Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultuurpers | 30 July 2014

Scroll to top

Top

Over Alles over de auteur - Cultuurpers

Ruud Buurman

Ruud Buurman

Ruud Buurman is journalist, tekstschrijver, chroniquer, columnist, theaterrecensent op het gebied van cabaret, muziektheater en musical, schrijfcoach, docent. Hij schreef en schrijft ondermeer voor regionale bladen van de GPD, Utrechts Nieuwsblad, Het Parool, Theatermaker, diverse magazines en theaterbrochures en is (mede)auteur van diverse boeken, waaronder 'Willem Nijholt', een uitgave van De Joop van den Ende Foundation en Uitgeverij Nieuw Amsterdam. Van 2004 tot en met 2010 was Buurman lid van de VSCD-cabaretjury die de jaarlijkse cabaretprijzen Poelifinario en Neerlands Hoop toekent. Hij is actief betrokken bij het Amsterdams Kleinkunst Festival als lid selectiecommissies en jury's.

Berichten van Ruud Buurman

Leids Cabaret Festival 2011: En het beste egocabaret is van….. Gijs van Rhijn!

13 februari 2011 | 1

Gijs van Rhijn

Het ene jaar is een finale van een cabaretfestival een feest om mee te maken, vanwege de kwaliteit van de finalisten, een jaar later is de finale van datzelfde festival ineens eentje om heel snel te vergeten. Behalve voor Gijs van Rhijn dan. Uut Grunn’n. Hij won zaterdagavond het 33ste Leids Cabaret Festival in de Leidsche Schouwburg.

Als de presentator van de avond eigenlijk nog de leukste is en het publiek het gastoptreden van Beans and Fatback – terecht – het hoogtepunt van de avond vindt, dan is het geen goed festivaljaar. Natuurlijk zuigt een jury er nog wel een mooie punt aan: dat het weer een spannende aangelegenheid was…. .
En vervolgens: ze had deze week ‘voornamelijk solistisch egocabaret’ gezien, dat niet altijd interessant was en geslaagd. En waarin maatschappelijke bevlogenheid ver te zoeken was. Jawel, daar was ie weer, terug van weggeweest: het jury-riedeltje ‘gebrek aan engagement’ was al enkele jaren niet meer afgedraaid.
Natuurlijk is het een beetje droevig dat deelnemers erg druk waren met het staren naar hun eigen navel. En natuurlijk voeg je daar aan toe dat de hedendaagse maatschappelijk werkelijkheid kennelijk zo grotesk is dat de jonge theatermaker daar niks aan toe te voegen heeft. Je wilt ze niet al te hard afvallen dat zoiets als Egypte in dezelfde week, geen onderwerp is. Maar kom dan niet aan met de potsierlijke toevoeging ‘dat dit egocabaret goed bij de huidige tijd past’. Zo opzichtig een vlag op een modderschuit zetten hoeft nou óók weer niet.
Een jury van een cabaretfestival als dit bestaat uit programmeurs en cabaretvolgers en die weten heus wel dat het cabaretpubliek flink tabak begint te krijgen van navelstaarders. En ze weten heus wel dat veel jonge theatermakers opstaan die wel degelijk iets te melden hebben. Maar die hadden zich alleen niet aangemeld in Leiden dit jaar. Toeval. Zo gaat dat.
Gijs van Rhijn van het Groningse platteland won dus met egocabaret over zijn eenzame bestaan. Van Rhijn had van alle finalisten de meeste theatrale mogelijkheden. Hij is charmant, een heel klein beetje gek soms, hij heeft flair en is muzikaal. Maar  zijn verhaal is van een sufheid waar je na tien minuten toch prikkende ogen van krijgt.
Lennaert Maes, een amusante Vlaamse liedjesmaker, won de publieksprijs. Een bekende verschijning inmiddels tijdens festivals. Deed mee aan het Amsterdams Kleinkunst Festival, stond in de finale van Cameretten en dook nu weer op in Leiden met een flink aantal liedjes dat ook van diezelfde jaren geleden was. Daar merkt een gemiddeld publiek niks van natuurlijk, maar de bovengemiddelde volger van het genre wordt er een beetje kribbig van. En van het schaamteloos jatten van het thema en een karakteristieke zin uit een nummer van Bruce Springsteen, zonder de bron even te noemen.
Er was ook nog een derde finalist, het duo ‘Rauw Spul’. Jongens uit Groot Schermer. Met jongetjesdingetjes vol ongein en geluidseffecten. Hoe ze in een finale van een gerenommeerd cabaretfestival terecht kwamen, is een raadsel.
Leids Cabaret Festval, finale. Zaterdag 12 februari, Leidsche Schouwburg.

Boeiende Micha Wertheim herhaalt zichzelf net zolang tot het vernieuwend is

7 februari 2011 | 1

Fotp: Merlijn Doomernik

Sommige theatermakers zijn lastposten. Die maken voorstellingen waarover je moet zwijgen. Omdat je anders het risico loopt de verrassing, de magie of de grap weg te geven. Wee de recensent die het waagt op die manier de pret voor de toekomstige bezoekers te bederven. Hij dient een theaterverbod te krijgen.

En die sanctie moet zeker gelden bij ‘Micha Wertheim voor de zoveelste keer’, een van de beste cabaretprogramma’s van dit theaterseizoen. Dan weet u dát in elk geval al. In ‘Voor de zoveelste keer’ speelt Wertheim zeer intelligent met ons geduld. Het zit af en toe tegen treiteren aan. Micha Wertheim maakt het zichzelf en zijn publiek nooit makkelijk en hij is absoluut geen cabaretier wiens hoogste doel is zijn publiek in alles te behagen. Juist onbehagen maakt theater de moeite waard.
Wertheims psychiater heeft hem onlangs verteld dat hij niet goed met zijn publiek communiceert. Hij valt te veel in herhaling. Maar diezelfde psych liet er op volgen dat de artiest niet verantwoordelijk is voor het geluk van zijn publiek. En Wertheim voegt er het principe ‘alleen uit herhaling komt vernieuwing voort’ aan toe.
Daar hebben we dus een dilemma. Hij wordt betaald om hardop te denken: hij is gedachtenverkoper. Maar alle gedachten die hij met ons deelt, zijn herhalingen van eerdere avonden. Zijn die herhalingen dan nog wel gedachten? Hij moet er dit seizoen nog tientallen malen mee een podium op. En volgend seizoen weer. Die mensen zoeken in het theater troost in tijden van onzekerheid die troost kan niet elke avond anders zijn.
De manier waarop Wertheim dit oeroude theatergegeven te berde brengt werkt ontluisterend. In ‘Voor de zoveelste keer’ ontspint zich een fascinerend spelletje kat-en-muis tussen de slimme manipulator en zijn publiek. Dat, naarmate de voorstelling vordert, steeds meer op het verkeerde been wordt gezet. Hij jongleert met triviale onderwerpjes als de rol van geld en de absurditeit van een merkshirt van 190 euro, breidt grappen aan elkaar en komt dan ineens met een aantal geschiedkundige theatervoorbeelden waarmee hij subtiel aangeeft dat herhalingen niet vervelend hoeven te zijn, maar grote betekenis kunnen hebben.
Dat maakt ‘Voor de zoveelste keer’ tot een spannend en schurend avondje comedy.  Spannend, omdat je je ongemakkelijk gaat voelen. Want natuurlijk kun je niet helemaal meekomen in het universum van deze superieur glimlachende, licht ironische, driftig gebarende Wertheim. Maar ongemakkelijk gaat hier samen met boeiend. En je zit je tegelijk buitengewoon te amuseren om deze man, die aan het slot van al dit fraais, een buitengewoon verrassende bonus in petto heeft, die ons meer inzicht verschaft in het complot dat elke avond in het theater wordt gesmeed. Dáárover zwijgen we verder in alle talen.
Micha Wertheim voor de zoveelste keer. Tournee t.m. 27 mei, reprise seizoen 2011-2012.

Katinka Polderman schrijft met scherpe pen, maar ook met natte vinger

28 januari 2011 |

Als meningen over een cabaretprogramma zo ver uiteen liggen als die van twee al heel erg lang meelopende recensenten van Volkskrant en NRC over ‘Polderman Tuigt Af’ van Katinka Polderman, dan is er iets merkwaardigs mee aan de hand. De eerste kraakte de derde solo van de talentvolle Zeeuwse tot op het bot af, zowel het verhaaltje als de liedteksten. De tweede vond het allemaal geweldig en verrassend.

Dat schreeuwt om een onafhankelijke derde mening natuurlijk. Maar u zult van mij, vrijwilliger en zelfbenoemd orakel, na het zien van deze voorstelling niet horen of er iemand gelijk heeft. Laten we het er op houden dat dit derde programma haar zwakste tot nu toe is. Maar dat wil nog niet zeggen dat het een flutprogramma is waarmee Polderman door de mand valt. Dat is wel erg boud beweerd in de ‘azijnbode’. En kun je het een theatermaakster verwijten dat je met hoge verwachtingen in de zaal bent gaan zitten?

Ja, het verhaal van de naderende ramp, waarmee ze de hele voorstelling aan elkaar meent te moeten praten, is te vaak tenenkrommend vervelend, gezocht en gemakzuchtig met de natte vinger uitgewerkt. Het idee erachter is natuurlijk mooi: onze welvarende wereld komt om in de preventie, we dulden geen onverwachtheden meer, er is al weeralarm bij twee sneeuwvlokken, om de tien meter staat een waarschuwingsbord. In het lied ‘Er zal eens iemand doodgaan in dit land’ hekelt ze treffend de stortvloed aan voorzorgsmaatregelen. Maar maak er dan ook echt een stevig thema van. En wek niet de indruk dat je maar wat willekeurigs hebt verzonnen om je liedjes lijzig aan elkaar te leuteren.

En ja, een aantal van die liedjes ontbeert het scherpe cynisme dat toch haar handelsmerk is geworden. Of heeft geen pittige slotzin. En ook: getver, we moeten méézingen. In canon! Schijtziek word je van dat soort publieksparticipatie. Maar verreweg de mééste van haar liedjes verrassen. Er valt wat liedkunst betreft nog heel veel te genieten en te lachen. Haar in kleine kring erkende ‘wereldhit’ Pi Pa Pijpen heeft in dit programma bijvoorbeeld een waardige opvolger gekregen met ‘Hij wil niet beffe (zelfs niet effe)’. En niet alleen hier bewijst ze met haar rijmschema’s dat ze gewoon thuishoort in het wereldje van tekstschrijvers als Jeroen van Merwijk, Kees Torn en Drs P.

Het tuindecor van paddenstoelen, konijntjes, bloembakjes, een kinderfietsje vloekt hevig met een grimmige kettingzaag die in het gras ligt. Dat is Polderman: zacht en destructief. Ze kan ineens uitpakken met een wonderschoon teer, invoelend lied en knalt daar dan direct een kanonnade van hatelijkheden achteraan. Voor wie nieuwsgierig is naar dat grofgebekte wicht dat liedjes schrijft waar het taalgevoel met liters van af druipt, biedt ‘Polderman Tuigt Af’ nog steeds genoeg voor een aangename kennismaking. Maar laten we dan wel hopen dat Polderman serieus wat gaat schaven aan dat rampverhaal.

Katinka Polderman; Polderman Tuigt Af. Info en speellijst: www.harrykies.nl, www.katinkapolderman.nl en www.twitter.com/Poldermanie

Nathalie Baartman is de Rivella onder de cabaretiers: vreemd maar wel lekker

24 januari 2011 |

Twee jaar geleden nomineerde de VSCD-cabaretjury Nathalie Baartman voor de Neerlands Hoop, de onderscheiding voor het opmerkelijkste talent dat zich liet zien gedurende het theaterseizoen. Een paar regels uit het juryrapport van destijds luidden: ‘Nathalie Baartman is in geen enkel hokje te plaatsen. Op haar zoektocht naar orde, waarheid, contact en genegenheid, blijft zij zeer dicht bij zichzelf, zowel in woord als in lied en in muziekkeuze en met een bijzondere kijk op de wereld en een geheel eigen logica’.

De Twentse Baartman is op het cabaretpodium zoals Rivella is in het schap van de frisdranken; vreemd maar wel lekker. Het is een raar wijf. ‘Onnozel’, zegt ze zelf in haar derde programma met de titel ‘Raak’. Eentje die nauwelijks grappen máákt, maar vaak in haar presentatie, mimiek en onderwerpkeuzes grappig ís. Die ineens, zomaar iets kan roepen als ‘Het ruikt hier naar Gerard Joling’. En een verhaal uit haar duim zuigt over een Twents ritueel voor meisjes die voor het eerst ongesteld zijn geworden. In Twente zeggen ze over zo iemand: ‘Doar is ne stek an lös’.

Ze komt op in een rode jurk, die je als boerenmeid in 1968 aandeed in een vergeefse poging ook een beetje op een hippie te lijken in de disco van de grote stad. Een emmertje in de hand, waarin een ferme klont koekjesdeeg blijkt te zitten. Want Nathalie bakt koekjes in de vorm van hartjes voor haar publiek. Met ziedende passie.

Nathalie Baartman zet een wereld neer, waarin koffie nog uit zo’n pruttelpot komt. Toen er nog wel eens iemand ‘Hendrik’ werd genoemd. Dat is overzichtelijk, want ze lijkt te breekbaar voor alle prikkels van de moderne tijden. In de kredietcrisis dacht ze een bondgenoot te hebben gevonden in haar verlangen terug te keren naar de essentie van het bestaan, naar de kracht van de eenvoud. Daar had ze zo’n zin in, maar helaas, die kredietcrisis valt toch een beetje tegen.

De orde en overzichtelijkheid van haar geboortegrond zit in haar hoofd en daar klampt ze zich aan vast, waar ter wereld ze zich ook bevindt. Soms heeft ze zin in een struik te gaan zitten. Zomaar. Ze is gek op Bulgarije en in haar geval vind je dat volstrekt geloofwaardig. Ze zingt ook liedjes uit dat land, precies zoals je het kent van die oude gerimpelde vrouwtjes met een bochel, die altijd weduwe zijn en zielig.

Je moet om haar grinniken, en je krijgt tegelijk een licht desolaat, ongemakkelijk gevoel van Nathalie Baartmans absurde wereldbeeld. Ze zoekt in haar derde voorstelling verder naar de liefde en de tederheid, in een verhaal met een kop en een staart en in een aantal liedjes waarmee ze zeer kwetsbaar en persoonlijk wordt. Onnozel is het geenszins. Daarvoor zijn haar gedachten en oneliners over de wereld om haar heen, die ze op de meest onverwachte momenten als strooigoed de zaal ingooit, te goed doordacht.

Nathalie Baartman, ‘Raak’. Regie Aike Dirkzwager. Tournee tot en met 20 mei 2011, reprise seizoen 2011-2012. Info en speellijst: www.kikproductions.nl en www.nathaliebaartman.nl

In Mondo Leone gaat het over niets anders dan de schoonheid

1 december 2010 |

foto Niels Stomps

Er zijn mensen die de wereld mooier maken, zonder dat die wereld daar om heeft gevraagd. Die de helft van hun leven besteden de mooiste toonsoort te vinden voor een treintoeter, die in winkelstraten gaan staan met een bord: ‘gratis knuffels!’. Of die in Londen op plakjes kauwgom, die op straat zijn uitgespuugd, leuke miniatuurtje schilderen. Of die jongen die overal in Utrecht met een spuitbus kabouters schildert.  Ja, ‘rare vogels’ zijn er en er trekt dit seizoen een blije soortgenoot langs de Nederlandse theater die ons verliefd op ze laat worden.

Leon Giesen is de naam. Ooit bassist in de Nederlandstalige band Toontje Lager, tv-documentairemaker, maar nu verhalenverteller, videokunstenaar, muzikant, vrijdenker en liedjesknutselaar. In zijn theaterproducties onder de verzamelnaam ‘Mondo Leone’ laat hij zijn verwondering over de wereld om hem heen zien en horen. Hij heeft slechts oog voor de schoonheid en als die even uit het zicht dreigt te raken, gaat hij zingend ‘op zoek…, naar het wonder om de hoek. Tover, te over.’
Hij gaat zitten op een kist, met achter hem drie grote videoschermen. Meer decor is er niet. Hij keuvelt wat, pakt een gitaar en zingt – ondersteund door geluidband met drums, bas en keyboard en door videobeelden – een simpel, gek, vaak niet eens rijmend, verhaalliedje. Waarbij Giesen je voortdurend uitdaagt. Ja, je kunt gaan zeiken dat een liedje dat begint met:  ‘Ik heb een beetje zonneschijn opgespaard, gevangen in een liedje en voor jou bewaard….’, leuk is voor de naïeve kleuter, maar blijf er maar eens chagrijnig bij. En hou die brok maar eens weg uit je keel bij het mooiste refrein dat in jaren is gemaakt voor een overleden dierbare:  ‘ik wou dat het ergens wemelde van jou, dat er een plekje was waar ik heen kon gaan, waar het gewoonweg zou vergaan van jou, waar het bárst van jou…., waar het sterft van jou’.
Net als ‘Mondo Leone Dagboek’ is ook ‘Genomineerd’ een aaneenrijging van pareltjes. Soms mooi gepolijst, soms niet. De kracht van Giesens theatervorm is het ongedwongene, het bijna improviserende karakter ervan. Alsof je met ‘m bij de open haard zit en hij nog eens inschenkt bij weer een prachtverhaal over iemand die hij heeft ontmoet, ergens op de wereld. Zijn liedjes zijn verwant aan Spinvis, zijn muziek doet denken aan een band als Eels.
Er is behoorlijk wat werk en geld gestoken in dit programma. Giesen reisde met cameraman naar de Verenigde Staten, naar Londen, naar Sydney,  om daar met die bijzondere mensen over hun merkwaardige passies te praten. En om ze op zijn geheel eigen manier te nomineren voor ‘Het Gouden Randje’,  een door hemzelf in het leven geroepen prijs voor mensen die proberen de wereld te verfraaien met dingen die niemand zou missen als ze er niet zouden zijn.
Bij al die filmpjes, verhalen en liedjes raakt je emosysteem  lichtelijk van slag. Want dat wil graag een keuze maken uit de gulle lach, de verbazing, bewondering, ontroering en mededogen. En dat gaat niet, want ze kloppen allemaal tegelijk aan.
Leon Giesen, Mondo Leone, Genomineerd. Gezien 30 nov. Blauwe Zaal Utrecht. Info en speellijst www.mondoleone.nl
en www.kikproductions.nl

Moeders gaan gegarandeerd voor de bijl bij Eric Koller

28 november 2010 |

Met de haan die op de kerktoren staat en piepend en kreunend met alle winden meewaait, heeft tot voor kort nog nooit iemand medelijden gehad. Eenzaam staat hij op zijn plateautje en als hij eindelijk eens een beetje sjans krijgt met een duif, draait de wind. Duif weg. En dan gaat het ook nog stormen, hagelen, sneeuwen, vriezen dat het kraakt en probeert hij zich met alle macht vast te klampen aan de torenspits.
Nu Eric Koller hem tot leven heeft gebracht in zijn nieuwste, geheel woordloze slapstickvoorstelling ‘Bull’ kunnen wij de torenhaan onmogelijk nog zien als een stuk ijzer dat de windrichting aangeeft. Koller maakt er een sneu type van, dat zich meestal doodverveelt en hunkert naar een beetje aandacht en liefde. De rekbaarste theaterman van Nederland krijgt het ook nu weer voor elkaar dat de zaal een brokje in de keel krijgt.
Dat is Eric Koller: een kleinkunstenaar met een geheel eigen stijl en een eigen plek in het theater. Hij kan met zijn mimiek ontroering en mededogen oproepen voor bijna alles en je tegelijkertijd laten schateren van het lachen. Het pijnlijke leven van een tennisbal, de voor de stick wegduikende golfbal en de kleumende sneeuwpop die smelt van verliefdheid….. , ze behoren tot de klassiekers in het genre. Kollers ‘bingo met de haperende microfoon’ is vele malen gekopieerd, zonder ook maar in de buurt te komen van het origineel. Wie ze nog nooit heeft gezien: er is eindelijk een dvd gemaakt, waarop zijn laatste voorstelling en een handvol hoogtepunten staan.
Sinds Koller zich laat bijstaan door Peter de Jong (ex Mini & Maxi) hebben de voorstellingen iets ‘extra’s‘ gekregen. Meer herkenning en diepgang. Om alles wat Koller doet kun je grinniken, lachen en schaterlachen, maar veel meer dan in het verleden is de lach verbonden met de traan. Dat is bij de torenhaan het geval – een fraaie variatie op die sneeuwpop uit een eerder programma – maar evengoed bij de baby met de enorme luier, die uit de box klimt en zijn eerste onbeholpen pasjes zet. Moeders moeten daar gegarandeerd vertederd van zuchten, zó mooi gedaan. Aan dit nummer heeft Eric Koller heel veel uurtjes kijken naar baby’s besteed. Datzelfde geldt voor het openingsnummer met de irritante bromvlieg.
Er zitten een paar stevige zakkers in dit programma, zoals Sneeuwwitje en de zeven dwergen en een act met bezems. En tijdens de première ging het slotnummer de mist in. En met slotnummers heeft Koller inmiddels een grote reputatie hoog te houden: Hij sloot een voorstelling ooit af met een heus waterballet op Johann Strauss’ Schöne Blaue Donau en aan het einde van zijn vorige show met de niet uit te spreken titel Hippopotomonstrosesquippedaliofobie (‘angst voor lange woorden’) onthulde hij een fabuleus gemaakt buizenorgel waarmee hij honderden papieren pijltjes de lucht in blies op de maat van Katchaturians Sabeldans. Nu probeert hij iets met een ventilator en wc-rollen. Het zal in de loop van het seizoen vast wel een keer goed gaan.

Eric Koller ‘Bull’. Gezien 26 nov Diligentia Den Haag. Info en speellijst: www.erickoller.nl

Yora Rienstra laat al haar talenten zien in ‘Aan jou heeft het niet gelegen’

23 november 2010 |

Foto: Corbino

Yora Rienstra heeft het theater in haar lijf en leden. Dat zagen we anderhalf jaar geleden toen ze een van de sterkste winnaars sinds jaren werd van het Amsterdams Kleinkunst Festival. En dat zien we dit seizoen bij haar debuutvoorstelling ‘Aan jou heeft het niet gelegen’. Een volwassen en zelfverzekerd debuut vol treurige personages, goede verhalen en liedjes die je aan het lachen maken en ontroeren.
Alle onderdelen kloppen aan dit programma, maar het grootste compliment is toch voor het geheel. Samen met Bas Hoeflaak (Droog Brood) heeft Rienstra een zeer fraai stuk gecomponeerd van anderhalf uur. Met nauwelijks een zwak moment. Een programma met veel ‘types’ of ‘personages’ zoals dit, houdt het gevaar in dat die de theatermaakster zelf aan het gezicht onttrekken, maar die van Rienstra hebben allemaal iets te melden. Ze doen het woord voor haar en als je dat dan bij elkaar optelt, krijg je een mooi beeld van haar belevingswereld. En die willen we echt leren kennen.
In het neerzetten van personages heeft ze alles mee: haar mimiek, lange lijf en stem. Met de regelmatig ten tonele gevoerde Els met haar (video)boodschappen voor boer Pelle en de slissende stand up comediënne Saskia, in het dagelijks leven sjosjiaal pedagogisj medewerksjter , krijg je echt te doen, ook al lach je om ze. Haar ‘scenes uit een huwelijk’ en ander klein leed zijn helaas maar al te herkenbaar.
Als je al een klein rafelrandje zou willen benoemen dan is het dat ze héél af en toe een beetje te gretig jolig wil doen terwijl ze daarmee juist een mooi moment verstoort. Haar publiek vat het tragikomische ook wel zonder dat het nog even wordt ‘gestuurd’ vanaf het podium.
Een van de memorabele onderdelen van ‘Aan jou heeft het niet gelegen’ is de scene waarin ze een van haar idolen weer even op het toneel laat weerkeren: Adèle Bloemendaal, met een verhaal over een trein vol vrouwen, op weg naar de Libelle Zomerweken. Gelijk gevolgd door een lied over van die ‘praktische vrouwen’ en even later een heuse meezinger, ‘Ik heb vandaag mijn snor gebleekt voor jou’. Hilarisch wordt het als ze de slissende Saskia een illusionistenact laat doen, waarin deze zichzelf van het podium laat verdwijnen met hulp van een enorme doos. Maar dan? Mooi stil wordt het als ze vertelt over een trip met haar vader naar de Grand Canyon.

En als je na zoveel veelzijdigheid nóg niet tevreden bent, dan trekt ze je met haar toegift, het liedje van het parkietje dat vrij wil fladderen en fluiten, gegarandeerd over de streep.

Yora Rienstra, ‘Aan jou heeft het niet gelegen’. Gezien 20 nov. Bellevue Amsterdam. Tournee t.m 5 juni 2011. Info en speellijst www.yorarienstra.nl en www.hummelinckstuurman.nl

‘Die lui zaten alleen nog maar naar Walt Disneymusicals te kijken en verder gebeurde er helemaal niks meer.’ Nederland schreeuwde om cultuur.

21 november 2010 |

Hoe machtig is een schreeuw in combinatie met de macht van het getal? Dat vroeg je je zaterdagavond toch af na afloop van de landelijke actie Nederland Schreeuwt om Cultuur. Vijfenzeventigduizend mensen hebben landelijk hun ongenoegen laten blijken over ‘de botte, nietsontziende bijl’ die het ‘visieloze kabinet Rutte’ wil hanteren bij het bezuinigen op kunst en cultuur. Twintigduizend ervan stonden op het Leidseplein in Amsterdam.

Freek de Jonge was ’s avonds in ‘Met het oog op Morgen’ lichtelijk teleurgesteld. Maar die had dan ook een kwart miljoen deelnemers verwacht. Misschien was dat wel iets te optimistisch. Twintigduizend per provincie, dat moest toch kunnen, dacht de cabaretier op voorhand. Hoe dan ook, in de grote steden, cultuurbolwerken van oudsher, was de opkomst behoorlijk en ging het geschreeuw – en af en toe ook het gezang – menigeen door merg en been. Verder lezen

Leve de man van de SVP van je hieperdepiep… Houzee!

10 november 2010 |
Beste heer Jan Kwakman,
Uw vlammende betoog onder de titel ‘Leve de man van de SVP’, in een afgeladen Koningstheater in Den Bosch, heeft mij deze week doen besluiten bankzittend gedooglid te worden van uw politieke partij SVP. Het is mij nog niet geheel duidelijk of wij hier spreken van een partij, dan wel een beweging, maar u hebt mij als leider overtuigd van de nutteloosheid van democratische besluitvorming. Immers, u hééft alle briljante ideeën en plannen al om het zieltogende Nederland het laatste zetje te geven om tot één groot geinig Volendam te verworden.
Wij kunnen vanaf nu rustig slapen. Of, naar keuze, achter u aanmarcheren, ‘Leve de man van de SVP, van je hieperdepiep…. Houzee!’ schreeuwend. Op de maat van het hoogste cultuurgoed dat ons land dan rijk zal zijn, uw zelfgeschreven palingmuziek. Ik maak van deze gelegenheid gaarne gebruik u te  prijzen voor uw schaamteloze vorm van humor en uw gave het beledigen te verheffen tot kunst. Het kapsel van uw politieke kompaan uit Venlo verbleekt er bij.
Wel moet ik u er fijntjes op wijzen dat de aanhangers van zijn gedachtengoed zijn grappen en grollen en beledigingen serieus nemen, terwijl úw aanhangers zich meermalen ziek lachen om uw ordinaire uitspraken en platte oneliners. Indien u  zich als een ‘Soort Van Pim’ een weg wilt vechten naar Den Haag, is dat misschien nog een punt van aandacht. Het zou jammer zijn dat het partijprogramma dat voorziet in een compleet blank Nederland waar iederéén het water aan de lippen zal staan, verloren gaat in geschater vanuit de onderbuik.
Mocht u een minister van Desinformatie en Propaganda nodig hebben, dan neem ik nu vast een voorschot daarop door uw – uiteraard zwaar gesubsidieerde – spreekbeurten aan te prijzen.  Daarbij zullen wij moet waken dat u niet slechts voor eigen vingeraflikkende parochies preekt. Oók  de Linksmensch dient kennis van u te nemen. Uw gedachtegoed, gebaseerd op de vier V’s (Vrijheid, Verantwoordelijkheid en VorstVerlet) zal hem zeker aanspreken. Uw boodschap dat groot intellect zinloos is als je er niks bij te neuken hebt, is van te grote importantie niet gehoord te worden. Datzelfde geldt voor uw pleidooi voor een terugkeer naar de overzichtelijke man-vrouw verhouding uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. En voor uw verregaande maatregelen religies en hun aanhangers het land uit te bonjouren. Dat u niet van racisme en discriminatie beschuldigd kunt worden bewijst u met het partijstandpunt over homoseksuelen. Dat hebt u immers overgenomen van een Marokkaans bontkraagje.
Het is vooral ontroerend dat u, terwijl u voortdurend wordt bedreigd – waarvan u kond deed in uw lezing ‘Voor Volk noch Vaderland’ – niet versaagt en nu opstaat als onze grote sterke leider. Ontroerend ook dat u en uw gezin ons zelf al zijn voorgegaan in de speurtocht naar de ware vaderlandsche cultuur. Hulde tenslotte voor uw nette pak en uw heldere toekomstvisie dat het leven k-u-t is en dat zo zal blijven als de SVP aan de macht komt. Dank u voor uw inzichten en weer een avond van bekommerd schateren.
Met waarlijke hoogachting,
André Manuel, Leve de man van de SVP. Gehoord: 9 nov. Koningstheater Den Bosch. Eerstvolgende verkiezingsbijeenkomsten: za. 13 nov. De Kolk Assen; 16 t.m. 20 nov. Kleine Komedie Amsterdam. Info en spreeklijst: www.jankwakman.nl

Een avondje dolgelukkig met Hadewych Minis en Mike Boddé

7 november 2010 |

Foto: Karoly Effenberger

Je doet Mike Boddé heel erg tekort door hem in het hokje van de ‘cabaretiers’ te plaatsen. Mike Boddé is een begenadigd musicus en ja…., zijn humor en fantasie doen het ook uitstekend op een cabaretpodium. Dat je Hadewych Minis in ernstige mate te kort doet als je haar alleen als ‘actrice van Toneelgroep Amsterdam’ ziet, weten we nu ook. Met ‘Gelukkig met Hadewych en Mike’ levert de combinatie Boddé en Minis een krankzinnig leuk avondje muziektheater af.

Zelden een duo gezien dat op papier helemaal niet kan, maar dat een wonderlijk stel wordt, dat ondersteund door een trio muzikanten een hele zaal een beetje naar adem kan laten happen. En dan niet omdat je achteroverslaat van de techniek, welnee. Boddé op een vleugel, ja, dat is vaak virtuoos, maar op Minis basgitaar- en vioolspel en heftige gebaren en danspassen valt van alles aan te merken. Hetgeen bij deze gezegd is. Voor deze voorstelling geldt: ‘als je wat te zeiken hebt, doe het dan niet hier’.
Schuchter komen ze op en ontmoeten ze elkaar. Zo is het waarschijnlijk ook in het echt gegaan met de cabaretier en de serieuze actrice. Ze weten van elkaar weinig, maar hij probeert eens wat met die vleugel die er toevallig staat. Zij begint te zingen: ’I’m blood and bones’ en vanaf dat moment klikt het. Met elkaar en met ons allemaal. Er ontstaat chemie. Die sfeer houden ze de hele avond vast. Zij is het meisje in de snoepwinkel, dat zich eindelijk eens lekker mag uitleven in rock, punk, jazz, evergreen, levenslied, Spaans, Duits en zelfs Limburgs; hij zorgt voor de humor, het dolletje, de parodie en kijkt net als wij verbaasd toe hoe Minis een fraai zingende actrice wordt. Of toch een acterende zangeres?
Net als in de voorstellingen met zijn kompaan Thomas van Luyn laat Boddé horen dat hij, naast de smakelijk vette happen meligheid die hij tussen de bedrijven door serveert, zijn muzikale klassieken kent en van alle markten thuis is. Minis hangt de popster uit met ‘This Feel’ en Boddé croont daaropvolgend bloedserieus ‘Everybody’s fucking but me, my dick is only usefull when i pee’ (‘Iedereen neukt behalve mij, mijn lul is alleen nuttig als ik zeik’).  Zij gooit ’t strakke lijf in de strijd en speelt de geile vedette, het verlegen zangeresje, het brutale punkmeisje…, hij roept de troepen daarna bij elkaar voor een nummertje hillbilly. En laat dan van ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld geen spaan heel door het te spelen en zingen in de stijlen van Hazes, Doe Maar, Vader Abraham, Elvis Costello, Trafassi en Andre van Duin. Waarna Minis weer fascineert met ‘Mein Sohn’ van Berthold Brecht of met een fraaie versie van Joe Jacksons ‘Look Sharp’.
Allemaal leuk. Je bent net in de achtbaan geweest op de kermis en vervolgens waan je je een jochie in het dorpshuis, waar het eerste optreden plaatsvindt van het bandje van je vrienden. Met Minis als zingende bassiste, die als een bezetene op die snaren staat te raggen.
Het is een avond vol verrassingen en vondstjes. Het enige dat ontbreekt is een moppie klassiek, maar verder geen klagen. En de uitsmijter blaast op geraffineerde wijze de zaal nog even op: ‘The Cross’ van Prince. Uit de tenen komt het, want daar zit nog dat laatste druppeltje passie van de top-avond.

Ter ilustratie: Mein Sohn van Brecht door Gisela May

Gelukkig met Hadewych en Mike. Gezien: 5 nov. Diligentia Den Haag. Info en speellijst: www.harrykies.nl

Nergens een klik, nooit eens fijn in het gehoor, Roy Aernouts ontregelt alleen

1 november 2010 | 2

foto Jaap Reedijk

De A2 van Amsterdam naar Utrecht betekent in het leven van deze theaterrecensent al vele jaren een half uurtje bezinning. Je hebt cabaret gezien en terwijl je met 120 – als kunst en cultuur straks zijn weggejorist mag je misschien wel 130!! – kilometer per uur over het asfalt snort, ontstaat een idee, een eerste regel, een mening en nestelt zich het gevoel dat je bij de voorstelling had. Die ga je straks opschrijven.

Het gebeurt zelden tot nooit dat er niks komt. Dat je geen idee hebt waar je deze zondagavond in De Kleine Komedie in Amsterdam naar hebt zitten kijken en luisteren. Maar dan besef je je ineens dat je daar ook geen ruimte voor had, want je hebt je voortdurend zitten irriteren. Maar waaróm precies? Van Roy Aernouts uit België, ooit winnaar van het Leids Cabaret Festival en nu bezig aan zijn tweede programma, kun je toch onmogelijk zeggen dat hij ‘slecht’ is?
Integendeel, hij is intelligent, hij ontregelt, verwart en provoceert. Dat zijn toch ingrediënten die bij goed theater horen. Die opmerkingen bij zijn eerste programma ‘Alles Altijd en Overal’ kunnen blijven staan bij zijn nieuwe voorstelling ‘Parabel van het Probleem’. Opnieuw is hij niet te vangen in een stijl, hij creëert zijn eigen. Punkcabaret is het al genoemd, muzikaal theateraal cabaret, met Hannes d’Hoine op contrabas en Craig Ward op gitaar.
Samen maken ze iets waar je niet bij kunt komen. Ze staan en zitten daar en ze sluiten je buiten. Je wilt er ook helemaal niks mee krijgen, ze beginnen je mateloos te irriteren, je gaat er van gapen. Ze maken ontzettend lelijk cabaret. Met lelijke melodieën, lelijke teksten die niet rijmen. Alsof gesprekjes die je bij het afwassen hebt, op een muziekje zijn gezet. Als het al een keer rijmt, dan ontstijgt het vaak het schuifdeurengehalte niet.  Lelijk is ook de arrogantie en onverschilligheid waarmee  Aernouts  en zijn muzikanten het publiek tegemoet treden, verstopt achter wat glimlachjes.
Je kijkt er naar, je luistert… maar je krijgt er nergens een fijne klik mee. Nooit eens fijn in het gehoor, zelden een bevrijdende schaterlach, zelden iets  herkenbaars, nergens iets waar je een boodschap aan zou willen hebben. Je wilt er niet eens een touw meer aan vast knopen, als je dat al zou kunnen.  ‘Wat kan mij het schelen’, denk je. Als je dan op de A2 de balans opmaakt, kom je met moeite tot de constatering dat je lelijke liedjes hebt gehoord die wel mooi gezongen werden, met mooie begeleiding en die over ‘problemen’ schenen te gaan.
Maar dat zal toch niet? Dat een jonge, muzikale, talentvolle Vlaming, die ook in zijn eerste programma geenszins overtuigde maar die een vorm en een intelligentie aan de dag legde die meer dan nieuwsgierig maakte, een nietszeggende en vervelende opvolger heeft gemaakt?
Als theater je alleen maar met vragen opzadelt en je niet eens volle overtuiging durft te schrijven dat het kut met peren was, dan wordt een mens daar bloedcharijnig van. Eén ding moet je Roy Aernouts uit Antwerpen dus nageven: hij ontregelt.
Roy Aernouts, Parabel van het Probleem. Gezien 31 okt. Kleine Komedie Amsterdam. Info en speellijst: www.harrykies.nl en www.royaernouts.com

Genoeg gezeurd. Want met dit overzichtsprogramma van Kommil Foo met gepeperd tango-orkest is het niet zo moeilijk de sores van de buitenwereld te vergeten

26 oktober 2010 |
Ja…, het is echt crisis in het theater. Anders valt het niet te verklaren dat er nauwelijks vijfhonderd toeschouwers afkomen op de Hollandse première van ‘Kommil Foo de Luxe’ in Carré van de gebroeders Walschaerts en het Orquesta Tanguedia. Zet de winnaars van de VSCD-cabaretprijs Poelifinario 2005 vier avonden in de Kleine Komedie, een kilometer verderop aan de Amstel, en vijf avonden is het stijf uitverkocht.
Maar dat is dan wel voor een regulier programma met een kop en een staart. Bij een overzicht van ruim twintig jaar liedjes, grappen en grollen zoals dit ‘De Luxe’ is, spelen andere elementen een rol.  Een belangrijke cabaretprijs is snel weer vergeten en Kommil Foo heeft niet dezelfde zuigkracht als Youp van ’t Hek. Die staat de komende vier weken in Carré. ‘Jaloerse tongen’ beweren overigens al dat hij op een strategisch goed moment zijn twitteractie tegen T-Mobile is begonnen. Slimme marketing om de zaal voller te krijgen. Maar dit geheel terzijde.
Misschien speelt bij een overzicht, een best of… ook het idee dat de theatermakers even een creatieve pauze nemen. Dan neemt het publiek ook even pauze, zeker in tijden dat het geld niet op de rug groeit en de randjes vet worden weggesneden. Een crisis in het theater ziet er gewoon een beetje treurig uit, zoals maandag in Carré. Gelukkig gaat het licht uit, dan vergeet je het.
Genoeg gezeurd. Want met dit overzichtsprogramma van Kommil Foo is het niet zo moeilijk de sores van de buitenwereld te vergeten. Oud….., of liever: bestaand werk, is geweldig opgepoetst door de nieuwe arrangementen van Gwen Cresens, orkestleider en bandeonist van Orquesta Tanguedia, een tango-octet dat verder bestaat uit strijkers, gitaristen en een pianiste. Raf en Mich Walschaerts hebben in de loop der jaren prachtige nummers geschreven, wat teksten betreft.
Tijdens hun voorstellingen van het afgelopen decennium wenste ik wel eens wat meer variatie in sferen, een beetje peper. Dit tango-orkest is die peper. Hun toch altijd al  ontroerende ‘Ruimtevaarder’ (‘meester Frank, ik kom waarschijnlijk morgen niet naar school..’) over het jongetje dat het heelal wil ontdekken en vindt dat de d’s en de t’s geen nut hebben op Mars, wordt met strijkers en bandeon ook schitterend op muzikaal gebied. Hetzelfde geldt voor nummers als ‘Het Verdriet’, ‘Speer’, en ‘De Volgende’, een lied vol ingehouden woede over God.
Wie Kommil Foo kent, wacht niet alleen op liedjes, maar ook op hun verhalen, rare fratsen en slapstick. Ralf en Mich hebben een aantal legendarische sketches op hun naam staan, waaronder die in het restaurant, waarin een colbert tot leven komt. Die zit uiteraard in dit programma. En het verhaal van de grote overstroming van achter naar voren verteld. Uit hun met de Poelifinario bekroonde programma ‘Spaak’ komt de vertelling van de prins van je leven en de prins van je dromen. Ja…, het leven, de liefde, de vriendschap, je zou willen dat ze zijn zoals in je dromen. Maar de mens neigt ernaar zijn dromen te vermoorden en de naakte waarheid als een onomkeerbaar gegeven te accepteren. Die treurige boodschap maken de Vlamingen draaglijk met subtiele humor en vooral prachtig taalgebruik.
‘Kommil Foo de Luxe’, Kommil Foo met Orquesta Tanguedia. Gezien: 25 okt. Carré Amsterdam. Info en speellijst www.mojotheater.nl en www.kommilfoo.be

Marijke Boon maakt nog steeds liedjes om te giechelen

25 oktober 2010 |
Kent u dat….., als u iemand een tijd niet hebt gezien en dat het net lijkt alsof ze even naar het toilet is geweest als ze weer voor uw neus staat? Nou, zo’n gevoel heb je in het theater bij de Utrechtse zangeres van het vrolijke levenslied, Marijke Boon. Sinds 2005 niet veel meer van vernomen, op een korte tournee in 2008 na. De wereld is intussen doorgeraasd, cabaret en kleinkunst zijn in een hogere versnelling gezet en kijk nou…. daar heb je La Boon weer, die het podium oploopt alsof er niks is gebeurd.
Het valt niet te ontkennen: Marijke Boon is anno 2010 een nog vreemdere eend in de bijt geworden dan ze altijd al was. Gepokt en gemazeld op straat en in café’s met Stef van der Linden in het vermaarde zangduo De Boli’s kwam ze vijfentwintig jaar geleden in het theater terecht.  Met ‘Liever Gladiolen’, een zeer bijzonder project: speciaal voor haar maakten kunstenaars als Moesman, Mutsaers en Gubbels een schilderij, een ‘smartlap’ bij haar levensliederen. En met dergelijke combinaties van beeldende kunst en liederen vestigde Boon haar naam in de kleinkunstwereld. En op Oerol en De Parade, omgevingen waar ze erg goed op haar plek is.
Ze maakt ‘giechelliedjes’, nog steeds. Liedjes om van te giechelen en die soms even prikken. In Boon’s Best zitten – in tegenstelling tot de titel doet vermoeden- maar een handvol klassiekers van haar hand en die kunnen de Boonvolgers nog moeiteloos meezingen: ‘Een jurk met rozen’, ‘Geprobeerd een hitje te schrijven’ of  ‘Verlangen brandt’. De rest is nieuw werk, dat in hetzelfde bekende jasje is gestoken: zij speelt de accordeon, Michel Lamers de klarinet, saxofoon en dwarsfluit en ze keuvelt tussendoor wat met haar publiek.
Je kunt zeggen: maak eens een beetje voort. Maar dat is een aansporing voor hedendaagse cabaretiers en kleinkunstenaars. Daar is zij niet van. Je moet weten waar haar vorm van theater vandaan komt. Kom je onvoorbereid binnen als cabaretliefhebber, dan heb je echt een probleem. Marijke Boon trekt nog steeds een  fijne feestjurk aan met gekke schoentjes en heeft geen zin in gelikte praatjes. Liever quasi knullig, een beetje amateuristisch. Alsof de straatmuzikante even overdekt is gaan zitten en maar wat uit de mouw schudt.
Maar let op hè: er komen nog steeds regels uit haar mond die gehoord dienen te worden: ‘Als een lift liet jij me zakken, in de schacht van het verdriet’. Mooi toch? Dat is nou een Boontje. En deze: ‘Het was een fijne nacht, maar hoe héét je ook al weer?’ Of ‘In de hooiberg van het leven, zoekt eenieder naar zijn speld’. En de laatste: ‘Ik ruk op onze lits jumeaux, de kleren van zijn lijf. En als hij geen erectie heeft, dan vloek ik ‘m wel stijf’. Kom daar nog maar eens om heden ten dage.
Dat zijn toch voldoende argumenten om de vraag te onderdrukken waarom ze toch zoveel kansen laat liggen om met haar lijzige uitstraling en vermoeide blik en haar talent voor het schrijven van een scherp lied de tijdgeest eens flink te kakken te zetten. Zoiets trekt ze zich toch niet aan. Boon is Boon en zo hoort het ook. Alles verandert, maar sommige dingen blijven hetzelfde en dat is dan ook wel weer geruststellend.
Boon’s Best, Marijke Boon & Michel Lamers. Gezien: 24 okt. Theater Kikker Utrecht. Eerstvolgende voorstellingen: 29 okt. De Deel Maarssen; 4 nov, Bonheur Rotterdam; 6 nov. De Harmonie Leeuwarden. Info: www.marijkeboon.nl

Diederik van Vleuten maakt prachtig documentairecabaret

22 oktober 2010 | 2

Foto: Klaas Koppe

Ja, eerlijk gezegd hielden we als cabaretvolgers ons hart een beetje vast toen Diederik van Vleuten na het eindigen van het duo Van Vleuten en Van Muiswinkel aankondigde met een solovoorstelling te komen. Niet dat je dit niet toevertrouwt aan deze bedachtzame helft van het voormalige beste cabaretduo van het afgelopen decennium, maar hij kondigde aan een hele avond te gaan vertellen over zijn oom Jan. Een échte Oom Jan dus. Geen theater-oom Jan.

,,Wie is in godsnaam die oom Jan van je,’’ riep zijn impresario toen hij het aan haar voorlegde. Nou, woensdagavond, rond half elf, wist ze het en met haar nog honderden anderen in de Stadsschouwburg van Velsen. Oom Jan van Vleuten was een man met een neef, Diederik, die fantastisch kan vertellen en hem weer tot leven brengt, ruim twintig jaar na zijn dood. Jan vond zichzelf niet zo’n boeiende man, maar hij leefde in een uiterst boeiende tijd. En hij heeft zijn leven, liefde en lijden opgeschreven in vier cahiers uit de kantoorboekhandel. Daar is Van Vleuten’s ‘Daar werd wat groots verricht’ op gebaseerd.
Van Vleuten vertelt en zingt over het leven van zijn voorouders, dat zich grotendeels afspeelt in Nederlands Indië in de vorige eeuw. Je vraagt je af: wat boeit dat nou? Wie wil dat nog horen? Dan moet je minstens vijftig zijn en nog uit de tijd dat er op school nog werd onderwezen dat Indonesië vroeger door ons werd bestuurd en leeggeroofd.
Vijf minuten na opkomst hoef je die vragen niet meer te stellen. Zo lang heeft Van Vleuten nodig je ervan te overtuigen dat dit een fijne vertelavond wordt. Over dingen die zijn gebeurd in een eeuw die zijn gelijke niet kende. Geen actuele grappen, geen waan van de dag, maar een boeiende documentaire in woord, een fascinerende monoloog over ons pijnlijk verleden, verpakt in een vorm die alleen in Nederland bestaat en die alles zo mooi kan relativeren: cabaret. Herkenbaar voor de generatie die het heeft meegemaakt en een boeiend nieuw verhaal voor hen die later werden geboren of op school de plantjes water gaven tijdens de geschiedenisles. Vol humor, zijpaden, fraaie ironie en sarcasme, want Van Vleuten schuwt niet de racistische uitwassen uit onze koloniale tijd te benoemen en te bezingen in enkele sterke liedjes van Jan Boerstoel.
Als de meesterverteller eindelijk een grote foto van oom Jan uit de coulissen haalt, kennen we de man al door en door en hebben we hem in ons hart gesloten. Van Vleuten doet eindelijk wat hij al zo lang wilde doen en waar hij in ‘Antiquariaat Oblomov’,  het meesterwerk met compaan Van Muiswinkel, al over mijmerde: weg van de waan van de dag, weg van de makkelijke grap. Dat houdt in dat ‘Daar werd wat groots verricht’ geen cabaret is voor ADHD’ers en mensen met een kortere spanningsboog dan twee uur. Dat is, moet gezegd, inderdaad een lange zit waarin het soms even moeilijk is de aandacht vast te houden, vooral na de pauze. Maar dat doet niets af aan het gegeven dat Van Vleuten, samen met regisseur Berend Boudewijn echt iets groots heeft verricht .

Daar werd wat groots verricht, Diederik van Vleuten. Gezien: 20 okt. Stadsschouwburg Velsen, IJmuiden. Eerstkomende voorstellingen: 4 nov. De Meersse Hoofddorp; 5 nov. Van  Beresteyn Veendam; 6 nov. Schouwburg Amstelveen. Tournee t.m. mei 2011. Info: www.diederikvanvleuten.nl

Bij Alex Roeka hoort een band met passie

12 oktober 2010 | 1
Zanger en dichter Alex Roeka zingt over een schemerige wereld van de gevaarlijke en verleidelijke stad, hoerige types in kroegen, drank, het gebrek aan echte liefde, de onrust die hem kwelt en de tijdgeest die stinkt en hem vreemd is. Ook op zijn nieuwste cd en theaterconcert met de titel ‘Zachtaardig Vergooid’ laat Roeka de geluiden weer horen waarmee hij al jaren een flinke schare fijnproevers aan zich bindt.
Hij heeft het een tijdje niet gedaan. In zijn twee vorige voorstellingen Hadeskade en Beet van Liefde – bekroond met een Edison – hoorden we hoop, hartstocht, passie en ineens…. onuitsprekelijke vreugde omdat hij verdronk in een allesomvattende liefde in Antwerpen. Beet van Liefde was een overweldigende schets daarvan. Persoonlijker kon een concert nauwelijks zijn.
Maar hoort, daar is de onrust weer, die hang naar de kroegen, met de dromers aan de bar die verloren liefdes onder in hun glas zien, het verlangen naar verre oorden. Hij zingt en vertelt in het theater over de eerste scheurtjes, over de liefde die niet vanzelf gaat, maar waarvoor gewerkt moet worden. En de trouwe volgers beginnen zich wat zorgen te maken. Wát wordt er ‘zachtaardig vergooid’?
De cd is in één klap binnengekomen op 37 in de Top 100 van best verkochte albums. Ga er voor zitten en luister en het is volkomen terecht. Dit is opnieuw een parelketting van Nederlandstalige liederen, met weer een aantal dat extra glanst: ‘Gestreeld en gekrast’, ‘Ik wil het einde zien’, ‘De schommel van de liefde’, ‘Ik ben een renner’ en een hele échte Roeka aan het einde: ‘Dansen op de bodem van de nacht’. De stem wordt steeds minder gruizig, de taal is beeldend en ronkend, de muzikale begeleiding is rijk en mooi, de arrangementen evenzo en de opnames zijn helderder dan ooit.
Op de cd is nog maar één van zijn trouwe muzikale companen te vinden, waarmee hij de afgelopen tien jaar door Nederland en Vlaanderen trok. Geen toetsenist en arrangeur Jaco Benckhuijsen, geen Peter van Os, de geweldenaar op ondermeer accordeon. Ze begeleiden hem wél, aangevuld met twee nieuwelingen op bas en drums, op zijn theatertour.
Was dat de reden dat het concert dat Roeka maandag in de Amsterdamse Kleine Komedie gaf nauwelijks momenten van magie kende die de groep zo kenmerkten? Momenten waarbij je even naar dat podium toe wilt kruipen om tussen die muzikanten te gaan zitten. Op het podium stond een kleine man prachtige teksten te zingen, maar hoe hij het ook uit zijn tenen probeerde te halen, hij stond er alleen voor.
Zijn vier muzikanten lieten hem in de steek en hadden kennelijk ‘another day at the office’: nauwelijks een spoor van betrokkenheid met muziek en tekst. Die plichtmatigheid vloekte verschrikkelijk met de intimiteit, de bevlogenheid en de woeste passie die Roeka en zijn muzikanten tot een intrigerend fenomeen in de theaters hebben gemaakt.
Een theaterconcert is nog steeds een samengesteld woord.
Alex Roeka, Zachtaardig Vergooid. Gezien: 11 okt. Kleine Komedie Amsterdam. Eerstkomende concerten: 16 okt. Blauwe Zaal Utrecht; 22 okt. Ancienne Belgique Brussel; 3 nov. Schouwburg Almere. Info en speellijst: www.alexroeka.nl

Jeroen Leenders wint, maar mooie finale Leids Cabaret Festival kent geen verliezers

14 februari 2010 |

Door Ruud Buurman

Er viel wel iets voor te zeggen dat de Vlaming Jeroen Leenders zaterdagavond het Leids Cabaret Festival won. Al was de meerderheid van het publiek het er niet mee eens, want die wees Emilio Guzman aan als beste van de drie finalisten.

Na de drie optredens van deze finale van de 32ste aflevering, een van de meest vermakelijke en kwalitatief hoogstaande festivalfinales in vele, vele jaren, was  het in de wandelgangen zo klaar als een klontje wie zou winnen. Sara Kroos en haar band, die het gastoptreden gingen verzorgen terwijl de jury aan het beraadslagen zou gaan, zou na vier nummers kunnen stoppen. Verder lezen

Veel soul, weinig cabaret bij Lucretia

9 februari 2010 |

foto Paul Tolenaar

Tekst:  Ruud Buurman

Het is maar even, maar het geeft aan dat Lucretia van der Vloot wel degelijk vinnig en grappig kan zijn. In haar nieuwe muzikale show ‘Soulcabaret’ vervloekt de Amsterdamse met de gouden strot Wendy van Dijk, die als dikke negerin, háár naam heeft gepikt, terwijl de echte Lucretia jarenlang alle mogelijke moeite deed een strak lijf te krijgen.

Dat was het dan wat betreft ‘cabaret’, de tweede helft van de titel. Want de rest van de verbindende praatjes zijn te onschuldig, te obligaat en soms te geforceerd om een concert om te vormen tot een cabaretprogramma. Een beetje hulp van een goede tekstschrijver zou hier geen kwaad kunnen, als Van der Vloot de praatjes tussendoor ook van toegevoegde waarde wil laten zijn. Verder lezen

Romanticus Van Merwijk gaat multimediaal

1 februari 2010 |

Door Ruud Buurman

Al twintig jaar ligt heel het Nederlandse volk aan het stompzinnigheidsinfuus, aangelegd door Hilversumse omroepbaasjes en uitgevers van kranten en tijdschriften. Héél het Nederlandse volk? Nee, een kleine groep blijft moedig weerstand bieden, aangevoerd door Jeroen van Merwijk, cabaretier, schrijver en beeldend  kunstenaar. Van wiens programma’s -  zo meldt hij quasi-verongelijkt in zijn nieuwe voorstelling ‘Dat moet meneer Van Merwijk nodig zeggen’  -  nog nooit één seconde op tv is uitgezonden.  Verder lezen

Cabaretfestivals leveren nog zelden een grote naam op

29 november 2009 | 1

Door Ruud Buurman

Ooit, lang geleden, zag je tijdens een cabaretfestival nog wel eens iemand op het podium staan waarvan je wist: dat wordt een grote. Hans Teeuwen, Theo Maassen, Marc-Marie Huijbrechts, Wim Helsen, Sara Kroos, Najib Amhali, De Vliegende Panters en Droog Brood kwamen allemaal voor het eerst in beeld tijdens Cameretten, het Leids Cabaret Festival of het Amsterdams Kleinkunst Festival. Het talent spatte er al direct vanaf. Verder lezen