Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultureel Persbureau | 19 May 2013

Scroll to top

Top

Over Alles over de auteur - Cultureel Persbureau

Mariska van der Meij

Mariska van der Meij

Mariska van der Meij tikt stukjes over het Nederlandse muziekleven (maar ook de kunstvormen theater, film en littérature) en vond het een prettig idee om deze gepubliceerd te zien bij o.a. Het Parool, Place de l'Opera, Luister en het Cultureel Persbureau

Berichten van Mariska van der Meij

Strauss met spierballen door Gustavo Dudamel, de zinderende Zuid-Amerikaan. #hf12

29 juni 2012 |

De jonge dirigent van Venezolaanse afkomst bracht gisterenavond voor het slotconcert van het Holland Festival zijn Simón Bolívar Symphony Orchestra voor het eerst naar het Concertgebouw. Terwijl Hollanders op de gangen het tropische weer trotseerden, liepen Venezolaanse schonen vief op hun stiletto’s naar het podium. Nadat ook Máxima en Willem-Alexander plaats hadden genomen op het balkon kwam Gustavo Dudamel de trap afgedanst. Verder lezen

Minder is meer? Nee, minder is VEEL TE VEEL, bij Michael Nymans Potemkin. #hf12

18 juni 2012 |

Twee dagen later…

Soms weet je niet goed wat te schrijven: ook de recensent heeft wel eens een writer’s block. Gelukkig publiceerde Jenny Diski van London Review of Books net vrijdag een blog over de functionaliteit van het (nog) niet kunnen schrijven. Blijkbaar was er meer tijd nodig. Maar goed, op een gegeven moment moet je de knoop doorhakken.

 

Michael Nyman Band: Pantserkruiser Potjomkin

Het was gewoonweg TE LUID. Als popmuziekrecensent is het misschien gewoon om oordoppen mee te nemen, maar als klassieke-muziekrecensent niet. Je wilt ten slotte alle details opzuigen. Maar de Michael Nyman Band schalde zo hard door de speakers, dat ik gedeelten van de voorstelling de vingers in de oren heb gepropt. Het donderend geluid overstemde elke gedachte aan de filmmuziek.

Was het zo de bedoeling, of ging de afstemming tijdens de soundcheck niet goed? Wat was erger: het snijdend galmen van de violen? Of het gillen van de blazers? Minimalisme is toch: minder is meer? Maar hier gold: minder is bij Nyman helemaal niet minder, het is VEEL TE VEEL. Geluid, wel te verstaan. Het was snakken naar het einde.

Nyman schrijft geen etherische Minimial Music, zoals Arvo Pärt dat doet. De enige keer dat hij deze stijl wél gebruikte was in zijn scoring van The Piano. Hij werd er wereldberoemd mee. Voor Nyman een zware last om te dragen, want zijn eigenlijke stijl is machinaal, maniakaal of manisch zelfs. Fanfare Minimal, zo zou je het beter kunnen omschrijven.

Met zijn soundtracks van de barokke, licht absurde films van Peter Greenaway werd hij evenzeer geroemd. Maar zijn filmmuziek van Vertovs De man met de camera werd zeer gemengd ontvangen. Waarom werkt Nymans muziek wel bij The Piano en Greenaway, maar niet bij Russisch cinema? (Behalve dat het TE LUID was?).

Nyman heeft wel eens verteld dat hij zijn muziek voor Greenaway, en ook The Piano, schreef zonder dat de filmbeelden al bestonden. Hij had slechts een script, waarmee hij vervolgens kon gaan ‘schilderen’. Breed uitgesponnen – want minimal – en zeer trage verschuivingen in muzikale stemming waren het gevolg.

Maar Russisch cinema van Vertov en Eisenstein is ‘stom’ cinema. Het is aan de componist om de spanningsopbouw heel expliciet te sturen in dergelijke films. Breed uitgesponnen en langzaam verschuivende muzikale ‘emoties’, tja, dat is gewoon te weinig. (Wel te veel: HET GELUID.)

Maar, eerlijk is eerlijk: de trappenscène was geniaal. Toch kan ik niet mezelf ontrekken aan de gedachte: Bach blijft geniaal ook als je die uitvoert op een Melodica in de Parijse metro. De genialiteit van deze scène is te danken aan de genialiteit van Eisenstein, niet Nyman. Wel absoluut heerlijk was die ene seconde stilte die Nyman de luisteraar gunde. Weldadig haast. Voordat het gewelddadige gedender weer losbarstte. Met TE VEEL GELUID - ik kan niet anders dan erover doordrammen.

 


Het welluidende origineel

 

Passio-Compassio roept op tot filosofische overdenkingen. Een socratische dialoog. #hf12

14 juni 2012 |

Dodo-recensenten Maarten Baanders en Mariska van der Meij bezochten allebei de voorstelling Passio-Compassio, en raakten in gesprek.

 

Foto: Michael Kneffel

- uit het programmaboek van Passio-Compassio - 

Alle mensen ervaren lijden, ongeacht hun godsdienst of hun culturele achtergrond. Net als liefde resulteert ook lijden in passie. Kunst en godsdienst zijn beiden in staat om de cyclus van lijden en passie te transcenderen. Als dat gebeurt, wordt de pure emotie van de passie getransformeerd tot een universeel bewustzijn waarin we ook de ander waarnemen. Passie wordt Compassie. 

 

Mariska van der Meij:

Maarten, voordat we de zaal betraden zei jij dat we een nogal idealistische voorstelling zouden meemaken, over het verbinden van oost en west. En je wist niet of het zou werken.

 

Maarten Baanders:

Bach met een oosterse saus eroverheen: ik verwachtte dat ik voortdurend naar het origineel zou verlangen. Ik ben over het algemeen geneigd te vinden dat muziek onaangetast uitgevoerd moet worden. Voorzover dat mogelijk is natuurlijk. Vandaar dat ik een beetje terughoudend de zaal inging.

 


Fadia El-Hage – zangeres

 

Mariska van der Meij:

Voor mij werkte het wonderwel. Ik ben geen aanhanger van authenticiteit zoals sommige oude-muziekliefhebbers. Gustav Leonhardt, pionier van de historische uitvoeringspraktijk, zou zich in zijn graf omdraaien bij een bewerking van de passies van J.S. Bach zoals dat gebeurde in Passio-Compassio.

Eigenlijk bevreemdend, want de heer Bach zelf was ook niet bepaald een heilig boontje in het ‘authentiek’ omgaan met notenmateriaal. Hij bewerkte bijvoorbeeld het beroemde Stabat Mater van Pergolesi voor de Duitse tekst van psalm 51. Pergolesi’s Amen sluit in mineur, maar Bach had daar mooi lak aan. Hij componeerde er doodleuk een tweede ‘Amen’ achter. In majeur!

Wat is authentieker: een uitvoering van Bach op historische instrumenten of een hedendaagse uitvoering van een Perzische berwerking van Bach? Zowel Bach als Perzië zijn ver van ons vandaan. De eerste in tijd; de tweede in plaats.

Dan rijst de vraag: wat is authenticiteit eigenlijk? Authenticiteit kan ook worden opgevat in de zin van ‘oprecht’. Een kunstuiting die recht tot het hart spreekt.

 

Maarten Baanders:

Ik moet toegeven dat ik ook ‘om’ ben. Vooral in de tweede helft vond ik het magistraal klinken en sleepte de muziek me helemaal mee.

Bach kreeg een heel nieuw soort vervoering, zoals de loom makende, zinderende zon in het midden-oosten ook kan maken dat je uit je alledaagse beperkingen getild wordt.

 

Mariska van der Meij:

Ook ik moest wennen. Niet zozeer aan Bachs Erbarme dich in een vreemd Arabisch jasje, als meer aan de tekst. Verschillen tussen de Arabische en de Europese musici waren intrigerend. De eersten omspeelden hun stem, fluit of snaren op omfloerste manier.

Maar door de teksten raakte ik verward. Ik merkte dat zonder het ritueel van de Mattheus-Passion-als-concert-met-Pasen de teksten veel meer raakten. De betekenis werd ineens ‘echt’. “Ik maak zelf wel uit wat ik van deze Jezus vind”, hoorde ik mezelf denken. Raar. Want daar denk ik nooit meer over na tijdens authentieke uitvoeringen. Dan is tekst een gegeven.

 

Maarten Baanders:

Inderdaad, de tekst. Het idealisme waar ik het over had ging namelijk ook over de inhoud van de voorstelling. De teksten van heel uiteenlopende herkomst werden gemixt: de woorden van Bachs passiemuziek, Perzische poëzie van de mysticus Rumi en andere religieuze teksten.

Ze trokken voortdurend mijn aandacht en hadden een lading die volledig op de muzikale sfeer aansloot.

Uit die mix van teksten spreekt het idealistische idee dat religieuze ervaringen dichtbij elkaar liggen, of ze nu een christelijke of islamitische of nog andere achtergrond hebben. Religies hebben scherpe kantjes, d.w.z. ze zijn onverdraagzaam tegenover elkaar en die scherpe kantjes worden hier mooi weggenomen.

 

Mariska van der Meij:

Wát een prachtige samenkomst van de piëtistische teksten van Bachs librettist Picander en de mystieke poëzie van de Perzische Jalal ad-Din Rumi. Beiden benadrukten het persoonlijke, het eigene, van de zoektocht naar geloof en liefde:

Ben je vastbesloten de Vriend na te streven,
O hart, beoefen dan het afstand doen:
aan het vuur lijf en ziel prijs te geven
Blijft altijd de eerste plicht van de vlinder 
- Rumi - 

Deze voorstelling beoogde misschien een idealistische overbrugging van oost en west, of religieuze verdraagzaamheid. Maar het bereikte bij mij een zeer persoonlijke transcendentie – door middel van de verbinding van oost en west, van oud en nieuw. Is dat cultuurrelativistisch?

 

Maarten Baanders:

Ik had bij het betreden van de zaal dezelfde aarzeling: leidt religie-relativisme niet tot verlies aan diepte en karakter?

 

 

Mariska van der Meij:

Toch is het geen relativisme, denk ik. Het is een hedendaags uitdrukken van mystiek: een persoonlijke band opbouwen met God. Hoe kleverig dat ook klinkt. Daarom geloof ik heilig in het creatief hergebruik van (ook religieuze) kunst. Oren en ogen opnieuw spitsen. Met een frisse blik de schoonheid van het verleden te zien.

 

Maarten Baanders:

Ik zie het uiteindelijk ook niet als relativisme. Daarvoor was de vervoering te overtuigend aanwezig.

De dansende derwisjen straalden dat ook uit. De manier waarop ze in hun wentelingen opgingen was adembenemd en zeer intens. Hoe in zichzelf gekeerd ieder ook danste, ze gaven het gevoel dat ze over de hele aarde zweefden.

 

 

Waiting for Miss Monroe een feest voor het gemoed. Maar wel mét oordoppen in. #hf12

10 juni 2012 |

Al snel bracht Twitter een eerste reactie op Waiting for Miss Monroe, de opera van Robin de Raaff die gisterenavond in de Stadsschouwburg haar wereldpremiere beleefde.

@DavidMPinedo: What an atrocious opera Raaff’s ‘Waiting for Ms. Monroe’. An atonal fart that has NOTHING musical. Just screaming.

En een tweede.

@sandraeik: Exciting worldpremiere Waiting for Miss Monroe - incredible performance by Laura Aiken as Monroe.

Twee tegenovergestelde “tweviews” van Waiting for Miss Monroe, maar welk van de opponenten heeft het meeste recht van spreken? Bij nader onderzoek blijkt David Pinedo al in de pauze te zijn weggelopen. Maar Sandra Eikelenboom is marktingmedewerker voor de Nederlandse Opera. Dus, wie heeft er dan gelijk?

Foto: Ed Feingersh

Allebei. Dit is geen muziekfilosofisch spel over de Waarheid (“ieder mens ziet zijn eigen waarheid”). Nee, beiden hebben gelijk omdat ze verschillende onderdelen van de opera becommentariëren.

Opper-operacomponist Wagner zag opera als Gesamtkunstwerk, waarin woord, muziek en beeld moesten samensmelten. Maar in onze cultuur is de arbeidsdeling groot. Woord, muziek en beeld zijn een creatie van een kleine honderd gespecialiseerde vaklui. Met grote verschillen tot gevolg. Wel Gesamtkunstwerk, geen samensmelting, in het geval van Waiting for Miss Monroe.

Eerst was er het woord, met het libretto van Janine Brogt. Drie aktes; drie dramatische dragen in de laatste maanden van Monroes leven. In ‘Werkdag’, een dag op de set van Something’s gotta give, leren we een aantal hilarische personages kennen. Studioboss Fox, actingcoach Paula en grimeur Whitey. Ze lijken zo weggelopen uit een cartoon, alleen Monroe blijkt in die schijnwereld een menselijk wezen naast haar kartonbordcollega’s. Mooi geconstrueerd.

Monroes faalangst en depressie komen het best naar voren op de tweede dag, ‘Birthday’. Vlak voor Monroe een liedje gaat zingen voor JFK is ze versuft door drank en pillen en niet in beweging te krijgen. Er volgt een dagdroom, of een nachtmerrie. Over liefde en vaderfiguren, over wanhoop en verkrachting. De derde dag, ‘Sterfdag’, is dramatisch minder sterk, maar gelukkig heeft Lotte de Beer een prachtig toneelbeeld neergezet.

Haar regie kent talloze schalkse knipoogjes naar de cinematografie. De tweede akte geeft meermaals een bespiegeling op de zo bekende choreografie van Diamonds are a girl’s best friend: Paula en Whitey vangen Monroe op als ze omvalt van de pillen. De Kennedyboys en Monroes vaderfiguren vangen Monroe op in haar nachtmerrie (en bepotelen haar vervolgens). De parels haar vrienden redden haar niet.

Leuke loopjongens met decorstukken krijgen van De Beer een dramatische functie: draaien ze in ‘Werkdag’ om Monroe heen om haar te behagen, in ‘Birthday’ komen ze als vier muren op haar af, en in ‘Sterfdag’ maken ze zich uit de voeten. Een bed in de lege nacht blijft over. De regie van De Beer is zeer de moeite waard om nog eens te gaan zien.

Maar dan wel met oordoppen. Robin de Raaff blijkt in deze opera geen beste vocale componist, hoewel zijn orkestratie afwisselend grappig, dramatisch en boeiend is. Misschien toont de partituur als een levensvatbaar hartfilmpje, maar mogen die zangers niet eenmaal twee naast elkaar gelegen noten zingen, laat staan een complete melodie? Kopstem, borststem, kopstem, borststem. Waar is de middenstem? Is het bedoeld om de discrepantie tussen Marilyn als mens en Marilyn als beeld te verklanken?

Onbegrijpelijk.

Wagner meende dat muziek zowel het mathematische intellect als het gemoed moest dienen. Dat De Raaff goed is met cijfers moge duidelijk zijn, maar het gemoed raakt door zijn balkende vocale partijen tot het uiterste getergd. Het grote bravo voor sopraan Laura Aikin was dan ook terecht. Zij trotseerde stralend elke aanval op haar stembanden en raakte geen moment benepen. Respect.

Laura Aikin

Laura Aikin – foto: Aline Castejon

Meer inlichtingen.

Mahler Chamber Orchestra flirt vrolijk met Haydn, maar Russische componisten doen je het lachen vergaan #hf12

8 juni 2012 |

Heus waar. Er wordt gelachen in de klassieke muziek. Bij menig orkestrepetitie zijn de altvioolgrapjes niet van de lucht. En in het Concertgebouw kun je wel eens wat besmuikt gegniffel opvangen. Maar klassieke componisten staan niet bekend om hun humor. Behalve Joseph Haydn.

De Weense componist bracht hier en daar een gezellige kwinkslag aan in zijn werk. Eén van zijn strijkkwartetten, onderdeel van de serie ‘Russische’ kwartetten, draagt zelfs de naam The Joke. Niet dat Haydn refereert aan enig Russisch muziekstuk; hij droeg het werk op aan de Groothertog Paul I van Rusland.

Andersom waren er – een honderd of wat jaren later – wel een aantal Russische componisten die refereerden aan Haydn. Het is deze muziek die het Mahler Chamber Orchestra in één programma samenbracht onder de titel ‘A Russian flirt with Haydn’.

 

 

Het concert begint met een lichte amuse, de Klassieke Symfonie van Sergej Prokofjev. Het kamerorkest, 45 musici sterk, klinkt fris en lucide in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Vanaf de bok tovert Pablo Heras-Casado verrukkelijke liflafjes tevoorschijn (zelfs de altviolen mogen in het molto vivace eventjes frivool doen). De dirigent bouwt een subtiele orkestklank, maar zijn ritmiek vloeit soms niet echt. Alsof hij staat te zwoegen bij een oude waterpomp.

Vergelijkbaar ‘klassiek’ is de andere symfonie op het programma, de Negende van Dmitri Sjostakovitsj, die hij schreef aan het einde van WOII. Een moment om de overwinning te vieren, de grootsheid van zijn volk, à la Beethovens Negende. Maar hoe anders klinkt het. Luchtig blijkt clownesk, en langzaam bekruipt je het gevoel dat de muziek je treiterig uitlacht. (Stalin riep Sjostakovitsj natuurlijk op het matje.)

Grimmiger is het Eerste Celloconcert van Sjostakovitsj. Er valt niet te ontkomen aan het macabere DSCH-motief dat herhaaldelijk op je inbeukt. De fenomenale Amerikaanse Alisa Weilerstein, dertig lentes oud, klauwt zich als een wilde kat een weg door de noten. Het tweede deel begint ze zacht spinnend, in eenvoud; het derde even onopgesmukt, alleen overvalt hier de desolaatheid. Dan volgt de weergaloze cadenza en het wachten totdat de celliste wederom raaskallend haar snaren doorklieft met een rauwheid die in de verste verten niets te maken heeft met een flirt met Haydn.

Na de pauze is het lachen met Alfred Schnittke. Zijn Moz-Art à la Haydn ontleent materiaal aan de grotendeels verloren partituur van Mozarts Musik zu einer Pantomime. Flarden muziek klinken alsof ze van een notenkladblaadje dwarrelen. Schnittke maakte regieaanduidingen voor de musici zoals Haydn dat deed in zijn symfonie Farewell. Daarin blazen de musici een voor een hun kaars uit en verlaten het podium.

Bij Schnittke loopt het anders. Komen de musici op als vanuit een akelig schimmenrijk? Kinkt die kakofonie niet eigenlijk als Mozarts hel? Het stuk eindigt met twee cellisten en een contrabassist die hun instrument ontstemmen, terwijl Heras-Casado de stilte vergeefs dirigeert.

Soms besterft een lach je op de lippen, je beseft plots dat om je heen niemand lacht. Sterker nog, je ziet slechts grimmigheid. Zo klinkt Russische muziek in de twintigste eeuw. Met deze vier stukken speelde het Mahler Chamber Orchestra gisterenavond Haydn en de muzikale onbezorgdheid het graf in. Tijd voor een Requiem van de ‘klassieke’ klassieke muziek.

 

Schnittkes Moz-Art à la Haydn op Youtube:

 

 

“De toonaangevende vrije geesten in de stad hebben klassieke muziek ontdekt en omarmd, maar op hun eigen voorwaarden”

13 december 2011 |

Er groeit een alternatieve scene voor klassieke events buiten de ijspaleizen van de klassieke muziek. Vorige maand kon je ‘klassiek clubben’ in de Yellow Lounge op het Westergasfabriekterein. De club was uitverkocht, inderdaad met een groot Verder lezen

Orkestleden ontslagen zonder wachtgeld? Een nieuwe cao kan dat veroorzaken

4 november 2011 |

Op donderdag 27 oktober hebben FNV KIEM, de Nederlandse Toonkunstenaarsbond (Ntb) en NAPK sector orkesten gesproken over de arbeidsvoorwaarden van musici in dienst van de Randstedelijke en Regionale Orkesten die vallen onder de cao Nederlandse Orkesten.

Van de in totaal 11 Nederlandse orkesten zijn er 9 die vallen onder deze cao. De orkesten van het Muziekcentrum van de Omroep en het Koninklijk Concertgebouworkest hebben een eigen cao. Bij FNV KIEM en de Ntb staan ca. 1200 medewerkers geregistreerd die een vast contract hebben bij een van deze 9 orkesten. Met de bezuiniging van 35% zullen ca. 450 werknemers ontslagen moeten worden. De frictiekosten zullen, afhankelijk van het oude of nieuwe cao, hoe dan ook in de cijfers gaan lopen. Het is nog onbekend hoe hoog.

Onderhandelingen afgebroken
De onderhandelingen zijn toen afgebroken omdat de werkgevers het voorstel van FNV KIEM en de Ntb om de bestaande cao Nederlandse Orkesten ongewijzigd te verlengen tot 1 juli 2012 niet accepteren. In deze cao zijn namelijk de rechten van musici opgenomen met betrekking tot WW-uitkeringen en bovenwettelijk wachtgeld. Daarnaast willen de bonden tegelijkertijd op korte termijn een gemoderniseerde cao tot stand brengen.

Ultimatum
FNV KIEM en de Ntb stelden dinsdag de NAPK een ultimatum en eisten dat de voorstellen van de bonden in zijn geheel worden overgenomen. Dit ultimatum liep af op vrijdag 4 november a.s. om 12.00. De NAPK heeft gereageerd met een uitnodiging tot een gesprek, dat op 14 november zal plaatsvinden. Dan zal moeten blijken of orkestleden netjes afgevoerd worden, of de barricaden opmoeten.

Fonds Podiumkunsten maakt plannen bekend; instellingen moeten presteren met voorstellingen

2 november 2011 |

Operatie Fonds Podiumkunsten

Sinds het besluit in juni om de BIS te verkleinen, richtten vele ogen zich op het Fonds Podiumkunsten, dat jaarlijks een bedrag van 60 miljoen euro te vergeven heeft. Ook het Fonds heeft echter te maken met een korting: het budget voor de meerjarige regeling wordt met 40% verlaagd van 40 naar 24,5 miljoen euro.

De meerjarige regeling is bedoeld voor bestaande culturele organisaties die voldoen aan de drempelnorm van gemiddeld 40 professionele voorstellingen per jaar en gemiddeld 20% eigen inkomsten. Het nieuwe uitgangspunt is verlegd van een exploitatiesubsidie naar een activiteitensubsidie. Er moet geproduceerd worden dus, met kwaliteit en ondernemerschap als criteria.

Productiehuizen met een talentontwikelingsprogramma vallen naast de boot als ze niet voldoende “presteren”, evenals festivals zonder “bijzondere betekenis voor de ontwikkeling van de podiumkunsten”. Festivals kunnen wel weer een aanvraag doen bij de tweejarige programmeringsregeling of de zogenaamde projectsubsidies.

Het Fonds geeft aan zich te willen richten op pluriformiteit van de podiumkunsten. Omdat de BIS voornamelijk overblijft voor gevestigde instellingen, krijgen kleine en middelgrote instellingen een kans bij het Fonds. Instellingen hoeven niet te rekenen op bedragen ver boven de miljoen.

Aanvragen kunnen vanaf 15 december tot 1 maart 2012 worden ingediend, de uitslag volgt uiterlijk 1 augustus 2012 voor de periode 2013-2014. Na een toets en een hernieuwde aanvraag kan een verlenging van de subsidie verleend worden voor de periode 2015-0216.

Het hele document lees je hier.

Kunstvakhogescholen moeten meer samenwerken en krijgen “geheel of gedeeltelijk” hetzelfde budget

26 oktober 2011 |

Op 5 juli kwam de HBO-raad met een sectorplan voor het kunstvakonderwijs. In navolging van het rapport van de comissie Dijkgraaf en van de commissie Brinkman werd geconcludeerd dat de autonome opleidingen beeldende kunst de instroom van eerstejaars studenten gaan beperken met 25%, de conservatoria met richting klassiek en jazz met 10%, en de rest met 20%. Dit moet gerealiseerd worden in een periode van vier jaar. Het doel van de beperking is de focus op toptalent.

Halbe Zijlstra

Afgelopen maandag, 24 oktober, gaf Halbe Zijlstra zijn beleidsreactie op het sectorplan in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin geeft hij ook zijn mening over de arbeidsmarktmogelijkheden van creatieve MBO-opleidingen en een reactie op de motie van Van der Ham over de postacademische instellingen. Zijlstra’s conclusies worden hier samengevat:

A) HBO kunstvakopleidingen

Zijlstra is het eens met de doelstellingen van de HBO-raad, het speelt immers goed in op de “geluiden uit de samenleving”.  Maar hij wenst een scherpere profilering van het plan. Voor 1 april 2012 moet de raad komen met een plan van aanpak, zodat nog voor de zomer prestatieafspraken met de instellingen gemaakt kunnen worden. Hij stelt voor dat er meer samenwerking komt tussen de hogescholen en dat er nagedacht wordt over zwaartepunten. Hij is bereid om de vrijgekomen financiële middelen door een kleinere instroom “geheel of gedeeltelijk” te herinvesteren, afhankelijk van de kwaliteit.

B) creatieve MBO opleidingen

Volgens een CBS-rapport (over de arbeidsmarktpositie van kunstenaars) dat binnenkort uitkomt ligt het percentage afgestudeerde MBO-ers in creatieve beroepen die in 2007 een uitkering ontvingen lager dan het gemiddelde van het gehele MBO. Toch heeft het kabinet besloten het aanbod van creatieve MBO-opleidingen te reguleren. Resultaten verschijnen in december 2011.

C)  postacademische instellingen

Het besluit over de sluiting van de postacademische intellingen blijft staan. Alleen voor de sector beeldende kunst komt er een overgangsregeling. Vanuit de BIS krijgen de instellingen vier jaar lang een bedrag van 2,5 miljoen euro voor minimaal 50 plekken.

BRON: Rijksoverheid

Elektra: slechts vijf zangeressen wereldwijd die deze partij aankunnen. Linda Watson zingt vernietigend Nietzscheaans.

24 oktober 2011 |

Elektra – scenefoto: Hans van den Bogaard

De vierde reprise van Elektra door De Nederlandse Opera is over de helft. In de laatste voorstellingen nemen twee verse dramatische sopranen het stokje over.

Waarom wordt een opera hernomen, zelfs maar liefst vier keer? Bij de slaapverwekkende Don Giovanni in het vorige seizoen van De Nederlandse Opera – ook al een reprise – was dit misschien een logische vraag. Het besluit bleek al genomen bij het contracteren van de eerste serie. En ja, dan zit je eraan vast. Ook al blijkt de voorstelling wanstaltig.

Bij Elektra liggen de zaken heel anders. De regie door Willy Decker werd en wordt hogelijk gewaardeerd. Na 1996, 2000 en 2006 staat hij nu opnieuw in de Stopera. Ik ging op zoek naar antwoorden en kwam terecht bij Klaus Bertisch, dramaturg bij De Nederlandse Opera. “Je maakt een investering en die wil je zo veel mogelijk laten zien.”

Betreft het hier goed ondernemerschap? “De kosten zijn belangrijk voor ons. We konden bezuinigen op het decor. En het koor; er is maar een zeer klein kooraandeel in deze opera dus daarvoor hebben we het Toonkunstkoor Amsterdam gevraagd.” Dit ligt in de nieuwe programmalijn van het Muziektheater om meer locale amateurensembles te betrekken bij producties.

“Maar er is wel een orkest van honderd man en de solisten natuurlijk. Daar kun je onmogelijk op bezuinigen”. Bertisch legt uit dat er wereldwijd slechts vijf (!) sopranen zijn die de rol van Elektra kunnen zingen op dit niveau. Dan ga je toch even heel anders luisteren naar de desbetreffende zangeres. “Elektra en haar zus Chrysothemis, beiden dramatische sopraan met een veeleisende partij, laten we daarom door vier zangeressen vertolken. De volle serie van negen voorstellingen doen is ongezond en onuitvoerbaar.”

Afgelopen zaterdag stond de tweede Elektra op het podium, Linda Watson. De tweede Chrysothemos, Ricarda Merbeth, ging haar een voorstelling eerder voor. Samen met de mezzosopraan Michaela Schuster, die de ijzingwekkende moeder Klytaemnestra vertolkt, vormt het drietal een imponerende batterij vrouwen. Richard Strauss in zijn element.

De componist liet zich inspireren door de actrice voor wie librettist Hugo von Hoffmansthal eerder het toneelstuk Elektra had geschreven in 1903. De hoogdramatische Gertrud Eysoldt. Ze sprak in een brief over de rol: “Allemaal wilde pijnen… dit onophoudelijk bronstig kolken van mijn bloed…”. En over haar regisseur Max Reinhardt: “Het is charmant om naar Reinhardt te luisteren als hij spreekt over wat onuitgesproken in de mensen sluimert – maar altijd gaat het hem om de mens, die zich in het heelal katapulteert.”

Elektra is ten prooi gevallen aan verwildering – haar koninklijk witte kleren zijn verfomfaaid, haar haar valt in touwen om haar gezicht. Er is geen weg terug; ze is te ver afgedwaald van wat wij leven noemen en denkt slechts in termen van vernietiging.

Linda Watson zingt deze Elektra met een verkillende overtuiging. Van haar oerschreeuw in het begin, “Allein”, tot aan de roep om haar broer aan het eind, “Orest”, omklemt haar schrille klank je hart. Maar pas echt aan je stoel genageld zit je als haar tonen kalm en stil worden als ze fluisterzacht haar vermoorde vader Agamemnon aanroept – dan hoor je de onvermijdelijkheid van wat komen gaat: de ondergang van haarzelf, haar gehate moeder en diens nieuwe liefde, Aegisthos.

Terwijl Watson een verklanking lijkt van Nietzsche, is Michaela Schuster als Chrysothemos er meer één van Freud. Zij dartelt bijna, in een witte cocktailjurk, het haar stijf van de haarlak. Alleen aan haar lege, openhangende tasje kun je merken dat ook zij zich verloren voelt. Maar haar binding met het leven is groter. Ze volgt haar driften: ze hoeft geen wraak, ze wil enkel liefhebben en baren.

Het verschil tussen de twee zussen, tussen de twee zangeressen is groot. Watson klink ontbonden, maar heeft de magnifieke combinatie van beheerste verwildering. Schuster klinkt warm en met vlagen wanhopig. Ze is echter niet verstoken van hoop – het maakt dat ze wil leven. Het is alsof de twee nooit anders hebben gedaan dan in een disfunctioneel gezin samen te leven. Je kunt niet anders dan je laten meeslepen in deze destructie, voortgestuwd door de muur van klank die het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht over je heen stort.

Elektra is nog te zien op 25, 28 en 31 oktober in het Muziektheater. Ga voor meer informatie en kaarten naar de site van De Nederlandse Opera.

Weekers (financiën): ‘Nog geen aanleiding BTW-verhoging terug te draaien’, ondanks dramatische start seizoen

19 oktober 2011 |

The story continues. Op 1 juli werd de BTW-verhoging van kracht, op 8 juli citeerde NRC Halbe Zijlstra dat ‘het  niet de meest voldragen regeling’ van dit kabinet was, woorden die hij later nuanceerde tijdens kamervragen. Eind augustus kwam het Berenschot-rapport naar buiten met schrikbarende cijfers: de BTW-verhoging zou Nederland voornamelijk geld kosten in plaats van opleveren.

Binnenhof TV

Intussen werkten het Muziek Centrum Nederland en het Theater Instituut Nederland naarstig aan de afwerking van de eerste Podiumpeiler.

Dit rapport biedt een aantal overzichtelijke cijfers over de sector in 2009: in totaal hebben de podiumkunsten € 621 miljoen aan subsidies ontvangen van Rijk, provincies en gemeenten. Hiervan was € 333 miljoen (52%) afkomstig van gemeenten, € 264 miljoen (44%) van het Rijk en € 24 miljoen (4%) van de provincies.

Ook kun je lezen dat de podiumkunsten het Rijk in 2009 €600 miljoen kostte, maar €900 miljoen heeft opgeleverd. Tel uit je winst. Aangezien de twee instituten worden opgeheven, zullen er geen cijfers worden gepubliceerd over latere jaren.

Goed. We zijn weer twee maanden verder. Naar aanleiding van kamervragen over de tegenvallende kaartverkoop in de podiumkunstensector heeft staatssecretaris Weekers (Financiën) nu aangegeven dat er geen aanleiding is om de verhoging terug te draaien. Hij vindt de periode vanaf 1 juli te kort om conclusies te trekken.

Wel zal zijn ministerie de sector nauwkeurig gaan monitoren om de veranderingen over langere tijd te kunnen optekenen. In die zin neemt hij dus de functie van het MCN en TIN over. De verhoging is ingesteld om het begrotingstekort te verkleinen. Mocht blijken dat de verhoging juist zorgt voor tegenvallende resultaten, zegt Weekers, dan buigt het ministerie zich wellicht over aanvullende maatregelen.

De 1 procent en de concertzaal; klassieke muziek als handlanger van de rijken tegen ‘the 99 percent’

15 oktober 2011 |

Terwijl anti-kapitalisten deze week plannen smeedden om het Beursplein in Amsterdam te bezetten – als je de demonstanten ten minste onder die noemer kunt scharen - verplaatste in de V.S. de woede over THE 99 PERCENT zich naar de concertzaal.

De discussie laaide op naar aanleiding van twee gebeurtenissen. Wall Street werd bezet; en de Metropolitan Opera ontving in een jaar 182 miljoen dollar aan donaties, een recordbedrag.

Het was olie op het vuur.

Een paar rake opmerkingen vonden hun weg naar de website van The New York Times. “At least some of those sickening Wall Street bonuses are going to good use,” en “Sounds like at least a few folks can afford to pay more taxes.”

Opera en symfonie staan terecht als handlangers in de misdaden die de 1% begaan tegen de 99%, de ‘gewone Amerikaanse man’. De muziek zelf is uiteraard slechts klank maar in de beeldvorming is het een kunstvorm voor de rijken alleen.

In Nederland is dit ook een niet onbekend fenomeen, zoals we het afgelopen jaar hebben gezien in het cultuurbeleid van het zittende kabinet. Alleen noemt Nederland de 99% Henk en Ingrid en is de toorn niet gericht op giften maar op subsidie.

Het is daarom een tikje bevreemdend dat degenen die in juni demonstreerden tegen de kunstbezuinigingen vandaag voor een groot deel overeenkomen met diegenen die nu protesteren tegen de 1%. Waar zijn Henk en Ingrid nu?

De Amerikaanse radiozender NPR music ging bij zijn luisteraars te rade met de vraag: is opera alleen voor de rijken? De reacties trapten een aantal open deuren in.

Een litho van bankier and financier Reuben Sassoon (1890)

 

Allereerst, voor de toegangsprijzen hoef je opera niet te laten. De Met vraagt tussen de 15 en 330 dollar voor hun stoelen. Goed, dat wisten we al. Ten tweede, een operakaartje is net zo prijzig als een toegangsbewijs voor andere events of activiteiten. Een voorbeeld: hoeveel kost een dagje Disney World, of een popconcert van Madonna? Het is een zaak van prioriteit en van waardering. Wat je waardevol acht wil je kopen. Ook plausibel.

Maar dan volgt een zinniger antwoord. Opera als muziekvorm wordt in vooral populaire beeldcultuur – een zeer sterke beinvloeder - neergezet als het bastion van de oudere, rijke, blanke man (en zijn vrouw). In hoeveel films is de rijke, verwende operaliefhebber niet vervreemd van de wereld, en moet die niet een lesje leren?

Maar de echte, hedendaagse operaliefhebber voldoet niet aan het stereotype; het zijn ook echte mensen. In joggingpak.

De toorn van de gewone man, in Amerika zowel als in Nederland, is gericht op precies dit gefabriceerde stereotype. Opmerkelijk is nu dat op dezelfde dag dat NPS music zijn vraag stelde aan de luisteraars, de Amerikaanse consultant Adrian Slywotzky een artikel publiceerde over de resulaten van een onderzoek naar publieksgroepen van symfonieorkesten.

Slywotzky bestrijdt de mythe van de ‘gemiddelde kaartkoper’. Dit is degene die in marketingdiagrammen de abonnementhouder is. Een succesvolle publieksgroep kortom: ze komen steeds terug. Een rapport meldt dat orkesten jaarlijks 55% van hun abonnemtenhouders verliezen, maar ook 91% van de losse kaartkopers. Het is zaak om de laatste groep zover te krijgen om terug te komen.

Uit een ander rapport bleek dat de complete concertervaring belangrijker is dan de kwaliteit van het orkest en dat die ervaring per publieksgroep nogal verschillend is. Saillant detail: de abbonnenthouders wisten hoe ze aan een goede parkeerplek moesten komen, losse kaartkopers reden urenlang rond in een stressvolle zoektocht.

Een parkeerplek.

Zo simpel kan het dus zijn om tot de 1% te behoren.

Nu nog een plan van aanpak om de pejoratieve beeldvorming over de klassieke muziekliefhebber om te keren. Dan komt er wellicht vanzelf nieuw publiek dat het niet zo erg vindt om €250 te betalen voor een concert.

Recordbedrag aan donaties voor New Yorkse Metropolitan Opera, maar kaartverkoop daalt al jaren

11 oktober 2011 |

De New York Times bericht dat de Metropolitan Opera in New York dit fiscale jaar een record aan donaties heeft binnengehaald. De teller staat op 182 miljoen dollar. Dit is 50 procent meer dan het jaar ervoor.

De inkomsten uit kaartverkoop dalen echter al een paar jaar. Daarnaast rijst het uitgavepatroon sinds het aantreden van algemeen directeur Peter Gelb de pan uit. Zijn adagium: wie geld wil verdienen moet geld uitgeven.

Als de lijn volgend jaar doorzet krijgt de man wellicht gelijk. De donateurs ondersteunen nu met 43 procent het jaarlijks budget van 325 miljoen dollar – het duurste operahuis ter wereld. Toch is het de vraag of dat kan lukken. Grote kans dat de Met zich uit de markt prijst.

Een van de mogelijke redenen voor het succes is wellicht de HD-live series die sinds 2005 loopt: de live uitzendingen van een productie in bioscopen wereldwijd (bv. Tuschinsky Amsterdam). Het maakt van het operahuis een belangrijk exportproduct.

Zo”n hoog bedrag aan donaties is in Nederland voorlopig nog onmogelijk. Hoewel het Concertgebouw is begonnen met het uitgeven van obligaties, een jaar nadat dat het concept zeer succesvol was toegepast door de nieuwe concertvenue in Amsterdam, Splendor, heeft het systeem hier allerlei haken en ogen.

Universiteit Leiden merkte dat al in het fonds dat ze wilden opzetten rondom hun monumentale gebouwen. Er was te weinig animo, onder andere omdat het fiscaal voordeel niet evident is. In de V.S. is het voor particulieren en bedrijven mogelijk om alle culturele giften af te trekken van de belasting.

Met de Geefwet kan in Nederland een soortgelijk voordeel opgezet worden, maar het moet blijken of dat kan werken. Vanmiddag is er een hoorzitting in de kamer over de Geefwet.

bron: http://www.nytimes.com/2011/10/11/arts/music/metropolitan-operas-donations-hit-a-record-182-million.html?ref=music

Met de rug naar de gemeenschap?

3 oktober 2011 |

Deze week vindt in het Utrecht het festival Connecting Arts plaats. Dit festival draait, in tegenstelling tot de verwachting die de titel opwekt, geheel om het orgel. Het instrument zit in een bodemloze identiteitscrisis. De oplossing ligt in de verbinding met andere kunstvormen: connecting arts.

De organist. Zo’n man met een baard. Niet een secuur getrimde weekendschaduw, maar een wilde dos gezichtshaar die het daglicht nauwelijks verdraagt. Zo’n man die zich verbergt achter meterslange pijpen en een torenhoge muur van geluid. Die tijdens de eredienst altijd met de rug naar de gemeente zit. En niet zonder reden. De organist lijkt de autist onder de klassieke musici. Hij heeft een dijk van een imagoprobleem. Kijk en ervaar:

Niet alleen kerken lopen leeg, maar ook orgelrecitals trekken als gevolg daarvan nauwelijks publiek meer. De reden waarom Reitze Smits de noodklok luidt. Hij is, naast docent aan de conservatoria in Utrecht en Leuven, artistiek leider van Connecting Arts. “Over 20 jaar is er geen publiek meer om voor te spelen. Orgelcultuur zoals wij het kennen heeft geen enkele toekomst. Maar organisten hebben het nog steeds niet door. Ze zijn heel behoudend.”

En daarom wil hij vakgenoten inspireren een nieuwe weg in te slaan. De editie van dit festival heeft als thema de samenwerking met andere kunstvormen. Tijdens de tweedaagse conferentie op 3 en 4 oktober wordt er gesproken over de problemen én de succesverhalen van deze nieuwe weg.

De eerste spreker, orgelbouwer John Mander uit de UK, ziet het nog niet erg zitten. Hij hekelt de “modern day mantra: accessibility”. Toegankelijkheid zorgt voor de verloochening van kwaliteit, voor “dumbing down”. Popmuziek? Lady Gaga die ook orgel speelt en er een hele show omheen bouwt? Nee zeg! Geen knieval, maar kwaliteit!

Aan de andere kant van het spectrum staat de Franse spreker en organist Vincent Dubois. Hij werkte in 2009 samen met kunstenaar Bartabas, die een performance creëerde in een gotische kathedraal in Rouen met paarden die dansten op… jawel, orgelmuziek. De voorstelling was razend populair. “Maar Bartabas benaderde mij, en het was zijn creatieve idee, niet dat van mij,” vertelt Dubois.

Ook Reitze Smits houdt een voordracht. “Als we willen dat het orgel niet, net als de kerk, slechts gaat functioneren als een historisch monument, moeten we creatief worden.” Toch fungeert orgelmuziek ook nu al in aanpalende kunstvormen – denk aan film. Alleen, daar symboliseert de muziek vaak een voorbode van naderend onheil, en lijkt de organist maar al te vaak op Frankenstein. Heel eenzijdig, dus.

Er zijn andere mogelijkheden met vooral beeld: film, beeldende kunsten, dans en circus. Kunstenaars kunnen en moeten samenwerken – het is een beweging die je in Nederland nu ook al kunt waarnemen, aldus Reitze. “Met ons huidige politieke beleid zoekt iedereen elkaar op. Je hebt elkaar nodig.” De wens ontmoet de noodzaak.

Reitze toont sprekende voorbeelden uit het buitenland. In de UK zijn op dit moment ‘orgelimprovs’ op  de stomme film een hip underground fenomeen. Steetdancers geven openbare voorstellingen op het bekendste orgelstuk, de toccata en fuga in B van J.S. Bach:

En in de Nederlandse praktijk? Gisteren opende het festival met een samenwerking tussen derwishdanser Kadir Sonuk, die wervelde rondom de hypnotiserende klanken van Simeon ten Holts Canto Ostinato, gespeeld op het orgel in de Utrechtse Domkerk door organist Aart Bergwerff.  Hij is iemand die zich al langer in de praktijk hard maakt voor eigenzinnige interdisciplinaire programma’s. Of het tapdans is, video-art of oost meets west:

En hier komt dan de oplossing: het is niet het instrument dat in problemen zit, maar de bespeler ervan. Als die zich omdraait en zijn blote gezicht toont aan de rest van de wereld, zullen er voldoende kansen komen voor het instrument om te overleven in deze harde wereld van ‘toegankelijkheid’. En als Lady Gaga een boudoirorgel bespeelt, zal het waarschijnlijk nog wel goed komen. Want zij opent de poort naar de oorspronkelijke muziek:

Dinsdag 4 oktober is er nog een dag met lezingen (o.a. over stomme film en orgel, 15.15). Het festival zelf duurt nog t/m 8 oktober. Daarna doet het andere Europese steden aan. www. connectingarts.org

Enhanced by Zemanta

#HF11 Ongekunstelde, sobere en krachtige ”Flûte Enchantée” van Peter Brook

10 juni 2011 |

Papageno pronkte gisteravond zonder zijn verenpracht. Sterker nog, de hele regie van Une flûte enchantée was een onopgesmukt genoegen. Sober. Integer. Je kunt een Nederlands publiek niet wilder krijgen dan met een dergelijke aanpak. Complimenten dus, voor Peter Brook.

In het Muziekgebouw aan het IJ was de Nederlandse première van Brooks bewerking van Die Zauberflöte van Mozart. De productie draaide in februari met dezelfde cast in zijn eigen theater in Parijs, Le Théâtre des Bouffes du Nord. Het was tevens de allerlaatste regie van de 85-jarige regisseur daar. Neemt hij helemaal afscheid van zijn immense carrière? Het is nog niet duidelijk.

Stel je een magische wereld voor. Hoe ziet dat er uit in de ogen van Brook? Het toneelbeeld was leeg en duister, opgelicht door de bleke weerschijn van verspreid staande bamboestammen. Een alchemist, de acteur William Nadylam, brouwde een plot. Uit het niets toverde hij een fluit te voorschijn. Uit zijn vloeiende handen en lokkende stem ontrolde zich een verhaal over goed en kwaad.

foto: Pascal Victor

Tenminste, goed en kwaad zoals Mozart het zag. Dus tussen de twee polen staat niets vast. Als het al twee polen zijn. Het is een thema waar Brook zich zeker bij thuis voelt. In de versimpelde versie bleef de ambiguïteit overeind, maar er moest ook veel wijken. De drie dames, de drie jongens, de drie priesters: weg. Het libretto zoals Emanuel Schikaneder het ooit bedoelde: weg. De orkestratie van Mozarts muziek: weg.

De ouverture duurde niet langer dan een paar maten en werd ingezet door Franck Krawczyk, rechts op het podium aan de vleugel. Naast dat Mozarts grappige instrumentatie door deze vereenvoudiging verdween, had de voorstelling helaas wat weg van een voorspeelavond. Aan de andere kant kregen de door Krawczyk begeleide zangers wel alle aandacht.

Brook stelde ooit in een interview dat er maar weinig goede theaterregisseurs zijn en nog veel minder goede operaregisseurs. Dat is natuurlijk de schuld van die zangers. Verwonderd stilstaan bij een prachtig aanzwellende toon, niets heerlijker dan dat. Het is de kunst van een regisseur om zangers te laten vergeten dat ze zanger zijn.

In het mystieke woud van Une flûte enchantée bewogen de zeven zangers en twee acteurs zich moeiteloos. Thomas Dolié was een natuurgetrouwe Papageno met een warm geluid. De rol is heerlijk dankbaar, en daar maakte hij gebruik van. Met rollende ogen en mompelende verwensingen volgde hij Tamino naar het rijk van Sarastro, de lachers steeds op zijn hand.

foto: Pascal Victor

Geheel aan de andere kant van het spectrum stond de Koningin van de Nacht. Met een spatzuivere toon en een lichte toets was Malia Bendi-Merad gisterenavond de perfecte belichaming van Brooks ideeën. Ze verlokte Tamino met onschuldige stem. Ze verscheurde het loyale hart van haar verloren dochter, die haar handen op haar oren drukte terwijl haar moeder hysterisch om wraak eiste in Die Hölle Rache. Ze verlaagde zich zelfs tot samenwerken met de gluiperige Monostatos. Geheel logisch waren haar acties om Pamina terug te krijgen.

Een aanval van de alchemist op het bamboebos maakte een eind aan de tweespalt. Eensgezind speelden de zangers en acteurs een soort mikadospel om weer rust en orde te krijgen. Aan de vooravond van de Culturele Kaalslag was het goed toeven met deze ongekunstelde, maar zeer krachtige voorstelling.