Collective zitten. Het publiek staat eromheen of zit bovenin de zaal waar nog wel stoelen staan. Zo ontstaat ruimte voor een swingende voorstelling van Veel gedoe om niks, weliswaar de lichtste van alle Shakespeares, maar toch een heuse Shakespeare.

Foto: Sanne Peper

Veel gedoe om niks is een komedie van maskerades en vermommingen, een aaneenschakeling van intriges rond de liefde. Roddels en achterklap zorgen ervoor dat op een gegeven moment niemand meer weet wie wie is en vooral wie ook alweer van wie houdt. Gelukkig worden de schurken ontmaskerd en is er een lekker vet happy end, met maar liefst twee gelukkige bruidsparen.

Op zich is het dan ook een aardig idee om van de voorstelling een soort gemaskerd bal te maken, waarbij de toeschouwers zich tussen de acteurs bevinden. Gespeeld wordt op het podium middenin, tussen de muzikanten, maar ook boven in de zaal waar de acteurs omheen kunnen lopen en via speciale loopbruggen weer de zaal in kunnen. Vooral in het begin pakt dat niet helemaal goed uit: de muziek staat als een huis, terwijl de acteurs wat verloren rond lijken te lopen. Ze staan of heel dichtbij of heel ver weg, aan de andere kant van de zaal. De introductie van de maar liefst twaalf personages kost nogal wat tijd en de wisselende kwaliteit van het geluid van de zendmicrofoons leidt af. Gelukkig breken Mark Kraan & Rogier in ’t Hout als de lekker plat pratende en komisch knullige beveiligers het ijs.

De livemuziek van het uit acht man bestaande New Cool Collective rond saxofonist Benjamin Herman is lekker vet, energiek en dansbaar. De speciaal voor de voorstelling door Wim Selles gecomponeerde muziek past uitstekend bij het orkest. Alleen is de verhouding met het spel soms zoek: de muziek is zo strak en swingend dat het de overgangen bemoeilijkt. Om het anders te formuleren: in het begin wint de muziek het eenvoudig van het spel. gaandeweg komt daar wat meer verandering in. Het spel wordt geconcentreerder, de intriges komen tot leven en de teksten zijn blijken, licht gemoderniseerd, onverminderd geestig. Een aantal van de spelers blinkt uit, waaronder zeker Jeroen de Man als Benedick, Paul R. Kooij als Frater Antonio en Susan Visser als Beatrice. Een verrassing is het optreden van schrijver Arthur Japin als Don John, de buitenechtelijke broer van de prins, die ook heel aardig blijkt te kunnen dansen. Vooral door het onweerstaanbaar vrolijke slot, waarin de schuldige Conrachio met schuiftrompet door de lucht zweeft, wordt het ten slotte toch nog een swingende party.

Gezien: Stadsschouwburg,Utrecht, 19 aug; nog te zien aldaar t/m/ 6 sept Info: www.deutrechtsespelen.nl

Mark Rietman te macho voor King Lear

28 augustus 2012 |

Wat voor man is King Lear? Hoe kan dit hoofdfiguur uit Shakespeare’s tragedie zich zo vergissen in zijn dochters? Is het de arrogantie van de machthebber die over zijn graf denkt te regeren, de domheid van een koning die nooit is tegengesproken en die elk gevoel voor relativering mist? Is het waanzin, blinde woede, een geval van beginnende dementie?

Leo van Velzen

Mark Rietman speelt de rol van King Lear in de nieuwe voorstelling van Het Toneel Speelt en, al is hij een fenomenaal acteur, hij slaagt er niet in een helder antwoord op deze vragen te geven. Voor een deel ligt dat aan het feit dat hij zo’n imponerende acteur is, in de kracht van zijn leven. Aan hem kleeft eenvoudig teveel ‘machismo’, om te overtuigen als oude, zwakke man.

Voor een ander deel ligt dat aan de regiekeuzes van Jaap Spijkers. Zijn concept is niet helder en de voorstelling is zo goed als de acteurs die op dat moment op toneel staan. Vooral de vrouwenrollen zijn onthutsend zwak bezet, met stereotiepe rollen die stereotiep worden ingevuld: de ‘slechte’ dochters van King Lear (Bracha van Doesburgh en Marieke de Kleine) zijn in het begin mooi maar onbeduidend met hun lange glansjurken en kunstig opgestoken haar, al zie je al wel wat hypocrisie in hun manier van doen; ze verworden langzaam maar zeker tot hun ware natuur: valse sloeries en slettebakken. Op Cordelia (Fockeline Ouwerkerk) na dan, de eerlijke dochter die door haar naïeve weigering om mee te doen aan de huichelachtigheid van het hof, wordt verstoten en verbannen. Zij wordt neergezet als een soort heilige onschuld. Elke glimp van nuancering of van een meer complex karakter ontbreekt bij de drie vrouwenrollen.

Gelukkig valt er van de mannen meer te genieten. Behalve van Mark Rietman is dat zeker ook van acteerkanon Jules Croiset die een voor zijn doen bijzonder ingetogen Gloucester neerzet. Hij weet te ontroeren omdat hij opgaat in zijn rol, terwijl je bij de King Lear van Mark Rietman steeds de acteur erdoorheen ziet schemeren. Wat doet hij dat knap, die waanzin verbeelden, denk je dan, maar je wordt niet meegenomen in zijn gekte.

Fabian Jansen speelt een geestige en soms ook satanische nar, lekker ordinair en ploertig. In het deel voor de pauze staat hij steeds bovenop het dak van het compacte huisje dat wormgever Guus van Geffen ontwierp, een mooie plek voor een commentator van de malligheid daar beneden. Daan Schuurmans kan nog groeien in zijn rol als de slechterik Edmond als hij zijn ijdelheid thuislaat. Dries Smits, Tijn Docter en Simon Heijmans spelen prima rollen, terwijl de echtgenoten van de ‘slechte’ dochters weinig imponeren.

Al met al is King Lear van Het Toneel Speelt, de eerste keer overigens dat het gezelschap zich op niet-Nederlandstalig toneel werpt, een wat wisselvallige onderneming geworden. Vanwege de wisselende kwaliteit van het spel, maar ook omdat te weinig licht wordt geworpen op het waarom van deze King Lear.

 Gezien: Amsterdam, Delamar, 23 augustus; nog te zien: aldaar t/m 9 sept; tournee t/m 10 nov Meer info: www.hettoneelspeelt.nl

Broer van Ilay den Boer gaat over ónze keuzes

16 juli 2012 |

In Broer, de vijfde productie in de serie Het Beloofde Feest, vecht theatermaker Ilay den Boer een conflict uit met zijn jongere broer. De twee kregen ruzie in 2009 toen het politieke joodse bewustzijn van Ilay ruimschoots was ontwaakt (hij begon toen al met zijn serie voorstellingen over de complexiteit van de Joods-Nederlandse identiteit, terwijl zijn vijf jaar jongere broer Anan tijdens de Gaza-oorlog aan het strand lag te chillen in Tel-Aviv.

De voorstelling is zorgvuldig opgebouwd, waardoor je pas met terugwerkende kracht doorhebt hoe knap Ilay speelt met sympathie en antipathie, met held en anti-held. Het is zeer persoonlijk, documentair theater dat fascineert door de authenticiteit – een term die bijna niet meer kan maar hier de lading dekt- en de zorgvuldigheid. De voorstelling speelt in en op het water, een nagebouwde Biesbosch, waar de broers zijn opgegroeid, hun speeltuin.

Kinderfantasieën en grotemensenproblemen lopen door elkaar heen, terwijl de kwesties waarover het gaat persoonlijk zijn , maar desondanks of juist daardoor ook gaan over u en mij. Over onze keuzes, onze verhouding tot de wereld. Gaan we ons druk maken over de wereld of lekker chillen?

Meer info

Terminator Trilogie van FC Bergman boeit vooral in het begin

16 juli 2012 |

Twee jaar geleden verraste FC Bergman met een poëtische voorstelling met de lange naam Wandelen op de Champs-Elysées met een schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is. Prachtig locatietheater dat terecht in TF werd opgenomen. Niet verwonderlijk dat de opvolger Terminator Trilogie zowel op Oerol als op Over het IJ werd uitgenodigd. Slecht weer is het overal deze zomer: op Oerol moest de voorstelling zelfs afgelast worden. Op de openingsavond van het Over het IJfestival kregen de bezoekers poncho’s uitgedeeld maar bleef het droog.

Tegen de achtergrond van het IJ en dreigende donkere wolken is een grote open vlakte ingericht met objecten: van een pianovleugel tot een pingpongtafel en een toiletpot. Veel zitjes, eettafels, stoelen en sofa’s. Van achter de tribune komt langzaam een stoet dames en heren tevoorschijn in enigszins ouderwetsige avondkleding. Lange jurken, sjieke pakken. Rustig en beheerst nemen ze hun plek in: achter de vleugel, op de sofa of op de toiletpot. Een veelbelovend openingsbeeld dat de verbeelding aan het werk zet. Na een tijdje beginnen de objecten te bewegen, een voor een. De vleugel, de sofa’s en de toiletpot, alles schuift langzaam maar zeker naar achteren weg, richting het water. Een scène die je niet snel vergeet. Slechts één acteur blijft over en in zijn eentje vult hij de rest van de voorstelling. Alsof hij de nieuwe wereld opnieuw moet ontdekken, doolt hij rond, op zoek naar betekenis. Boven zijn hoofd is een enorm affiche van Schwarzenegger met geweld naar beneden geklapt. Stef Aerts is het tegendeel van een actieheld en al zijn er nog een paar mooie momenten, de grandeur en magie van het begin van de voorstelling wordt niet meer bereikt.

Gezien bij Over ‘t IJ

Meer info

‘Ik ben totaal van mening veranderd over Verdi en Wagner’: Holland Festival opent met C(h)œurs van Alain Platel #hf12

30 mei 2012 |

Een ouderwets schandaal was het: woedend premièrepubliek dat zich op alle fronten geschoffeerd voelde. Een operavoorstelling met dansers – en wat voor dansers: grillige, extreme bewegingen, zonder solisten en zonder noemenswaardig verhaal, waarin zelfs ook nog een aantal van hun geliefde koorleden uit de kleren gingen. Het was voor het tamelijk traditionele Madrileense operapubliek ‘far too much’.

De première van C(h)œurs, de nieuwe voorstelling van de Gentse regisseur en choreograaf Alain Platel, in het Teatro Real in Madrid, heeft dus nodige stof doen opwaaien. Mensen liepen weg en er werd gefloten en geschreeuwd. Dat zal bij de de Nederlandse première op 1 juni in Koninklijk Theater Carré niet gebeuren.

Platel is immers een graag geziene gast op het Holland Festival; twee jaar geleden was Pitié!, een bewerking van de Matteüs Passie van Bach, een van de hoogtepunten. Platel wordt gekoesterd als een van de grote theatervernieuwers. Zijn voorstellingen Iets op Bach en het op Monteverdi gebaseerde Vsprs werden wereldhits. Hij raapt theater van de straat, haalt heilige huisjes omver en paart een groot gevoel voor drama aan een prettig Vlaams gevoel voor humor. In zijn voorstellingen weet hij de adem van de tijd te vangen in een nonchalante mix van hoge en lage cultuur: dans, (pop-)muziek en volkstoneel.

De titel is een samentrekking van het Franse woord voor koor (choeur) en hart (coeur). Het is dan ook een voorstelling over hoe de beroemde operakoren van Verdi en Wagner mensen in hun hart kunnen raken. C(h)œurs is tot stand gekomen op initiatief van Gerard Mortier, sinds 2010 intendant van Teatro Real in Madrid. Hij werd aangesteld met als opdracht om het tamelijk stoffige operahuis tot een van de grote, vooruitstrevende Europese operatheaters te maken. Grootheden als Johan Simons, Christoph Marthaler, Tcherniakov, Robert Carsen en Michael Haneke gaan er het komende seizoen regisseren. Platel, met wie hij eerder had samengewerkt, daagde hij uit om ‘iets’ te gaan doen met de muziek van Verdi en Wagner en dan in het bijzonder met de koorzang van beide componisten. Mortier vroeg hem de muziek zo te brengen dat die een breder publiek dan de specifieke operaliefhebbers zou kunnen raken en om te laten zien dat Verdi en Wagner nog altijd actueel zijn.

Platel nam de opdracht met gemengde gevoelens aan:

“Ik moet bekennen dat ik aanvankelijk niet zo enthousiast was. Verdi was voor mij zo’n beetje het ultieme operacliché: gillende sopranen en sterk uitgemeten emoties. Maar nu Mortier me had gevraagd, moest ik wel gaan luisteren en kwam ik als vanzelf ook bij Wagner terecht. Niet omdat ze op elkaar lijken, integendeel, maar ze hebben wel allebei een sterke invloed gehad op de muzikale ontwikkeling. Vooral de koorzang is zo groots, zo veelomvattend. Ik heb me helemaal ondergedompeld in hun muziek en ik ben totaal van mening veranderd. Mijn aanvankelijke huiver is omgeslagen naar het tegenovergestelde: grote bewondering.”

Hij is begonnen te repeteren in thuishaven Gent, met vrijwilligers die het koor vormden en de tien dansers van zijn eigen gezelschap les ballets C de la B. Pas in de laatste fase voor de première was er tijd om met het koor en orkest van het Teatro Real in Madrid aan de slag te gaan. In het begin vormde het koor als vanzelf de massa en zijn dansers bewogen daar doorheen, als onafhankelijke personages met soms grillige bewegingen. Gaandeweg treden in de voorstelling steeds meer koorleden als individu naar voren. In een van de meest aangrijpende scènes zeggen ze een voor een hun naam.

“Dat werkt heel sterk maar het was een heel proces om hen zover te krijgen. Ze vonden het verschrikkelijk eng om uit de groep te stappen. Nu doen ze het met trots en fierheid.”

Een tweede uitgangspunt was De welwillenden van Jonathan Littell, waarin de Tweede Wereldoorlog wordt beschreven vanuit de optiek van een SS-officier. Platel vertelt dat hij na het lezen een week heeft moeten bijkomen, zo aangrijpend en naargeestig is het boek. De welwillenden sluit nauw aan bij waar hij het in deze voorstelling vooral over wilde hebben: de tegenstelling tussen massa en individu. In wezen is C(h)œurs een onderzoek naar hoe “gevaarlijk schoon” een groep kan zijn.

Als vanzelf raakte de voorstelling ook aan de actualiteit door de massale opkomst van hedendaagse protestbewegingen: van Occupy tot de Arabische lente. Platel wilde zeker geen politieke voorstelling maken; hij houdt niet van vormingstheater of pamflettisme. Tegen het slot van de voorstelling klinkt een tekst van Marguerite Duras over de ondergang van de wereld, ‘la perte du monde’, die zijn ambivalente gevoelens goed weergeeft. Zo’n fatalistische kijk op de wereld geeft hem juist een extra motivatie om iets heel bijzonders van het leven te willen maken:

“Maak er wat moois van! Doe iets met je leven!”.

Te zien in Amsterdam, Koninklijk Theater Carré, 1 t/m 4 juni/ Meer informatie: www.hollandfestival.nl of www.lesballetscdelab.be

Drie monniken kabbelen een beetje van Radar Love tot Requiem

24 april 2012 |

De teksten van Dewulf kabbelen een beetje, suggereren diepgang door veel te herhalen en als de monniken uiteindelijk gaan praten, zijn hun teksten tamelijk obligaat en voorspelbaar. Gelukkig is er een ijzersterke cast met Bert Luppes, Titus Muizelaar en met Paul Koek als de nog steeds zwijgende maar muzikaal des te meer bijdragende derde.

foto Kurt van der Elst

Te midden van de kisten en oude planken ligt een levensgroot Mariabeeld gewikkeld in bubbeltjesplastic, de voeten omsnoerd met brede bruine tape. Een onttakelde indruk maakt het geheel. De drie monniken zijn gehuld in wijde pijen die ooit wit moeten zijn geweest maar inmiddels zijn verkleurd en versleten. Zij zijn de laatst overgeblevenen van het ooit bloeiende Kartuizerklooster en nu moeten ook zij het klooster verlaten, na drieëndertig jaar trouwe dienst.

De Vlaamse schrijver Bernard Dewulf (Libris Literatuurprijs 2010) schreef de tekst van Drie monniken op uitnodiging van Floor Huygen, artistiek leider van Artemis. Zij is gefascineerd door het monnikenbestaan, dat haaks staat op het jachtige en gestreste moderne leven. Stilte en contemplatie zijn zeldzame waarden geworden, waar blijkens de vele tijdschriften en cursussen mindfulness veel mensen naar op zoek zijn.

Het uitgangspunt voor Drie monniken is dan ook interessant genoeg. Helaas stelt de tekst van Dewulf teleur. In het programma stelt hij een sleutel te hebben gevonden in het werk van Beckett, met name in Wachten op Godot en Eindspel , maar dat niveau haalt zijn tekst bij lange na niet. Wat zeggen mensen tegen elkaar nadat ze zoveel jaar hun dagen samen hebben gesleten in opperste zwijgzaamheid?

Spreken is voor de Kartuizer monniken, een van de strengste kloosterorden, slechts eenmaal per week gedurende een uur toegestaan en dan nog onder allerlei restricties. Wat doet dat met mensen, zo lang zwijgen? Kunnen ze nog wel een ‘normaal’ gesprek voeren? Je verwacht na zoveel jaar gecondenseerde en gestolde woorden van een diep filosofisch gehalte, statements vol zingeving, heilige taal. Of juist misschien een kakofonie aan woorden die al die tijd niet gesproken mochten worden, een aanval van verbale vuilspuiterij. De teksten van Dewulf zijn geen van beide, heilig noch blasfemisch. Ze kabbelen een beetje, suggereren diepgang door veel te herhalen en als de monniken uiteindelijk gaan praten, zijn hun teksten tamelijk obligaat en voorspelbaar.

Gelukkig is er een ijzersterke cast met Bert Luppes, Titus Muizelaar en met Paul Koek als de nog steeds zwijgende maar muzikaal des te meer bijdragende derde. Hij speelt een tikje boosaardige giechelmonnik en loopt rond, op inventieve wijze muziek makend met alles wat los en vast zit. Muziek die zowel aan religieuze gevoelens als aan het profane refereert, van Radar Love tot Requiem.

De voorstelling wordt op locatie gespeeld op drie plekken in Nederland, in het Zonnehuis in Amsterdam Noord, in Leiden en in Den Bosch. In het Zonnehuis zit het publiek om het speelvlak heen dat bestaat uit oude planken, kisten en trapjes. Het meest genietbaar zijn de momenten van religieuze rituelen, stilte en zang. Mooi, die stilte.

Theater/ Recensie/ Margriet Prinssen/ Artemis i.s.m. Veenfabriek/Drie monniken /Tekst: Bernard de Wulf/ Regie: Floor Huygen/ Spel: Bert Luppes, Paul Koek, Titus Muizelaar / Gezien: Oostzaan, Het Zonnehuis, 20 april, nog te zien aldaar t/m 4 mei; Leiden, De Meelfabriek, 30 mei t/m 9 juni; Den Bosch, 2 t/m12 augustus/ Meer informatie: www.artemis.nl

 

‘God van de Slachting’ maar op paar plekken te zien. Onbegrijpelijk.

24 april 2012 |

‘A funny tragedy’ kiest Yasmina Reza als ondertitel voor haar stuk God van de slachting (2006). Een tragedie is misschien een groot woord, maar ‘funny’ is het onlangs ook door Polanski verfilmde toneelstuk (Carnage) zeker wel. Uiterst vermakelijk is vooral het verbale vuurwerk waardoor een aanvankelijk onschuldig lijkend gesprek tussen volwassenen steeds explosiever wordt.

foto Phile Deprez

Het stuk gaat over twee ouderparen die met elkaar in gesprek raken over een incident waarbij de ene zoon de andere twee tanden heeft uitgeslagen. Beschaafde mensen zijn het die zo’n kwestie netjes onder elkaar regelen. Zo lijkt het althans maar de kleine steken onder water monden uit in insinuaties, beschuldigingen over en weer en groeiende ergernis. Nadat de ‘uitstekende’ fles rum op tafel is verschenen, ontspoort het gesprek totaal en mondt het beschaafde gesprekje uit in een totale chaos.

De ouders zijn nog erger dan de kinderen. Het stuk zou ook ‘Portret van het huwelijk’ kunnen heten, want vlijmscherp fileert Reza vooral de relationele beslommeringen. Onnavolgbaar is de wijze waarop telkens de sympathie verschuift: in eerste instantie vormen de stellen nog een front, maar al gauw worden de eerste barsten in het huwelijkse bolwerk zichtbaar en van daaruit gaat het hard tegen hard. Soms spannen de vrouwen samen tegen de mannen of andersom. Een uit de hand lopend dubbelspel pingpongen waarbij aan het eind iedereen buiten adem is. Psychologische oorlogsvoering op hoog niveau.

De kracht van het stuk zit in de herkenbare personages. Alain (Oscar Van Rompay) is een volbloed cynicus, zo’n man die vraagt ‘Kan ik helpen?’, als hij zeker weet dat de klus geklaard is. Hij gelooft in de ‘god van de slachting’ oftewel in de wet van de sterkste. Zijn zoon noemt hij een ‘barbaar’, zoals hij alle mensen ziet als barbaren. Onophoudelijk is hij in de weer met zijn mobiel en dan speelt het zelfs nog klaar om de anderen te verwijten dat ze zijn gesprekken afluisteren. Diametraal tegenover hem staat de idealistische gastvrouw die gelooft in vooruitgang en beschaving. Althans, in het begin van de ontmoeting.

De voorstelling bij NTGent is geregisseerd door de in België zeer populaire tv-maker Jan Eelen; de hele reeks in Gent is al tijden uitverkocht. De regie is sober en doeltreffend vormgegeven en met zulke goede acteurs heb je ook niets meer nodig. God van de Slachting is in Nederland maar op een paar plekken te zien. Onbegrijpelijk want het is een voorstelling voor een groot publiek. Een goed gemaakte, bijna klassieke comedy: herkenbaar en heel erg geestig.

 Theater/ Recensie/ Margriet Prinssen/ NTGent / God van de slachting/Tekst: Yasmina Reza/ Regie: Jan Eelen/Spel: Els Dottermans, Frank Focketyn, An Miller, Oscar Van Rompay/ Gezien: Haarlem, Toneelschuur 18 april, nog te zien /m 6 juni; o.a. Den Haag, Theater aan het Spui, 24 april/ Meer informatie: www.ntgent.be

“Eigenlijk zou iedereen zich op z’n zeventiende neer moeten schieten”

26 maart 2012 |

De verhouding tussen de aristocratie en het personeel is eigenlijk het enige dat refereert aan een andere tijd. Verder is het bijna angstwekkend modern in de bewerking die regisseur Casper Vandeputte zelf maakte van het oorspronkelijke stuk. [...] Het zijn vooral de vrouwen die domineren, met name Judith Noyons die de manisch depressieve Desiree angstaanjagend goed speelt en de Vlaamse Alejandra Theus die een prachtrol maakt van Marie. Haar verdriet als ze verlaten wordt door haar vriend is even ontroerend als haar woede even later hilarisch.

Judith Noyons en Alejandra Theus

foto: Annegien van Doorn

“Eigenlijk zou iedereen zich op z’n zeventiende neer moeten schieten, wat daarna volgt zijn alleen maar teleurstellingen”

Desiree is de somberste van de zes jonge mensen die Ferdinand Bruckner schetste in Krankheit der jugend (1926), zijn meest succesvolle toneelstuk. Destijds sloeg het in als een bom.  Je zou het een typisch existentialistisch stuk kunnen noemen als Sartre en Camus het existentialisme niet pas twintig jaar later zouden hebben uitvinden.

Het gaat over een groep vrienden die samenwonen in een soort woongroep. Bijna aan het eind van hun studie zijn ze, zowat volwassen oftewel klaar om zich aan te passen aan de burgerlijke normen van huisje-boompje-beestje. Maar willen ze dat wel? Niet alleen de superslimme maar depressieve Desiree heeft het zwaar om een levenshouding te vinden. Ook Marie raakt de weg kwijt wanneer haar vriendje haar inruilt voor een ander. Freder is sowieso al de minst aangepaste: de eeuwige student die zijn heil vooral nog in de fles zoekt en de anderen voortdurend een grimmige lachspiegel voorhoudt. Allemaal zwelgen ze in hun relationele problemen en ze hebben een zeker voor die tijd behoorlijk cynische kijk op het leven. Alleen de bediende Lucy is in al haar naïviteit grenzeloos optimistisch

De verhouding tussen de aristocratie en het personeel is eigenlijk het enige dat refereert aan een andere tijd. Verder is het bijna angstwekkend modern in de bewerking die regisseur Casper Vandeputte zelf maakte van het oorspronkelijke stuk. Hij regisseert met deels hetzelfde team als waarmee hij vorig jaar het geslaagde Polaroids maakte. Teun Luijkx, die vorig jaar vooral furore maakte dankzij zijn rol als Adam in de televisieserie Adam en Eva, kan ditmaal minder spectaculair uitpakken als de zakkige Teddy. Het zijn vooral de vrouwen die domineren, met name Judith Noyons die de manisch depressieve Desiree angstaanjagend goed speelt en de Vlaamse Alejandra Theus die een prachtrol maakt van Marie. Haar verdriet als ze verlaten wordt door haar vriend is even ontroerend als haar woede even later hilarisch.

Ook het decorontwerp van Pascal Leboucq is fraai: in het eerste bedrijf hangen rijen vol eenpersoons matrassen in de nok van het theater, gaandeweg valt er een aantal naar beneden om te worden gebruikt wordt als bed of dubbelgevouwen als sofa en aan het begin van het derde en laatste bedrijf dondert de rest met een daverende klap naar beneden. Wat overblijft is een speelvloer vol gebruikte en kapotte matrassen, waar de spelers overheen moeten ploeteren. Of vrolijk trampoline blijven springen zoals Teddy. Het frisse is er wel af bij deze generatie jongeren.

Toneelschuur Producties/Tekst: Ferdinand Bruckner/ Regie en bewerking: Casper Vandeputte/ Spel: Lotte Driessen, Gonca Karasu, Teun Luijkx, Judith Noyons, Joris Smit, Alejandra Theus/ Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 24 maart; nog te zien aldaar tot en met 5 april; Meer informatie: www.toneelschuur.nl

 

De mannen hebben het nakijken in Jakop Ahlboms ingenieuze voorstelling ‘Lebensraum’

26 maart 2012 |

Dankzij het ingenieuze decor van Douwe Hibma en Jakop Ahlbom vallen we van de ene verrassing in de andere. Alles is multifunctioneel: het bed is een piano en de boekenkast doet ook dienst als ijskast. Met katrollen, tegengewichten en virtuoze acts is het klaarzetten van de ontbijtspullen een mirakel van evenwichtskunst.

foto: Stephan van Hesteren

Is ze echt of toch niet? Als ze binnen wordt gesjouwd, ben je er aanvankelijk zeker van dat het een etalagepop is: zo glazig kijkt ze uit haar ogen, zo moeizaam laat ze haar armen of benen buigen. Met haar rode pruik en haar knalgele kleren kan ze zo in de Vogue.

Zij is de verrassende troef in de nieuwe voorstelling van Jakop Ahlbom, Lebensraum, geïnspireerd door de slapstickfilms van Buster Keaton. Net als in Keatons Scarecrow is in Lebensraum het uitgangspunt een kleine kamer, die gedeeld wordt door twee mannen.

Ze zijn wit geschminkt, strak gekamd en gekleed in identieke zwarte pakken, de twee mannen die ‘s ochtends uit bed komen rollen (letterlijk!). Het aantrekken van sokken en schoenen en het klaarzetten van het ontbijt geschiedt volgens vaste rituelen. Dankzij het ingenieuze decor van Douwe Hibma en Jakop Ahlbom vallen we van de ene verrassing in de andere. Alles is multifunctioneel: het bed is een piano en de boekenkast doet ook dienst als ijskast. Met katrollen, tegengewichten en virtuoze acts is het klaarzetten van de ontbijtspullen een mirakel van evenwichtskunst. Net als in de films van Buster Keaton wordt er niet gesproken en zijn de witgeschminkte gezichten van de acteurs volstrekt uitdrukkingsloos. Anders dan de pianomuziek die de stomme films uit de jaren 20 van de vorige eeuw begeleidde, zorgen nu twee muzikanten van de band Alamo Race Track, met wie Ahlbom al eerder succesvol samenwerkte, voor de soundtrack. Ze maken ook deel uit van de voorstelling: in de openingsscène lijken ze zelfs deel uit te maken van het gestreepte behang, met de rug naar het publiek toe in identieke streepjespakken.

Ondanks de volmaakt uitgevoerde slapsticktrucs is het niet alleen maar lachen, gillen, brullen. Alhbom creëert in lal zijn stukken een gevoel van vervreemding, een tikje surreëel onbehagen. Vooral wanneer de etalagepop tevoorschijn is gehaald, ontspint zich een verwarrend duel: een strijd tussen de mannelijke behoefte aan vrouwelijke warmte en die aan iemand die de vloer dweilt. Gaandeweg dreigen de mannen de macht kwijt te raken. Dat leidt tot nog veel meer geestige scènes waarin het behoorlijk uit de hand loopt met de tot leven gewekte vrouw met een glansrol voor Silke Hundertmark.

Curieus genoeg is dit overigens de tweede voorstelling waarin het gaat over een etalagepop die tot leven komt, na De vriendin van Harry van Golden Palace. De pop, aanvankelijk een projectiescherm van mannenfantasieën, neemt in beide voorstellingen het heft in eigen hand. De mannen hebben het nakijken.

Van en met: Jakop Ahlbom, Reinier Schimmel, Silke Hundertmark, Leonard Lucieer, Ralph Mulder/ Muziek: Alamo Race Track/ Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 23 maart, te zien o.a. ; Utrecht, Theater Kikker, 10 t/m 12 april; Den Haag, Theater aan het Spui, 18 april; Almere, Schouwburg,20 april;  Amsterdam, Bellevue, 8 t/m 11 mei/ Meer informatie:www.jakopahlbom.nl of www.allesvoordekunsten.nl

*In sommige theaters worden in de periode voorafgaande aan de voorstelling films van Buster Keaton vertoond. Voor programma bekijk de speellijst.

Schijnbewegingen en schermutselingen op het wereldtoneel

15 maart 2012 |

Bambie F16 is fysiek theater waarin nauwelijks gesproken wordt maar waarin de beelden zo krachtig zijn dat je ze niet snel meer vergeet. Het is bijna aan één stuk door heel erg komisch en tegelijkertijd raken de beelden af en toe. Fabelachtig hoe de acteurs met een kleine oogbeweging, een lichte grimas, een nauw verholen glimlach of een minimale beweging het fenomeen machtswellust in beeld brengen. Verbluffende beelden, strak getimed en ijzersterk.

foto: ben van Duin

Eerst is er alleen maar gekraak en gedempte geluiden. Voor op het toneel staat een grote vierkante kast die als podium fungeert en met zijn verschoten houten lijsten herinneringen oproept aan een glorieus verleden. Daarboven houten panelen met gouden sterren, drie lagen boven op elkaar. Als er eindelijk wat begint te bewegen, kleine, loerende witte puntjes boven de panelen, blijken het megafoons te zijn waaruit dreigende oorlogstaal klinkt. Van die omroeptoeters die vroeger werden gebruikt door vakbondsleiders om bij stakingen de arbeiders op te roepen tot actie.

Pas na een tijd komen de vier spelers tevoorschijn en dan nog met de rug naar het publiek toe, gekleed in uniformen en curieuze hoofddeksels. Opeens kijk je naar een vergadering van de Verenigde Naties: de panelen vormen de bankjes, de mannen in uniform de wereldleiders. Een van hen zwaait met minzame bewegingen van zijn gehandschoende hand naar een fictieve uitzinnige menigte. Gaandeweg kruipt de een wat dichter naar de ander toe, de ander weer wat verder weg, zie je schijnbewegingen en misrekeningen en na verloop van tijd ontaarden de schermutselingen in steeds grimmiger vechtpartijen.

Bambie F 16 heeft zich laten inspireren door het geweld op het wereldtoneel. In het uiterst functionele decor (Hester Jolink en Karin Post) spelen de dictators en de machthebbers in een poppenkast vol inwisselbare figuren. Wat ze gemeenschappelijk hebben: epauletten, gouden franje, een uniform met schoudervullingen, petten of tulbanden. En een ontembare zucht naar macht. Een voor een blazen ze de ballonnen op die ze onder hun uniform hebben verstopt: een even komisch als treffend beeld van pronkzucht en machtswellust.

Het is een typische Bambie voorstelling: fysiek theater waarin nauwelijks gesproken wordt maar waarin de beelden zo krachtig zijn dat je ze niet snel meer vergeet. Het is bijna aan één stuk door heel erg komisch en tegelijkertijd raken de beelden af en toe. Prachtig is bijvoorbeeld de scène waarin ze allemaal opduiken uit het water en zich bewegen als etalagepoppen of ontsnapte beelden uit Madame Tussaud. Dat watereffect wordt overigens bereikt door het fantastische geluidsdecor van Wim Conradi. Het loopt steeds verder uit de hand wanneer de dictatoriale figuren elkaar in een krankzinnig tempo om zeep helpen, in een ouderwetsig computerspel belanden of in een slapstick optocht met een juten zak over hun hoofd om beurten steeds in dezelfde valkuil vallen. Fabelachtig hoe de acteurs met een kleine oogbeweging, een lichte grimas, een nauw verholen glimlach of een minimale beweging het fenomeen machtswellust in beeld brengen.

Verbluffende beelden, strak getimed en ijzersterk.

 Gezien: Amsterdam, Frascati, 9 maart; te zien: Toneelschuur, 10 en 11 april/ Meer informatie: berbee.nl of bambie.org


Pierre Bokma is de gedroomde Oom Wanja

26 februari 2012 |

“Mooi weer”, merkt de knappe, jonge vrouw van de professor op. “Mooi weer om je op te hangen”, schampert Oom Wanja. Daarmee is wel zo ongeveer de toon gezet van dit dwarse personage, een man van middelbare leeftijd die na zijn leven grotendeels te hebben opgeofferd voor een ander in een heftige crisis belandt. Verder lezen

‘Broekophouder’ mooi kleinood

13 februari 2012 |

foto: Ilja Lammers

“Het gaat vast en zeker niet mijn beste voorstelling worden”, waarschuwt Servaes Nelissen het hoopvol gestemde publiek tijdens een korte inleiding. Of hij iets ‘rond de voorstelling’ kan doen, vragen de theaters tegenwoordig namelijk, een nagesprek of een fijne workshop ‘Manipulerend Communiceren’. Dus doet hij nu zelf eerst maar de inleiding.

Servaes Nelissen is poppenspeler en acteur. Vorig jaar won hij de Gouden Krekel voor ‘meest indrukwekkende podiumprestatie’ voor zijn rol in Lang zal die wezen van Beumer&Drost. Vandaar dat de verwachtingen nu maar “niet al te hoog gespannen moeten zijn”. Zijn nieuwe voorstelling, De Broekophouder, is opnieuw een door hemzelf geschreven, bedachte en gespeelde voorstelling in de traditie van onder andere Dollywood, Herberts Aquarium en Purcity. Vaak gaat hetover eenzame mannen die niet al te veel om handen hebben, behalve zichzelf een beetje moed in te praten.

In De Broekophouder gaat het over Ron Scherpenzeel die een carrière achter de rug heeft als buikspreker en de laatste jaren als communicatietrainer en spindoctor de kost heeft verdiend. Zijn huwelijk is na een amoureuze misstap zijnerzijds op de klippen gelopen en Ron moet het huis uit. We treffen hem aan in een flat op de elfde verdieping tussen de emmers latex, een eenpersoons matrasje op de grond en een goedkope tafel als enig meubilair. En daar vindt hij Norbert, zijn oude buikspreekpop, na twintig jaar terug in een oude koffer. Norbert is helemaal niet tot stof vergaan, maar vol levenslust, heel erg boos op zijn baas en behoorlijk grofgebekt.

Servaes Nelissen kan toveren met poppen. Ze zijn simpel gemaakt, worden met eenvoudige middelen bediend en ze komen binnen de kortste keren tot leven. Met een groengeruite theedoek om het hoofd verandert Norbert opeens in de oude moeder van Ron: haar hoofd een beetje afgewend als Ron iets wil vertellen dat haar niet zo bevalt en met een vermoeide tred in de opeens stokoude benen. Zo komen er nog meer personages tot leven waaronder de ex van Ron die plotseling bij hem in bed blijkt te zijn belandt. Het leidt tot een hilarische seksscène.

De teksten zijn grotendeels door Servaes zelf geschreven, afgezien van een aantal liedbijdragen van Peer Wittenbols. Ze zijn geestig en heel herkenbaar. Met groot gemak springt Servaes van de rol van inleider of commentator in de rol van Ron Scherpenzeel en telkens weet hij met een enkel woord de goede toon te treffen. Zijn timing is perfect. Aan het eind heeft Norbert het laatste woord en heeft Servaes Nelissen, ondanks zijn waarschuwing vooraf, een mooi kleinood toegevoegd aan zijn verzameling unieke mansportretten.

Theater/ Recensie/ Margriet Prinssen/Servaes Nelissen / DeBroekophouder/ Tekst: Peer Wittenbols/ Eindregie: Gienke Deuten, FirmaRieks Swarte /Spel: Servaes Nelissen/ Gezien: Haarlem, Toneelschuur 9feb /nog te zien: Rotterdam, Theater Walhalla, 18 feb; Amsterdam, Theater Bellevue 25 en 26 feb; Wormer, Dorpstheater 10 mrt; Den Haag, Theater a/h Spui 14 mrt; Hoofddorp, Schouwburg de Meerse, 15 mrt; Utrecht, Stadsschouwburg 20 en 21 mrt; Amstelveen, Stadsschouwburg, 22 mrt; Alkmaar, Provadja, 23 mrt; Diemen, Theater de Omval, 24 mrt; Hilversum, Theater Achterom 31 mrt; Purmerend, Theater de Verbeelding, 7 april; Heerhugowaard, Theater Cool, 11 april; Leiden, LAK Theater, 14 april /Meer informatie: servaesnelissen.nl

foto: Ilja Lammers

‘Flow my tears’ is een merkwaardige voorstelling met een glansrol voor Marleen Scholten

12 februari 2012 |

foto bowie verschuuren

“Het is onze taak om de Indiaan in John Dowland te bevrijden”, zegt Kwekwekibiness. Hij vindt dat de 16e eeuwse componist teveel met sentiment in verband wordt gebracht. Hij zou liever wat heroïsch activisme zien, wat opstandige indianengeluiden.
De melancholieke muziek van Dowland vormt het uitgangspunt voor de voorstelling Flow my tears, een coproductie van de Veenfabriek en Wunderbaum, met in de hoofdrollen Jeroen Willems en Marleen Scholten.

Het is een curieuze voorstelling geworden, met tal van elementen die elkaar soms versterken en aanvullen, maar af en toe ook behoorlijk in de weg staan. Om te beginnen: de tekst van Annelies Verbeke, die voor Wunderbaum al eerder Rail Gourmet schreef. Haar teksten zijn speels, luchtig, grappig en poëtisch, maar ze schrijft ook tegendraads proza, met niet altijd even makkelijk voor de hand liggende metaforen.
In dit geval heeft ze de thematiek van de Indiaan gekozen en dan vooral bekeken vanuit de romantiek van de dicht bij de natuur levende ‘wilde’. De hoofdrolspelers Jeroen Willems en Marleen Scholten vormen een duo dat rondtrekt met een stel als Ojibwe Indianen uitgedoste musici. Ze hebben elkaar ontmoet op de Western Experience Country en Indianen beurs in ’s-Hertogenbosch.

Dat klinkt nogal melig en in het begin werkt die persiflerende aanpak ook wel op de lachspieren. Het contrast tussen de plechtstatige muziek en de van pruiken en verentooien voorziene musici is grappig en af en toe horen we een deuntje uit oude westernseries. Op video zien we de gevederde Jeroen Willems een paard bedwingen. Op toneel is hij een beetje een knullige Kwekwekibiness, het opperhoofd der Indianen; zijn vrouw, Marleen Scholten, heeft in alle opzichten een meer glorieuze uitstraling, met haar glitterjurk en strakke laarsjes. Zingen doen ze allebei heel mooi.

Een belangrijke rol wordt gespeeld door clavecinist Frans de Ruiter die zijn grote kennis over Dowland graag wil delen maar onverbiddelijk wordt afgekapt door het tweetal.

Kortom: er is de mooie muziek van Dowland, prima uitgevoerd door ervaren musici en mooi gezongen. Van Jeroen Willems was al bekend dat hij behalve een formidabel acteur ook een uitstekende zanger is (bijvoorbeeld van zijn concert met repertoire van Jacques Brel), maar Marleen Scholten doet niet voor hem onder. Zij is echt de verrassing van de avond. Af en toe zijn er slapstickmomenten met omvallende achtermuren en idiote verkleedpartijen. Er is een liefdesgeschiedenis tussen de twee hoofdrolspelers. En daaromheen gewikkeld zit het verhaal van de Indianen. Alles bij elkaar levert dat een merkwaardige voorstelling op, waarvan de som der delen geen meerwaarde oplevert. En of Dowland al dan niet als Indiaan kan worden gezien? Dat lijkt er vooral met de haren- de vedertooi in dit geval- bijgesleept te worden

Coproductie Veenfabriek en Wunderbaum, m.m.v. Asko|Schönberg/ Tekst: Annelies Verbeke/ Muziek: John Dowland/ Regie: Paul Koek/ Spel en zang: Jeroen Willems en Marleen Scholten/Muziek Walter van Hauwe, Ton van der Meer, Frans de Ruiter, Pieter Smithuijsen/ Gezien: Amsterdam, Stadsschouwburg, 8 feb; te zien o.a. in Haarlem, Toneelschuur, 17 en 18 feb; Den Haag, Theater ah Spui, 1 en 2 maart; Delft, De Veste, 17 april; Hoorn, Parktheater, 19 april;  Leiden, Schouwburg, 27 april/ Info: www.veenfabriek.nl

 

De baai van Nice van Joeri Vos roept vooral veel vragen op

29 januari 2012 |

foto: Annegien van Doorn

Pas na een tijd wordt duidelijk waar De baai van Nice zich afspeelt. Niet in een moderne westerse galerie waar de ruimte aan doet denken, maar in het communistische Leningrad van midden jaren vijftig. Muurbedekkende reproducties van barokke engelen en decadente naakten, een lichte vloer en een enkel summier bankje wekken de indruk van een postmodern museum. Het zet je als toeschouwer een tijdlang op het verkeerde been, maar misschien is dat de bedoeling van de jonge regisseur Joeri Vos. Hij maakt zijn tweede voorstelling bij Toneelschuur Producties, na het briljante De lange nasleep van een korte mededeling bijna twee jaar geleden. Opnieuw ‘een komedie, met serieuze ondertoon’, ditmaal gebaseerd op een toneelstuk van de Engelse schrijver David Hare.

In De baai van Nice vormt de beoordeling van het gelijknamige schilderij van Matisse de spil, waaromheen de gesprekken over kunst, liefde en politiek draaien. Is het echt een doek van de grote Matisse of is het namaak? De hoofdpersoon Valentina Nrovka heeft Matisse goed gekend en zij wordt door de assistent-curator vol spanning ontvangen. Logisch want een echte Matisse is veel geld waard.

Daarnaast wordt in het stuk een portret van de verhouding tussen moeder en dochter geschetst: twee generaties vrouwen die verwikkeld zijn in een psychologische strijd vol zelfspot, cynisme en verbaal geweld. De moeder heeft in de jaren twintig in het vrije Parijs geleefd. Toen ze een kind kreeg, is ze noodgedwongen teruggekeerd naar het behoudende Rusland, al getuigen haar opvattingen nog steeds van een recalcitrante en onconventionele geest. Sophia, inmiddels net zo oud als haar moeder toen haar leven zo radicaal veranderde, komt haar om raad vragen inzake haar scheiding.

Leny Breederveld maakt een mooie rol van de wereldwijze Valentina met haar strenge opvattingen over kunst en leven. Ze spaart niemand in haar oordeel over wat goed is en wat niet, zeker haar dochter niet. Als Sophia schoorvoetend toegeeft dat haar minnaar haar zo bevalt omdat hij zo prettig middelmatig is in vergelijking met haar vermoeiend briljante echtgenoot, concludeert moeder hardvochtig: “Logisch, een middelmatige man past een stuk beter bij jou”.

Een merkwaardige rol is die van de assistent-curator (Roy Balthus) die over de top speelt met rare tics en rollende ogen. Grappig,  maar zijn gestileerde spel valt uit de toon bij dat van de anderen. Waar Joeri Vos er in zijn vorige stuk in slaagde om met een strakke regie zowel het dramatische karakter als de komische elementen naar boven te halen, komen in deze voorstelling de verschillende ingrediënten niet bij elkaar en roept De baai van Nice vooral veel vragen op.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 28 jan; nog te zien aldaar tot en met 4 feb; Meer informatie: www.toneelschuur.nl

Extra:

Het publiek van De baai van Nice maakt een bijzondere entree naar de zaal door tentoongestelde kunstwerken van Alice Brasser en Janhendrik Dolsma.

Op donderdag 2 februari na afloop van de voorstelling: ’t Schuurgesprek, verrassend epiloog met de makers en dr. Anna Tummers, conservator oude kunst in het Frans Hals Museum

 

Op een gegeven moment weten we het wel met Breaking the News van Orkater

29 januari 2012 |

foto: Ben van Duin

Meteen wordt het publiek ingezet als het klapvee van een live op te nemen aflevering van het televisieprogramma Nieuws van de dag: ‘Kunt u misschien een iets actievere rol spelen?’, vraagt de knappe stagiaire streng. Bedrijvig rent zij heen en weer met borden waarop APPLAUS staat; aan de ene kant wordt de presentator (Geert Lageveen) gebrieft met wat laatste hijgerige details, aan de andere kant staat de politicus (Leopold Witte) die zo meteen ondervraagd gaat worden en nu door zijn drie adviseurs nog even op scherp wordt gezet. Het lijkt wel een wedstrijd: als beide kampen klaar zijn voor de strijd en de twee heren elkaar een hand geven, staat het beeld secondenlang stil.

Breaking the News is een voorstelling van het illustere duo Geert Lageveen en Leopold Witte, die bij Orkater al zoveel prachtstukken hebben gemaakt. Ze schreven en maakten onder andere Conijn van Olland, De gouden eeuw, IK, Kamp Holland en onlangs 237 Redenen voor Seks. Nu buigen ze zich in Breaking the News over de macht van de media en de emoties achter het nieuws. Het beeld dat geschetst wordt is snel duidelijk: in beide kampen overheerst oppportunisme en is men alleen uit op snel succes. Het enige dat telt is hoe men overkomt, de waan van de dag en de strijd om de kijkcijfers. Het gaat om mooie plaatjes en mooie praatjes; wat er aan schamele inhoud rest moet geperst worden in simplistische slogans en soundbites.

Een en ander culmineert in een steeds verder uit de hand lopende satire die uiteindelijk zichzelf in de staart bijt. De voorstelling gaat dan slepen: op een gegeven moment weten we het wel. Ter voorbereiding op Breaking the News heeft het duo Lageveen-Witte zich maandenlang ondergedompeld in de wereld van het nieuws en gesproken met journalisten, tv-makers, politici en spindoctors. In hun voorstelling laten ze zien hoe het er achter de schermen aan toegaat, maar het blijft aan de oppervlakte, net als de wereld die ze portretteren. Satirisch commentaar in de vorm van een flitsende show, anekdotisch en geestig. Echt beklijven doet het niet. De voorstelling lijdt bovendien onder een te hoog boodschappengehalte.

De rol van de musici van muzikantencollectief Susies Haarlok wordt niet helemaal duidelijk. Ze spelen hoog boven het toneel, in een huiskamer op palen, gekleed in ouderwetsige jurken van christelijke snit. De aankleding is helemaal die van de jaren vijftig: een opgezette hond, claustrofobisch behang en een koekoeksklok. Refereren ze aan een teloorgegane wereld? Geen idee, maar ze maken geweldige muziek: soms lekkere deuntjes, gekke tunes en vette ‘ankeilers’, dan weer haaks op het spel staande melodieën die commentaar leveren op de wereld beneden hen.

Leopold Witte is een van de weinigen die boven het anekdotische uitstijgt: hij laat subliem zien hoe hij als CDA-achtige politicus mee wordt gevoerd in de glitter en glamourwereld die van nature ver van hem afstaat. De hypocrisie, de valse tonen, de min of meer oprechte pogingen om mee te doen: pijnlijk herkenbaar.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 27 januari;  Info:www.orkater.nl 

 

 

Melk en Bloed: De eetclub van Saskia Noort, maar dan beter geschreven en veel beter gespeeld

23 januari 2012 |

foto Bowie Verschuuren

Vluchten naar het platteland is voor veel stadsmensen een droom: weg met de stress, eindelijk rust, eenvoud en schoonheid. Hoe zo’n droom kan omslaan in een regelrechte nachtmerrie, is te zien in Melk en Bloed, het nieuwe stuk van Kees Roorda. Centraal staat het echtpaar Josella en Peter en al in de eerste scène, een zonnig idyllisch ontbijt, worden de eerste scheuren zichtbaar in de ogenschijnlijke plattelandsidylle. Zij praat aan één stuk door over hoe zalig de zomerdag wel niet is en hoe heerlijk de zelfgeplukte bramen zullen smaken, terwijl hij zich verschanst achter de ochtendkrant. Hij is min of meer mislukt als componist en heeft een flinke depressie achter de rug. Tenminste, dat hopen ze, nu ze min of meer als therapie hun geluk beproeven in een nieuw leven, ver weg van de drukke stad.

De eerste nacht in het vreemde, stille huis wordt hij bezocht door een angstaanjagende nachtmerrie. Als er bezoek komt in de vorm van zigeuners van de overkant (‘wij zijn geen kampers, wij zijn goed volk’, klinkt het in onvervalst Brabants dialect) en tegelijkertijd een goede vriendin uit de stad aanwipt met haar nieuwe verovering, een succesvolle zakenman, zijn alle ingrediënten voor een sociaal drama voorhanden.

Kees Roorda schetst in rake dialogen de sociale en emotionele verhoudingen. Dat leidt tot vaak geestige scènes waarin de hypocrisie van sociale conventies fraai wordt blootgelegd. Zoals de aankomst van het hippe stadsstel dat geschokt reageert op het buitenverblijf: ‘Oh nee, wat erg! Hoe kunnen ze hier wónen!’, om zodra ze de gastvrouw ontwaren om te slaan in overdreven lof over het ‘geweldige plekje’. Tussen man en vrouw, tussen de vriendinnen onderling en vooral in de relatie met de vreemdelingen, ontspoort de gezellige barbecue-avond al snel.

Melk en Bloed houdt het midden tussen de verontrustende drama’s van Werner Schwab waarin de angst voor de ander steevast totaal escaleert en De eetclub van Saskia Noort, maar dan beter geschreven. En trouwens oneindig veel beter gespeeld dan in de toneelbewerking die onlangs in première ging.

Spil van het stuk is Camilla Siegertsz die de laatste tijd wat minder zichtbaar is geweest maar met Josella de rol van haar leven speelt. Tot nu toe dan. Ze is geloofwaardig van begin tot eind, ontroerend in haar naïviteit en grandioos in de manier waarop ze laveert tussen hoop en wanhoop.

Melk en Bloed is ook een curieus stuk met surrealistische elementen. Het lijkt een eenvoudige comedy maar onderhuids wordt er van alles aangeroerd. Misschien niet altijd even congruent, maar absoluut overtuigend.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 21 januar. Tournee. Info: www.allesvoorde kunsten.nl of www.theglasshouse.nu

Nieuw elan voor eeuwenoude traditie: uitgelezen cast brengt Gijsbrecht met nieuwjaar terug in Amsterdam

2 januari 2012 |

Amsterdam, 22-11-2011. Beeld uit de voorstelling "Gijsbrecht van Aemstel" van Joost van den Vondel, bij het Toneel Speelt. Regie Jaap Spijkers met o.a. Carine Crutzen en Mark Rietman.

Het begint al meteen met de beroemde zinsnede ‘Het hemelse gerecht heeft zich ten langen leste Erbarremd over mij, en mijn benauwde veste’. Mark Rietman spreekt vanaf een hellend speelvlak en kijkt naar beneden. Hij voelt zich heer en meester: eindelijk is er een eind gekomen aan de langdurige belegering van zijn geliefde Amsterdam. Zo lijkt het tenminste; in werkelijkheid is het een dieptragisch moment, want de vijand staat op het punt om Amsterdam in te nemen en al plunderend en verkrachtend te vernietigen. Met list en bedrog, zoals destijds in Troje, wordt een zogenaamd verlaten schip de stad in gesjouwd.

Het is 1 januari 2012 en de Amsterdamse Stadsschouwburg is afgeladen vol. ‘Iedereen’ is er voor de allereerste première van het nieuwe jaar, van Ellen Vogel en Annet Nieuwenhuis tot Huub Stapel en Gijs Scholten van Aschat, wiens zoon Reinout de rol speelt van Diedrick van Haerlem.Van 1641 tot 1968 is Gijsbrecht van Amstel jaarlijks opgevoerd in Amsterdam. De actie Tomaat maakte een eind aan de eeuwenoude traditie. Nu wordt ‘de’ Gijsbrecht voor het eerst sinds 1968, enkele kleine initiatieven daargelaten, weer gespeeld.

Allereerst: petje af. Het Toneel Speelt kan niet genoeg worden geprezen om de moed waarmee in moeilijke tijden een niet gemakkelijke tekst nieuw leven in wordt geblazen. Daar komt bij dat er een uitgelezen cast is uitgezocht, met hoofdrollen voor Mark Rietman, Carine Crutzen en Daan Schuurmans. Stuk voor stuk slagen zij en trouwens ook de andere acteurs erin om het verhaal dat eigenlijk een gedicht is met een meeslepend, muzikaal ritme, lichtjes bewerkt door Laurens Spoor en Ronald Klamer, toegankelijk en helder te maken. Er moet lang gekauwd zijn op de rijmende regels van Vondel: de tekstbehandeling is zonder uitzondering uitstekend. Heel knap hoe de tekst zonder al te traag te worden of de nadruk teveel te leggen op de rijmwoorden uit wordt gesproken.

Misschien wel het sterkst in dat opzicht is Bart Klever die de dankbare rol van Vosmeer, de spion speelt: bij hem is elk spoor van het stof van eeuwen verdwenen en klinkt de tekst alsof hij gisteren werd geschreven. Mark Rietman groeit in zijn rol als de macho kasteelheer die door het dolle heen raakt als zijn stad wordt verwoest en zich alleen laat tegenhouden door een ingreep van hogerhand. Crutzen imponeert als de sterke Badeloch, beheerst in haar wanhoop.

Het decor is even eenvoudig als inventief. Op het gordijn dat voor de toneelopening hangt, wordt de middeleeuwse stad Amsterdam zichtbaar. Wanneer het gordijn opent, wordt een soort omgekeerde tribune zichtbaar die gekanteld kan worden en dan de vloer van het kasteel vormt. Simpel en functioneel. Mooi is ook de rol van Marisa van Eyle die de reien voordraagt, die voor een deel door Willem Jan Otten zijn geschreven. Uiterst plastische en bijna zinnelijke beelden van Maria die op het punt staat te bevallen (het stuk speelt zich immers af in de kerstnacht). Het meest controversiële deel van een geslaagde poging om Gijsbrecht van Amstel te doen herleven. Zonder het overdreven pathos en nationalisme dat er wellicht voorheen aan kleefde, maar met nieuw elan.

Gezien: Amsterdam, Stadsschouwburg, 1 jan; te zien onder andere aldaar t/m 8 jan. Meer informatie: www.hettoneelspeelt.nl

 

 

‘Er bestaat geen grotere perversiteit dan het theaterpubliek’: Marlies Heuer ijzersterk in Bernards ‘Am Ziel’

9 december 2011 |

Foto: Annechien van Doorn

Piepklein zijn de vertrekken waar moeder en dochter hun dagen slijten. In de gang hangt een foeilelijke, monsterlijk grote lamp waar de dochter zich letterlijk onderdoor en langs moet wurmen. De keuken wordt gedomineerd door een scheefhangende en vervaagde foto van een besneeuwd landschap, dat de illusie van lucht en licht, ruimte en vrijheid suggereert. Dat alles is ver te zoeken in het leven van de twee vrouwen. Het is dan ook goed voorstelbaar dat zij willen ontsnappen aan de benauwende atmosfeer van deze sjofele ruimtes. De koffers zijn gepakt.

Am Ziel is een naargeestige komedie van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard over een moeder, haar dochter en een ‘dramatische’ schrijver. Elk jaar op precies dezelfde dag reizen moeder en dochter, inmiddels al 33 jaar lang, af naar hun huis aan zee, in de vergeefse hoop dat het leven daar beter is. Ditmaal is er een onverwacht element: ze hebben een jonge schrijver uitgenodigd met hen mee te gaan. Hij heeft recentelijk grote successen behaald met zijn toneelstuk “Redde wie zich redden kan”.

Het stuk is in feite een bijna-monoloog van de moeder. Over haar man die ze haatte met zijn eeuwige stoplap ‘eind goed, al goed’, over hoe lelijk haar overleden zoontje was, over de dochter die ze minacht en vernedert, over de zee die met zijn eeuwig terugkerende eb en vloed ook al geen oplossing biedt. Een enorme hoeveelheid tekst, geschreven in het muzikale idioom van Thomas Bernhard, waarin de zinnen meanderen, in kleine variaties op eindeloos hetzelfde thema. Hondsmoeilijk om te leren, een partituur waarin geen woord, zelfs geen lettergreep verkeerd mag worden uitgesproken omdat de cadans van de taalsymfonie anders verstoord dreigt te worden.

Marlies Heuer is weergaloos in haar rol als de moeder. Monotoon en met een snelheid alsof de duivel haar op de hielen zit begint ze te praten, om gaandeweg de teugels te laten vieren en steeds meer nuances aan te brengen. Een kathedraal van een vrouw maakt ze van de moeder, die met minuscule bewegingen en ijzingwekkende stiltes haar haat en haar walging uitspuwt. Elke beweging van haar pink drukt tirannie, wilskracht en woede uit. Altijd beheerst, ze hoeft haar stem nauwelijks te verheffen. Haar oogopslag is dodelijk: ze is vilein tot in elke vezel van haar lichaam.

Haar monoloog gaat over de bekende thema’s van Bernhard, de Oostenrijkse zwartkijker, die grossiert in schetsen van de zinloosheid en de lelijkheid van de wereld en dan in het bijzonder van Oostenrijk. Goddank is zijn loodzware cynisme met veel (zwarte) humor gekruid. In zijn stukken keert hij zich met name tegen de toneelkunst, waardoor de toeschouwer als het ware een (lelijk vervormende) lachspiegel krijgt voorgehouden: ‘Er bestaat geen grotere perversiteit dan het theaterpubliek’.
In de regie van Paul Knieriem krijgt Marlies Heuer alle ruimte om uit te pakken.

Mede dankzij het sterke toneelbeeld van Katrin Bombe wordt vooral de benauwdheid, tot stikkens aan toe, van dit onontkoombare wereldbeeld zichtbaar en voelbaar gemaakt.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 3 december; te zien aldaar t/m 10 dec. Info: www.toneelschuurproducties.nl