Over Alles over de auteur - Pagina 2 van 3 - Cultureel Persbureau
Je moet wel veel van het machismo van Victor Löw houden om vertoneling Het Gouden Ei uit te zitten
17 oktober 2011 | Margriet PrinssenHet verhaal gaat dat de Franse tankstations die zomer dat het boek uitkwam beduidend minder omzet hebben gedraaid dan normaal. In Het Gouden Ei verdwijnt de mooie Saskia spoorloos, als ze onderweg in Frankrijk wat blikjes frisdrank gaat halen. Het bloedstollende verhaal van Tim Krabbé uit 1984 scoort nog steeds hoog op de boekenlijst van middelbare scholieren en is maar liefst tweemaal verfilmd: Spoorloos (waarmee in 1988 Het Gouden Kalf voor Beste Nederlandse Film werd gewonnen) en een paar jaar later, ook in regie van George Sluizer, The Vanishing, met Kiefer Sutherland en Sandra Bullock.
Nu heeft regisseur en bewerker Léon van der Sanden zich aan een toneelbewerking gewaagd, met in de hoofdrollen Peter Tuinman en Victor Löw. Geen gemakkelijke opgave als er al zoveel spannende verfilmingen zijn gemaakt. Het gaat in Het Gouden Ei vooral over universele angsten en fantasieën: over de angst om opgesloten te worden en over de innerlijke strijd met het Kwaad die ieder mens wel in meer of mindere mate kent. Film leent zich uitstekend om angst uit te beelden, alleen al door de mogelijkheid om in te zoomen op personages. Op toneel is dat moeilijker.
In de toneelbewerking is voor dezelfde structuur gekozen als in het boek: een afwisseling van het heden met flashbacks naar acht jaar geleden, de verdwijning en wat daaraan vooraf ging. Dat werkt aardig, mede door het vrij lege toneelbeeld, waarin een glazen wandje een zitkamer verbeeldt en de twee grote videobeelden sfeer creëren. Wuivend gras, pluisjes, lantaarnpalen die langzaam voorbijglijden, de beweging van een auto suggererend.
Centraal staat de relatie tussen de twee mannen: de romantische Rex (Löw) die met zijn Saskia (Römer) op weg denkt te zijn naar een onbezorgde vakantie en Lemorne (Tuinman), de scheikundeleraar die steeds meer gefascineerd wordt door experimenten met zijn eigen geweten. Saskia verdwijnt bij het tankstation en na acht jaar spoorloos verdwenen te zijn, ontmoet Rex de man die zegt alles te weten over zijn verdwenen geliefde.
Peter Tuinman speelt de man zonder geweten, de rationalist die steeds verder gaat in zijn experimenteerdrift. Hij doet dat adequaat, lekker broeierig en met als enige tic het eeuwige trommelen met zijn vingers. Dat geldt ook voor de rollen van de vrouwen, die uiteindelijk vooral als decor dienen. Het gaat om een krachtmeting tussen de twee mannen. En daar ontspoort de voorstelling. Het is vooral een onemanshow geworden van Victor Löw, die wel vaker de neiging heeft zichzelf te overschreeuwen, maar in deze voorstelling echt veel te dominant aanwezig is. Rollende ogen als Saskia haar nachtmerrie vertelt. Een veel te ver opengesperde mond om verbijstering en afschuw te verbeelden, een voortdurende explosie van testosteron. Fortissimo als enige kleur.
Als geheel is de voorstelling enigszins braaf en een tikje ouderwets, maar zeker onderhoudend genoeg, zeker voor mensen die het verhaal niet kennen. Je moet alleen wel veel van het machismospel van Victor Löw houden.
Gezien: Stadsschouwburg Haarlem, 13 oktober; Meer informatie: www.kotheaterproducties.nl
‘Huisgemaakte bullebakjes gevuld met opgeklopt wijwatervuns in een vertoning door vijf daarvoor gekwalificeerde personen’
9 oktober 2011 | Margriet PrinssenWim T. Schippers zou Wim T. Schippers niet zijn als hij niet iets totaal anders had gemaakt. Dan eerst. Hij is er de man niet naar om voort te borduren op eerdere successen, zoals zijn laatste theaterhit Wuivend Graan, waarvoor Kees Hulst terecht bekroond is en die trouwens volgend jaar in reprise gaat. Wel heeft Het laatste nippertje een flink aantal ingrediënten gemeen met Wuivend Graan: opnieuw speelt het ijzersterke duo Titus Muizelaar en Kees Hulst hoofdrollen, is de regie van Titus Tiel Groenestege en produceert Hummelinck Stuurman.
Vanaf het begin wordt duidelijk dat er geen sprake is van een remake en dat deze voorstelling nergens op lijkt, behalve op zichzelf. Het laatste nippertje is knotsgek, visueel aantrekkelijk, af en toe hilarisch en doordrenkt van een hoogst eigen absurdistisch idioom. Wim T. Schippers is uniek en het lijkt wel alsof al zijn talenten in deze voorstelling bij elkaar komen. Zijn bijzondere tv-werk met shows als Hoepla, De Fred Haché Show en Barend is weer bezig ; zijn werk als beeldend kunstenaar (het flesje limonade in zee, de pindakaasvloer), maar ook de taalkunstenaar (‘jammer, maar helaas!’) en zijn fascinatie voor wetenschap.
In Het laatste nippertje vind je alle facetten terug. Het is een voorstelling die bestaat uit een aantal aan elkaar gelaste scènes: ‘een terechtwijzing aangaande binnenshuis scooter rijden, epyfytische cactussen, de problematiek van de meerkantigheid, huisgemaakte bullebakjes gevuld met opgeklopt wijwatervuns vormen een vertoning door vijf daarvoor gekwalificeerde personen’, zoals Wim T. Schippers zijn stuk zelf omschrijft. Voortdurend word je als toeschouwer op het verkeerde been gezet en telkens gebeurt er zoveel op het toneel dat je ogen en oren tekortkomt.
Dankzij een ingenieus decor van geometrische vormen en projecties kunnen de scènewisselingen snel plaatsvinden en met eenvoudige maar goed gekozen middelen transformeren ook de spelers razendsnel in andere karakters: de dokter, de pr-man, het kwaadaardige oude vrouwtje, de vamp. Opnieuw valt een Marokkaanse acteur op in positieve zin: Abdelhadi Baaddi is een groot talent, hij houdt zich moeiteloos staande tussen acteerkanonnen Hulst en Muizelaar.
Er wordt gezongen in een soort persiflage op de Siciliaanse klaagzang; er wordt een vleugel neergezet waarop een pianist slechts één akkoord speelt om vervolgens ostentatief het publiek te bedanken; de onzin van de communicatiedeskundologie en de heilige pr-ronkpraat wordt genadeloos blootgelegd en er wordt een soort woordenspel gespeeld waarbij het publiek mee kan doen. Klinkt flauw maar Schippers komt overal mee weg. Omdat hij de eerste is om zichzelf weer onderuit te halen en vanwege het geweldige spel, de vaart en de haarscherpe timing.
Het laatste nippertje is Schippers in het kwadraat. Om het in de woorden van de meester uit te drukken: prima de luxe.
Gezien: Stadsschouwburg Haarlem, 8 oktober; te zien o.a. Zaandam, Zaantheater,12 okt; Koninklijke Schouwburg Den Haag, 26 okt; Hoorn, Het Park, 5 nov; Alkmaar, De Vest, 16 nov; Hoofddorp, De Meerse, 1 en 6 dec; Amsterdam, DeLaMar Theater, 20 dec t/m 8 jan; Schouwburg Leiden, 18 jan; Meer informatie: www.hummelinckstuurman.nl
De Presidentes minder grimmig dan toen, maar wel veel leuker
7 oktober 2011 | Margriet PrinssenGreet, Erna en Marietje zijn volksvrouwen, zonder veel geluk in het leven. Greet ( Myranda Jongeling) heeft een suikerspinkapsel, een te hoge BMI en een ordinaire uitstraling. Erna (Marisa van Eyle) is godvruchtig en spaarzaam. Haar grootste trots is haar bontmuts, een gevonden voorwerp dat ze met eindeloos geduld heeft schoongemaakt en ook in de woonkeuken permanent op heeft. Tussen hen in zit Marietje (Anneke Blok), die zich met een ontroerend optimisme door het leven heen slaat. Ze is een vlijtig meisje dat snakt naar waardering, die ze krijgt als toiletontstopper. Ze is nooit te beroerd om met haar blote arm de wc-pot in te gaan.
De Presidentes, een coproductie van het Nationale Toneel en Het Derde Bedrijf in regie van Theu Boermans, is een bijzondere voorstelling: het gebeurt maar zelden dat een voorstelling van bijna twintig jaar geleden wordt hernomen, met dezelfde regisseur en dezelfde hoofdrolspeelsters. In 1993 waren ze nog piepjong, inmiddels zijn het gerenommeerde actrices.
Destijds veroorzaakten de zogenaamde Faecaliëndrama’s van de Oostenrijkse schrijver Werner Schwab, waarvan De Presidentes het eerste deel vormt, veel opschudding: de personages van Schwab zijn zonder uitzondering egoïstische monsters, die nauwelijks hun best opdoen om een dun laagje beschaving op te houden. In de loop van het stuk wordt ook dat dunne laagje zorgvuldig afgepeld. In de ogen van Schwab zijn mensen geperverteerde en erbarmelijke verteermachines: je stopt er bier en leverworst in en er komt smerigheid uit. Vandaar de naam: Faecaliëndrama’s.Dat klinkt niet bepaald aantrekkelijk maar door de combinatie van rauwheid met een bijzonder taalgebruik, archaïsch en soms poëtisch maar heel geestig, hebben Schwabs toneelstukken iets fascinerends.
De Presidentes is het meest toegankelijke stuk: herkenbaar omdat het over gewone vrouwen gaat, met gewone, zij het wat trieste levens. Het begint als een willekeurige avond: de drie vrouwen kijken televisie en ze praten wat. Als in het tweede deel de wijn op tafel komt, ontsporen de verhalen en wentelen ze zich in steeds heftiger visioenen. Wanneer de simpele Marietje er niet meer tussen kan komen, neemt zij in een grootse scène wraak door de leugens van de andere twee vrouwen te onthullen. Anneke Blok won destijds een Theo d’Or voor haar rol als Marietje en haar spel, en trouwens ook dat van de andere actrices, is er alleen maar beter op geworden. Toen waren ze piepjong en was de afstand tot de personages groter; nu is hun spel verdiept.
Misschien omdat de tijdgeest is veranderd – we zijn niet meer zo snel geschokt-, is de uitwerking van het stuk ook anders. Het provocerende, grimmige karakter is minder sterk dan toen: de voorstelling is vooral hilarisch. Een briljante komedie met drie ongelooflijk goede actrices.
Gezien: Amsterdam, Compagnietheater, 4 okt. Meer informatie en speellijst: www.hetderdebedrijf.nl of www.nationaletoneel.nl
Dit wordt waarschijnlijk het meest publieksvriendelijke Theaterfestival ever, misschien niet onverstandig in barre tijden. Maar waar is de provincie?
16 mei 2011 | Margriet PrinssenHet is een goed seizoen, dat van 2010-2011: veel hoogtepunten, weinig flagrante missers en een toename van engagement en passie. De kwaliteit is hoog, zowel bij de grote gevestigde gezelschappen als bij de jonge makers. Een sterk bewustzijn ook van Verder lezen
Dames en heren: een hit op de zomerfestivals maar als avondvullend programma wat aan de magere kant
10 mei 2011 | Margriet PrinssenOoit maakten zij samen de VPRO-kinderserie Max en Piep en voor het theater de pijnlijk grappige mime-comedy FAT (Falling Apart Together). Ze speelden allebei lang bij het roemruchte Alex d’Electrique. Nu zijn ze met zijn tweeën terug in het theater, Martin Hofstra en Raymond Thiry.
Dames en Heren is een echte zomeravondvoorstelling, die te zien is op Oerol en de Parade, maar ook op tournee gaat door het hele land. Ze spelen twee variétéartiesten, al jarenlang thuis in het B-circuit en ondanks de nodige irritaties over en weer toch hecht verbonden met elkaar. Ze moeten nu een nieuwe voorstelling gaan maken; helaas is de hoofdrolspeler van hun best lopende act, de hond Randy, onlangs overleden. Randy was hun trouwste kameraad: een hond die alles kon, alles deed, alles begreep en nooit klaagde. Nu moeten ze verder zonder Randy en dat betekent dat ze het zelf uit moeten zoeken op het toneel. In een wereld die veranderd is: wervelend en dynamisch moet het zijn, multimediaal als het even kan, graag interactief en dan ook nog avondvullend.
Het filmpje waarmee de voorstelling begint, opgenomen in schokkerig zwartwit en met een muziekje eronder uit de tijd van de stomme film, is prachtig: hond en baas zijn hier één geworden. De een (Raymond Thiry, vooral bekend van een aantal films en de televisieserie Penoza) houdt een lange monoloog, geschreven door Rob de Graaf. Hoe ze nu verder moeten. ‘We moeten toch door, Darm’. Hij begint met het prijzen van hun samenwerking maar gaandeweg ontspoort zijn monoloog steeds meer en komen de stekeligheden naar buiten. Geestig zijn de ontsporingen in taal die steeds maffer worden. De boomlange Martin Hofstra kijkt intussen zwijgend de andere kant uit.
Wat volgt, is een reeks sketches, die variëren van een imitatie van een Tommy Cooperact door Hofstra, met zijn uitgestreken smoelwerk en lenige lijf fraai uitgevoerd. Vooral het jongleren met drie plastic zakjes is even virtuoos als knullig. Ook mooi is de scène waarin de beide artiesten in een cirkel van licht staan, het rode theatergordijn op de achtergrond, en de bewegingen en mimiek van de personages haaks staat op de feitelijke dialoog.
Het zijn mimespelers die heel goed een komisch duo zouden kunnen vormen, de korte en de lange. Een maf stel met veel talent, vooral op het gebied van fysieke actie. Geen wonder voor twee acteurs die meer dan tien jaar het hart van Alex d’Electrique vormden. In deze voorstelling is te krampachtig geprobeerd een dramatische lijn aan te brengen: het verhaal is mager, de thematiek van de hond komt amper uit de verf en ook het zoeken naar verrassende en eigentijdse theatervormen komt niet verder dan vast te stellen dat dat nodig is.
Wat overblijft is een reeks scènes die steeds absurdistischer en maffer worden; een soort comedy capers. Niet erg. Want daar ligt hun talent.
Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 7 mei; Meer info: www.viarudolphi.nl
Hogeschoolcomedy ontaard bij Orkaters ‘Hartfalen’ in spanningsloze metafysica
10 mei 2011 | Margriet PrinssenDe een na de ander vallen ze om. De een terwijl hij zijn onderbroek zoekt , de ander halverwege op de trap. Als ze wakker worden, liggen ze naast elkaar op zaal: vijf bedden, vijf mannen in blauwe ziekenhuishemden en met blote benen. Een hartaanval. De eerste 24 uur erna zijn het spannendst. Een op de vijf haalt het niet. Gemiddeld.
In het kader van Orkater/De Nieuwkomers schreef Daniël Samkalden in 2007 een toneeltekst Hartfalen, destijds opgevoerd als een korte serie geënsceneerde lezingen met muziek van Peter van de Witte. Dit was zo’n succes dat Orkater besloot de voorstelling in productie te brengen, met een topcast.
De muzikanten zitten op een verhoogd podium achter een soort hekwerk, daarvoor staan de vijf ziekenhuisbedden. De man helemaal links (Gijs de Lange) is overstuur, hij wilde helemaal niet meer wakker worden, hij wil weer terug: ‘Dat licht was zo mooi…’. Naast hem ligt Porgy Franssen die een autoritaire directeur speelt, met een grote bek en een klein hartje. Hij gaat het mooist dood van iedereen; hij draait langzaam met zijn ogen, en dan nog eens en nog een keer en maakt dan een vertraagde val. Hogeschoolcomedy.
Het zijn allemaal uitstekende acteurs: Helmert Woudenberg als eindeloos over zijn kleinkinderen ouwehoerende opa en René van ‘t Hof als neurotische computertechneut hebben geestige gesprekken en ze ontroeren in hun oncharmante ziekenhuishemden. Elise Schaap is een kordate verpleegster: niet onvriendelijk maar duidelijk iemand die niet met zich laat sollen. De dialogen knisperen; het is een herkenbare situatie die veel mogelijkheden biedt voor zowel de tragische kant- thematiek van dood en leven- als voor de lichte kant: mensen die tegen wil en dank bij elkaar in een tamelijk intieme relatie zijn beland.
Met het verstrijken van de nacht gaan droom, angst en werkelijkheid ongemerkt in elkaar over. Als er een nieuwe patiënt binnenkomt, kantelt de voorstelling. Het tweede deel van de voorstelling is aanzienlijk minder begrijpelijk. De verpleegster is aan het acrobatieken bovenin een metalen rek. De muziek wordt harder. Er worden geen snedigheden over en weer meer gedebiteerd maar tamelijk abstracte teksten. Er verschijnt een sterrenhemel. De spanning ebt weg. In plaats van een geestige ziekenhuiscomedy wordt het een soort hogere metafysica, met onnavolgbare dialogen en muzikale ontsporingen.
Gezien in Amsterdam, Bellevue, 6 mei; te zien aldaar t/m 28 mei ; Haarlem, Toneelschuur, 1 t/m 11 juni
Vrijen op zijn slaks is een van de 237 redenen voor seks
10 mei 2011 | Margriet PrinssenIn de prettig compacte voorstelling 237 redenen voor seks gaan Orkater-acteurs Geert Lageveen en Leopold Witte met de billen bloot. In figuurlijke zin dan. Voor de voorstelling nemen ze hun eigen beleving als uitgangspunt en dan gaat het dus vooral om seks van (heteroseksuele) mannen van rond de vijftig. Dus begint het met Blondie (‘Denis, Denis. I’m so in love with you. Denis, Denis, I got a crush on you’): lekker plaatjes draaien. Twee mannen met een platenspeler, een paar lampen en een dvd-speler.
Behalve de eigen ervaringen, die overigens – het is ten slotte toneel – heus niet allemaal waar zijn of echt gebeurd, is een rol weggelegd voor een ingezonden brief van Stella de Graaf, ‘ongeveer onze leeftijd’, een vrouw die opgroeide met vrouwen (meisjesschool, geen broers), als tiener bijzonder schuchter was maar zich op latere leeftijd ontpopte tot een heus seksbeest.
Onderwijl vertelllen de mannen over hun eigen jeugd en laten zien hoe dat ging: schuifelen op Santana. Geert doet het voor, de armen hoog en een debiele blik. Leopold, een kop groter en dan ook nog op pumps, speelt voor het gemak even voor vrouw.
Het idee voor de voorstelling komt van Geert, die zich (althans zijn personage) geobsedeerd noemt door seks. In een hilarische monoloog vertelt hij hoe hij met zijn boodschappenlijstje naar de supermarkt gaat en voortdurend afgeleid door aantrekkelijke dames uiteindelijk zichzelf terugvindt met de verkeerde boodschappen in een onbekende straat. Voor Leopold is het onderwerp minder urgent, hij is ‘gelukkig getrouwd’. Niet meer zo gepassioneerd als het eerste jaar; huis, tuin en keukengeluk noemt hij het zelf. Een bekend gegeven: als een gemiddeld stel voor elke vrijpartij een knikker in een potje doet, hebben ze in het eerste jaar een voorraad opgebouwd die ze de rest van hun leven niet meer op krijgen.
De titel voor de voorstelling is ontleend aan een onderzoek naar de motieven voor seks, waarop 237 verschillende antwoorden werden gegeven. Dat varieert van ‘het was mooi weer en iedereen was vrij’ tot ‘Ik wilde van mijn hoofdpijn af’en ‘Ik wilde wraak nemen op mijn partner’.
Een mooie invalshoek vormen ook de goede gesprekken die ze hebben met hun tienerkinderen, althans, dat gevoel hebben ze zelf. ‘Mag ik nu weg?’, vraagt zoonlief na afloop. Tal van wetenswaardigheden uit biologie en psychologie worden vakkundig verweven in de persoonlijke en uiterst herkenbare verhalen. Het komt allemaal omdat wij in een complexe maatschappij leven, terwijl de mannenhersens nog reageren op een willekeurig aantrekkelijk stukje bloot als die van een holenmens.
Dat u het maar weet.
Als voorbeeld wordt de slak aangehaald, die trouwens van geslacht kan veranderen, heel handig. De volijkstemmende, knap gemaakte voorstelling eindigt met een voorbeeld waar wij ons aan kunnen laven: een close up van slakken die de liefde bedrijven: ongekend teder, traag en genietend.
Gezien in Amsterdam, Bellevue, 8 mei; te zien aldaar t/m 28 mei. Meer informatie: www.orkater.nl
Regisseur Eric de Vroedt overspeelt zijn hand soms, maar bij vlagen levert ‘Liefde in tijden van gifaffaires’ briljant theater op
8 mei 2011 | Margriet PrinssenHet klinkt weinig aanlokkelijk. Een voorstelling, gebaseerd op de geruchtmakende Probo Koala-affaire in 2006. Wat was dat ook alweer? O ja, dat bedrijf Trafigura uit Amstelveen dat gifafval dumpte in Ivoorkust. Hoe maak je daar in vredesnaam theater van?
Eric de Vroedt (concept, tekst en regie) is inmiddels toe aan deel negen van zijn succesvolle tiendelige serie mighty society: een zoektocht naar theater dat op een ‘nieuwe manier geëngageerd’ is. In september was deel acht, de Wildersmusical, talk of the town, mede door de enorme publiciteit die de audities voor de titelrol opleverden.
De Probo Koala-affaire spreekt op het eerste gezicht minder tot de verbeelding. Toch is de Vroedt er in geslaagd ook over dit schandaal een intelligente en meeslepende voorstelling te maken waarin de complexe maatschappelijke, politieke en sociale lagen een voor een worden blootgelegd. Het is een caleidoscopisch geheel waarin telkens andere stukjes van de spiegel flarden werkelijkheid zichtbaar maken.
Liefde in tijden van gifaffaires bestaat uit drie delen: in het eerste deel worden de dubieuze televisieopnames voor een soort talentenjacht ergens in Afrika getoond. Het levert een even cynisch als hilarisch beeld op van de media. ‘Als het maar raakt’, roept de regisseur die een pakkend beeld moet schetsen van ‘de’ Afrikaan. En dan is een klein leugentje om bestwil niet zo’n groot probleem. Die iets te nieuwe telefoon, kan die uit beeld? Dat strookt niet met het beeld van de zielige zwarte. En als het niet zijn vrouw was die een miskraam had, kan hij het toch wel vertellen alsof het wel zo was. De mensen in het westen moeten zich kunnen identificeren, het leed moet persoonlijk worden gemaakt.
Geraffineerd wordt de spanning opgebouwd en de toeschouwer telkens op het verkeerde been gezet. Doordat het beeld van ‘de’ Afrikaan, een geestige rol van Gustav Borreman, levensgroot wordt geprojecteerd, ontstaat een indringend beeld. De clichébeelden worden als het ware op hun kop gezet en flink uitgeschud. Wat blijft er dan over?
Er valt veel te lachen maar op het moment dat het onschuldig vermaak lijkt te worden, voert de Vroedt als een ware meester achter de knoppen de intensiteit op en begint het verhaal te schuren en te raken. In het tweede deel blinkt vooral Hein van der Heijden uit als Jason, de directeur van Trafigura: de vleesgeworden hypocrisie. Een presentatie voor de aandeelhouders loopt totaal uit de hand als het persoonlijke en het zakelijke door elkaar heen beginnen te lopen.
Jammer is dat de Vroedt hier zijn hand overspeelt wanneer hij ook nog het klassieke Medeaverhaal probeert te vlechten door alle andere verwikkelingen heen. Te pompeus en te gezocht: de vanzelfsprekendheid van het eerste deel ontbreekt hier. Het derde deel is daarna een duel tussen een mooie hiphopdanser en een Hollandse kantoorklerk, de acteur Bram Coopmans. Een fysieke botsing tussen twee culturen. Geestig, maar ook wrang. Dat geldt voor de hele voorstelling, waarvan dus vooral het eerste deel briljant theater oplevert.
Gezien: Amsterdam, Frascati, 5 mei, daar nog te zien t/m 14 mei; Toneelschuur, Haarlem, 20 en 21 mei; Almere, Corrosia, 21 mei; Dordrecht,Schouwburg Kunstmin, 25 mei; Utrecht, Theater Kikker, 20 t/m 24 sept; Den Haag, Theater aan het Spui, 4 t/m 6 okt; IJmuiden, Witte Theater, 8 okt. Meer informatie: www.mightysociety.nl

Lineke Rijxman weergaloos in ‘Wat is het nu’, een spel van waarheid en illusie, van opbouw en afbreken, van theater als begin- en eindpunt
30 april 2011 | Margriet PrinssenHet zijn de laatste woorden van haar vader: ‘Carolientje verberg je, want de barbaren komen’. Een aangrijpende scène: we zien de vader, door Lineke Rijxman zelf gespeeld, moeizaam ademend op zijn sterfbed. Hij was dirigent en moest bij een fusie het veld ruimen voor André Rieu senior. De haat tegen oppervlakkigheid en lichtvoetig amusement heeft Rijxman met de paplepel binnen gekregen.
Wat is het nu, de nieuwe Mugvoorstelling, is een solo van Rijxman, geschreven door haarzelf in nauwe samenwerking met Joan Nederlof. Een heel persoonlijke voorstelling is het geworden die tegelijkertijd gaat over nu, over de wereld waarin we leven en dan in het bijzonder die van de (zo bedreigde) kunst. Een voorstelling waarin het persoonlijke politiek is en omgekeerd. Gebaseerd op biografische gegevens die net zo vrolijk weer worden ontkend, want was haar vader wel dirigent en waren dat wel zijn laatste woorden? Of was het simpel effectbejag?
Het is een spel van waarheid en illusie, van opbouw en afbreken, van theater als begin- en eindpunt. Een voorstelling over keuzes maken en over de houdbaarheid en de geloofwaardigheid van een ‘serieuze’ actrice in een wereld die alleen nog maar lijkt te hunkeren naar oppervlakkig amusement, naar schone schijn en kijkcijferkanonnen. Lineke Rijxman doet dat weergaloos. De Theo d’Or- en Colombina-winnares laat opnieuw haar veelzijdigheid als actrice zien. Ze springt van de ene rol in de andere; schijnbaar moeiteloos speelt ze haar vader, haar jonggestorven moeder (of is dat ook niet waar?), zichzelf als tiener, als haar agente, een keiharde zakenvrouw die niet zoveel moet hebben van dat kunstige gedoe, en nog veel meer typetjes.
Hilarisch is de scène waarin de agente haar overhaalt om mee te doen aan een auditie in Frankrijk: “Je moet nu aanhaken. De tijd dat je vrijblijvend en gesubsidieerd aan toneelstukjes kon knutselen is voorbij’. Bij de auditie doet ze zich voor als Carla Bruni, een vrouw die met haar kittige paardenstaart en tuitmondje de hele wereld aankan, en passant haar echtgenoot oraal bevredigend: ‘Nicolas est très stressée’. Door dialogen te voeren met fictieve personages, slaagt Lineke Rijxman er in een krankjorem beeld te schetsen van een complexe en verknipte wereld, waarin de goegemeente genoeg heeft van dat moeilijk doen van die kunstenaars. En van zichzelf als kunstenaar in vertwijfeling, want je wilt toch wel ontroeren? Je bent toch een theaterdier? En je wilt toch dat het ergens over gaat?
Over al die vragen gaat Wat is het nu, maar ook over familie, over ambitie en over die oorlog (gaap) waar niet meer over gesproken mag worden. Niet te moeilijk doen, niet dat sombere gepieker, niks geen zoektocht naar zin en betekenis. Simpel vermaak bieden, lekker luchtig amusement. Haar vader zou zich omdraaien in zijn graf maar trots zijn op zijn dochter.
Spel: Lineke Rijxman/ Gezien: Toneelschuur, Haarlem, 28 april, nog te zien aldaar t/m t/m 1 mei; De Lieve Vrouw, Amersfoort, 6 mei; De Vest, Alkmaar, 14 mei; LAKtheater, Leiden, 20 en 21 mei, Meer informatie: www.mugmetdegoudentand.nl

Oogsttijd door Toneelgroep Stan: een feest voor de fan
28 april 2011 | Margriet Prinssen‘Eigenlijk is alles geleend van Discordia‘, zegt acteur Damiaan De Schrijver tegen het publiek en hij schampert er achteraan ‘Epigonen, we zijn een stelletje epigonen’. Met typerende onhandigheid – ‘we zijn ook geen Guy Cassiers, he’- loopt Frank Vercruyssen naar boven om een snoer voor de projector te halen. De acteur zet de miniprojector na wat gestuntel op zijn hoofd vanaf de zaal, terwijl collega Damiaan een bord triplex omhoog houdt dat dienst doet als scherm. Veel grappen en grollen en inside jokes voor de trouwe fans.
Het is dan ook een echt feest voor de fan van Stan, de nieuwe voorstelling Oogst. Een gevarieerd programma, elke avond anders. Er is een compilatie gemaakt van favoriete scènes, korte stukken en enkele entr’actes die zijn voortgekomen uit het jubileumprogramma van 2009: 20 jaar Stan.
De entr’actes zijn het minst geslaagd: een filmpje over kernproeven en een actueel gedicht/ verhaal over de ‘Arabische lente’, dat slecht verstaanbaar wordt voorgelezen door oud VRT-journalist en Midden-Oosten-kenner Jef Lambrecht. De goede bedoelingen zijn duidelijk- verwijzen naar de grote boze buitenwereld-, maar komen eigenlijk slecht uit de verf.
Hoogtepunten zijn de klassiekers A Woman of No Importance van Oscar Wilde, One for the Road van Harold Pinter en fragmenten uit De Meeuw en de eenakter Het huwelijksaanzoek van Anton Tsjechov.
Jolente De Keersmaker is ongekend op dreef: weergaloos hoe zij een van de vier vrouwen speelt in het stuk van Wilde, dat overigens sowieso erg grappig en to the point is. In één scène worden meer geestigheden gedebiteerd over (de relatie met) mannen dan in alle afleveringen van Gooische Vrouwen bij elkaar. Ook Sara De Roo schmiert en overdrijft geweldig, perfect getimed en uitgevoerd.
Onnavolgbaar hoe de Stanacteurs spelen met dubbele bodems. Altijd schemert hun persoonlijkheid door de rol heen en ze maken daar optimaal gebruik van. Ze jongleren met taal, acrobatieken met grimassen en je kunt een choreografie maken, gebaseerd op hun blikken. Ze toveren betekenis. In die zin zijn ze inderdaad erfgenamen (dat klinkt toch een stuk vriendelijker dan epigonen) van Discordia: ze zetten die specifieke manier van spelen voort met een heel eigen invulling en met veel Vlaamse humor. Frank Vercruyssen laat zien hoe de terreur van de macht een gezicht krijgt, met een ijzingwekkende vertolking van Pinters’s One for the Road, dat pas nog te zien was bij The Glasshouse in een regie van Kees Roorda.
Hilarische uitsmijter: de totale vertwijfeling waarin de toeschouwer wordt gebracht door de misverstanden tussen een man (Damiaan De Schrijver) die een huwelijksaanzoek komt doen en de betreffende kandidate en haar vader. Het loopt totaal uit de hand en de aanvankelijk zo schuchter schijnende personages staan elkaar binnen de kortste keren naar het leven. Komediespel op hoog niveau.
Gezien: Frascati, Amsterdam, 26 april, te zien aldaar t/m 29 april/ Meer info en tournee/ www.tgstan.be

‘Eén van de meest kuise, afstotende en droevigstemmende seksscènes ooit…’ “Bij het kanaal naar links”is echte Van Warmerdam
14 april 2011 | Margriet PrinssenBij de buren hebben ze het voor elkaar; daar drinken ze de koffie met suiker. Voor de familie Meyerbeer is dat het toppunt van luxe. Zij hebben het zwaar. Vader heeft al in geen tijden salaris gehad en moeder ligt op bed met bètablokkers. De zoon trekt zich terug in zijn hok en alleen de mooie dochter lijkt nog van het leven te kunnen genieten. Ze ligt voortdurend te zonnebaden. De familie waarmee ze op voet van oorlog leven, bestaat uit vader en zoon Bouman. Als Lucien, de zoon, op een dag toenadering zoekt tot de mooie dochter van de erfvijand, wordt oud leed opgerakeld en veranderen de verstarde verhoudingen drastisch.
In Bij het kanaal naar links, het nieuwe stuk van Alex van Warmerdam, ziet de wereld er grimmig en weerbarstig uit, zoals overigens in vrijwel al zijn werk (Abel, De Noorderlingen, De jurk, Ober, Emma Blank). De buitenwereld is boos en bedreigend en binnen de familie is het zo mogelijk nog erger. Bij het kanaal naar links is een coproductie van De Mexicaanse Hond, het gezelschap van van Warmerdam, die verantwoordelijk is voor zowel tekst als regie als enscenering en zelfs muziek, met Olympique Dramatique, een Vlaamse groep die bekend staat om haar brutale voorstellingen met veel humor, geweld en een stevige scheut testosteron.
Door de stilering en de mooie taal, kaal maar treffend, weet van Warmerdam de verschrikkingen fascinerend te maken. De Hollandse nuchterheid staat in schril contrast met de emoties die onderhuids worden getoond. In afgemeten zinnetjes, waar tussen de regels meer wordt gesuggereerd dan gezegd. Het scenario is op de huid geschreven van de acteurs. Het fysieke, rauwe spel van de Vlamingen Tom Dewispelaere en Stijn Van Opstal past uitstekend bij dat van de andere acteurs die tot de ‘vaste stal’ van van Warmerdam horen: Pierre Bokma, Annet Malherbe, Aat Ceelen en Eva van de Wijdeven (ja, die van Adam en Eva). Zij zijn meesters in de droogkomische speelstijl die zijn stukken vereisen.
Gelukkig valt er dan ook, ondanks of misschien wel dankzij die grimmige, gruwelijke wereld die wordt geschetst, genoeg te lachen. Het verhaal is absurdistisch, maar van Warmerdam brengt steeds voldoende weerhaakjes aan om toch te prikkelen. De boze buitenwereld komt dichterbij wanneer ook in de familieverhoudingen een doorbraak plaatsvindt, wat culmineert in een van de meest kuise, afstotende en droevigstemmende sekscènes ooit. De voorstelling raakt in de verte aan thema’s als angst voor de vreemdeling, immigratie, uithuwelijking en eerwraak. Alleen maar in de verte: echt raken doet de voorstelling niet. Het blijft vooral een wreed, bizar sprookje.
Gezien: Haarlem, Stadsschouwburg, 12 april; nog te zien o.a. in Utrecht, 18 en 19 april; Rotterdam, Schouwburg, 21 april; Delft, De Veste, 22 april; Alkmaar, De Vest, 27 april; Amsterdam, Meervaart, 1 mei en Stadsschouwburg 20 t/m 23 mei; IJmuiden, Stadsschouwburg Velsen, 7 mei; Hoorn, Het Park, 12 mei; Amstelveen, Schouwburg, 13 mei; Zaandam, Zaantheater, 18 mei; Den Haag, Koninklijke Schouwburg, 6 juni; Hoofddorp, De Meerse 9 juni; Almere, Schouwburg, 10 juni. Volledige tournee en info: www.orkater.nl
Relâche, de voorstelling van Discordia waarin het wachten tot onderwerp is verheven, is bijzonder geestig
13 april 2011 | Margriet PrinssenHet begint met bijna niks. Vijf mensen die wat rondlopen op een vloer van houten planken. Vooraan een flinke kier. In het midden van het toneel opgestapelde stoelen, tafel en houten lijsten. Iemand mompelt zachtjes sorry, Jorn struikelt over de kier, de vijf spelers monsteren elkaar. Miranda trekt hoge pumps aan en vraagt of dat beter staat. Niemand reageert. De toeschouwer vraagt zich intussen af waar dit over gaat. Relâche betekent zoiets als ‘het afgezegde optreden’. Een voorstelling over tijd die wordt doorgebracht met bijna niets doen. Met wachten. Op inspiratie, op iemand die wat gaat doen, op elkaar. De voorstelling gaat over wat zich voordoet als er vrijwel niets gebeurt. Poëtisch gezegd, volgens de (schaarse) informatie op de flyer: ‘Over afwezigheid. Kamers zonder deuren, ofwel: de spaties tussen de woorden. De ruimte tussen de wolken’.
Het ziet er vooral uit als gestoethaspel, gemompel en gedoe, die ‘ruimte tussen de wolken ‘. Much ado about nothing. Nou, niks? Ook als er bijna niks gebeurt, gebeurt er toch van alles. Jan Joris Lamers, duidelijk de regelaar van het stel, belt met een denkbeeldige opdrachtgever. Kunnen de spullen weg die midden op het toneel staan? De indruk wordt gewekt van een repeterend toneelgezelschap dat alsmaar aan het wachten is totdat ze eindelijk kunnen beginnen. Eerst moeten die spullen weg of in elk geval moeten ze weten waar ze aan toe zijn. Intussen wordt voortdurend de illusie van de ‘vierde wand’ doorbroken. ‘U denkt toch niet dat ik echt iemand aan de lijn heb? ‘, zegt Jan Joris tegen het publiek, om vervolgens het telefoongesprek even serieus te hervatten.
De voorstelling gaat zowel over theaterconventies als over sociale codes. Elk van de vijf personages (die gewoon bij hun echte voornaam of koosnaam worden genoemd) heeft een andere manier om met deze wachttijd om te gaan. Jorn struikelt en duikelt steeds over de harde vloer en is dan eindeloos bezig het stof van zijn jas en broek af te kloppen. Mattias (Mat) probeert vergeefs zijn diagonaal te oefenen, want dat gaat niet met al die zooi midden op toneel. Hij loopt er dan maar met een boogje omheen, triomfantelijk. Op dat soort momenten wordt het bijna slapstick. Annet (Annie) probeert de boel te sussen en roept als een mantra ‘niet zeuren, niet klagen’, als iemand zijn geduld dreigt te verliezen.
Ten slotte wordt een groot aantal zwartwit foto’s getoond van min of meer bekende filosofen en kunstenaars. Geen idee wat daarmee bedoeld is. Net zo min als de link met Kafka, van wie op de flyer twee citaten staan. In Relâche is elke duidelijkheid afwezig maar de voorstelling verheft het wachten, het oponthoud, de ‘ruimte tussen de wolken’ tot een bijzonder geestige bezigheid.
Gezien in Amsterdam, Frascati, 7 april; te zien in Haarlem, Toneelschuur, 15 en 16 april. Meer informatie: www.discordia.nl
Hartverscheurend en beeldschoon is het debuut van Laurence Roothooft in een geslaagde bewerking van Giordano’s bestseller De eenzaamheid van de priemgetallen
8 april 2011 | Margriet Prinssen‘Priemgetallen zijn alleen deelbaar door 1 en door zichzelf. Het zijn argwanende, eenzame getallen en daarom vond Mattia ze prachtig.’
Eenzaam zijn ze allebei: de geniale, eenzelvige Mattia en Alice, die na een ski-ongeluk mank loopt. Er ontstaat een bijzondere band tussen de twee eenzame adolescenten, maar elkaar werkelijk bereiken, dat lukt maar zelden. De eenzaamheid van de priemgetallen, de roman van de jonge italiaanse schrijver Paolo Giordano uit 2008, was een spectaculair succesdebuut. Wereldwijd zijn er meer dan een miljoen exemplaren verkocht en het boek is overladen met prijzen. Vorig jaar al kwam de verfilming uit, met onder andere Isabella Rossellini, die overigens veel minder unaniem enthousiast is ontvangen en nu is er de ttheatervoorstelling. Gemaakt door Madeleine Matzer die een zekere reputatie heeft opgebouwd met eerdere bewerkingen van romans als Hokwerda’s Kind en Knielen op een bed violen.
Ze heeft gekozen voor een zo simpel mogelijke vertelling. Vier tweepersoons bankjes, ver uit elkaar, een verkleedkist en een grote foto van een winters bospad vormen het decor. De hoofdrollen van Mattia en Alice worden gespeeld door de jonge acteurs Marijn Klaver en Laurence Roothooft, de routiniers Wolter Muller en Lottie Hellingman spelen alle andere rollen. Moeiteloos schakelt vooral de laatste over van de verdrietige moeder van Mattia naar de hartverwarmende Soledad, de werkster bij Alice thuis of naar Viola, de sexy en uitdagende jeugdvriendin van Alice.
Net als het boek begint de voorstelling met een monoloog waarin de beide hoofdpersonen vertellen over de traumatische ervaring in hun jeugd, waardoor ze voor hun leven getekend zijn. Ze voelen zich vanaf hun allereerste ontmoeting met elkaar verbonden, maar slagen er maar zelden in om daar een vorm voor te vinden. Heel mooi laten Mattia en Alice de breekbaarheid van de twee personages zien; aan hun lichaamstaal zie en voel je dat wat niet uitgesproken wordt; heel even houden ze af en toe elkaars hand vast en dan hou je de adem in. Zelfs de oversekste en populaire Viola die iedereen kan krijgen, voelt dan haarscherp aan dat er iets gebeurt waar zij misschien wel jaloers op moet zijn.
Het is geen gemakkelijk verhaal, met thema’s als zelfdestructie (Alice heeft anorexia, Mattia snijdt zich), een onvermogen tot communicatie (de ouders van Mattia en Alice die stuk voor stuk op hun eigen wijze gevangen zitten in een mengsel van schuld en schaamte) en totale eenzaamheid. Toch is het geen zware voorstelling geworden, door de lichte toon (er is zelfs ruimte voor grapjes), de snelle overgangen, de goed gekozen muziekfragmenten en de simpele vorm. Knap hoe Matzer oplossingen heeft gevonden voor een complexe vertelling die tientallen jaren en evenveel locaties telt.
Er wordt uitstekend gespeeld door het hele team, waarbij misschien nog het allermeest het debuut van de getalenteerde Laurence Roothooft opvalt. Hartverscheurend en beeldschoon.
Gezien: ‘s Hertogenbosch, Verkade Fabriek, 7 april. Tournee t/m 4 juni. Meer informatie: www.bostheaterproducties.nl of www.matzer.org
Toneelstuk Vrije Radicalen ontbeert elke spanning door een teveel aan verwikkelingen, waardoor de plot volkomen zoek raakt
28 maart 2011 | Margriet PrinssenEen reconstructie moet het worden. In vertrouwelijke terzijdes wordt het verhaal verteld door journalist Robert die een bijzondere verhouding heeft tot de wethouder: hij doet het namelijk met zijn vrouw. Vrije Radicalen is het vierde en laatste deel van het vierluik dat Frans Strijards de afgelopen jaren schreef en regisseerde voor De Voortzetting (van Art&Pro). Een vierluik over ‘de zoektocht van de moderne mens naar houvast’, met twee goed ontvangen monologen Dankwoord? (met Helmert Woudenberg) en Hé, jij daar (met Nanette Edens), een matig derde deel, de komedie Modem, ‘een serie misverstanden in cadeauverpakking’ en dan nu het slot Vrije Radicalen, een voorstelling voor de grote zaal. Een politieke satire over bouwfraudes en lokale politiek, waarmee, aldus het persbericht, Frans Strijards nauw aansluit bij de actualiteit.
Helaas gaat Vrije radicalen gebukt onder dezelfde problemen als Modem: het stuk is veel te vol, kent geen enkel rustpunt, is af en toe vermakelijk, maar ontbeert elke spanningslijn. Aan het slot vraag je je verbijsterd af waar het nu in godsnaam over gaat.
Dat is spijtig want Frans Strijards kan schrijven en hij werkt met uitstekende acteurs. Zoals in Modem Oda Spelbos en Hein van der Heijden ten onder gingen aan de speedy speelstijl en de verbale hutspot zijn het hier onder andere George van Houts, Han Römer en Debbie Korper, die tegen de klippen op acteren om er nog wat van te maken.
Het decor is abstract: een rij zuilen vormt de achtergrond voor een drama in steeds wisselende kleurstellingen. Geestig is hoe er gespeeld wordt met het realisme. ‘Zo, ik ben thuis’, zegt de wethouder (Han Römer) bijvoorbeeld terwijl hij tussen twee zuilen doorloopt. Alle personages hebben hun eigen kleur: de wethouder is donker gekleed, zijn echtgenote in verleidelijk rood, de Baron (George van Houts) in mosgroen. De nieuwe wethouder wil een ‘aanraakbare politicus’ zijn, open en transparant, maar al snel blijkt alles en iedereen samen te spannen om dat te voorkomen. De verwikkelingen zijn legio en je raakt al snel de draad kwijt. “Hij is verliefd op zichzelf, maar hij weet niet of die liefde ook beantwoord wordt”, zegt zijn echtgenote (Iris van Geffen) over haar man. Een fraaie observatie die net als andere geslaagde oneliners, verloren dreigt te gaan in een moeras van woorden. Iedereen wordt meegezogen in het drijfzand: geen idee wie er nu eigenlijk wint of verliest, wie de slechterik is en wie niet veel beter. Erger is dat het je ook niets meer kan schelen omdat door de veelheid aan verwikkelingen en door de cartooneske speelstijl noch de intrige noch de personages meer raken.
Gezien: Haarlem, Stadsschouwburg, 26 maart. Voor informatie en volledige speellijst: www.de voortzetting.nl
Polaroids: Fenomenaal spel in een inktzwart maar hilarisch portret van een generatie zonder idealen
25 maart 2011 | Margriet PrinssenNick heeft jaren vastgezeten na een politiek getinte aanslag. Als hij terugkomt, is alles veranderd. Zijn vriendin, met wie hij ooit groots en meeslepend de wereld wilde veranderen, is gemeenteraadslid geworden en vecht er nu voor dat de bus op tijd blijft rijden.
Met Polaroids heeft Mark Ravenhill, die in 1996 doorbrak met Shopping and Fucking, een meedogenloos maar meeslepend portret geschetst van een generatie zonder idealen, in een wereld vol verwarring. Een geweldige vondst om het perspectief te leggen bij iemand als Nick die nog geloofde in revolutie, in de mogelijkheid van een betere wereld.
Het stuk is geestig en snel geschreven in een zapstijl: korte zinnen, wisselende locaties en sprongen in de tijd. Behalve zijn ex-vriendin ontmoet Nick een aantal curieuze types: Victor, een Russische escortboy, Tim, een hiv-slachtoffer en Nadia, een danseres. Mensen met weinig geluk in het leven en de liefde, al blijven ze met veel coke, drank en met de moed der wanhoop op zoek naar een beetje geluk.
Casper Vandeputte heeft dit inktzwarte, maar ook hilarische stuk prachtig geënsceneerd. Het decor wordt gevormd door een golvende vloer, alle spelers zijn steeds op het toneel. De neuzen worden steeds witter van de soepkom vol poeder; Tania rolt bij elke opkomst keihard naar beneden, steeds meer onder de butsen. Het is werkelijk fenomenaal hoe goed deze jonge spelers zijn, adembenemend om naar te kijken. Vooral Vincent van der Valk blinkt uit, met heerlijk ongegeneerd provocerend spel als Tim en een fraaie dubbelrol als kapitalistische goeroe; Judith Noyons is ontroerend met haar onrealistische optimisme, Teun Luijkx erg grappig met de zelfverheerlijking van zijn ‘beautiful body’.
Polaroids geeft een prachtig tijdsbeeld: van de leegte van de dancescene, het extravagante exhibitionisme van de nichtenwereld, de holle terminologie van de Happinez-achtige wereld van ‘groeien en leren’. Tussen al die curieuze maar ontroerende types in vraagt Nick zich af wat het leven nu eigenlijk inhoudt zonder idealen. Vragen die voor iedereen gelden.
Gezien: in Haarlem, Toneelschuur, 19 maart; nog te zien aldaar t/m 26 maart/ Meer informatie: www.toneelschuur.nl of www.huisvanbourgondie.nl
Cliffhanger is een anti-climax: elke spanning ontbreekt in de nieuwe voorstelling van Kassys
25 maart 2011 | Margriet PrinssenHet thema is spannend genoeg. Angst is een alom aanwezige emotie. We zijn bang op straat, in het donker, voor de ander, voor iets nieuws, voor pijn, voor de dood. Tegelijkertijd wordt die angst ook gecultiveerd: hoeveel mensen bijten niet vrijwillig hun nagels op bij horrorfilms of thrillers of komen doodsbleek en misselijk uit de achtbaan? Geïnspireerd door de ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock gaat Kassys in Cliffhanger op zoek naar het wezen van de angst. Een van de oerscènes in de cinematografie is de cliffhanger: de held of heldin hangt nog met de vingertoppen aan een rotsblok boven een onmetelijke afgrond, terwijl de slechterik met zijn grote voeten een voor een op de handen van het slachtoffer gaat staan of ze langzaam, treiterig losmaakt.
Dat gegeven is het uitgangspunt voor de nieuwe voorstelling van Kassys, het gezelschap dat naam heeft gemaakt met een eigen vorm van theater waarin film een belangrijke rol speelt. Soms pakt dat verrassend uit, zoals in Kommer, een van hun beste voorstellingen, waarmee ze de hele wereld hebben rondgereisd.
In Cliffhanger is zowel het spel als de videobeelden teruggebracht tot de kern. We zien vier mensen die een voor een opkomen, zich voorstellen en ten overvloede een wit tshirt dragen met daarop hun functie: De Echtgenoot, De Vrouw, De Huisvriend, De Tuinman. Ze doen denken aan de personages in het spel Cluedo, zeker wanneer ze na een lange – te lange- introductie allemaal een attribuut krijgen: een kroonluchter, een electriciteitssnoer, een tennisracket, een schop.
Heel traag komt de voorstelling op gang. We zien op video langzaam maar zeker steeds meer beelden die afwijken van wat er live op toneel gebeurt. Op video heeft de huisvriend opeens een tshirt aan waarop staat De minnaar. Of we zien de echtgenoot op het scherm een flesje gif in het whiskyglas van de vrouw gooien, terwijl hij er ´live´ op toneel alleen twee ijsblokjes in doet. Het loopt langzaam uit de hand. Steeds heftiger worden er sporen uitgezet en valstrikken gezet, om te eindigen zoals het begon: met een vrouw die op de grond ligt.
Helaas heeft Cliffhanger geen seconde angst gewekt of verontrusting, of zelfs maar enige emotie. Het is deze keer niet gelukt: noch het spel noch de beelden noch de combinatie van beide weet te raken. De lulligheid overheerst: het uitgebreide voorstellen, de tshirts, de clichés en codes van de thriller, het gebruik van filmmuziek, het is allemaal net mis en in geen enkel opzicht spannend. Het zijn veel te lang uitgesponnen ideetjes die in het repetitielokaal hadden moeten blijven. Cliffhanger is een anticlimax.
Gezien: Amsterdam, Frascati, 22 maart. Tournee t/m 28 april/ Informatie:www.kassys.nl
Toneelversie ‘Fanny en Alexander’ is een ode aan het theater, de fantasie en de kracht van verbeelding
8 maart 2011 | Margriet PrinssenUit de zoldering van het theater laat het meisje Fanny een ouderwets toneeldoek zakken: geplooide gordijnstof met een blauw lint eromheen, waarop in kapitalen staat: NIET ALLEEN VOOR HET VERMAAK. ‘Ik zweer dat deze woorden altijd bij ons in de hemel zullen hangen zolang er publiek in de zaal zit.’, zegt ze. In deze cultureel barre tijden een niet mis te verstaan politiek statement, maar gelukkig zorgt het Amsterdamse gezelschap de Toneelmakerij in deze enscenering van Fanny en Alexander behalve voor wijze lessen en stof om over na te denken ook voor voldoende vermaak. De beroemde televisieserie uit 1982 van Ingmar Bergman is door huisschrijver Roel Adam bewerkt tot een twee uur durende voorstelling.
Een kolfje naar de hand van regisseur Liesbeth Coltof, deze ode aan het theater, de fantasie en de kracht van verbeelding. Fanny en Alexander, zus en broer uit een theaterfamilie, komen terecht in een schraalhanzerig milieu waar dromen wordt afgestraft en alleen plicht telt. Goddank wordt het kwaad gestraft en overwint het theater en de vrolijkheid.
Met veel liefde en gevoel voor details wordt de rommelige theaterfamilie neergezet: de kinderen energiek en nieuwsgierig (alhoewel het misschien tijd wordt dat nu eens niet het meisje dapper is en de jongen een bangerd, deze omkering van de traditionele verhoudingen heeft zichzelf overleefd); de ouders liefdevol en zorgzaam en de ooms en tantes interessant, vrijgevochten en een tikje curieus, met een glansrol voor Beppe Costa als de Joodse Isaak die niet alleen in woord maar vooral ook muzikaal de boel verbindt.
In het eerste deel zien we vooral het theater van binnen, want de familie repeteert Hamlet. Met educatief verantwoorde terzijdes – ‘weten jullie wie Shakespeare is?’, wordt een mooi beeld geschetst van hoe het er bij een generale aan toe gaat. Helaas overlijdt de vader van Fanny en Alexander tijdens de generale aan een hartaanval en is het einde doek. Vrij kort daarna trouwt de eenzame weduwe met de plaatselijke bisschop, een toonbeeld van kwezelige onverdraagzaamheid. Vanuit het warme familienest is de overgang naar het strenge regime van hun stiefvader enorm.
Al die werelden worden door decorontwerper Guus van Geffen verbeeld middels een flink aantal rijdende karren: gevuld met kostuums en rekwisieten tijdens het eerste deel en figurerend als kooien in het tweede deel. Er wordt ‘transparant’ gespeeld: iedereen is de hele tijd op het toneel en er worden veelvuldig grapjes gemaakt over toneelspelen waarmee de theaterillusie wordt verbroken. De voorstelling is gemaakt voor kinderen ouder dan acht. Misschien is dat zelfs nog aan de jonge kant want er komen nogal wat heftige effecten voor. De dood speelt een grote rol en tegen het einde wordt de voorstelling bijna surrealistisch met zwarte magie, spoken en geesten en een gruwelijke verbranding van de gemene stiefvader.
Desondanks is het een feestelijke voorstelling, waarin misschien nog wat kan worden gesnoeid (met name de ooms en tantes die allemaal klagen dat ze zo oud worden zijn niet noodzakelijk voor het verhaal en behalve voor de 40-plussers ook niet erg relevant). Een hecht spelend ensemble, met een mooie afwisseling van humor en ernst, een boodschap die nergens prekerig aandoet en een prettige ondertoon van verzet: “Laten we samen de dromen van deze wereld kans geven in plaats van ze te vermorzelen’.
Gezien: Haarlem, Stadsschouwburg, 5 maart. Voor informatie en speellijst: toneelmakerij.nl

‘Uittocht van Rieks Swarte is gemaakt met veel geduld, liefde en verbeelding, maar een duidelijke lijn ontbreekt
7 maart 2011 | Margriet PrinssenVlak voor ze gedeporteerd wordt, geeft Irène Némirovsky, een beroemd schrijfster van Joodse afkomst, haar dan dertienjarige dochter Denise een koffer, met de opdracht goed voor de inhoud te zorgen. Het is 1942 en Irène Némirovsky sterft nog datzelfde jaar in een concentratiekamp. Het duurt bijna zestig jaar voordat Denise de moed op kan brengen om het manuscript, dat ze in de koffer aantreft, te lezen. Ze komt erachter dat het geen dagboek is, de notitieblokken die haar moeder in een minuscuul handschrift heeft volgeschreven, maar een volwaardige roman. STORM IN JUNI van Irène Némirovsky wordt in 2004 uitgegeven en is meteen een bestseller. Ze beschrijft hierin de lotgevallen van een aantal van de vluchtelingen uit Parijs in juni 1940.
Het bijzondere verhaal inspireerde de Firma Rieks Swarte tot de voorstelling UITTOCHT. Rik van den Bos schreef de tekst waarin zowel het verhaal van de dochter als dat van de moeder en daarnaast fragmenten uit de roman ruimte hebben gekregen. Joke Tjalsma is de verteller die heel sec de Frans-Russische schrijfster Irène Némirovsky bij het publiek introduceert , maar zij speelt ook de dochter Denise.
Joke Tjalsma is een fantastische actrice met een groot komisch talent, maar hier komt ze met haar nuchtere verteltrant niet uit de verf. Voor een deel kan dat eraan liggen dat de voorstelling in zijn geheel nog wat hapert. De vermenging van tekst, beeld en muziek loopt niet zo soepel als zou kunnen.
Rieks Swarte zelf is dit keer vooral als vormgever en cameraman in de weer. De voorstelling doet sterk denken aan De Grote oorlog en KAMP van Hotel Modern waarin met vingercamera’s en duizenden poppetjes en maquettes op indrukwekkende wijze de gruwelen van de oorlog getoond werden. Rieks Swarte heeft een vriendelijker wereld gecreëerd; de tafels rondom het toneel staan vol met van karton gemaakte maquettes, potloodtekeningen, zwartwit foto’s van mensen met koffers, uitgeknipt en op karton geplakt. Hij loopt erlangs met een videocamera, de beelden worden op groot scherm geprojecteerd.
Het is een mooie collectie in het typische no-nonsense Swarte-idioom, gemaakt met veel geduld, liefde en verbeelding. Rechts op het podium staat Dennis van Tilburg, die met zelfgebouwde instrumenten en elektronica voor de sfeer zorgt. Geluiden van motoren, getoeter als de uittocht uit Parijs beschreven wordt: een lange stoet van auto’s en voertuigen, volgeladen met mensen die al hun bezittingen in een paar koffers hadden gepakt. Het was de langste file in Parijs ooit.
Zo nu en dan zijn er scènes waarin de kracht van Rieks Swarte tot zijn recht komt: de verbeelding aan het werk zetten en tegelijkertijd laten zien hoe toneel gemaakt wordt. Terwijl je ziet hoe het gemaakt wordt, geloof je er toch in.
Jammer is dat de voorstelling een duidelijke lijn ontbeert. Het blijft allemaal teveel aan de oppervlakte. Noch het wrede lot van de moeder, noch de personages uit haar roman, noch de verdringingsmechanismen van de dochter komen echt tot leven.
Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 4 maart Voor informatie en volledige speellijst: www.firmarieksswarte.nl

Servaes Nelissen zet met bijna niks de verbeelding van de toeschouwer aan het werk: Herberts Aquarium terecht in reprise
1 maart 2011 | Margriet PrinssenHerbert is nachtportier in een ziekenhuis. Hij houdt van zijn werk: ‘Je doet niet veel maar toch is het nuttig’, zo vat hij zijn functie kort maar bondig samen. In zijn eenzame portiersloge (Herberts Aquarium, een glazen hok met een paar monitoren, een koffiezetapparaat-apparaat en een ouderwetse telefoon) heeft hij het druk op zijn eigen manier. Al rommelend met een prop papier, een bril of zijn baseballpet creëert hij tal van personages, waarmee hij fantasiegesprekken voert.
Herberts Aquarium is een solovoorstelling van Servaes Nelissen, die al in 1999 heeft rondgetourd op een aantal festivals in binnen- en buitenland en waarmee hij nu de theaters intrekt. Terecht, want het is een prachtige, kleine voorstelling waarin Nelissen opnieuw zijn grote talent laat zien. Hij maakt van bijna niks geloofwaardige, herkenbare en ontroerende personages. Zoals de nachtportier die zichzelf de hele nacht bezighoudt met van alles en nog wat. Met die lieve nachtzuster Mary bijvoorbeeld of met die enge man die hij steeds ziet rondspoken op zijn monitor. Af en toe komt een oude man op bezoek, de gepensioneerde nachtportier, wiens vrouw op sterven ligt in het ziekenhuis. Een prachtige tegenhanger van de jongere en een beetje stoere Herbert: een lieve oude man die af en toe langskomt om een babbeltje te maken in de lange, stille nachtelijke uren. Hij lijkt broos en doet een beetje schichtig maar intussen glimmen zijn ogen als hij het publiek aanspreekt: ‘zitten jullie nou nog steeds te wachten?’
Servaes Nelissen beheerst als autodidact vele facetten van het vak: hij is een uitstekende mimespeler. Geweldig hoe zorgvuldig hij de niet bestaande ramen van zijn portiersloge glimmend opwrijft en grappig hoe hij vlak daarna de illusie doorbreekt door een kop koffie van zijn bureau te pakken; hij is een begenadigd poppenspeler (zoon van Jan Nelissen), die met een paar simpele gebaren een gele vaatdoek tot leven laat komen of zichzelf interviewt met een luciferdoosje; en hij is een geweldige acteur die vloeiend de overgangen van het ene personage naar het andere maakt en ook binnen een karakter verschillende registers opentrekt. Een hilarisch hoogtepunt is de scène met het cadeautje van zijn moeder, dat hij vol afgrijzen opent en waar hij vervolgens een eng zeemonster van maakt.
Servaes Nelissen kan met bijna niks de verbeelding van de toeschouwer aan het werk zetten. Hij heeft een zwak voor een tikje eenzame mannen, die maatschappelijk en sociaal niet erg geslaagd zijn maar door middel van hun fantasie hun isolement doorbreken. Dat geeft een montere opgewektheid, die bijna pijn doet, omdat zij er zo hartstochtelijk het beste van proberen te maken. En dat herkennen we allemaal wel.
Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 24 feb. Tournee. Informatie: www.servaesnelissen.nl
Saskia Temmink steelt de show met superieur spel in wisselvallige uitvoering toneelstuk ‘De Meeuw’ van Tsjechov
27 februari 2011 | Margriet Prinssen
- David Lucieer (Kostja) en Eline ten Camp (Nina) foto: Ben van Duin
- foto: Ben van Duin
‘Tararaboemdiejee. Het leven valt niet mee…’. De dokter is een van de weinige personages in De Meeuw die enigszins laconiek naar het leven kan kijken, een evenwichtige en nuchtere pragmatist. Al hummend en neuriënd is hij de steun en toeverlaat voor de anderen die zich om beurten snikkend in zijn armen werpen. Als het stuk begint, zit het voltallige gezelschap te praten, te drinken en te lachen aan de grote tafel. Op de achtergrond domineert een kamerbreed schilderij dat de groene omgeving van hun buitenverblijf en de blauwe lucht van een mooie zomeravond verbeeldt.
Tsjechovs De Meeuw (ook bekend als ‘meeuw’ of ‘een meeuw’) is een bijzondere productie, uitgebracht door de ongesubsidieerde (‘vrije’) producent Hummelinck Stuurman. Het is het eerste deel van een trilogie (De Meeuw, Oom Wanja en De Kersentuin), waaraan een vast artistiek team is verbonden. Gerardjan Rijnders regisseert een topcast, waaronder Saskia Temmink (op tv bekend van Oud Geld, De vloer op), Cees Geel (van de films Simon en Vet Hard), Titus Muizelaar (van toneelgezerlschappen Discordia en Toneelgroep Amsterdam) en de jonge David Lucieer en Eline ten Camp. Bij de première in Delamar was het niveau nog wat wisselend. Waar Saskia Temmink met superieur spel de show stal als de egocentrische actrice en Titus Muizelaar met vanzelfsprekend gemak de rol van de dokter speelde, was het spel van David Lucieer (Kostja) en Eline ten Camp (Nina) vooral in de beginscènes nog wat houterig en gekunsteld. Aan talent ontbreekt het geen van beiden zodat het waarschijnlijk een kwestie van inspelen is voor ook zij volledig overtuigen.
Ook in de enscenering is het nog zoeken naar een balans tussen de speelstijlen; waarschijnlijk door de diversiteit in de achtergronden van de acteurs is het nog geen hecht samenwerkend ensemble. Een aantal acteurs speelt bijvoorbeeld heel naturel, maar met name Marisa van Eyle (overigens in een prachtige rol als de wegkwijnende echtgenote van de rentmeester) en Paul R. Kooy (die wat al teveel doet denken aan zijn glansrol als de Boze Buurman in Ja Zuster Nee Zuster) hanteren een groteske speelstijl.
Afgezien daarvan is De Meeuw een geslaagde voorstelling. Het is altijd weer een genot om te zien hoe knap Tsjechov de tragiek van het leven verbindt met de lichte kanten van het bestaan. De liefde geeft net als de kunst voortdurend aanleiding tot misverstanden: vrijwel iedereen is verliefd, maar zelden is het wederzijds. Iedereen smacht naar de verkeerde partner of legt zich uiteindelijk neer bij een ongelukkig huwelijk. Centraal in deze enscenering staat de teloorgang van de idealen van de jonge generatie en de hoop op verlossing uit het grauwe bestaan. Dat is voor weinig mensen weggelegd.
De dokter ziet het allemaal aan en neuriet zachtjes verder.
Gezien: Amsterdam, DeLaMar, 26 feb; Te zien o.a. aldaar 24 mei t/m 5 juni. Tournee t/m 5 juni/ Informatie: www.humstu.nl
De achteloze schoonheid van de jeugd, ouder worden en overleven: er broeit van alles in comedy of errors van Elmer Schönberger
22 februari 2011 | Margriet PrinssenHet begint en eindigt met het geluid van serviesgoed dat kapot wordt gegooid. In die zin heeft Elmer Schönberger met Broei een klassiek stuk geschreven: de cirkel is rond met een proloog, drie bedrijven en een epiloog. Centraal staat een ouder stel, Kid en Slé, dat op hun bloemetjesbank eindeloos kibbelt, zoals alleen mensen die al heel lang samenwonen dat kunnen. Hij knipt belangwekkende artikelen uit, zij schrijft een ingezonden brief aan de krant.
Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 18 feb. Tournee t/m 15 mei/ Informatie: www.bureaubarel.nl
Recensente Margriet Prinssen moest met klamme handen zachtjes neeschudden om de ongeloofwaardige plot en het eendimensionale spel in ‘Blind Vertrouwen’
10 februari 2011 | Margriet Prinssen
Zeker drie cameraploegen en talloze fotografen verdrongen zich bij de première van Blind Vertrouwen in een overvol DeLaMar in Amsterdam. Een heuse media-event was het in elk geval, de nieuwe voorstelling van REP, het productiebedrijf van Rick Engelkes dat grossiert in aansprekende titels. Na De Minnaaar, Twee op de Wip, Succes, Volmaakt Geluk en Bedrog nu Blind Vertrouwen. Dit alles in hoofdletters, zodat we goed begrijpen waar Het om Gaat.
In elk geval om relaties en dan vooral die van de dertiger die, op weg naar de definitieve inkapseling in huwelijk en gezin, worstelt met ontrouw, overspel, verliefdheid op die nieuwe buurvrouw of tennisleraar en alles wat daarbij hoort. Een beetje spannend moet het verder zijn en natuurlijk humoristisch.
De nieuwe ‘relatiethriller’ Blind Vertrouwen voldoet aan de eisen van het genre. Het stuk is geschreven door Charles den Tex die toch een gerenommeerd thrillerauteur is, in samenwerking met regisseur Peter de Baan. Het is onbegrijpelijk dat zij een zo onwaarschijnlijke plot hebben verzonnen, zulke matige dialogen hebben geschreven en zo’n verzameling ongeloofwaardige personages in de wereld hebben gezet. Om me heen voelde ik de toeschouwers af en toe zachtjes nee schudden.
Het stuk gaat over het succesvolle en sexy stel Harry en Sacha. Ruim twee jaar geleden is hun dochtertje van vier verongelukt. Aan de verder lege muren van het trendy en luxe appartement hangt een schilderij van het verongelukte dochtertje, met engeltjeskrullen en Bambi-ogen. Blind Vertrouwen speelt zich af op de avond van de dertigste verjaardag van Sacha: de gasten zijn net vertrokken, de kamer staat nog vol lege flessen en halfvolle glazen en eindelijk hebben ze tijd voor elkaar. Terwijl het echtpaar kibbelt over het feest, het ongeluk (wiens schuld was het eigenlijk?) en zijn voortdurende verblijf in het buitenland, valt er een lijk uit de kast. Het is not done om van een thriller al te veel van de inhoud prijs te geven, dus dat zal ik hier ook niet doen. Misschien alleen nog dit: het gesoebat over dat ongeluk met dat kind is misselijkmakend, verkeerd gebruikt (wel eens gehoord van malafide vastgoedhandelaren of projectontwikkelaars die elkaars kinderen laten overrijden???) en ongepast.
Daar komt nog bij dat Angela Schijf en Rick Engelkes elkaar in evenwicht houden als het gaat om eendimensionaal acteren. Zo plat als een dubbeltje: geen ontroering, amper humor – en dan nog van het soort waar je klamme handen van krijgt- en geen enkele overtuigingskracht.
Gezien: Amsterdam, DeLaMar, 9 feb. Tournee t/m 15 mei. Informatie: www.rep.nu
Olie, met Tamar van den Dop: een sterk doorleefd besef van de zinloosheid der dingen in bizar en gruwelijk toneelsprookje
31 januari 2011 | Margriet Prinssen
Uiteindelijk spat de droom wreed uiteen. Op het moment dat de mannen, na drie jaar vergeefs zoeken de wanhoop nabij, eindelijk olie vinden, eindigt hun reis in een totale catastrofe. Letterlijk, in dit geval, want de grijze reuzenballon die vanaf het begin het toneelbeeld domineert en alsmaar groter en groter is geworden, klapt dan uit elkaar.
Gezien: Amsterdam, Compagnietheater , 28 jan.; nog te zien aldaar t/m 19 feb. ; Den Haag, NT Gebouw, 30 mrt t/m 3 april/ Meer info: www.compagnietheater.nl
Keurige mevrouw uit de provincie meets man in berenpak: Carine Crutzen en Huub Stapel spelen mensen van wie je gaat houden in De Kus
30 januari 2011 | Margriet PrinssenZij is een keurige mevrouw uit de provincie. Ze trekt haar wandelschoenen aan omdat ze heeft besloten te lopen naar het ziekenhuis waar de specalist haar zal vertellen of ze de Gevreesde Ziekte heeft of niet. Zelfs dan heeft ze een tasje bij zich met daarin haar nette schoenen: pumps met hele hoge hakken. Als ze een winkelhaak in haar vest krijgt onderweg, wil ze eigenlijk iets nieuws gaan kopen, want zo kan ze de dokter toch niet onder ogen komen. Zo´n mevrouw.
Hij is cabaretier, ooit veelbelovend, maar tegenwoordig slijt hij zijn dagen in een berenpak, om het wachtende publiek te amuseren in een landelijk pretpark. Allebei hebben ze een flink eind gelopen in de Limburgse bossen wanneer ze elkaar ontmoeten op een bankje.
Ger Thijs schreef zijn nieuwe toneelstuk De Kus op het lijf van steracteurs Carine Crutzen en Huub Stapel. Het is een mooie, subtiele tekst waarin ondanks de zware thematiek van twee in nood verkerende zielen veel humor zit. In zes korte taferelen krijgen we een goed beeld van de twee vijftigers. Na een aarzelend begin vertellen ze elkaar over hun leven, zoals mensen soms openhartig kunnen zijn tegen vreemden die ze hoogstwaarschijnlijk daarna nooit meer zullen zien. Zeker op een moment als dit: voor beiden een crisisachtige situatie. Voor haar wacht om vier uur de afspraak met de specialist die de uitslag van de scan bekend zal maken: een kwestie van leven of dood. De man gaat een confrontatie aan met zijn geknakte zelfbeeld: de dromen zijn niet waargemaakt en hoe moet het nu verder?
Het portret van de vrouw wordt duidelijker uitgewerkt dan dat van hem. Voor haar werkt de ontmoeting, hoe het ook afloopt met haar lichamelijke toestand, absoluut als een catharsis. Ze wordt door de man genadeloos geconfronteerd met haar zwakke kanten en haar leven zal, hoe het dan ook uitpakt met die uitslag, nooit meer hetzelfde zijn.
Het is een uiterst eenvoudige voorstelling: twee mensen op toneel, een houten bankje en op de achtergrond een wand van panelen waarop wolkenluchten in allerlei kleurschakeringen te zien zijn. De kracht ligt in de tekst waarin elke zweem van melodrama voorkomen wordt door de geestige opmerkingen en verwikkelingen, uitstekend getimed en door het Leidse premièrepubliek dankbaar ontvangen. En natuurlijk in de acteurs: Carine Crutzen is kwetsbaar, ontroerend en ook af en toe vilein; Huub Stapel charmant, verleidelijk, schmierend en lekker uit zijn dak gaand. Geweldig hoe hij een reiger nadoet of zich inleeft in ‘die arme Berend’, de echtgenoot van de vrouw.
Het zijn twee mensen van wie je gaat houden. Na afloop wil je eigenlijk wel heel graag weten hoe het hen verder vergaat.
Gezien: Leiden, Schouwburg, 29 januari. Tournee t/m 14 juni. Meer info: www.hummelinckstuurman.nl
Margriet Prinssen zag Mulisch’ “De Aanslag” op toneel en moest concluderen: ‘Het boek is beter’.
28 januari 2011 | Margriet PrinssenDe rode loper lag uit bij de première van De Aanslag en zelfs het NOS-journaal was aanwezig. De première, die uiteraard plaatsvond in Haarlem, de geboortestad van Mulisch en de stad waar De aanslag zich grotendeels afspeelt, werd bijgewoond door familie en vrienden van de in oktober overleden Mulisch. Mooi meegenomen, de ruime aandacht voor deze eerste toneelbewerking naar het boek van Harry Mulisch, waarvan wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht. De gelijknamige film van Fons Rademakers, met een Oscar bekroond, is inmiddels al 25 jaar oud. Toen Derek de Lint, Monique van der Ven en Johnny Kraaykamp, nu onder andere Victor Löw, Peter Bolhuis en Nelleke Zitman.
Het begin van de voorstelling is stroef. We zien Victor Löw zowel in de rol van de verteller die terugblikt op zijn leven, als in de rol van de jonge Anton Steenwijk. Hij is twaalf wanneer zich het drama afspeelt waarbij hij, in de laatste maanden voor de bevrijding, zowel zijn ouders als zijn broer Peter verliest. De weergave van de dramatische avond waarop de gebeurtenissen zich afspelen is houterig en moeizaam. Het geluid van de zendmicrofoons laat te wensen over, de dialogen zijn gekunsteld, Victor Löw is nauwelijks geloofwaardig als klein jongetje en zijn ouders gedragen zich als wassen poppen in het museum.
Victor Löw, die met deze rol zijn vijfentwintigjarige toneeljubileum viert, speelt geen droomrol, ook al wordt zijn spel in de loop van de voorstelling geloofwaardiger en overtuigender. Löw is vooral goed in het neerzetten van lichtelijk geëxalteerde, extraverte personages: echte slechteriken zoals in de film Lek, waarvoor hij een Gouden Kalf won, of gedreven, vaak wat hysterische helden zoals in One flew over the cuckoo’s nest of Requiem voor een zwaargewicht. Het spelen van een rol als die van de gesloten, introverte Anton Steenwijk gaat hem niet gemakkelijk af. Je ziet eigenlijk hoe hij zich als acteur pas als een vis in het water voelt op de (schaarse) momenten dat hij uit zijn dak mag gaan. Het zijn vooral Peter Bolhuis en Nelleke Zitman die de voorstelling gaandeweg meer vlot trekken.
Het verhaal is en blijft ijzersterk. Als in een spannende thriller worden de brokstukken informatie strikt gedoseerd aangeleverd. Tegen wil en dank wordt Anton die aanvankelijk niets meer wil weten van de preciese toedracht van de gebeurtenissen, steeds opnieuw geconfronteerd met betrokkenen die zich geen raad weten met de gruwelen van het oorlogsverleden. Vooral in de confrontatie met de verzetstrijder Cor Takes komt het drama tot leven.
De enscenering is tamelijk ouderwets, waarin Piazolla (die van de tranen van Maxima) weer eens wordt ingezet om ingetogen hartstocht te verbeelden en het beeld van de geredde paarden (waar volgens de vele publicaties na Mulisch’ dood de schrijver gedurende zijn laatste maanden sterk door ontroerd was) om sfeer te maken en een link naar nu. Het boek is beter.
Gezien: Haarlem, Stadsschouwburg, 27 jan. Tournee t/m 7 mei. Meer info: www. bostheaterproducties.nl
‘Waarom is de mens? Awel. Daarom’. Een exuberante, groteske en aandoenlijke Woyzeck, doordesemd met de in en in poëtische taal van De Volder.
24 januari 2011 | Margriet PrinssenDe nacht na de feestelijke première in Gent van zijn Woyzeck stierf regisseur Eric De Volder aan een hartaanval. Hij was een van die bijzondere Vlaamse talenten, wel eens ‘het beste bewaarde geheim van Gent’ genoemd. Echt doorgebroken bij het grote publiek is hij nooit, al was hij in theaterkringen een bekend en bemind man. Daarvoor was hij misschien ook te wars van uiterlijk vertoon, te anarchistisch en eigenzinnig. Woyzeck is dus onbedoeld zijn artistieke testament: alles wat hem als theaterman in hart en nieren kenmerkte, is erin terug te vinden.
De stijl van de voorstelling, die dinsdagavond 18 februari in de Toneelschuur in Haarlem haar Nederlandse première beleefde, is exuberant en overdadig: zwaar geschminkte personages, een groteske speelwijze, felle kleuren, verwijzingen naar het lijden van Christus en niet te vergeten de muziek van Dominique Pauwels. Gelardeerd met een scheutje Vlaamse humor. Niet teveel want Woyzeck is en blijft een regelrechte tragedie: ‘dat we sterven aan ‘t end/ tis al bekend’.
Eric de Volder heeft in zijn enscenering twee elementen toegevoegd aan Woyzeck: hij heeft zijn hoofdpersonage, die altijd alleen bij zijn achternaam wordt genoemd, een voornaam gegeven: Frans. En een dochter, het doofstomme meisje Minna. Met haar begint en eindigt de voorstelling: vooraf huppelt zij vrolijk en wat eenzaam rond op het grote podium, na afloop van de moord op haar moeder Marie, begint zij voor het eerst klanken uit te stoten.
De fragmentarische tekst van de jonggestorven toneelschrijver Georg Büchner (1837) heeft De Volder bewerkt in zijn eigen, poëtische taal: ‘Waarom is de mens? Awel. Daarom’. Het voltallig ensemble zingt zo nu en dan, ondersteund door een vooraf opgenomen koor en orkest. De muziek van Dominique Pauwels, die zich heeft laten inspireren door de opera buffo, speelt dan ook een grote rol. Soms gaat die overdaad in beeld en geluid ten koste van de simpele vertelling. De vorm schept een afstand, net als het gegeven dat de acteurs meezingen met geschoolde zangers op band, wat niet altijd even goed uitpakt.
Door de kunstmatigheid van het concept wordt de afstand groter, ondanks de pogingen om het personage Woyzeck meer van dichtbij te leren kennen en niet als een politieke abstractie, zoals in veel ensceneringen. Daar staat een sterk hoofdpersonage tegenover; Oscar Van Rompay is met zijn magere lijf en zijn geschminkte wanhoopstrekken een ideale Woyzeck. Vooral zijn hilarische optreden als aap op de kermis maakt grote indruk. Ook de andere acteurs overtuigen, met name de rol van de wachtmeester wordt briljant ingevuld door Frank Focketyn.
Deze Woyzeck is een mooi afscheid van De Volder: een staalkaart van fysiek acteren, verteltheater in plat Gents, afgewisseld met opera, een ijzersterke vormgeving die evenzeer doet denken aan de Ausdruckstanz en het expressionisme van de jaren twintig als aan grand guignol. Rijk, dwars, grotesk, associatief, soms overdadig in zijn gekte, maar doordesemd met de in en in poëtische taal van De Volder.
Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 12 jan.; nog te zien o.a. in Stadsschouwburg Amsterdam, 7 feb./ Meer info: www.ntgent.be of www.toneelgroepceremonia.be
Weinig tekst, veel visuele grappen en een onnavolgbare, slapstickachtige stijl in Bambie 15.
24 januari 2011 | Margriet Prinssen
De deuren van de vijf huisjes zijn te smal, te laag of juist absurd breed. De bewoners moeten diep bukken of zich letterlijk naar binnen wurmen. Verder zijn het gewone huisjes, bijna zoals een kind ze tekent: deur, raam ernaast, schuin dak en bovenin twee kleinere raampjes.
In Bambie 15 gaat het over hebben of niet hebben. ‘Een stuk over mijn en dijn’ is de ondertitel, hard nodig omdat de groep zich vanaf het begin, zo’n vijftien jaar geleden, heeft aangewend om haar voorstellingen door te nummeren.
Die deuren zijn prototypisch voor de werkwijze van het gezelschap, waarin ergens iets aan de haal gaat met de alledaagse werkelijkheid. Daardoor ontstaat een heel eigen vorm van curieus, vindingrijk, associatief en fysiek theater dat haar wortels heeft in de mime. Weinig tekst, veel visuele grappen en een onnavolgbare, slapstickachtige stijl waarin met name Paul van der Laan excelleert. Of hij nu een clownsneus opzet, zich schminkt of zonder hulpmiddelen op het podium staat, hij is een van die acteurs die met bijna niks een wereld tevoorschijn kan toveren.
Ook de andere acteurs weten overigens raad met het specifieke Bambie-idioom. Het begint met een verjaardagsfeestje waar de gasten al verwachtingsvol klaar zitten, de presentjes in de hand. De jarige jop wordt gefêteerd op steeds curieuzer gebruiksartikelen, die al snel leiden tot jaloezie bij de aanwezige gasten. ‘Asjeblieft, mag ik je nieuwe geribbelde thermoskan even vasthouden?’ smeekt het meisje (Carola Bärtschiger), ‘ik wil ook zo graag iets dat vijf uur lang warm houdt’. De onbeholpenheid en de al dan niet gemeende hartelijkheid bij het ritueel ‘geschenken geven’ is maar al te herkenbaar.
Al gauw loopt het stevig uit de hand en ontstaan er twee partijen, door een bak coniferen streng van elkaar gescheiden. Wanneer een van de partijen na de nodige schermutselingen, schijngevechten en woeste achtervolgingen vrijwel alle cadeaus heeft ingepikt, reageren de verliezers slim. Ze geven ook hun kleren nog weg. Leve de bezitloosheid. Wie werkelijk vrij wil zijn, moet zonder al die rommel kunnen. Toch?
Platvloerse knokpartijen gaan hand in hand met een poëtische choreografie, waar de grote thema’s voortdurend doorheen schemeren. Hoe belangrijk is het hebben van een huis, een tuintje met een hek eromheen, een thermoskan, een vrouw of een man? Wat is de prijs die je bereid bent te betalen voor (schijn-) zekerheden? En waaróm willen we eigenlijk steeds meer hebben?
Droogkomisch is de scène waarin de ene acteur het publiek ondervraagt over de betekenis van geld, terwijl de ander, verkleed als boef en voorzien van een gevaarlijk mes, dreigend om hem heen loopt. Zo zijn er veel meer scènes waarin het steeds gaat om de hebzucht in al haar aantrekkelijke dan wel weerzinwekkende kanten. Geestig, vrolijk en af en toe hilarisch.
Gezien: Amsterdam, Frascati, 21 jan. Tournee t/m 16 april.Meer info: www.bambie.org of www.bureauberbee.nl
De Storm is inventief en harverwarmend: verplicht voor cultuurbarbaren en cynici en aangeraden voor iedereen van boven de acht.
28 december 2010 | Margriet Prinssen‘Ik ben zover. Het is begonnen’, zegt de oude man in de proloog. De grote, witte doos die midden op het toneel staat, gaat open en De Storm kan beginnen. Letterlijk want het is een soort doos van Pandora waarin alle menselijke trekjes, van de grootste emoties tot de kleinste onhebbelijkheden, schuilgaan, om er in de loop van de kleine twee uur die de voorstelling duurt een voor een uit op te duiken. Aan het eind van de voorstelling gaat de doos weer dicht en kan je alleen maar bewondering hebben voor de makers.
Chapeau Shakespeare, want wat is het een rijk stuk, met mooie taal en geestige terzijdes. Chapeau bewerkers, Liesbeth Coltof en Rieks Swarte, die flink hebben ingekort en hier en daar wat gemoderniseerd, maar het origineel daarbij alleen maar hebben versterkt. Het is moeilijk te bepalen wie van beide makers de grootste invloed heeft gehad op de productie: de inventieve beeldtaal en ongebreidelde fantasie van Rieks Swarte, die met wat karton en een stukje touw hele werelden op weet te roepen, of de betrokkenheid en eigenzinnigheid van Coltof. Het doet er ook niet toe want net als in hun eerste samenwerkingsproject De hongerende weg combineren zij uitstekend.
Petje af ook voor de muziek van Joost Belinfante die moeiteloos schakeert van Renaissanceklanken tot Nederpop. Er wordt trouwens opvallend goed gezongen. Chapeau vooral voor de fantastische ontwerpen van Carly Everaert die met kostuums doet, wat Swarte met karton kan: met minimale middelen een ongelooflijk rijke wereld scheppen. Kleurrijk, fantasievol en geestig tegelijk.
Peter de Graef contrasteert met zijn Vlaamse tongval mooi met de rest van het ensemble en speelt een overtuigende Prospero. Hij begint als een boze, oude man, vol wrok over wat hem is aangedaan. Ooit was hij de machtige hertog van Milaan, maar nadat hij verbannen is door zijn broer Antonio, brengt hij zijn dagen door op een onbewoond eiland. Met als enige troost zijn dochter Miranda en als onderdanen het woeste duivelskind Kalibaan en de luchtgeest Ariël (mooie poppen van Jacqueline van Eeden). Door de storm kan hij afrekenen met zijn kwelgeesten en een nieuwe toekomst mogelijk maken. Dan kan de deur van de doos weer dicht.
De Storm is hartverwarmend en inventief toneel. Het is zowel een drama over verlies en verraad als een komedie waarin veel goede grappen worden gemaakt en waar het spelplezier van afspat. Het is een mooi liefdesverhaal, want de dochter van Prospero en de zoon van zijn vijand, de koning van Napels, jawel, ze krijgen elkaar! Ten slotte is het ook nog, zonder ook maar een greintje moralisme en dat in deze toch al zware kerstdagen, een leerstuk waarin Prospero over zijn wrok heen stapt en zijn broer (die gemene die hem heeft verraden) zijn fouten inziet. Verplicht voor cultuurbarbaren en cynici en aangeraden voor iedereen van boven de acht.
Gezien: Amsterdam, de Krakeling, 26 dec; nog te zien aldaar 5, 6, 12, 13 en 16 t/m 18 feb. Tournee t/m 20 februari.Informatie:www.toneelmakerij.nl
Met een minimum aan tekst en een maximum aan fysieke handeling maakt Golden Palace een feestje van haar nieuwe voorstelling Het leven is een feest.
22 december 2010 | Margriet PrinssenDe een droomt van een carrière als danseres, de ander houdt zielsveel van zingen. Samen slijten ze hun dagen als verkoopster in een feestwinkel. Ze hebben er een soort roze meisjespaleis van gemaakt: vitrines vol pruiken, haarlak en andere frutsels die elke ochtend minutieus worden neergezet. Elk smetje op de toonbank wordt onmiddellijk verwijderd met glassex en multidoekjes. Het duurt even voor de dames alles op orde hebben, ook omdat zij om beurten even toegeven aan wat zij het liefste doen. De een zingt een gevoelige aria, de ander danst woest door de winkel op zwoele croonermuziek. Dromerig plukt de danseres de lokken van lange, roze pruik om haar vingers en stopt ze in haar mond, zodat het lijkt of ze een suikerspin aan het eten is. Uit elke beweging blijkt dat ze eigenlijk aan het oefenen is. Als ze gaat zitten, trekt ze haar hooggehakte been in een onmogelijke pose en ze wringt zich in de meest bevallige bochten. Er wordt amper gesproken, de dames kennen elkaar van haver tot gort. Soms is er een klein moment van ergernis of van strijd. Dan trekken ze bijvoorbeeld een oude mannenmasker over het hoofd en gelden er andere machtsmechanismen. Melancholie, verveling, een goed ontwikkeld gevoel voor zelfbehoud en een ongebreideld verlangen naar een ander leven vormen gelijke krachten in het leven van deze twee dames.
Het leven is een feest is de nieuwe voorstelling van Golden Palace, het gezelschap van Ingrid Kuijpers, dat bekend staat om haar energieke en fysieke spel. Vaak is het uitgangspunt voor een voorstelling de alledaagse werkelijkheid van ‘gewone’ mensen (zoals kantoorpersoneel in Balieleed), die sterk wordt uitvergroot en ontregeld. Dat wordt gecombineerd met een prettig soort absurdisme en vaak gelardeerd met dans, muziek en zang.
In dit geval is het de onverwachte komst van een vertegenwoordiger in pretartikelen die ontregelend werkt op de winkeldames. De danseres wringt zich in de meest onmogelijke bochten om maar bevallig voor de dag te komen in haar roze dansjurk; de ander pakt vastberaden haar piepkleine gitaartje en barst los in een liefdesaria. Dat loopt langzaam maar zeker helemaal uit de hand. Met een minimum aan tekst en een maximum aan fysieke handeling slagen de spelers er in om weer een mooi portret te schetsen. Herkenbaar en tegelijk vervreemdend door het uitvergroten van alledaagse gebaren en handelingen. Het leven is een feest is ondanks de ironische titel, een feest om naar te kijken: herkenbaar, humoristisch en soms hilarisch.
Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 18 december Tournee t/m 6 maart. Informatie: www.goldenpalace.nl
Thibaud Delpeut regisseert Al mijn zonen als een serie nietsontziende emotionele confrontaties: familiebanden als een verstikkende deken
15 december 2010 | Margriet Prinssen‘Ik ben zijn vader, hij is mijn zoon. Iets groters bestaat er niet, toch?’ Joe Keller rechtvaardigt zijn gedrag door een beroep te doen op zijn plicht als vader en echtgenoot. Hij heeft het allemaal voor hen gedaan. Joe is rijk geworden met dubieuze transacties in de oorlogsindustrie. Nu zijn oudste zoon Larry niet meer terug is gekomen uit diezelfde oorlog, heeft hij alle hoop gevestigd op Chris, zijn jongste zoon.
Al mijn zonen is een stuk van Arthur Miller uit 1947, minder bekend dan zijn Dood van een Handelsreiziger en Van de brug af gezien, maar net zo sterk. In Al mijn zonen worden alle personages achtervolgd door de kwelgeesten uit het verleden. Het stuk is opgebouwd als een thriller: gaandeweg wordt duidelijk hoe elk van de personages in een web van leugens of halve waarheden verstrikt is geraakt.
Al mijn zonen wordt nu in een regie van Thibaud Delpeut gespeeld als het derde deel van zijn drieluik over oorlog en geweld, naBlasted van Sarah Kane en het door hem zelf geschreven Nacht. Het is een hartverscheurend portret van een familie, met grove streken neergezet en prachtig gespeeld door de acteurs van Toneelgroep Amsterdam.Het decor bestaat uit een witte, stenen vloer, waarin horizontaal en verticaal goten lopen in de vorm van een kruis. Dat levert theatraal veel mogelijkheden op: het suggereert verschillende ruimtes en het biedt de mogelijkheid om verschillende personages diametraal tegenover elkaar te zetten, van elkaar gescheiden door een symbolische kloof. Behalve twee klapstoeltjes is het speelveld verder leeg, op een hoopje aarde na waarin een geknakt boompje ligt. Symbolisch: het boompje was geplant als teken van hoop op een terugkeer van de vermiste zoon Larry en nu door de storm verwoest. Het dramatische hoogtepunt vormt de confrontatie tussen vader en zoon in een enorme regenbui. Kletsnat en onder de modder staan zij tegenover elkaar: een en al wanhoop, ontreddering en ellende. De familiebanden vormen een verstikkende deken die alles smoort in schuld en boete.
Er wordt uitstekend geacteerd door Fred Goessens als de vader, die zijn handen probeert te wassen in onschuld (de christelijke symboliek is ruimschoots aanwezig) maar steeds verder in de knel komt, door Roeland Fernhout als de een tikje onnozele zoon en vooral door Marieke Heebink als de moeder. Met een masker van hysterie, maar intussen reuze uitgekookt; majestueus in haar bewegingen, onnavolgbaar in een koket mengsel van warmte en superioriteit. Thibaud Delpeut regisseert Al mijn zonen als een serie nietsontziende emotionele confrontaties. Fascinerend om te zien hoe een leugen uit het verleden sporen nalaat bij alle betrokkenen. Jammer dan dat in de laatste scène weer eens het licht fel op de zaal wordt gezet, als om te benadrukken: dit geldt ook voor u, toeschouwer.
Dat hadden we zelf al lang bedacht.
Gezien: Haarlem, Toneelschuur, 9 dec; nog te zien aldaar t/m 22 dec./ Meer




























