Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultuurpers | 23 July 2014

Scroll to top

Top

Over Alles over de auteur - Pagina 2 van 4 - Cultuurpers

Margriet Prinssen

Margriet Prinssen

Margriet Prinssen studeerde Nederlands en theaterwetenschap. Ze schrijft sinds 1989 over theater voor onder andere Haarlems Dagblad, de GPD-bladen en HDC-media.

Berichten van Margriet Prinssen

Gijs Scholten van Aschat overrompelend goed in toneelbewerking Coetzee’s ‘In Ongenade’

9 december 2011 |

foto: Jan Versweyveld

Overal in de stad hangt het affiche: een jonge zwarte man die frontaal de camera inkijkt, met achter hem een oudere, blanke man die wegkijkt en de armen van de man voor hem vasthoudt. Van beide mannen is het blote bovenlijf zichtbaar. Een sterk beeld dat meteen een aantal thema’s van de voorstelling in beeld brengt: jeugd en verval, blank en zwart, kwetsbaarheid en kracht. In ongenade heet het boek van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee, waarmee hij in1999 de Bookerprijs won.

Toneelgroep Amsterdam heeft Luc Perceval, vroeger artistiek leider van de legendarische Blauwe Maandag Compagnie maar de laatste jaren veelal in Duitsland actief, uitgenodigd de toneelbewerking te regisseren. Bepalend voor zijn enscenering is het indrukwekkende toneelbeeld van Katrin Brack. Maar liefst vijftig zwarte etalagepoppen in alle soorten en maten, groot en klein, mannen, vrouwen en kinderen, uitgedost in zomerkleding vullen het toneel van de Stadsschouwburg. Zij vormen aanvankelijk een soort museale achtergrond die gaandeweg het stuk steeds meer tot leven komt.

De acteurs komen op uit die massa en gaan er weer in op. Met uitzondering van hoofdrolspeler Gijs Scholten van Aschat die constant op het toneel is. Hij heeft een dubbelrol, namelijk als de verteller van het verhaal én als de hoofdpersoon, de wetenschapper Lurie die door de universiteit wordt gedwongen ontslag te nemen na een affaire met een studente. De bewerking van Josse de Pauw blijft dicht bij het boek waarin de verteller reflecteert op de gebeurtenissen.

Het stuk begint met het zaallicht aan op het moment dat in een hoorzitting wordt beslist over het lot van professor Lurie. Hij geeft de affaire toe maar weigert principieel door het stof te kruipen en stevent daarmee af op zijn ontslag. Lurie is een typische vijftiger, een blanke intellectueel met een cynische levenshouding. Als hij bij zijn dochter op het platteland gaat logeren, wordt hij geconfronteerd met andere normen en waarden. Na een roofoverval waarin zijn dochter verkracht wordt, worden de denkbeelden van Lurie aan het wankelen gebracht.

Mooi spiegelt hier zijn eigen misbruik van de studente en dat van zijn dochter, zoals er in de voorstelling veel gewerkt wordt met spiegelingen en omkeringen. De dochter houdt het kind dat het resultaat is van de verkrachting en verbindt zich aan de familie van haar verkrachters. De voorstelling stijgt overigens ver uit boven het niveau van rassentegenstellingen in het postkoloniale Zuid-Afrika. Het gaat over vergeving en menselijkheid, over het verschil tussen mannen en vrouwen, over ‘de vreemdeling’, over wat mensen van dieren onderscheidt en over de betekenis van kunst.

Gijs Scholten van Aschat is overrompelend goed, onnadrukkelijk laveert hij tussen hoofdpersoon en verteller. Ook de andere acteurs overtuigen, met name Janni Goslinga als de dochter van Lurie. Het allersterkst is het toneelbeeld, dat de voorstelling diepte geeft en het verhaal universeel maakt.

Gezien: Amsterdam, Stadsschouwburg, 4 dec.  Meer informatie: www.toneelgroepamsterdam.nl

 

 

 

Wendell Jaspers fenomenaal in onontkoombare en keelsnoerende ‘Freule Julie’ van Thibaud Delpeut

24 november 2011 |

Foto: Roel van Berckelaer

“Over enkele ogenblikken zal ik opkomen”, zegt de vrouw in de microfoon. Haar lichaam schokt onophoudelijk, alsof ze bezeten is, de waanzin nabij. Het is Midzomernacht en Freule Julie mengt zich tussen het feestvierende personeel. In de geïmproviseerde keuken dwingt ze knecht Jean om met haar te dansen. Een fatale verleidingsscène volgt, waarna de verhoudingen radicaal en dramatisch zijn veranderd.

Strindberg schreef zijn klassieker Freule Julie in 1888. Het is zijn meest gespeelde stuk, vanwege de grote thema’s en de bijzondere en vernieuwende stijl. De complexe relaties zowel tussen man en vrouw als die tussen meester en knecht worden in een fascinerend spel neergezet. Thibaud Delpeut maakt er een heftige en spannende voorstelling van, waarin elementen uit zijn eerder werk terugkeren: de speelstijl waarin moeiteloos wordt gewisseld van min of meer ingeleefd spel naar een gestileerde vorm; een geluidsband die sfeerversterkend werkt en de rücksichtloosheid waarmee hij menselijke relaties schetst, op het scherpst van de snede en met aandacht voor elk detail.

Zo laat hij Kristin, de dienstbode en verloofde van de knecht Jean, in de keuken met een lepel over de bodem van een steelpan schrapen: een klein, irritant geluid dat de dialoog tussen Freule Julie en Jean voorziet van een dreigende lading. In dat schijnbaar onschuldige, nonchalante gebaar ligt een hele lading van emoties verscholen van waarschuwing (pas op, ik hoor jullie wel!) tot ingehouden woede en latente wrok.

Wanneer de Freule haar Jean toch verleid blijkt te hebben, steekt ze haar arm in de toiletpot en smeert de muur vol met driftige uithalen: MERDE! Eline ten Camp speelt de rol van Kristin mooi ingehouden: quasi-onnozel en gedienstig in het begin, kwaad op Jean en vol minachting naar haar meesteres in het tweede deel en soeverein aan het eind. “Als zij niet beter zijn dan wij, heeft het geen zin betere mensen te worden.” Een wrange constatering.

De titelrol in Freule Julie wordt gespeeld door Wendell Jaspers die eerder al in Nacht en 4.48 Psychosis speelde, eveneens in een regie van Delpeut. Zij doet dat magistraal; ze laat alle uithoeken van haar op hol geslagen geest zien: de arrogantie van de macht, de seksuele drift (Strindberg staat bekend als weinig vrouwvriendelijk), de eenzaamheid, de radeloosheid en de hoop tegen beter weten in. Ze speelt een geraffineerd spel met Jean (een eveneens uitstekende Guy Clemens), die op zijn beurt gedreven wordt door een mengsel van sympathie en haat voor wat boven hem staat.

Aan het eind is de omkering compleet en zijn de knecht en de keukenmeid de armoedige winnaars van een verloren strijd. Het volk heeft afgerekend met de elite maar de idealen zijn teloorgegaan: het heeft immers geen zin om ‘betere’ mensen te worden. Het stuk speelt zich af in een oerlelijk decor waarvan de wanden met slordige brede stroken bruin tape aan elkaar worden gehouden. E

en onontkoombaar, keelsnoerend en adembenemend beeld schetst Delpeut van deze zinderende en destructieve Midzomernacht.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 23 nov. Meer informatie: www.toneelschuurproducties.nl of www.thibauddelpeut.nl

 

Ontknoping toneelversie De Eetclub knullig en volkomen ongeloofwaardig

21 november 2011 |

Foto Michel Porro

Wie heeft het boek nog niet gelezen heeft en/of de film nog niet gezien? Van De eetclub zijn maar liefst 500.000 exemplaren verkocht en de filmversie, in regie van Robert Jan Westdijk (met Bracha van Doesburgh, Halina Reijn enThom Hoffman in de hoofdrollen), bereikte nog geen jaar geleden de status van gouden film. Een ongekend succes dat nu gecontinueerd wordt met een toneelbewerking.

Helaas is dat, in een bewerking van Léon van der Sanden, een nogal uitgekauwde versie van het origineel. Net als in eerdere bewerkingen van zijn hand, zoals Het gouden ei en De avonden, heeft hij ervoor gekozen om de hoofdpersoon geregeld in terzijdes tot het publiek te laten spreken. Geen gelukkige keuze in een thrillerachtigverhaal dat het moet hebben van vaart en spanning.

Nyncke Beekhuyzen speelt de hoofdrol van Karen met verve, maar maakt toch af en toe een ongeloofwaardige indruk, omdat ze in één adem haar tegenspeler van repliek dient terwijl ze tegelijkertijd aan het publiek meedeelt wat ze echt denkt.

Het verhaal mag bekend worden verondersteld: Karen leert snel een aantal nieuwe vriendinnen kennen in de sjieke villawijk waar ze zich in het begin niet erg op haar gemak voelt. De ogenschijnlijk gelukkige bewoners drinken aan de lopende band witte wijn en versieren elkaars echtgenoten. Wanneer er een aantal doden valt, verandert het verhaal van een sociale schets àla Gooische Vrouwen of Desperate Housewives in een thriller: wie heeft de moorden op zijn geweten en waarom ?

In deze vrije productie is de cast bij een groot publiek bekend van onder andere Rozengeur en Wodka Lime (Frederik Brom en Chris Tates) en Gooische Vrouwen (Cystine Carreon en Pauline Greidanus). Ook de speelstijl is die van de betere soap: het cliché wordt niet bepaald geschuwd. Van de drie mannen is Simon het geslaagde machotype, die weinig tekst nodig heeft om de vrouwen te laten bezwijken onder zijn bronstige verlangens. De vrouwen zijn mooi, jong en tamelijk verwend, ze laten hun borsten zien aan de buurman en beroepen zich niet ongeestig op hun ademcoach als ze hun levenswijze (‘voor de kinderen zorgen’ oftewel tennissen, drinken, roddelen en vreemdgaan) verdedigen. Tina de Boer (als Hanneke) brengt als enige wat meer leven in de brouwerij: ze heeft net iets meer diepgang dan de leeghoofdjes om haar heen en ze heeft een goed gevoel voor humor.

Het decor bestaat uit een aantal simpele blokkendozen die desgewenst als tafel, stoel of bed dienst doen. Het fraaie lichtontwerp van Uri en Dan Rapaport geeft de kale ruimtes nog wat sfeer, maar de geluidseffecten (veel beats onder de ‘spannende’ scènes) brengen een averechts effect teweeg.

Helaas is Hanneke een van de slachtoffers en verdwijnt daarmee de toch al schaarse humor. Het thrillerelement wordt dominant. Dat leidt tot een van de slechtste scènes in de voorstelling: de ontknoping. Knullig in scène gezet en volkomen ongeloofwaardig.

Gezien: Amsterdam, DeLaMar Theater, 20 nov; te zien o.a. Koninklijke Schouwburg Den Haag; Amsterdam, DeLaMar Theater, 14 t/m 19 feb; Schouwburg Leiden, 9 maart; Stadsschouwburg Haarlem, 16 en 17 maart;; Meer informatie: www.bostheaterproducties.nl

Liefde maakt meer kapot dan drank goed kan maken in toneelstuk ‘Bedrog’ door Toneelgroep Stan

7 november 2011 |

Liefde maakt meer kapot dan drank goed kan maken. Aan het eind van het stuk getuigt een stapel lege wijn-, bier- en whiskyglazen van deze omgekeerde tegeltjeswijsheid. Bedrog (1978) van Harold Pinter speelt zich af over een periode van negen jaar, in omgekeerde volgorde. Het stuk begint bij het einde en eindigt bij het begin.

foto: Paul De Malsche

Nobelprijswinnaar Pinter vertelt het verhaal van een klassieke driehoeksverhouding, in die typische laconieke, schijnbaar simpele stijl. De stiltes zijn veelzeggend en er staat geen woord teveel in. Vreemd genoeg werkt die omkering van de chronologie heel spannend. Misschien omdat je als kijker al veel meer weet dan de personages terwijl het hen overkomt, bijvoorbeeld hoe het afloopt met die overspelige relatie (slecht).

De drie personen waar het om draait zijn Emma (Jolente De Keersmaeker), die getrouwd is met Robert (Frank Vercruyssen) en een affaire heeft met zijn beste vriend, Jerry (Robby Cleiren). Het stuk begint met een ontmoeting in het appartement waar zij jarenlang op lome namiddagen de liefde hebben bedreven. Ze geeft hem de sleutel terug: het wordt tijd het appartement op te doeken. Terug in de tijd zien we afwisselend fragmenten van ontmoetingen tussen de twee vrienden, de vrouw en haar echtgenoot of de vrouw en haar minnaar. Alle drie de acteurs staan de hele voorstelling op toneel: geen poging tot realisme, dat zou bij Stan ook niet kunnen. Degene die niet bij de scène betrokken is, stelt zich dienstbaar op. Zo schenkt de bedrogen echtgenoot de wijnglazen vol voor zijn vrouw en haar minnaar en trekt zich dan weer decent terug. Kleine grapjes in een verder voor Stan ongebruikelijk ‘well made play’.

Het stuk gaat over bedriegen en bedrogen worden. Gaandeweg blijkt dat de echtgenoot al veel langer op de hoogte was van het bedrog dan Jerry dacht. Hun vriendschap krijgt zo heel andere contouren. Je voelt hoe de verbijsterde Jerry in sneltreinvaart in gedachten al hun gesprekken in ander perspectief ziet: ‘Ik wist niet dat jij het wist’. Robert antwoordt: ‘Ik dacht dat jij wist dat ik het wist’.

Mooi en een beetje droevig om te zien is hoe de hartstocht toeneemt gaandeweg het stuk. Normaal is dat, net als in het echte leven, andersom. Het stuk eindigt met de verleidingsscène tijdens een feestje bij Robert en Emma thuis. Mooi gespeeld door Jolente De Keersmaeker die met haar grote ogen en meisjesachtig figuur heel charmant kan zijn. Frank Vercruyssen begint steeds meer op zijn collega Damiaan De Schrijver te lijken: altijd laverend tussen diepe ernst en alerte humor. De voorstelling is sober opgebouwd en wordt lekker fris gespeeld. Zodat de tijdloze tekst van Pinter optimaal tot zijn recht komt.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 2 november; te zien o.a.: Almere, Corrosia! Theater De Roestbak, tournee t/m 14 dec. Meer informatie: www.stan.be

Toneelstuk Spiritus gaat over onze tijd, de onvrede, de leegte en bovenal over het hunkeren naar een geluk dat er misschien wel nooit geweest is

6 november 2011 |

Foto: Ben van Duin

Het verdelen van de erfenis is een van de grootste bronnen voor familieleed. Volgens een recent onderzoek geeft driekwart van de ondervraagden aan dat ruzies over de erfenis er dusdanig in hebben gehakt dat de onderlinge familieverhoudingen voorgoed verstoord zijn. Toneelgroep Dorst zorgt in haar nieuwe voorstelling Spiritus nog voor wat complicerende factoren. De net overleden vader heeft zijn eerste vrouw en kinderen al jong verlaten en is een nieuw gezin begonnen.

Daar staan ze dan: broer en zuster uit het eerste huwelijk aan de ene kant en de weduwe met dochter uit het tweede huwelijk aan de andere kant. Ze ontmoeten elkaar voor het eerst in het voormalige proeflokaal, eens een bloeiende ambachtelijke jeneverstokerij, waar de sfeer van vroeger nog in alles aanwezig is. Aan de muur hangen oude advertenties ‘ Een glaasje Vergeer vraagt om meer’ en ruikt het nog naar graan en kruiden, zoals karwij en alsem.

Broer en zus hebben geen contact meer gehad met vader nadat hij hun gezin had verlaten. Dat levert bij de broer (Theo de Groot) een gevoel van wrok en verbittering op: geen tijd voor sentimenteel gedoe, kom maar op met die poen. Komt nog bij dat het water hem aan de lippen staat: voor zijn bedrijf dreigt een faillissement en de schuldeisers staan voor de deur. De zus (Trudy de Jong) is altijd van haar vader blijven houden. Haar werk als docente klassieke talen levert haar geen bevrediging mee op en waarom zou ze niet in vaders geest een proeverij beginnen, een toevluchtsoord voor eenzame zielen?

De weduwe ( Elsje de Wijn) vindt op haar beurt dat ze recht heeft op het pand: haar dochter (Annelien van Binsbergen ) wil er een concept store beginnen, een styleshop voor de avontuurlijke geest. Genoeg stof voor conflicten, over de erfenis in de eerste plaats, maar ook over traditionele waarden versus moderne eisen, over oud tegen nieuw en over jeugd tegen senioren.

De tekst voor Spiritus is op het lijf van de acteurs geschreven door schrijver Tjeerd Bischoff. Al eerder maakte hij met hen Dorst, waar het gezelschap haar naam aan dankt. Het is een vaardig geschreven stuk, waarin de tegenstellingen flink worden uitvergroot en humor altijd door de tragiek heen schemert. Elsje de Wijn blinkt uit als keiharde zakenvrouw, maar ook de andere acteurs spelen mooie rollen, al is het af en toe iets teveel over de top.

Mede dankzij het uitstekende spel van de acteurs wordt het meer dan een willekeurige familiegeschiedenis, maar gaat het ook echt over onze tijd, over de onvrede, de leegte en bovenal over het hunkeren naar een geluk dat er misschien wel nooit geweest is.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 21 oktober. Meer informatie: www.toneelgroepdorst.nl

Jip en Janneke: de overtreffende trap van leuk

17 oktober 2011 |

Als in de lente vlakbij hun huis vijf piepkleine vogeltjes uit het ei zijn gekropen, gaan Jip en Janneke ook een nest bouwen. ‘Zet ‘m op, vrouw’, moedigt Jip Janneke aan, maar het broeden wordt al gauw heel erg saai. En van saai houden ze niet, Jip en Janneke. Inmiddels bijna zestig jaar oud maar onlangs nog verkozen tot het populairste kinderboek aller tijden. Al hebben ze voor de iets oudere kinderen misschien net een wat tuttiger imago dan de andere Annie M. G. Schmidt-helden: Pluk van de Petteflet, Abeltje, of Minoes.

Foto: Jacqueline van Eeden

Dat gaat nu veranderen want de Firma Rieks Swarte heeft zich ontfermd over het tweetal en Rieks Swarte maal Annie M. G. / Fiep Westendorp, dat levert de overtreffende trap op van leuk. Een ‘mjoeziekul’ heeft tovenaar Rieks Swarte gemaakt met zijn team: Ina Veen, mede verantwoordelijk voor de regie, Fay Lovsky voor de muziek en Carly Everaert voor de fantasierijke kostuums. De bewerking is van Ellie van Dooren die een prima keuze maakte uit de vele Jip en Janneke-verhaaltjes. Niet veel meer dan flinterdunne anekdotes zijn het die met veel liefde, vindingrijkheid en humor aaneen zijn gesmeed tot een heerlijke familievoorstelling.

Van de bekende zwart-wit silhouetten van Fiep Westendorp zijn twee zwarte poppen gemaakt, ongeveer van het formaat van een kleuter, die door twee in het wit geklede actrices worden bediend. Ongelooflijk hoe dat werkt: voor je ogen zie je precies hoe de poppen (en later ook beesten) gemanipuleerd worden maar door de levensechte bewegingen, in combinatie met de mimiek van de acteurs ga je daar heel gemakkelijk in mee. Net zo simpel en typerend voor het werk van Rieks Swarte zijn de geschilderde doeken en rekwisieten. Iemand gooit een handvol gekleurde blaadjes in de lucht en terwijl die naar beneden dwarrelen, verschijnt het bord: herfst. Een sloot wordt gesuggereerd doordat eerst de kinderen (poppen) over een lange bank heen springen en vervolgens de hond zwembewegingen maakt met zijn korte pootjes net onder het bankje. Als ze daarna de andere kant uit teruglopen, zegt een klein meisje achter me in de zaal: ‘Dat kan niet papa, daar is de sloot, toch?’ De kracht van de verbeelding ten voeten uit.

Voor de kinderen is het een feest van herkenning en voor de (groot-) ouders zitten er genoeg extra lagen in om ook nog eens flink te gniffelen over hoe bijvoorbeeld de ouders van Jip en Janneke worden neergezet: Ferdi Janssen en Theun Plantinga in travestie, heel erg geestig. Er wordt veel en goed gezongen. Intussen raak je tegen het eind zowaar ook nog ontroerd omdat het herfst wordt en winter en er zowaar een vleugje melancholie doorsijpelt.

Gezien: Stadsschouwburg Haarlem, 16 oktober; Meer informatie: www.bostheaterproducties.nl

Je moet wel veel van het machismo van Victor Löw houden om vertoneling Het Gouden Ei uit te zitten

17 oktober 2011 |

Het verhaal gaat dat de Franse tankstations die zomer dat het boek uitkwam beduidend minder omzet hebben gedraaid dan normaal. In Het Gouden Ei verdwijnt de mooie Saskia spoorloos, als ze onderweg in Frankrijk wat blikjes frisdrank gaat halen. Het bloedstollende verhaal van Tim Krabbé uit 1984 scoort nog steeds hoog op de boekenlijst van middelbare scholieren en is maar liefst tweemaal verfilmd: Spoorloos (waarmee in 1988 Het Gouden Kalf voor Beste Nederlandse Film werd gewonnen) en een paar jaar later, ook in regie van George Sluizer, The Vanishing, met Kiefer Sutherland en Sandra Bullock.

Foto: Raymond van der Bas

Nu heeft regisseur en bewerker Léon van der Sanden zich aan een toneelbewerking gewaagd, met in de hoofdrollen Peter Tuinman en Victor Löw. Geen gemakkelijke opgave als er al zoveel spannende verfilmingen zijn gemaakt. Het gaat in Het Gouden Ei vooral over universele angsten en fantasieën: over de angst om opgesloten te worden en over de innerlijke strijd met het Kwaad die ieder mens wel in meer of mindere mate kent. Film leent zich uitstekend om angst uit te beelden, alleen al door de mogelijkheid om in te zoomen op personages. Op toneel is dat moeilijker.

In de toneelbewerking is voor dezelfde structuur gekozen als in het boek: een afwisseling van het heden met flashbacks naar acht jaar geleden, de verdwijning en wat daaraan vooraf ging. Dat werkt aardig, mede door het vrij lege toneelbeeld, waarin een glazen wandje een zitkamer verbeeldt en de twee grote videobeelden sfeer creëren. Wuivend gras, pluisjes, lantaarnpalen die langzaam voorbijglijden, de beweging van een auto suggererend.

Centraal staat de relatie tussen de twee mannen: de romantische Rex (Löw) die met zijn Saskia (Römer) op weg denkt te zijn naar een onbezorgde vakantie en Lemorne (Tuinman), de scheikundeleraar die steeds meer gefascineerd wordt door experimenten met zijn eigen geweten. Saskia verdwijnt bij het tankstation en na acht jaar spoorloos verdwenen te zijn, ontmoet Rex de man die zegt alles te weten over zijn verdwenen geliefde.

Peter Tuinman speelt de man zonder geweten, de rationalist die steeds verder gaat in zijn experimenteerdrift. Hij doet dat adequaat, lekker broeierig en met als enige tic het eeuwige trommelen met zijn vingers. Dat geldt ook voor de rollen van de vrouwen, die uiteindelijk vooral als decor dienen. Het gaat om een krachtmeting tussen de twee mannen. En daar ontspoort de voorstelling. Het is vooral een onemanshow geworden van Victor Löw, die wel vaker de neiging heeft zichzelf te overschreeuwen, maar in deze voorstelling echt veel te dominant aanwezig is. Rollende ogen als Saskia haar nachtmerrie vertelt. Een veel te ver opengesperde mond om verbijstering en afschuw te verbeelden, een voortdurende explosie van testosteron. Fortissimo als enige kleur.

Als geheel is de voorstelling enigszins braaf en een tikje ouderwets, maar zeker onderhoudend genoeg, zeker voor mensen die het verhaal niet kennen. Je moet alleen wel veel van het machismospel van Victor Löw houden.

Gezien: Stadsschouwburg Haarlem, 13 oktober; Meer informatie: www.kotheaterproducties.nl

‘Huisgemaakte bullebakjes gevuld met opgeklopt wijwatervuns in een vertoning door vijf daarvoor gekwalificeerde personen’

9 oktober 2011 |

Foto Ben van Duin

Wim T. Schippers zou Wim T. Schippers niet zijn als hij niet iets totaal anders had gemaakt. Dan eerst. Hij is er de man niet naar om voort te borduren op eerdere successen, zoals zijn laatste theaterhit Wuivend Graan, waarvoor Kees Hulst terecht bekroond is en die trouwens volgend jaar in reprise gaat. Wel heeft Het laatste nippertje een flink aantal ingrediënten gemeen met Wuivend Graan: opnieuw speelt het ijzersterke duo Titus Muizelaar en Kees Hulst hoofdrollen, is de regie van Titus Tiel Groenestege en produceert Hummelinck Stuurman.

Vanaf het begin wordt duidelijk dat er geen sprake is van een remake en dat deze voorstelling nergens op lijkt, behalve op zichzelf. Het laatste nippertje is knotsgek, visueel aantrekkelijk, af en toe hilarisch en doordrenkt van een hoogst eigen absurdistisch idioom. Wim T. Schippers is uniek en het lijkt wel alsof al zijn talenten in deze voorstelling bij elkaar komen. Zijn bijzondere tv-werk met shows als Hoepla, De Fred Haché Show en Barend is weer bezig ; zijn werk als beeldend kunstenaar (het flesje limonade in zee, de pindakaasvloer), maar ook de taalkunstenaar (‘jammer, maar helaas!’) en zijn fascinatie voor wetenschap.

In Het laatste nippertje vind je alle facetten terug. Het is een voorstelling die bestaat uit een aantal aan elkaar gelaste scènes: ‘een terechtwijzing aangaande binnenshuis scooter rijden, epyfytische cactussen, de problematiek van de meerkantigheid, huisgemaakte bullebakjes gevuld met opgeklopt wijwatervuns vormen een vertoning door vijf daarvoor gekwalificeerde personen’, zoals Wim T. Schippers zijn stuk zelf omschrijft. Voortdurend word je als toeschouwer op het verkeerde been gezet en telkens gebeurt er zoveel op het toneel dat je ogen en oren tekortkomt.

Dankzij een ingenieus decor van geometrische vormen en projecties kunnen de scènewisselingen snel plaatsvinden en met eenvoudige maar goed gekozen middelen transformeren ook de spelers razendsnel in andere karakters: de dokter, de pr-man, het kwaadaardige oude vrouwtje, de vamp. Opnieuw valt een Marokkaanse acteur op in positieve zin: Abdelhadi Baaddi is een groot talent, hij houdt zich moeiteloos staande tussen acteerkanonnen Hulst en Muizelaar.

Er wordt gezongen in een soort persiflage op de Siciliaanse klaagzang; er wordt een vleugel neergezet waarop een pianist slechts één akkoord speelt om vervolgens ostentatief het publiek te bedanken; de onzin van de communicatiedeskundologie en de heilige pr-ronkpraat wordt genadeloos blootgelegd en er wordt een soort woordenspel gespeeld waarbij het publiek mee kan doen. Klinkt flauw maar Schippers komt overal mee weg. Omdat hij de eerste is om zichzelf weer onderuit te halen en vanwege het geweldige spel, de vaart en de haarscherpe timing.

Het laatste nippertje is Schippers in het kwadraat. Om het in de woorden van de meester uit te drukken: prima de luxe.

Gezien: Stadsschouwburg Haarlem, 8 oktober; te zien o.a. Zaandam, Zaantheater,12 okt; Koninklijke Schouwburg Den Haag, 26 okt; Hoorn, Het Park, 5 nov; Alkmaar, De Vest, 16 nov; Hoofddorp, De Meerse, 1 en 6 dec; Amsterdam, DeLaMar Theater, 20 dec t/m 8 jan; Schouwburg Leiden, 18 jan; Meer informatie: www.hummelinckstuurman.nl

De Presidentes minder grimmig dan toen, maar wel veel leuker

7 oktober 2011 | 2

Foto: Sanne Peper

Greet, Erna en Marietje zijn volksvrouwen, zonder veel geluk in het leven. Greet ( Myranda Jongeling) heeft een suikerspinkapsel, een te hoge BMI en een ordinaire uitstraling. Erna (Marisa van Eyle) is godvruchtig en spaarzaam. Haar grootste trots is haar bontmuts, een gevonden voorwerp dat ze met eindeloos geduld heeft schoongemaakt en ook in de woonkeuken permanent op heeft. Tussen hen in zit Marietje (Anneke Blok), die zich met een ontroerend optimisme door het leven heen slaat. Ze is een vlijtig meisje dat snakt naar waardering, die ze krijgt als toiletontstopper. Ze is nooit te beroerd om met haar blote arm de wc-pot in te gaan.

De Presidentes, een coproductie van het Nationale Toneel en Het Derde Bedrijf in regie van Theu Boermans, is een bijzondere voorstelling: het gebeurt maar zelden dat een voorstelling van bijna twintig jaar geleden wordt hernomen, met dezelfde regisseur en dezelfde hoofdrolspeelsters. In 1993 waren ze nog piepjong, inmiddels zijn het gerenommeerde actrices.

Destijds veroorzaakten de zogenaamde Faecaliëndrama’s van de Oostenrijkse schrijver Werner Schwab, waarvan De Presidentes het eerste deel vormt, veel opschudding: de personages van Schwab zijn zonder uitzondering egoïstische monsters, die nauwelijks hun best opdoen om een dun laagje beschaving op te houden. In de loop van het stuk wordt ook dat dunne laagje zorgvuldig afgepeld. In de ogen van Schwab zijn mensen geperverteerde en erbarmelijke verteermachines: je stopt er bier en leverworst in en er komt smerigheid uit. Vandaar de naam: Faecaliëndrama’s.Dat klinkt niet bepaald aantrekkelijk maar door de combinatie van rauwheid met een bijzonder taalgebruik, archaïsch en soms poëtisch maar heel geestig, hebben Schwabs toneelstukken iets fascinerends.

De Presidentes is het meest toegankelijke stuk: herkenbaar omdat het over gewone vrouwen gaat, met gewone, zij het wat trieste levens. Het begint als een willekeurige avond: de drie vrouwen kijken televisie en ze praten wat. Als in het tweede deel de wijn op tafel komt, ontsporen de verhalen en wentelen ze zich in steeds heftiger visioenen. Wanneer de simpele Marietje er niet meer tussen kan komen, neemt zij in een grootse scène wraak door de leugens van de andere twee vrouwen te onthullen. Anneke Blok won destijds een Theo d’Or voor haar rol als Marietje en haar spel, en trouwens ook dat van de andere actrices, is er alleen maar beter op geworden. Toen waren ze piepjong en was de afstand tot de personages groter; nu is hun spel verdiept.

Misschien omdat de tijdgeest is veranderd – we zijn niet meer zo snel geschokt-, is de uitwerking van het stuk ook anders. Het provocerende, grimmige karakter is minder sterk dan toen: de voorstelling is vooral hilarisch. Een briljante komedie met drie ongelooflijk goede actrices.

Gezien: Amsterdam, Compagnietheater, 4 okt. Meer informatie en speellijst: www.hetderdebedrijf.nl of www.nationaletoneel.nl

Dit wordt waarschijnlijk het meest publieksvriendelijke Theaterfestival ever, misschien niet onverstandig in barre tijden. Maar waar is de provincie?

16 mei 2011 |

Het is een goed seizoen, dat van 2010-2011: veel hoogtepunten, weinig flagrante missers en een toename van engagement en passie. De kwaliteit is hoog, zowel bij de grote gevestigde gezelschappen als bij de jonge makers. Een sterk bewustzijn ook van Verder lezen

Dames en heren: een hit op de zomerfestivals maar als avondvullend programma wat aan de magere kant

10 mei 2011 |

foto: Jochem Jurgens

Ooit maakten zij samen de VPRO-kinderserie Max en Piep en voor het theater de pijnlijk grappige mime-comedy FAT (Falling Apart Together). Ze speelden allebei lang bij het roemruchte Alex d’Electrique. Nu zijn ze met zijn tweeën terug in het theater, Martin Hofstra en Raymond Thiry.

Dames en Heren is een echte zomeravondvoorstelling, die te zien is op Oerol en de Parade, maar ook op tournee gaat door het hele land. Ze spelen twee variétéartiesten, al jarenlang thuis in het B-circuit en ondanks de nodige irritaties over en weer toch hecht verbonden met elkaar. Ze moeten nu een nieuwe voorstelling gaan maken; helaas is de hoofdrolspeler van hun best lopende act, de hond Randy, onlangs overleden. Randy was hun trouwste kameraad: een hond die alles kon, alles deed, alles begreep en nooit klaagde. Nu moeten ze verder zonder Randy en dat betekent dat ze het zelf uit moeten zoeken op het toneel. In een wereld die veranderd is: wervelend en dynamisch moet het zijn, multimediaal als het even kan, graag interactief en dan ook nog avondvullend.

Het filmpje waarmee de voorstelling begint, opgenomen in schokkerig zwartwit en met een muziekje eronder uit de tijd van de stomme film, is prachtig: hond en baas zijn hier één geworden. De een (Raymond Thiry, vooral bekend van een aantal films en de televisieserie Penoza) houdt een lange monoloog, geschreven door Rob de Graaf. Hoe ze nu verder moeten. ‘We moeten toch door, Darm’. Hij begint met het prijzen van hun samenwerking maar gaandeweg ontspoort zijn monoloog steeds meer en komen de stekeligheden naar buiten. Geestig zijn de ontsporingen in taal die steeds maffer worden. De boomlange Martin Hofstra kijkt intussen zwijgend de andere kant uit.

Wat volgt, is een reeks sketches, die variëren van een imitatie van een Tommy Cooperact door Hofstra, met zijn uitgestreken smoelwerk en lenige lijf fraai uitgevoerd. Vooral het jongleren met drie plastic zakjes is even virtuoos als knullig. Ook mooi is de scène waarin de beide artiesten in een cirkel van licht staan, het rode theatergordijn op de achtergrond, en de bewegingen en mimiek van de personages haaks staat op de feitelijke dialoog.

Het zijn mimespelers die heel goed een komisch duo zouden kunnen vormen, de korte en de lange. Een maf stel met veel talent, vooral op het gebied van fysieke actie. Geen wonder voor twee acteurs die meer dan tien jaar het hart van Alex d’Electrique vormden. In deze voorstelling is te krampachtig geprobeerd een dramatische lijn aan te brengen: het verhaal is mager, de thematiek van de hond komt amper uit de verf en ook het zoeken naar verrassende en eigentijdse theatervormen komt niet verder dan vast te stellen dat dat nodig is.

Wat overblijft is een reeks scènes die steeds absurdistischer en maffer worden; een soort comedy capers. Niet erg. Want daar ligt hun talent.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 7 mei; Meer info: www.viarudolphi.nl

Hogeschoolcomedy ontaard bij Orkaters ‘Hartfalen’ in spanningsloze metafysica

10 mei 2011 |

foto: Ben van Duin

De een na de ander vallen ze om. De een terwijl hij zijn onderbroek zoekt , de ander halverwege op de trap. Als ze wakker worden, liggen ze naast elkaar op zaal: vijf bedden, vijf mannen in blauwe ziekenhuishemden en met blote benen. Een hartaanval. De eerste 24 uur erna zijn het spannendst. Een op de vijf haalt het niet. Gemiddeld.

In het kader van Orkater/De Nieuwkomers schreef Daniël Samkalden in 2007 een toneeltekst Hartfalen, destijds opgevoerd als een korte serie geënsceneerde lezingen met muziek van Peter van de Witte. Dit was zo’n succes dat Orkater besloot de voorstelling in productie te brengen, met een topcast.

De muzikanten zitten op een verhoogd podium achter een soort hekwerk, daarvoor staan de vijf ziekenhuisbedden. De man helemaal links (Gijs de Lange) is overstuur, hij wilde helemaal niet meer wakker worden, hij wil weer terug: ‘Dat licht was zo mooi…’. Naast hem ligt Porgy Franssen die een autoritaire directeur speelt, met een grote bek en een klein hartje. Hij gaat het mooist dood van iedereen; hij draait langzaam met zijn ogen, en dan nog eens en nog een keer en maakt dan een vertraagde val. Hogeschoolcomedy.

Het zijn allemaal uitstekende acteurs: Helmert Woudenberg als eindeloos over zijn kleinkinderen ouwehoerende opa en René van ‘t Hof als neurotische computertechneut hebben geestige gesprekken en ze ontroeren in hun oncharmante ziekenhuishemden. Elise Schaap is een kordate verpleegster: niet onvriendelijk maar duidelijk iemand die niet met zich laat sollen. De dialogen knisperen; het is een herkenbare situatie die veel mogelijkheden biedt voor zowel de tragische kant- thematiek van dood en leven- als voor de lichte kant: mensen die tegen wil en dank bij elkaar in een tamelijk intieme relatie zijn beland.

Met het verstrijken van de nacht gaan droom, angst en werkelijkheid ongemerkt in elkaar over. Als er een nieuwe patiënt binnenkomt, kantelt de voorstelling. Het tweede deel van de voorstelling is aanzienlijk minder begrijpelijk. De verpleegster is aan het acrobatieken bovenin een metalen rek. De muziek wordt harder. Er worden geen snedigheden over en weer meer gedebiteerd maar tamelijk abstracte teksten. Er verschijnt een sterrenhemel. De spanning ebt weg. In plaats van een geestige ziekenhuiscomedy wordt het een soort hogere metafysica, met onnavolgbare dialogen en muzikale ontsporingen.

Gezien in Amsterdam, Bellevue, 6 mei; te zien aldaar t/m 28 mei ; Haarlem, Toneelschuur, 1 t/m 11 juni

Vrijen op zijn slaks is een van de 237 redenen voor seks

10 mei 2011 |

foto: Ben van Duin

In de prettig compacte voorstelling 237 redenen voor seks gaan Orkater-acteurs Geert Lageveen en Leopold Witte met de billen bloot. In figuurlijke zin dan. Voor de voorstelling nemen ze hun eigen beleving als uitgangspunt en dan gaat het dus vooral om seks van (heteroseksuele) mannen van rond de vijftig. Dus begint het met Blondie (‘Denis, Denis. I’m so in love with you. Denis, Denis, I got a crush on you’): lekker plaatjes draaien. Twee mannen met een platenspeler, een paar lampen en een dvd-speler.

Behalve de eigen ervaringen, die overigens – het is ten slotte toneel – heus niet allemaal waar zijn of echt gebeurd, is een rol weggelegd voor een ingezonden brief van Stella de Graaf, ‘ongeveer onze leeftijd’, een vrouw die opgroeide met vrouwen (meisjesschool, geen broers), als tiener bijzonder schuchter was maar zich op latere leeftijd ontpopte tot een heus seksbeest.

Onderwijl vertelllen de mannen over hun eigen jeugd en laten zien hoe dat ging: schuifelen op Santana. Geert doet het voor, de armen hoog en een debiele blik. Leopold, een kop groter en dan ook nog op pumps, speelt voor het gemak even voor vrouw.

Het idee voor de voorstelling komt van Geert, die zich (althans zijn personage) geobsedeerd noemt door seks. In een hilarische monoloog vertelt hij hoe hij met zijn boodschappenlijstje naar de supermarkt gaat en voortdurend afgeleid door aantrekkelijke dames uiteindelijk zichzelf terugvindt met de verkeerde boodschappen in een onbekende straat. Voor Leopold is het onderwerp minder urgent, hij is ‘gelukkig getrouwd’. Niet meer zo gepassioneerd als het eerste jaar; huis, tuin en keukengeluk noemt hij het zelf. Een bekend gegeven: als een gemiddeld stel voor elke vrijpartij een knikker in een potje doet, hebben ze in het eerste jaar een voorraad opgebouwd die ze de rest van hun leven niet meer op krijgen.

De titel voor de voorstelling is ontleend aan een onderzoek naar de motieven voor seks, waarop 237 verschillende antwoorden werden gegeven. Dat varieert van ‘het was mooi weer en iedereen was vrij’ tot ‘Ik wilde van mijn hoofdpijn af’en ‘Ik wilde wraak nemen op mijn partner’.

Een mooie invalshoek vormen ook de goede gesprekken die ze hebben met hun tienerkinderen, althans, dat gevoel hebben ze zelf. ‘Mag ik nu weg?’, vraagt zoonlief na afloop. Tal van wetenswaardigheden uit biologie en psychologie worden vakkundig verweven in de persoonlijke en uiterst herkenbare verhalen. Het komt allemaal omdat wij in een complexe maatschappij leven, terwijl de mannenhersens nog reageren op een willekeurig aantrekkelijk stukje bloot als die van een holenmens.

Dat u het maar weet.

Als voorbeeld wordt de slak aangehaald, die trouwens van geslacht kan veranderen, heel handig. De volijkstemmende, knap gemaakte voorstelling eindigt met een voorbeeld waar wij ons aan kunnen laven: een close up van slakken die de liefde bedrijven: ongekend teder, traag en genietend.

Gezien in Amsterdam, Bellevue, 8 mei; te zien aldaar t/m 28 mei. Meer informatie: www.orkater.nl

Regisseur Eric de Vroedt overspeelt zijn hand soms, maar bij vlagen levert ‘Liefde in tijden van gifaffaires’ briljant theater op

8 mei 2011 |

foto Sanne Peper

Het klinkt weinig aanlokkelijk. Een voorstelling, gebaseerd op de geruchtmakende Probo Koala-affaire in 2006. Wat was dat ook alweer? O ja, dat bedrijf Trafigura uit Amstelveen dat gifafval dumpte in Ivoorkust. Hoe maak je daar in vredesnaam theater van?

Eric de Vroedt (concept, tekst en regie) is inmiddels toe aan deel negen van zijn succesvolle tiendelige serie mighty society: een zoektocht naar theater dat op een ‘nieuwe manier geëngageerd’ is. In september was deel acht, de Wildersmusical, talk of the town, mede door de enorme publiciteit die de audities voor de titelrol opleverden.

De Probo Koala-affaire spreekt op het eerste gezicht minder tot de verbeelding. Toch is de Vroedt er in geslaagd ook over dit schandaal een intelligente en meeslepende voorstelling te maken waarin de complexe maatschappelijke, politieke en sociale lagen een voor een worden blootgelegd. Het is een caleidoscopisch geheel waarin telkens andere stukjes van de spiegel flarden werkelijkheid zichtbaar maken.

Liefde in tijden van gifaffaires bestaat uit drie delen: in het eerste deel worden de dubieuze televisieopnames voor een soort talentenjacht ergens in Afrika getoond. Het levert een even cynisch als hilarisch beeld op van de media. ‘Als het maar raakt’, roept de regisseur die een pakkend beeld moet schetsen van ‘de’ Afrikaan. En dan is een klein leugentje om bestwil niet zo’n groot probleem. Die iets te nieuwe telefoon, kan die uit beeld? Dat strookt niet met het beeld van de zielige zwarte. En als het niet zijn vrouw was die een miskraam had, kan hij het toch wel vertellen alsof het wel zo was. De mensen in het westen moeten zich kunnen identificeren, het leed moet persoonlijk worden gemaakt.

Geraffineerd wordt de spanning opgebouwd en de toeschouwer telkens op het verkeerde been gezet. Doordat het beeld van ‘de’ Afrikaan, een geestige rol van Gustav Borreman, levensgroot wordt geprojecteerd, ontstaat een indringend beeld. De clichébeelden worden als het ware op hun kop gezet en flink uitgeschud. Wat blijft er dan over?

Er valt veel te lachen maar op het moment dat het onschuldig vermaak lijkt te worden, voert de Vroedt als een ware meester achter de knoppen de intensiteit op en begint het verhaal te schuren en te raken. In het tweede deel blinkt vooral Hein van der Heijden uit als Jason, de directeur van Trafigura: de vleesgeworden hypocrisie. Een presentatie voor de aandeelhouders loopt totaal uit de hand als het persoonlijke en het zakelijke door elkaar heen beginnen te lopen.

Jammer is dat de Vroedt hier zijn hand overspeelt wanneer hij ook nog het klassieke Medeaverhaal probeert te vlechten door alle andere verwikkelingen heen. Te pompeus en te gezocht: de vanzelfsprekendheid van het eerste deel ontbreekt hier. Het derde deel is daarna een duel tussen een mooie hiphopdanser en een Hollandse kantoorklerk, de acteur Bram Coopmans. Een fysieke botsing tussen twee culturen. Geestig, maar ook wrang. Dat geldt voor de hele voorstelling, waarvan dus  vooral het eerste deel briljant theater oplevert.

Gezien: Amsterdam, Frascati, 5 mei, daar nog te zien  t/m 14 mei; Toneelschuur, Haarlem, 20 en 21 mei; Almere, Corrosia, 21 mei; Dordrecht,Schouwburg Kunstmin, 25 mei; Utrecht, Theater Kikker, 20 t/m 24 sept; Den Haag, Theater aan het Spui, 4 t/m 6 okt; IJmuiden, Witte Theater, 8 okt. Meer informatie: www.mightysociety.nl

Lineke Rijxman weergaloos in ‘Wat is het nu’, een spel van waarheid en illusie, van opbouw en afbreken, van theater als begin- en eindpunt

30 april 2011 | 1

foto: Sanne Peper

Het zijn de laatste woorden van haar vader: ‘Carolientje verberg je, want de barbaren komen’. Een aangrijpende scène: we zien de vader, door Lineke Rijxman zelf gespeeld, moeizaam ademend op zijn sterfbed. Hij was dirigent en moest bij een fusie het veld ruimen voor André Rieu senior. De haat tegen oppervlakkigheid en lichtvoetig amusement heeft Rijxman met de paplepel binnen gekregen.

Wat is het nu, de nieuwe Mugvoorstelling, is een solo van Rijxman, geschreven door haarzelf in nauwe samenwerking met Joan Nederlof. Een heel persoonlijke voorstelling is het geworden die tegelijkertijd gaat over nu, over de wereld waarin we leven en dan in het bijzonder die van de (zo bedreigde) kunst. Een voorstelling waarin het persoonlijke politiek is en omgekeerd. Gebaseerd op biografische gegevens die net zo vrolijk weer worden ontkend, want was haar vader wel dirigent en waren dat wel zijn laatste woorden? Of was het simpel effectbejag?

Het is een spel van waarheid en illusie, van opbouw en afbreken, van theater als begin- en eindpunt. Een voorstelling over keuzes maken en over de houdbaarheid en de geloofwaardigheid van een ‘serieuze’ actrice in een wereld die alleen nog maar lijkt te hunkeren naar oppervlakkig amusement, naar schone schijn en kijkcijferkanonnen. Lineke Rijxman doet dat weergaloos. De Theo d’Or- en Colombina-winnares laat opnieuw haar veelzijdigheid als actrice zien. Ze springt van de ene rol in de andere; schijnbaar moeiteloos speelt ze haar vader, haar jonggestorven moeder (of is dat ook niet waar?), zichzelf als tiener, als haar agente, een keiharde zakenvrouw die niet zoveel moet hebben van dat kunstige gedoe, en nog veel meer typetjes.

Hilarisch is de scène waarin de agente haar overhaalt om mee te doen aan een auditie in Frankrijk: “Je moet nu aanhaken. De tijd dat je vrijblijvend en gesubsidieerd aan toneelstukjes kon knutselen is voorbij’. Bij de auditie doet ze zich voor als Carla Bruni, een vrouw die met haar kittige paardenstaart en tuitmondje de hele wereld aankan, en passant haar echtgenoot oraal bevredigend: ‘Nicolas est très stressée’. Door dialogen te voeren met fictieve personages, slaagt Lineke Rijxman er in een krankjorem beeld te schetsen van een complexe en verknipte wereld, waarin de goegemeente genoeg heeft van dat moeilijk doen van die kunstenaars. En van zichzelf als kunstenaar in vertwijfeling, want je wilt toch wel ontroeren? Je bent toch een theaterdier? En je wilt toch dat het ergens over gaat?

Over al die vragen gaat Wat is het nu, maar ook over familie, over ambitie en over die oorlog (gaap) waar niet meer over gesproken mag worden. Niet te moeilijk doen, niet dat sombere gepieker, niks geen zoektocht naar zin en betekenis. Simpel vermaak bieden, lekker luchtig amusement. Haar vader zou zich omdraaien in zijn graf maar trots zijn op zijn dochter.

Spel: Lineke Rijxman/ Gezien: Toneelschuur, Haarlem, 28 april, nog te zien aldaar t/m t/m 1 mei; De Lieve Vrouw, Amersfoort, 6 mei; De Vest, Alkmaar, 14 mei; LAKtheater, Leiden, 20 en 21 mei, Meer informatie: www.mugmetdegoudentand.nl

Oogsttijd door Toneelgroep Stan: een feest voor de fan

28 april 2011 |

foto: Tim Wouters

‘Eigenlijk is alles geleend van Discordia‘, zegt acteur Damiaan De Schrijver tegen het publiek en hij schampert er achteraan ‘Epigonen, we zijn een stelletje epigonen’. Met typerende onhandigheid – ‘we zijn ook geen Guy Cassiers, he’- loopt Frank Vercruyssen naar boven om een snoer voor de projector te halen. De acteur zet de miniprojector na wat gestuntel op zijn hoofd vanaf de zaal, terwijl collega Damiaan een bord triplex omhoog houdt dat dienst doet als scherm. Veel grappen en grollen en inside jokes voor de trouwe fans.

Het is dan ook een echt feest voor de fan van Stan, de nieuwe voorstelling Oogst. Een gevarieerd programma, elke avond anders. Er is een compilatie gemaakt van favoriete scènes, korte stukken en enkele entr’actes die zijn voortgekomen uit het jubileumprogramma van 2009: 20 jaar Stan.

De entr’actes zijn het minst geslaagd: een filmpje over kernproeven en een actueel gedicht/ verhaal over de ‘Arabische lente’, dat slecht verstaanbaar wordt voorgelezen door oud VRT-journalist en Midden-Oosten-kenner Jef Lambrecht. De goede bedoelingen zijn duidelijk- verwijzen naar de grote boze buitenwereld-, maar komen eigenlijk slecht uit de verf.
Hoogtepunten zijn de klassiekers A Woman of No Importance van Oscar Wilde, One for the Road van Harold Pinter en fragmenten uit De Meeuw en de eenakter Het huwelijksaanzoek van Anton Tsjechov.

Jolente De Keersmaker is ongekend op dreef: weergaloos hoe zij een van de vier vrouwen speelt in het stuk van Wilde, dat overigens sowieso erg grappig en to the point is. In één scène worden meer geestigheden gedebiteerd over (de relatie met) mannen dan in alle afleveringen van Gooische Vrouwen bij elkaar. Ook Sara De Roo schmiert en overdrijft geweldig, perfect getimed en uitgevoerd.

Onnavolgbaar hoe de Stanacteurs spelen met dubbele bodems. Altijd schemert hun persoonlijkheid door de rol heen en ze maken daar optimaal gebruik van. Ze jongleren met taal, acrobatieken met grimassen en je kunt een choreografie maken, gebaseerd op hun blikken. Ze toveren betekenis. In die zin zijn ze inderdaad erfgenamen (dat klinkt toch een stuk vriendelijker dan epigonen) van Discordia: ze zetten die specifieke manier van spelen voort met een heel eigen invulling en met veel Vlaamse humor. Frank Vercruyssen laat zien hoe de terreur van de macht een gezicht krijgt, met een ijzingwekkende vertolking van Pinters’s One for the Road, dat pas nog te zien was bij The Glasshouse in een regie van Kees Roorda.

Hilarische uitsmijter: de totale vertwijfeling waarin de toeschouwer wordt gebracht door de misverstanden tussen een man (Damiaan De Schrijver) die een huwelijksaanzoek komt doen en de betreffende kandidate en haar vader. Het loopt totaal uit de hand en de aanvankelijk zo schuchter schijnende personages staan elkaar binnen de kortste keren naar het leven. Komediespel op hoog niveau.

Gezien: Frascati, Amsterdam, 26 april, te zien aldaar t/m 29 april/ Meer info en tournee/ www.tgstan.be

‘Eén van de meest kuise, afstotende en droevigstemmende seksscènes ooit…’ “Bij het kanaal naar links”is echte Van Warmerdam

14 april 2011 |

foto: Ben van Duin

Bij de buren hebben ze het voor elkaar; daar drinken ze de koffie met suiker. Voor de familie Meyerbeer is dat het toppunt van luxe. Zij hebben het zwaar. Vader heeft al in geen tijden salaris gehad en moeder ligt op bed met bètablokkers. De zoon trekt zich terug in zijn hok en alleen de mooie dochter lijkt nog van het leven te kunnen genieten. Ze ligt voortdurend te zonnebaden. De familie waarmee ze op voet van oorlog leven, bestaat uit vader en zoon Bouman. Als Lucien, de zoon, op een dag toenadering zoekt tot de mooie dochter van de erfvijand, wordt oud leed opgerakeld en veranderen de verstarde verhoudingen drastisch.

In Bij het kanaal naar links, het nieuwe stuk van Alex van Warmerdam, ziet de wereld er grimmig en weerbarstig uit, zoals overigens in vrijwel al zijn werk (Abel, De Noorderlingen, De jurk, Ober, Emma Blank). De buitenwereld is boos en bedreigend en binnen de familie is het zo mogelijk nog erger. Bij het kanaal naar links is een coproductie van De Mexicaanse Hond, het gezelschap van van Warmerdam, die verantwoordelijk is voor zowel tekst als regie als enscenering en zelfs muziek, met Olympique Dramatique, een Vlaamse groep die bekend staat om haar brutale voorstellingen met veel humor, geweld en een stevige scheut testosteron.

Door de stilering en de mooie taal, kaal maar treffend, weet van Warmerdam de verschrikkingen fascinerend te maken. De Hollandse nuchterheid staat in schril contrast met de emoties die onderhuids worden getoond. In afgemeten zinnetjes, waar tussen de regels meer wordt gesuggereerd dan gezegd. Het scenario is op de huid geschreven van de acteurs. Het fysieke, rauwe spel van de Vlamingen Tom Dewispelaere en Stijn Van Opstal past uitstekend bij dat van de andere acteurs die tot de ‘vaste stal’ van van Warmerdam horen: Pierre Bokma, Annet Malherbe, Aat Ceelen en Eva van de Wijdeven (ja, die van Adam en Eva). Zij zijn meesters in de droogkomische speelstijl die zijn stukken vereisen.

Gelukkig valt er dan ook, ondanks of misschien wel dankzij die grimmige, gruwelijke wereld die wordt geschetst, genoeg te lachen. Het verhaal is absurdistisch, maar van Warmerdam brengt steeds voldoende weerhaakjes aan om toch te prikkelen. De boze buitenwereld komt dichterbij wanneer ook in de familieverhoudingen een doorbraak plaatsvindt, wat culmineert in een van de meest kuise, afstotende en droevigstemmende sekscènes ooit. De voorstelling raakt in de verte aan thema’s als angst voor de vreemdeling, immigratie, uithuwelijking en eerwraak. Alleen maar in de verte: echt raken doet de voorstelling niet. Het blijft vooral een wreed, bizar sprookje.

Gezien: Haarlem, Stadsschouwburg, 12 april; nog te zien o.a. in Utrecht, 18 en 19 april; Rotterdam, Schouwburg, 21 april; Delft, De Veste, 22 april; Alkmaar, De Vest, 27 april; Amsterdam, Meervaart, 1 mei en Stadsschouwburg 20 t/m 23 mei; IJmuiden, Stadsschouwburg Velsen, 7 mei; Hoorn, Het Park, 12 mei; Amstelveen, Schouwburg, 13 mei; Zaandam, Zaantheater, 18 mei; Den Haag, Koninklijke Schouwburg, 6 juni; Hoofddorp, De Meerse 9 juni; Almere, Schouwburg, 10 juni. Volledige tournee en info: www.orkater.nl

Relâche, de voorstelling van Discordia waarin het wachten tot onderwerp is verheven, is bijzonder geestig

13 april 2011 |

foto: Bert Nienhuis

Het begint met bijna niks. Vijf mensen die wat rondlopen op een vloer van houten planken. Vooraan een flinke kier. In het midden van het toneel opgestapelde stoelen, tafel en houten lijsten. Iemand mompelt zachtjes sorry, Jorn struikelt over de kier, de vijf spelers monsteren elkaar. Miranda trekt hoge pumps aan en vraagt of dat beter staat. Niemand reageert. De toeschouwer vraagt zich intussen af waar dit over gaat. Relâche betekent zoiets als ‘het afgezegde optreden’. Een voorstelling over tijd die wordt doorgebracht met bijna niets doen. Met wachten. Op inspiratie, op iemand die wat gaat doen, op elkaar. De voorstelling gaat over wat zich voordoet als er vrijwel niets gebeurt. Poëtisch gezegd, volgens de (schaarse) informatie op de flyer: ‘Over afwezigheid. Kamers zonder deuren, ofwel: de spaties tussen de woorden. De ruimte tussen de wolken’.

Het ziet er vooral uit als gestoethaspel, gemompel en gedoe, die ‘ruimte tussen de wolken ‘. Much ado about nothing. Nou, niks? Ook als er bijna niks gebeurt, gebeurt er toch van alles. Jan Joris Lamers, duidelijk de regelaar van het stel, belt met een denkbeeldige opdrachtgever. Kunnen de spullen weg die midden op het toneel staan? De indruk wordt gewekt van een repeterend toneelgezelschap dat alsmaar aan het wachten is totdat ze eindelijk kunnen beginnen. Eerst moeten die spullen weg of in elk geval moeten ze weten waar ze aan toe zijn. Intussen wordt voortdurend de illusie van de ‘vierde wand’ doorbroken. ‘U denkt toch niet dat ik echt iemand aan de lijn heb? ‘, zegt Jan Joris tegen het publiek, om vervolgens het telefoongesprek even serieus te hervatten.

De voorstelling gaat zowel over theaterconventies als over sociale codes. Elk van de vijf personages (die gewoon bij hun echte voornaam of koosnaam worden genoemd) heeft een andere manier om met deze wachttijd om te gaan. Jorn struikelt en duikelt steeds over de harde vloer en is dan eindeloos bezig het stof van zijn jas en broek af te kloppen. Mattias (Mat) probeert vergeefs zijn diagonaal te oefenen, want dat gaat niet met al die zooi midden op toneel. Hij loopt er dan maar met een boogje omheen, triomfantelijk. Op dat soort momenten wordt het bijna slapstick. Annet (Annie) probeert de boel te sussen en roept als een mantra ‘niet zeuren, niet klagen’, als iemand zijn geduld dreigt te verliezen.

Ten slotte wordt een groot aantal zwartwit foto’s getoond van min of meer bekende filosofen en kunstenaars. Geen idee wat daarmee bedoeld is. Net zo min als de link met Kafka, van wie op de flyer twee citaten staan. In Relâche is elke duidelijkheid afwezig maar de voorstelling verheft het wachten, het oponthoud, de ‘ruimte tussen de wolken’ tot een bijzonder geestige bezigheid.

Gezien in Amsterdam, Frascati, 7 april; te zien in Haarlem, Toneelschuur, 15 en 16 april. Meer informatie: www.discordia.nl

Hartverscheurend en beeldschoon is het debuut van Laurence Roothooft in een geslaagde bewerking van Giordano’s bestseller De eenzaamheid van de priemgetallen

8 april 2011 |

Foto: Michel Porro

‘Priemgetallen zijn alleen deelbaar door 1 en door zichzelf. Het zijn argwanende, eenzame getallen en daarom vond Mattia ze prachtig.’

Eenzaam zijn ze allebei: de geniale, eenzelvige Mattia en Alice, die na een ski-ongeluk mank loopt. Er ontstaat een bijzondere band tussen de twee eenzame adolescenten, maar elkaar werkelijk bereiken, dat lukt maar zelden. De eenzaamheid van de priemgetallen, de roman van de jonge italiaanse schrijver Paolo Giordano uit 2008, was een spectaculair succesdebuut. Wereldwijd zijn er meer dan een miljoen exemplaren verkocht en het boek is overladen met prijzen. Vorig jaar al kwam de verfilming uit, met onder andere Isabella Rossellini, die overigens veel minder unaniem enthousiast is ontvangen en nu is er de ttheatervoorstelling. Gemaakt door Madeleine Matzer die een zekere reputatie heeft opgebouwd met eerdere bewerkingen van romans als Hokwerda’s Kind en Knielen op een bed violen.

Ze heeft gekozen voor een zo simpel mogelijke vertelling. Vier tweepersoons bankjes, ver uit elkaar, een verkleedkist en een grote foto van een winters bospad vormen het decor. De hoofdrollen van Mattia en Alice worden gespeeld door de jonge acteurs Marijn Klaver en Laurence Roothooft, de routiniers Wolter Muller en Lottie Hellingman spelen alle andere rollen. Moeiteloos schakelt vooral de laatste over van de verdrietige moeder van Mattia naar de hartverwarmende Soledad, de werkster bij Alice thuis of naar Viola, de sexy en uitdagende jeugdvriendin van Alice.

Net als het boek begint de voorstelling met een monoloog waarin de beide hoofdpersonen vertellen over de traumatische ervaring in hun jeugd, waardoor ze voor hun leven getekend zijn. Ze voelen zich vanaf hun allereerste ontmoeting met elkaar verbonden, maar slagen er maar zelden in om daar een vorm voor te vinden. Heel mooi laten Mattia en Alice de breekbaarheid van de twee personages zien; aan hun lichaamstaal zie en voel je dat wat niet uitgesproken wordt; heel even houden ze af en toe elkaars hand vast en dan hou je de adem in. Zelfs de oversekste en populaire Viola die iedereen kan krijgen, voelt dan haarscherp aan dat er iets gebeurt waar zij misschien wel jaloers op moet zijn.

Het is geen gemakkelijk verhaal, met thema’s als zelfdestructie (Alice heeft anorexia, Mattia snijdt zich), een onvermogen tot communicatie (de ouders van Mattia en Alice die stuk voor stuk op hun eigen wijze gevangen zitten in een mengsel van schuld en schaamte) en totale eenzaamheid. Toch is het geen zware voorstelling geworden, door de lichte toon (er is zelfs ruimte voor grapjes), de snelle overgangen, de goed gekozen muziekfragmenten en de simpele vorm. Knap hoe Matzer oplossingen heeft gevonden voor een complexe vertelling die tientallen jaren en evenveel locaties telt.

Er wordt uitstekend gespeeld door het hele team, waarbij misschien nog het allermeest het debuut van de getalenteerde Laurence Roothooft opvalt. Hartverscheurend en beeldschoon.

Gezien: ‘s Hertogenbosch, Verkade Fabriek, 7 april.  Tournee t/m 4 juni.  Meer informatie: www.bostheaterproducties.nl of www.matzer.org

Toneelstuk Vrije Radicalen ontbeert elke spanning door een teveel aan verwikkelingen, waardoor de plot volkomen zoek raakt

28 maart 2011 |

foto: Reyn van Koolwijk

Een reconstructie moet het worden. In vertrouwelijke terzijdes wordt het verhaal verteld door journalist Robert die een bijzondere verhouding heeft tot de wethouder: hij doet het namelijk met zijn vrouw. Vrije Radicalen is het vierde en laatste deel van het vierluik dat Frans Strijards de afgelopen jaren schreef en regisseerde voor De Voortzetting (van Art&Pro). Een vierluik over ‘de zoektocht van de moderne mens naar houvast’, met twee goed ontvangen monologen Dankwoord? (met Helmert Woudenberg) en Hé, jij daar (met Nanette Edens), een matig derde deel, de komedie Modem, ‘een serie misverstanden in cadeauverpakking’ en dan nu het slot Vrije Radicalen, een voorstelling voor de grote zaal. Een politieke satire over bouwfraudes en lokale politiek, waarmee, aldus het persbericht, Frans Strijards nauw aansluit bij de actualiteit.
Helaas gaat Vrije radicalen gebukt onder dezelfde problemen als Modem: het stuk is veel te vol, kent geen enkel rustpunt, is af en toe vermakelijk, maar ontbeert elke spanningslijn. Aan het slot vraag je je verbijsterd af waar het nu in godsnaam over gaat.
Dat is spijtig want Frans Strijards kan schrijven en hij werkt met uitstekende acteurs. Zoals in Modem Oda Spelbos en Hein van der Heijden ten onder gingen aan de speedy speelstijl en de verbale hutspot zijn het hier onder andere George van Houts, Han Römer en Debbie Korper, die tegen de klippen op acteren om er nog wat van te maken.
Het decor is abstract: een rij zuilen vormt de achtergrond voor een drama in steeds wisselende kleurstellingen. Geestig is hoe er gespeeld wordt met het realisme. ‘Zo, ik ben thuis’, zegt de wethouder (Han Römer) bijvoorbeeld terwijl hij tussen twee zuilen doorloopt. Alle personages hebben hun eigen kleur: de wethouder is donker gekleed, zijn echtgenote in verleidelijk rood, de Baron (George van Houts) in mosgroen. De nieuwe wethouder wil een ‘aanraakbare politicus’ zijn, open en transparant, maar al snel blijkt alles en iedereen samen te spannen om dat te voorkomen. De verwikkelingen zijn legio en je raakt al snel de draad kwijt. “Hij is verliefd op zichzelf, maar hij weet niet of die liefde ook beantwoord wordt”, zegt zijn echtgenote (Iris van Geffen) over haar man. Een fraaie observatie die net als andere geslaagde oneliners, verloren dreigt te gaan in een moeras van woorden. Iedereen wordt meegezogen in het drijfzand: geen idee wie er nu eigenlijk wint of verliest, wie de slechterik is en wie niet veel beter. Erger is dat het je ook niets meer kan schelen omdat door de veelheid aan verwikkelingen en door de cartooneske speelstijl noch de intrige noch de personages meer raken.

Gezien: Haarlem, Stadsschouwburg, 26 maart. Voor informatie en volledige speellijst: www.de voortzetting.nl

Polaroids: Fenomenaal spel in een inktzwart maar hilarisch portret van een generatie zonder idealen

25 maart 2011 |

Foto: Van Doorn

Nick heeft jaren vastgezeten na een politiek getinte aanslag. Als hij terugkomt, is alles veranderd. Zijn vriendin, met wie hij ooit groots en meeslepend de wereld wilde veranderen, is gemeenteraadslid geworden en vecht er nu voor dat de bus op tijd blijft rijden.

Met Polaroids heeft Mark Ravenhill, die in 1996 doorbrak met Shopping and Fucking, een meedogenloos maar meeslepend portret geschetst van een generatie zonder idealen, in een wereld vol verwarring. Een geweldige vondst om het perspectief te leggen bij iemand als Nick die nog geloofde in revolutie, in de mogelijkheid van een betere wereld.

Het stuk is geestig en snel geschreven in een zapstijl: korte zinnen, wisselende locaties en sprongen in de tijd. Behalve zijn ex-vriendin ontmoet Nick een aantal curieuze types: Victor, een Russische escortboy, Tim, een hiv-slachtoffer en Nadia, een danseres. Mensen met weinig geluk in het leven en de liefde, al blijven ze met veel coke, drank en met de moed der wanhoop op zoek naar een beetje geluk.

Casper Vandeputte heeft dit inktzwarte, maar ook hilarische stuk prachtig geënsceneerd. Het decor wordt gevormd door een golvende vloer, alle spelers zijn steeds op het toneel. De neuzen worden steeds witter van de soepkom vol poeder; Tania rolt bij elke opkomst keihard naar beneden, steeds meer onder de butsen. Het is werkelijk fenomenaal hoe goed deze jonge spelers zijn, adembenemend om naar te kijken. Vooral Vincent van der Valk blinkt uit, met heerlijk ongegeneerd provocerend spel als Tim en een fraaie dubbelrol als kapitalistische goeroe; Judith Noyons is ontroerend met haar onrealistische optimisme, Teun Luijkx erg grappig met de zelfverheerlijking van zijn ‘beautiful body’.

Polaroids geeft een prachtig tijdsbeeld: van de leegte van de dancescene, het extravagante exhibitionisme van de nichtenwereld, de holle terminologie van de Happinez-achtige wereld van ‘groeien en leren’. Tussen al die curieuze maar ontroerende types in vraagt Nick zich af wat het leven nu eigenlijk inhoudt zonder idealen. Vragen die voor iedereen gelden.

Gezien: in Haarlem, Toneelschuur, 19 maart; nog te zien aldaar t/m 26 maart/ Meer informatie: www.toneelschuur.nl of www.huisvanbourgondie.nl

Cliffhanger is een anti-climax: elke spanning ontbreekt in de nieuwe voorstelling van Kassys

25 maart 2011 |

Foto: Liesbeth Gritter

Het thema is spannend genoeg. Angst is een alom aanwezige emotie. We zijn bang op straat, in het donker, voor de ander, voor iets nieuws, voor pijn, voor de dood. Tegelijkertijd wordt die angst ook gecultiveerd: hoeveel mensen bijten niet vrijwillig hun nagels op bij horrorfilms of thrillers of komen doodsbleek en misselijk uit de achtbaan? Geïnspireerd door de ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock gaat Kassys in Cliffhanger op zoek naar het wezen van de angst. Een van de oerscènes in de cinematografie is de cliffhanger: de held of heldin hangt nog met de vingertoppen aan een rotsblok boven een onmetelijke afgrond, terwijl de slechterik met zijn grote voeten een voor een op de handen van het slachtoffer gaat staan of ze langzaam, treiterig losmaakt.

Dat gegeven is het uitgangspunt voor de nieuwe voorstelling van Kassys, het gezelschap dat naam heeft gemaakt met een eigen vorm van theater waarin film een belangrijke rol speelt. Soms pakt dat verrassend uit, zoals in Kommer, een van hun beste voorstellingen, waarmee ze de hele wereld hebben rondgereisd.
In Cliffhanger is zowel het spel als de videobeelden teruggebracht tot de kern. We zien vier mensen die een voor een opkomen, zich voorstellen en ten overvloede een wit tshirt dragen met daarop hun functie: De Echtgenoot, De Vrouw, De Huisvriend, De Tuinman. Ze doen denken aan de personages in het spel Cluedo, zeker wanneer ze na een lange – te lange- introductie allemaal een attribuut krijgen: een kroonluchter, een electriciteitssnoer, een tennisracket, een schop.

Heel traag komt de voorstelling op gang. We zien op video langzaam maar zeker steeds meer beelden die afwijken van wat er live op toneel gebeurt. Op video heeft de huisvriend opeens een tshirt aan waarop staat De minnaar. Of we zien de echtgenoot op het scherm een flesje gif in het whiskyglas van de vrouw gooien, terwijl hij er ´live´ op toneel alleen twee ijsblokjes in doet. Het loopt langzaam uit de hand. Steeds heftiger worden er sporen uitgezet en valstrikken gezet, om te eindigen zoals het begon: met een vrouw die op de grond ligt.

Helaas heeft Cliffhanger geen seconde angst gewekt of verontrusting, of zelfs maar enige emotie. Het is deze keer niet gelukt: noch het spel noch de beelden noch de combinatie van beide weet te raken. De lulligheid overheerst: het uitgebreide voorstellen, de tshirts, de clichés en codes van de thriller, het gebruik van filmmuziek, het is allemaal net mis en in geen enkel opzicht spannend. Het zijn veel te lang uitgesponnen ideetjes die in het repetitielokaal hadden moeten blijven. Cliffhanger is een anticlimax.

Gezien: Amsterdam, Frascati, 22 maart. Tournee t/m 28 april/ Informatie:www.kassys.nl

Toneelversie ‘Fanny en Alexander’ is een ode aan het theater, de fantasie en de kracht van verbeelding

8 maart 2011 |

Foto: Sanne Peper

Uit de zoldering van het theater laat het meisje Fanny een ouderwets toneeldoek zakken: geplooide gordijnstof met een blauw lint eromheen, waarop in kapitalen staat: NIET ALLEEN VOOR HET VERMAAK. ‘Ik zweer dat deze woorden altijd bij ons in de hemel zullen hangen zolang er publiek in de zaal zit.’, zegt ze. In deze cultureel barre tijden een niet mis te verstaan politiek statement, maar gelukkig zorgt het Amsterdamse gezelschap de Toneelmakerij in deze enscenering van Fanny en Alexander behalve voor wijze lessen en stof om over na te denken ook voor voldoende vermaak. De beroemde televisieserie uit 1982 van Ingmar Bergman is door huisschrijver Roel Adam bewerkt tot een twee uur durende voorstelling.

Een kolfje naar de hand van regisseur Liesbeth Coltof, deze ode aan het theater, de fantasie en de kracht van verbeelding. Fanny en Alexander, zus en broer uit een theaterfamilie, komen terecht in een schraalhanzerig milieu waar dromen wordt afgestraft en alleen plicht telt. Goddank wordt het kwaad gestraft en overwint het theater en de vrolijkheid.

Met veel liefde en gevoel voor details wordt de rommelige theaterfamilie neergezet: de kinderen energiek en nieuwsgierig (alhoewel het misschien tijd wordt dat nu eens niet het meisje dapper is en de jongen een bangerd, deze omkering van de traditionele verhoudingen heeft zichzelf overleefd); de ouders liefdevol en zorgzaam en de ooms en tantes interessant, vrijgevochten en een tikje curieus, met een glansrol voor Beppe Costa als de Joodse Isaak die niet alleen in woord maar vooral ook muzikaal de boel verbindt.

In het eerste deel zien we vooral het theater van binnen, want de familie repeteert Hamlet. Met educatief verantwoorde terzijdes – ‘weten jullie wie Shakespeare is?’, wordt een mooi beeld geschetst van hoe het er bij een generale aan toe gaat. Helaas overlijdt de vader van Fanny en Alexander tijdens de generale aan een hartaanval en is het einde doek. Vrij kort daarna trouwt de eenzame weduwe met de plaatselijke bisschop, een toonbeeld van kwezelige onverdraagzaamheid. Vanuit het warme familienest is de overgang naar het strenge regime van hun stiefvader enorm.

Al die werelden worden door decorontwerper Guus van Geffen verbeeld middels een flink aantal rijdende karren: gevuld met kostuums en rekwisieten tijdens het eerste deel en figurerend als kooien in het tweede deel. Er wordt ‘transparant’ gespeeld: iedereen is de hele tijd op het toneel en er worden veelvuldig grapjes gemaakt over toneelspelen waarmee de theaterillusie wordt verbroken. De voorstelling is gemaakt voor kinderen ouder dan acht. Misschien is dat zelfs nog aan de jonge kant want er komen nogal wat heftige effecten voor. De dood speelt een grote rol en tegen het einde wordt de voorstelling bijna surrealistisch met zwarte magie, spoken en geesten en een gruwelijke verbranding van de gemene stiefvader.

Desondanks is het een feestelijke voorstelling, waarin misschien nog wat kan worden gesnoeid (met name de ooms en tantes die allemaal klagen dat ze zo oud worden zijn niet noodzakelijk voor het verhaal en behalve voor de 40-plussers ook niet erg relevant). Een hecht spelend ensemble, met een mooie afwisseling van humor en ernst, een boodschap die nergens prekerig aandoet en een prettige ondertoon van verzet: “Laten we samen de dromen van deze wereld kans geven in plaats van ze te vermorzelen’.

Gezien: Haarlem, Stadsschouwburg, 5 maart. Voor informatie en speellijst: toneelmakerij.nl

‘Uittocht van Rieks Swarte is gemaakt met veel geduld, liefde en verbeelding, maar een duidelijke lijn ontbreekt

7 maart 2011 | 3

Foto: Jacq van Eeden

Vlak voor ze gedeporteerd wordt, geeft Irène Némirovsky, een beroemd schrijfster van Joodse afkomst, haar dan dertienjarige dochter Denise een koffer, met de opdracht goed voor de inhoud te zorgen. Het is 1942 en Irène Némirovsky sterft nog datzelfde jaar in een concentratiekamp. Het duurt bijna zestig jaar voordat Denise de moed op kan brengen om het manuscript, dat ze in de koffer aantreft, te lezen. Ze komt erachter dat het geen dagboek is, de notitieblokken die haar moeder in een minuscuul handschrift heeft volgeschreven, maar een volwaardige roman. STORM IN JUNI van Irène Némirovsky wordt in 2004 uitgegeven en is meteen een bestseller. Ze beschrijft hierin de lotgevallen van een aantal van de vluchtelingen uit Parijs in juni 1940.

Het bijzondere verhaal inspireerde de Firma Rieks Swarte tot de voorstelling UITTOCHT. Rik van den Bos schreef de tekst waarin zowel het verhaal van de dochter als dat van de moeder en daarnaast fragmenten uit de roman ruimte hebben gekregen. Joke Tjalsma is de verteller die heel sec de Frans-Russische schrijfster Irène Némirovsky bij het publiek introduceert , maar zij speelt ook de dochter Denise.

Joke Tjalsma is een fantastische actrice met een groot komisch talent, maar hier komt ze met haar nuchtere verteltrant niet uit de verf. Voor een deel kan dat eraan liggen dat de voorstelling in zijn geheel nog wat hapert. De vermenging van tekst, beeld en muziek loopt niet zo soepel als zou kunnen.
Rieks Swarte zelf is dit keer vooral als vormgever en cameraman in de weer. De voorstelling doet sterk denken aan De Grote oorlog en KAMP van Hotel Modern waarin met vingercamera’s en duizenden poppetjes en maquettes op indrukwekkende wijze de gruwelen van de oorlog getoond werden. Rieks Swarte heeft een vriendelijker wereld gecreëerd; de tafels rondom het toneel staan vol met van karton gemaakte maquettes, potloodtekeningen, zwartwit foto’s van mensen met koffers, uitgeknipt en op karton geplakt. Hij loopt erlangs met een videocamera, de beelden worden op groot scherm geprojecteerd.

Het is een mooie collectie in het typische no-nonsense Swarte-idioom, gemaakt met veel geduld, liefde en verbeelding. Rechts op het podium staat Dennis van Tilburg, die met zelfgebouwde instrumenten en elektronica voor de sfeer zorgt. Geluiden van motoren, getoeter als de uittocht uit Parijs beschreven wordt: een lange stoet van auto’s en voertuigen, volgeladen met mensen die al hun bezittingen in een paar koffers hadden gepakt. Het was de langste file in Parijs ooit.

Zo nu en dan zijn er scènes waarin de kracht van Rieks Swarte tot zijn recht komt: de verbeelding aan het werk zetten en tegelijkertijd laten zien hoe toneel gemaakt wordt. Terwijl je ziet hoe het gemaakt wordt, geloof je er toch in.

Jammer is dat de voorstelling een duidelijke lijn ontbeert. Het blijft allemaal teveel aan de oppervlakte. Noch het wrede lot van de moeder, noch de personages uit haar roman, noch de verdringingsmechanismen van de dochter komen echt tot leven.

Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 4 maart Voor informatie en volledige speellijst: www.firmarieksswarte.nl