Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultuurpers | 23 July 2014

Scroll to top

Top

Berichten vanAlles over de auteur - Cultuurpers

Red Bull: de ideale powerboost voor kwijnende musea?

7 oktober 2011 |

“Als 1 iemand kan bewijzen dat door samenwerking met Red Bull een zestiende-eeuws schilderij verdunt of van de muur afvalt, dan stop ik er per ommegaande mee.” Edwin Jacobs, directer van het Centraal Museum Utrecht, opende zijn deuren voor de frisdrankfabrikant. Onder de noemer ‘Art of Can’ exposeert het museum kunstwerken gemaakt van Red Bull-blikjes. “Red Bull geeft je vleugels, het Centraal Museum doet je zweven.”

“Ik wist vanaf de eerste seconde dat er maar één reden is om iets met deze partij te doen, en dat is het aanspreken van een publiek dat nog nooit in het museum is geweest.” Daarnaast stelde Jacobs als voorwaarde dat er samengewerkt zou worden met nog twee andere culturele partijen, de modeontwerper Bas Kosters en Boomerang Cards. Waarom? “Ik zie daar partijen in die ik niet zo snel binnenhaal, maar als Red Bull telefoneert, dan zijn ze er.” Red bull betaalde de eventing. Posters, MTV, Valtifest, alle uitingen die zijn gedaan. Ook betaalden ze de museumnacht in Utrecht. “De dj’s … tutti, wat je maar bedenken kan.”

De voordelen voor het Centraal Museum lijken helder. Een nieuw, jong publiek komt het museum binnen, kosteloze reclame en er worden contacten gelegd met partijen die voor eventuele toekomstige samenwerking interessant zijn. Maar er is ook een keerzijde. Niet iedereen is ervan gecharmeerd dat een bedrijf zo openlijk in een museum staat. Jacobs: “Zeker, er gaan hele blog’s daarover. ‘Zie je wel, hij is een rat, hij verkoopt de boel.’ Maar dat is niet waar. Commercie en kunst kunnen naast elkaar bestaan.”

Het merk Red Bull opereert vanuit de filosofie om “vleugels te geven aan mensen en ideeën”. Woordvoerder Maartje Kardol: “Art of Can is een onderdeel van onze merkfilosofie waarin we letterlijk vleugels geven en hopen zo mooie culture projecten en initiatieven te ondersteunen. Het oudste stedelijk museum van Nederland, het Centraal Museum in Utrecht is een zeer bijzonder museum en staat open voor het ontdekken van iets nieuws. ” Dit oude, bijzondere museum was echter niet de eerste keus van Red Bull. Voor ze naar Utrecht kwamen, zijn twee musea in Amsterdam gepolst, het Stedelijk Museum en het Amsterdam Museum. Zij zeiden nee.

Omdat het Stedelijk Museum tijdens hun verbouwingen slechts tijdelijk open is “wilden we louter onze veel gemiste collectie laten zien” zegt woordvoerder Marie-José Raven. “Een tentoonstelling van Red Bull paste dus sowieso niet in het programma.” Maar wat als het museum wel volledig open was geweest? Raven: “Een concept als dat van Red Bull zou niet snel hier passen.”

Het Amsterdam Museum had in eerste instantie wel interesse om via Red Bull nieuw, jonger publiek aan te spreken. Ze vonden echter dat het merk te weinig connectie had met het museum. Maar bovenal heeft het museum de overtuiging dat een partner een maatschappelijke verantwoording moet hebben. Directeur Paul Spies: “Sponsoring gaat nooit alleen over geld. Het gaat er ook om dat beide partijen zich in hun doelstellingen kunnen vinden. Een museum is een publieke instelling, waar geld van de burger in zit. Beide partners moeten hun maatschappelijke functie serieus nemen. Misschien ben ik teveel een idealist en een drammer, maar ik vond dat Red Bull dat te weinig deed.” Spies stelde voor om de ‘Art of Can’ te koppelen aan het maatschappelijk project Creative Lab, samen met Beehive. Red Bull zou dan de vlaggenmast zijn om aandacht te trekken, maar werd gevraagd zich ook als sponsor aan het maatschappelijk gedachtegoed te binden. Ze wilden niet. Spies: “Het plat promoten van hun merk was voor ons niet voldoende. Maar om zich voorbij hun eigen merk te profileren, dat ging hen te ver.”

Kijk hier om meer te horen over de visie van Edwin Jacobs.

Edwin Jacobs heet Red Bull-blikje welkom in Centraal Museum: “Het is een onvervreemdbaar recht van iedereen om kennis te maken met kunst en cultuur”

7 oktober 2011 |

Hoort een reclame-uiting van een frisdrankenfabrikant in een museum thuis? In de visie van Edwin Jacobs kan het en past het naadloos in deze tijd. Hij stelt zijn Centraal Museum open voor kunstwerken gemaakt van Red Bull-blikjes. Iets waar niet iedereen even positief op reageert.

De tentoonstelling ‘Art of Can’ toont de zestig beste creaties die zowel amateurs als enkele professionals hebben vervaardigd uit blikjes Red Bull. Pretentieloze kunstwerkjes, noemt Jacobs ze. Toch vindt hij dat ze in een museum horen. Tegenwoordig is een museum niet enkel een plek waar mensen komen kijken, het is ook een plek waar ze iets komen brengen. Bijvoorbeeld een frisdrankblikje. ‘Jeder Mensch ist ein Künstler’, zei Joseph Beuys .

Jacobs over Red Bull

Vervagende grenzen tussen het museum en de straat en tussen het museum en de markt. Als de museumdeuren in grotere openbaarheid worden opengesteld voor commerciële partners, zijn er andersom dan ook meer mogelijkheden? Het museum dat zich in grotere openbaarheid op de commerciële markt begeeft?

Meer over Red Bull

Musicalmakers kritisch over toekomst musicals in Nederland: “Het gaat echt mis in onze branche door het touren!”

28 september 2011 |

“Waar we publiek massaal mee kwijtraken is dat als we zeven shows per week geven, er rustig drie zo onder de maat zijn dat mensen zeggen ‘En nu ga ik drie jaar niet meer’. Wat wij moeten doen is het uitvoeringsniveau weer structureel hoog zetten.” Een van de uitspraken van componist Jeroen Sleijfer tijdens het levendige rondetafelgesprek – zonder tafel – dat het M-Lab organiseerde op maandag 26 september. Met de vraag ‘Waar staat de musical over 50 jaar?’ sloot zij het musicallaboratorium een terugblik op 50 jaar musical af. Hoopvol, maar uiterst kritisch keek een panel van deskundigen naar zichzelf.

Ja, over 50 jaar is de musical er nog. Maar een aantal problemen moeten onder ogen worden gezien. “Het gaat echt mis in onze branche”, aldus Sleijfer “door het touren. Je kan een wanproduct afleveren of een tophit, dat maakt niet uit. Je gaat op tournee. Als je de branche gezond wilt hebben, dan moet je naar een systeem van open-end theaters.” Dit zijn theaters waar een voorstelling dagelijks staat, zolang er publiek voor komt. Als de opkomst slecht is, stopt de voorstelling. Sleijfer: “En daar zal iedereen blij mee zijn. Het is vreselijk als er jarenlang een wanproduct staat.”

Het liberale gedachtegoed wordt door de aanwezigen omarmd. Een voorstelling moet zichzelf bewijzen. Dat theaters vooraf een voorstelling opkopen, en daarmee indirect subsidie verstrekken, zorgt voor een perverse situaties, meent Frank Sanders . Slechte kwaliteit krijgt zo de kans om voort te bestaan. “Dit kan je niet geleidelijk oplossen. Haal de stekker uit dat systeem.”

Er kleeft nog een probleem aan het op voorhand opkopen van een voorstelling. Producent Fred Boot: “De theaters kopen een titel. Er is dan nog niks geschreven. Vervolgens moet er dan veel te snel een voorstelling gemaakt worden. Daar gaat het natuurlijk mis.” Tel daar bij op dat programmeurs vooral op veilig kiezen en eerder voorrang geven aan bekende namen dan aan ambachtelijkheid. En tel daar dan weer bij op, zegt regisseur Daniel Cohen, dat er aan de kant van de makers te weinig passie is. “Veel voorstelling zijn alsof je chinees eet. Je hebt na een uur weer honger. Spektakel bevredigt je een minuut. Uiteindelijk moet het gaan om een goed verhaal en interessante personages.”

Maar waar staat de musical over 50 jaar? Sleijfer verwacht dat er een scheiding komt. “Aan de ene kant immense entertainmentshows waar je spektakel krijgt dat zijn weerga niet kent, waar je alle soapies kunt zien die je ooit had willen zien, 3D-projecties op de achterwand en alles volledig geautomatiseerd. En daar tegenover de kleine, waarachtige producties die echt een verhaal vertellen. De middenmoot verdwijnt. De zóveelste musical met net te weinig decor om echt te imponeren en te weinig verhaal om indruk te maken, die zien we dan niet meer.”

Eindelijk antwoord op prangende vragen uit toneelgeschiedenis

30 augustus 2011 |

Ooit geweten dat ‘De bruiloft van Kloris en Roosje’ in 1707 voor het eerst werd opgevoerd, en dat dit de voorloper is van de huidige oudejaarsconference? Dankzij de theaterencyclopedie die vanaf 1 september online te vinden is, zijn deze en nog vele wetenswaardigheden te vinden.

Het Theaterinstituut Nederland (TIN) is initiatiefnemer en levert een groot deel van de inhoud van de site. De complete database van het TIN van alle in Nederland gespeelde voorstellingen sinds 1900 is in de encyclopedie te vinden. Evenals beeldmateriaal en audio- en videofragmenten. Maar dat is niet het enige. De encyclopedie is ook een wiki. Iedereen kan iets toevoegen, aanvullen of verbeteren. Zo is theaterencyclopedie.nl niet alleen een plek om kennis te halen, maar ook om kennis te brengen, aldus het TIN.

De encyclopedie is meer dan een zoekmachine voor feitjes. Er is een aantal extra’s. Zo is er een eregalerij met beeld, geluid en teksten van en over een select gezelschap grootheden. Neem Johnny Kraaijkamp. ‘Een hysterische man die niet zonder het vak kan. Het is een soort krankzinnigheid dat je van grote kunstenaars kent..’ Of de jukebox, met liedjes uit heden en verleden. Een Louis Davids uit 1930, of toch liever een Freek de Jonge uit 1970?

Naast liedjes zijn er ook hoorspelen, documentaires en cabaret te horen. Een ander extraatje is de tijdlijn, die begint in 1638 bij ‘De eerste schouwburg opent met Vondels Gijsbrecht’. In grote sprongen kan je vervolgens door de geschiedenis stappen. ‘2000: Urban arts worden onderdeel van de theaterkunsten. 2008: Johan Simons regisseert drie opera’s. 2011: Première musical Maria in M-lab.’

De encyclopedie is een grote bron van informatie voor de liefhebber, waarin je van link naar link kunt verdwalen. En dankzij het wiki-karakter is het ook compleet en actueel. Hoopt het TIN.

Halbe Zijlstra? Ja, hij staat er al in.

Afwezige aanwezigheid als vervanging van gestolen beeld

27 augustus 2011 |

Elk nadeel heb zijn voordeel: Wie een beeld steelt uit een plantsoen maakt ruimte vrij voor een nieuw kunstwerk. Omwonenden van Utrechtse Willem de Zwijgerplantsoen keken een jaar lang tegen een lege sokkel aan, omdat ‘hun’ beeld ‘Homo Ludens‘ was gestolen door bronsdieven. Omdat niemand nog verwachtte dat het beeld terugkwam, organiseerde de gemeente een prijsvraag voor een vervangend beeld. De opdracht luidde: ontwerp een beeld dat in lijn ligt met zijn ontvreemde voorganger.

nicht klauen2

Op 26 augustus, twee jaar na de diefstal, onthulde wethouder Frits Lintmeijer het beeld dat de jury van buurtbewoners als winnaar koos. Dat beeld, getiteld ‘Bitte nicht wieder klauen’, van Kathrin Schlegel prijkt nu op de sokkel. Een zwevende bal onder een doek.

Destijds waren er twee mannen te zien die met een bal spelen. Kunstenaar Jan Spiering verbeeldde hiermee de ‘Homo Ludens’, de spelende mens. Schlegel maakt nu de afwezigheid van de bal van het vorige kunstwerk zichtbaar. De bal is er dus wel, maar je ziet hem niet. Ook de oude sokkel is er nog. De bevestigingspunten van het vorige beeld zitten erin, als aandenken.

De jury roemde de speelsheid waarmee Schlegel aan de opdracht voldeed. Bovendiem is het nieuwe beeld niet van brons, maar van loodzwaar en goedkoop roestvrij staal. Wellicht dat dit helpt om aan de oproep ‘Bitte nicht wieder klauen’ gehoor te geven.

Trouwe festivalganger laat zijn festival niet in het water vallen

28 juli 2011 |

Foto: Erik van 't Hof

Regen, regen, regen. Dat ziet er slecht uit voor de festivals. Toch? “Het weer is minder van invloed op een festival dan men denkt”, zegt Mark Hospers van Noorderzon. En zij kunnen het weten. Vorig jaar hebben ze veel regen gehad, en tegelijkertijd een recordaantal kaarten verkocht. Hoe kan het dat het slechte weer de festivals weinig lijkt te deren?

Veel kaarten voor de voorstellingen worden in de voorverkoop verkocht via internet. En mensen die eenmaal voor de kaarten hebben betaald, komen ook – zo blijkt. De regen heeft wel invloed op het publiek dat normaal op het laatste moment besluit te komen, of toevallig langskomt en blijft hangen. Dit publiek loopt de festivals mis. Maar daar staat tegenover dat de zomerfestivals gemiddeld een week of langer duren. Tijdens de dagen dat de zon zich laat zien, komt het publiek meteen weer in grote getallen opdagen. Zo compenseren de zonnige dagen de magere.

Een overzicht. Oerol had wat minder bezoekers dan vorig jaar, 52.000 nu tegenover 55.000. Maar met 81% bleef de bezettingspercentage bij de voorstellingen hoog. Festival Over het IJ heeft het aantal bezoekers zelfs zien stijgen, 1.000 meer dan vorig jaar. Judith Faas, Hoofd Marketing: “Ons publiek is trouw en loyaal en laat zich niet weerhouden door wind en regen.” Ook bij Karavaan valt de schade mee. Hoewel de opening door het slechte weer geannuleerd is en ook daarna zowel in Hoorn als in Alkmaar voorstellingen zijn afgelast, verwacht festivalleider Bert Mennings dat het festival wordt afgesloten met een even grote opkomst als vorig jaar. “Bij de geannuleerde voorstellingen is 2/3 van de bezoekers alsnog op een andere dag gegaan, of naar een andere voorstelling.”

De Parade is al in Rotterdam (slecht weer) en Den Haag (mooi weer)  geweest en staat nu in Utrecht (wisselend weer).  Vorig jaar kwamen er in Rotterdam rond de 25.000 mensen. Nu waren dat er 5.000 minder. Den Haag haalde daar aantegen een record: 50.000, tegenover 32.000 vorig jaar. Utrecht loopt tot nu toe nog achter op vorig jaar (41.000 tegenover 60.000). Maar met Amsterdam nog te gaan, wat voor de Parade de belangrijkste stad is, verwachten ze een positieve balans te kunnen opmaken.

De festivals die nog moeten plaatsvinden maken zich weinig zorgen. Zowel bij Noorderzon als bij Boulevard als bij Cultura Nova loopt de voorverkoop goed. Bovendien staat de loyaliteit van de bezoekers hoog in het vaandel. “Bij Cultura Nova komt het publiek voor de bijzondere locaties”, zegt Fiedel van der Hijden. “Slecht weer wordt dan voor lief genomen.” Ook zonder zomerweer lijken de zomerfestivals het dus te redden. Maar met mooi weer zouden we een fantástisch jaar gehad hebben, verzuchten zowel Over het IJ als Karavaan.

Als de kinderen lachen en de ouders huilen, is de voorstelling geslaagd

20 juli 2011 |

fotograaf: Daan Lazonder

“Het is hier interessant”, zegt een mevrouw met een tweejarige dochter,”en goed voor haar ontwikkeling.

En ze hebben hier lekkere appeltjes met kaneel.” De Kinderparade is ijsjes, de draaimolen en zelf poffertjes bakken. Maar ook met je ouders mee naar voorstellingen toe. Ze de tent in krijgen en even de onrust van het terrein doen vergeten, dat is de taak van de theatermakers. De makers van Niet omkijken! vertellen hoe zij dat doen.

Niet omkijken!

Willen we top entertainment of toch tragiek op de Parade?

19 juli 2011 |

“De Parade is als een snackbar. Ik kom hier om sfeer te proeven, wijntjes te drinken en daarnaast nog wat aan het denken gezet te worden door de voorstellingen. Maar dat moet dan niet te lang duren.” Op zoek naar de essentie van de Paradevoorstelling klopt Cultureel Persbureau aan bij bezoekers, The Sadists en John Buijsman. “Het is al gewoon gezellig om hier te zijn.”

Op bezoek bij The Sadist en John Buijsman

De markt op gaan zonder jezelf te verloochenen – dat is de kwestie

26 juni 2011 |

Sponsoring stoot het publiek af. Dat zou een conclusie kunnen zijn van het onderzoek dat de lectoraten Media, Cultuur en Burgerschap en Media en Entertainment van Inholland op Oerol uitvoeren. Met als centrale vraag ‘Hoe kan Oerol overleven zonder overheidsgeld?’ gaan ze de reactie van het publiek op commerciële uitingen na.

“De vraag is hoe je marketingstrategieën kan toepassen zonder de identiteit van het festival te verloochenen” vertelt lector Media en Entertainment Wes Wierda. “Oerol draait maar voor een klein gedeelte op overheidsgeld. Dat dit wegvalt lijkt dan ook niet zo’n groot probleem. Maar het idee is dat het publiek, dat redelijk alternatief is, niet van commerciële uitingen gediend is. Wij onderzoeken of dat ook zo is.” Met andere woorden: hoe kan het festival relaties aangaan met de commerciële markt, op een manier dat het gevoel van onafhankelijkheid en creativiteit bij de toeschouwer niet wordt aangetast? Vraagt sponsoring van culturele instellingen om een alternatieve marketingstrategie? Het onderzoek is specifiek gericht op Oerol, maar de resultaten zullen voor heel ondernemend cultureel land interessant zijn. Eind september zijn de conclusies van het onderzoek bekend.

Taboe houdt gezondheidsproblemen in muziekindustrie in stand

4 maart 2011 |
Last van je stem? Daar praat je niet over. Omdat de concurrentie zo hoog is in de muziekindustrie, ligt er een taboe op het tonen van zwakheden. Terwijl de gevolgen veel kleiner zouden zijn, wanneer er sneller aandacht aan gegeven zou worden.  Tijd voor het Muziek Centrum Nederland om tijdens het muziekcafé van 3 maart de vraag te stellen waar de risico’s voor de musicus liggen.
Het schokkende nieuws was immers haast niet te missen: Caro Emerald’s stembandpoliep. Ze moet geopereerd worden en mag enkele maanden niet optreden. Andere beroemdheden gingen haar voor: Jan Smit, Xander de Buisonjé, Frans Bauer, André Rieu, Janine Jansen.
De gezondheid van musici is meer een punt van publieke, dan van medische aandacht: een preventieve check-up, een apk van de stem zou gangbaar moeten worden, maar is het nog niet.  In de topsport is al een verschuiving zichtbaar naar acceptatie van vaste medische begeleiding. De muzieksector loopt nog achter.
Om gezondheidsproblemen te voorkomen zijn de drie O’s van belang, zegt KNO-arts Jan Willem Arendse: opleiding, onderhoud en overbelasting voorkomen.  Vooral overbelasting ligt op de loer. De muziekindustrie wordt steeds commerciëler en het aanbod van talentvolle musici steeds groter. Jonge talenten staan onder grote druk om snel carrière te maken. Immers: een carrière kan in een paar jaar tijd alweer voorbij zijn, ingehaald door nieuw aanstormend talent.
De industrie zet hoog in om in een korte tijd zoveel mogelijk cd’s te verkopen. En nu die verkoop terugloopt moet de musicus zoveel mogelijk optreden: ter compensatie, maar ook vanwege de promotie.
Marco Riaskoff, organisator van klassieke concerten, ziet met lede ogen toe hoe de kwaliteit steeds minder belangrijk wordt dan de kwantiteit. “Muziek wordt een soort fast food. Als je vierhonderd optredens in een jaar doet, dan kan je dat niet meer elke keer met bezieling doen.” Bovendien, als de druk om te presteren zo hoog is, is het besluit om vanwege gezondheidsredenen een optreden af te zeggen niet makkelijk. Hiermee snijdt de musicus zichzelf in de vingers volgens Riaskoff.  “Als je als musicus twijfelt of je goed kunt presteren, dan moet je het niet doen. Het gaat er niet om dat je ooit eens op plek zus of zo opgetreden hebt, maar dat je daar wordt teruggevraagd. Je moet daar dus alleen gaan staan wanneer je in topvorm bent.”
De artiest is niet alleen verantwoordelijk voor het tegengaan van overbelasting. De manager is ook van invloed op het welzijn van de artiest.  De musicus voelt zelf wat hij fysiek en mentaal aankan en zou zijn eigen grenzen moeten aangeven. “Maar een artiest wil altijd spelen”, zegt Niels Aalbers, ex- manager van Kyteman. “Het is dan ook de taak van de manager om zorg te dragen voor de artiest, om aan te voelen wanneer hij op het randje zit.” Het lijkt een veld van vele, soms tegenstrijdige belangen. De musicus moet op hoog tempo presteren en ondertussen ook nog oog houden voor zijn gezondheid. En de manager moet naast het zakelijke vlak ook op menselijk niveau zien wat de musicus aankan.
KNO-arts Arendse: “Het is een wankel evenwicht. Maar wanneer doorgaan op de lange termijn slechter is voor de zanger dan voor de carrière, dan moet je de optredens stilleggen.”
Giel Beelen interviewt Caro Emerald over haar poliep:

‘Er zijn provincies waar je prima op VVD of CDA kunt stemmen’; nieuwe website geeft stemtips aan kunstliefhebbers

22 februari 2011 | 1
Het leek wel een feestje. Koffie met vlaai, een Maastrichts liedje, fanfaremuziek en een toespraak van prins carnaval. De lancering van de website nadeschreeuwnudestem.nl is op 21 februari omgeven door optimisme. De schreeuw voor cultuur in november was toch vooral een tegengeluid. Nu is er de kans om toekomstgericht actie te ondernemen. ‘Mobiliseer iedereen die je kent om 2 maart te komen stemmen en denk na wat jouw stem kan betekenen voor cultuur.’ Dat was de boodschap die op blijde toon werd verkondigd in Theater aan het Vrijthof in Maastricht.
De presentatie van de website wordt opgeleukt door lokale kunstbeoefenaars. In de aanloop naar de provinciale verkiezingen en in het culturele bezuinigingsdebat ligt de nadruk sterk op de landelijke ontwikkelingen. Initiatiefnemer van de website, Gable Roelofsen, vindt het juist belangrijk om te laten zien wat cultuur betekent op lokaal niveau.  “Als je kijkt naar het Concertgebouworkest, dan komt 80% van de blazers daar van oorsprong uit een Gelders of Limburgs dorp. Of neem Theu Boermans, die grote leider van een gezelschap daar ver weg in de hoofdstad. Zijn vader was stadsoperetteregisseur van Venlo. Daar is het begonnen, meekijkend met zijn vader. Zo heeft elke provincie zijn verhalen. Al die karakteristieke figuren, die wonen nu wel allemaal in Amsterdam, maar ze komen er niet vandaan. Ze komen uit de provincie, uit het verenigingsleven.”
Gable Roelofsen, afgestudeerd aan de toneelacademie Maastricht, is een van de oprichters van Platform Ludlum. Dat is een club ‘die bijzondere protesten tegen de kunstbezuinigingen wil organiseren. Voorafgaand aan de schreeuw is hij een van de deelnemende kunstenaars geweest bij de KunstWake. Bij de ingang van de Tweede Kamer wisselden zij elkaar af om de politici en andere voorbijgangers te laten zien ‘hoeveel schoons de kunst te bieden heeft’.
Een verdienste van de schreeuw is dat die actie veel mensen op de been heeft gebracht. Roelofsen: “Daar is een vuurtje aangestoken. Nu willen we doorpakken. Een symbolische actie kan je zo weer naast je neerleggen. De politiek kan een schreeuw misschien negeren, maar een stem niet. We hopen dat onze poster dadelijk bij elke fanfareclub, in elk museum hangt. En dat we zo de motivering om te gaan stemmen kunnen stimuleren.”
Cultuur is links. Althans, dat is een beeld wat hardnekkig heerst. “Er zijn provincies waar je prima op VVD  of CDA kan stemmen. Ook zij dragen cultuur een warm hart toe, en vinden het niet akkoord hoe erover gesproken wordt. Het belang van cultuur is op provinciaal niveau vaak wel tot de partijen doorgedrongen. Maar ja, als je wilt dat je stem gewicht heeft voor de samenstelling van de Eerste Kamer…Maar we geven geen stemadvies. We bieden inzicht. Op de site staat een bijsluiter: dit zijn teksten van de partijen zelf. Lees dus ernstig tussen de regels door. Er zitten wolven in schaapskleren bij.”
Bij de schreeuw was er ook sprake van kritiek uit de culturele wereld zelf. Het zou de cultuur teveel als slachtoffer neerzetten. “We zitten nu ook nog wel in de verdediging, maar niet meer in het nauw. Neem de fado die Hadewych Minis bij de lancering van de website zong, dat is nog wat weeklagend, maar wel krachtig. Ze laat een stem horen die niet meer op zich laat zitten. De politiek moet zorgvuldiger met cultuur omgaan. We willen dat de nuance terugkomt in het debat, dat we niet meer worden weggezet. Die minachtende toon waarmee de landelijke politiek over cultuur praat, die moeten we niet meer tolereren.  Wij zetten onze stem daar tegenover – een goed geformuleerde stem.”