Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Cultuurpers | 28 July 2014

Scroll to top

Top

Berichten vanAlles over de auteur - Cultuurpers

Pure contactimprovisatie en vechtsport in confronterende performance van Japanse dansgroep contact Gonzo

21 april 2011 | 1

Contact Gonzo

 

Met hun naam verwijzen de vijf Japanners van contact Gonzo naar de gonzo-journalisitiek van wijlen Hunter S. Thompson. Rauw, hard en subjectief. Thomspon liet in zijn stukken ook zien hoe hij werkte. Contact Gonzo warmt op tijdens de voorstelling, maakt met wegwerpcamera’s kiekjes van elkaar en geeft de waterfles door. Gonzo-style: wat je ziet, is wat je krijgt.

Contact Gonzo houdt zich aan eenvoudige regels. Bijvoorbeeld zwaartekracht: springen en neerkomen. Of aantrekken en afstoten: duwen, trekken, zoals een rugbyscrum. Daarmee raken ze aan minimal art die zich hield aan een set parameters; men denke aan Sol LeWitt. Verder lezen

Current 93 overleeft de malaise van de muziekindustrie op een dieet van veel liefde en hondstrouwe fans

4 april 2011 |

Berichten over de ineenstortende muziekindustrie zijn niet van de lucht. Overleven doe je naar verluidt als muzikant niet meer op grond van plaatverkoop (alleen). In nichegenres valt echter goed het hoofd boven water te houden. Zo bewijst ook de band Current 93, die afgelopen week in Stadtgarten, Keulen concerteerde.

Veel live spelen en merchandise verkopen lijkt het gulden devies voor wie wil overleven in een muziekindustrie die het niet meer van de platenverkoop moet hebben. Of: zoveel mogelijk zelf doen. Dat bewijst Einstürzende Neubauten bijvoorbeeld. Deze Berlijnse industrialband laat fans voor-intekenen op de nog te verschijnen plaat, waardoor de groep de fondsen verzamelt om die plaat ook te kunnen maken. Dat kan al met een relatief kleine kring van een paar duizend ‘believers’. Een tournee na het verschijnen levert dan – met de gages en aanvullende merchandise – de nodige extra financiën op en zo houden de Berlijners het al een tijd prima vol.

Veel spelen is aan David Tibet en zijn apocalyptische folkband Current 93 niet besteedt. Vijf shows op rij en dan weer huiswaarts: de ‘gentlemen’s tour’ noemt Tibet dat. Op 24 maart verscheen het nieuwe album ‘Honeysuckle Aeons’ en vijf dagen later stond Current 93 in de Keulse Stadtgarten.

Van de tournee-opbrengsten moet Tibet het niet hebben. Hij treedt weinig op en in Stadtgarten passen nog geen vijfhonderd man, bij kaarten die maar twintig euro kosten. Wel laat Tibet zijn platen ook voorfinancieren en brengt hij bijzonder materiaal op de markt in kleine oplagen. Speciaal voor de Keulse fans maakte hij twee zeefdrukken die alleen op de show te koop waren en gretig aftrek vonden.

Tibet slaagt erin buiten de ondergang van de muziekindustrie te blijven, omdat hij alles wat hij doet met liefde en oog voor kwaliteit doet. Of hij nu live optreedt, een plaat opneemt of een boek met teksten schrijft. Een nieuwe release van Current 93 is steevast vlekkeloos opgenomen, steekt in de prachtigste hoezen en kent geen ‘fillers’. Een concert van Current 93 is een zeldzaamheid (al speelt de groep dit jaar verrassend vaak, vergeleken bij maar twee Londense concerten in 2010) en tegelijk een ervaring waarover velen aan vrienden en bekenden zullen vertellen. De intensiteit van de shows leidt tot ware catharsiservaringen: de toeschouwers voelen zich verbonden met de muziek, de maker en elkaar.

Devotie is fans van Current 93 eigen. Zij zullen de volgende plaat dus hoogstwaarschijnlijk met alle liefde voorfinancieren. Zij zullen ook vallen voor de uitgekiende merchandise. Zij zijn doordrongen van de zeldzaamheid van de concerten en tekenen dus op zeker present. Zij zijn over het algemeen zo vol van de platen en concerten dat ze anderen erover vertellen en (proberen te) bekeren. Een trouwe fanschare die ook nog werkt als levende reclamezuil én propagandamachine: wat kan een artiest zich nog meer wensen? Current 93 overleeft zo de alomtegenwoordige apocalyps in de muziekindustrie met glans en dat al jarenlang. Waar in de mainstream van de pop en rock steen en been geklaagd wordt, blijken niches als industrial en apocalyptische folk in ieder geval springlevend.

Gezien: Current 93, Stadtgarten, Keulen, Duitsland, dinsdag 29 maart 2011

Dood Paard trekt stoute schoenen aan en zwaait Shakespeare uit in ‘Bye Bye’

21 maart 2011 |

Foto: Sanne Peper

Het Amsterdamse gezelschap Dood Paard vertaalde zelf Shakespeare’s ‘Othello’ en zwaait met ‘Bye Bye’ de bard uit. Het eigenzinnige collectief brengt een anderhalve uur durende actuele zedenschets en zielenspiegel, waarin wijzen naar ‘De Ander’ centraal staat.

Shakespeare’s stukken worden nogal eens heel eerbiedig opgevoerd. . De bewierookte ‘bard’ uit Stratford-upon-Avon heeft de Engelse taal bovendien talloze uitdrukkingen geschonken die tot op de dag van vandaag in zwang zijn. Sommige van zijn tragedies kunnen op de hedendaagse toeschouwer wel eens plat en soapachtig overkomen. Wat mij betreft geldt dat ook voor Othello. Geen enkel diep-menselijk gevoelen van liefde en jaloezie, ambitie en wraak, blijft de personages in die klassieke jaloezietragedie bespaard en dat wordt ook nog eens breed uitgemeten. Zelf zie ik dan ook weinig verschil met de bordkartonnen figuren uit soapseries als As the World Turns of Goede Tijden, Slechte Tijden.

Kuno Bakker en Gilles Biesheuvel van Dood Paard lijken met hun vertaling van ‘Othello’ die ze samen met Chaib Massaoudi ten tonele voeren, die visie te onderschrijven. De verhandeling over hoe animaal de nobelste mens is, is in hun handen een middel om niet voor de zoveelste keer de grote thema’s van liefde en jaloezie te benadrukken. Hun Othello gaat niet ambitie en wraak, maar concentreert zich op ‘het wijzen naar De Ander’.

Dood Paard laat ‘Bye Bye’ beginnen met de Marokkaanse acteur Chaib Massaoudi. Hij komt op met een overheadprojector en stoel, alsof hij een hulpje of roadie is. Hij steekt de stekker in het stopcontact, arrangeert de sheets en steekt plotseling in het Arabisch (of Berbers?) van wal. Hij vertelt hoe een kamermeisje in een hotelkamer het toegetakelde lijk van een vrouw vindt: anoniem en ontdaan van iedere persoonlijkheid. Daarna komt Biesheuvel binnen. Hij steekt in gezwollen Nederlands van wal en degradeert Massaoudi letterlijk tot zijfiguur: hij blijft tegen een zijwand zitten en neemt geen deel aan de handeling. Soms wisselt hij een sheet op de overheadprojector en hij mag (of moet) de muziek aansturen. Massaoudi is nog net goed als arbiter tussen Biesheuvel en Bakker wanneer ze er niet uitkomen wie Othello mag spelen. Hij, de buitenstaander, ‘De Ander’, bepaalt hun identiteit.

Bij Dood Paard gaat het niet over de intriges van een vermeend overspelige vrouw en manipulaties om de zwarte edelman Othello heen. Het zijn menselijke identiteits- en vooral raciale kwesties die de hoofdrol opeisen. Heel ‘Bye Bye’ is de Nederlander van Marokkaanse komaf Massaoudi de gekleurde buitenstaander, terwijl Gilles Biesbeuvel, zwart geschminckt als Moor van Venetië de rol van ‘nobele’ speelt. Die zwarte nobele discrimineert zijn adjudant Iago, schoffeert zijn liefhebbende vrouw, behandelt Massaoudi als uitschot en maakt zichzelf belachelijk: extreem cynisme is immers een boemerang. Bieheuvels Othello wordt ook steevast ‘De Berber’ genoemd in het stuk en dat is niet bepaald bedoeld als compliment. Waar de echte Berber dus naast het speelvlak genegeerd, genegerd wordt, miskent de geverfde Othello ‘De Berber’ in zijn eigen pretentieuze nobele inborst.

‘Bye Bye’ zit vol humor en knipogen en neemt Shakespeare niet erg serieus, maar zichzelf wel. Biesheuvel en Bakker spelen alle personages uit Shakespeare’s origineel, aangeduid door wisselende sjaaltjes, op niet passende schoenen. Zo staan Bakker en Biesheuvel letterlijk wankel als ze zich een rol aanmeten. Zo staan ze ook overdrachtelijk wankel omdat ze hun identiteit ontlenen aan het manipuleren van elkaar. Hoe stevig is dat fundament als je vooral wijst naar ‘De Ander’ en je je eigen rol niet onder ogen ziet? In de finale kan Othello zelfs schone handen houden: Massaoudi moet de moord waarmee het stuk afloopt komen volvoeren. Die krijgt hij dus letterlijk in de schoenen geschoven.

Het is de kern van het wijzen naar ‘De Ander’ die in ‘Bye Bye’ letterlijk en figuurlijk buiten Shakespeare’s ‘Othello’ ligt. Dood Paard zwaait Shakespeare dus uit door het oorspronkelijke stuk op een instortend ‘eiland’ te plaatsen; een reliek uit vervlogen tijden.

Tot zover de literaire kiss-and-ride. Dood Paard presenteert met ‘Bye Bye’ tegelijk een hedendaagse zedenschets en zielenspiegel. Klassieke thema’s van Shakespeare zijn gesneuveld. De voorstelling is geheel gericht op de raciale en multiculturele kwesties in het oorspronkelijke stuk. Zo is de zeventiende-eeuwse bard Shakespeare in Dood Paard’s ver- en hertaling toch weer hoogst actueel.

Bye Bye’ door Dood Paard. Theater Frascati, Amsterdam, 11 t/m 26 maart. Daarna in Theater Kikker, Utrecht, 30 maart t/m 2 april. www.doodpaard.nl

De diepere krochten van een volwassen filmfestival. Sven Schlijper op safari tijdens IFFR 2011

5 februari 2011 |

Lee Ranaldo

Het Internationaal Film Festival Rotterdam viert zijn veertigste editie met een toepasselijk XL-programma. Dat Romeinse cijfer XL duidt niet alleen de respectabele leeftijd aan. Het zegt ook iets over de maat: deze veertiger barst met het intigerende programma ook uit zijn jasje, met vertoningen op niet minder dan veertig plaatsen doorheen heel de binnenstad van Rotterdam. Binnen de festivalmuren is naast de geijkte ‘feature films’ een ware overvloed aan cinematografische en andere verrassingen te vinden. Niet alleen voor filmliefhebbers was deze editie een must. Ook wie vanuit de mediakunst- of muziekwereld het uitgebreide programma onder de loupe nam, kon zijn hart ophalen.

Sight Unseen

Maandagavond 31 januari even na de klok van negenen en een spotlicht tekent een cirkel op de vlakke vloer van Zaal 1 in Lantaren/Venster. Twee grote schermen tonen foto’s en films van Leah Singer, er tegenover twee gongspelers met tussen hen in nog een scherm waarop een eindloze loop van een roadmovie geprojecteerd wordt. Boven het middenpunt van de cirkel hangt een elektrische gitaar, aan een kabel vanaf het plafond. Met een kleine hangbeweging ter groet, stapt Lee Ranaldo de kring binnen; bezoekers zijn braaf net buiten de lichtbundel gaan zitten; anderen staan eromheen. Ranaldo bewerkt tijdens het volgende uur in de performance ‘Sight Unseen’ zijn ‘battle scarred’ gitaar (die vast en zeker heel wat te verduren heeft gehad tijdens de vele tournees met Sonic Youth, de band die Ranaldo mede heeft opgericht) met strijkstok, drumstokken, geklop , twinkelende bellen en zijn iPhone. Nooit beroert hij de snaren zoals je gewend bent en vrijwel steeds krijgt de gitaar een slinger en zweeft het instrument resonerend door de ruimte.. Voor menig IFFR-bezoeker is deze uitvoering van Ranaldo en zijn vrouw Singer inderdaad een nog nooit geziene (laat staan: gehoorde) vertoning. Feedback, noise, galmende gitaar en dito gongen; vlagen ambiente tonen, een fikse dosis dissonantie en ronkende distortion als fundament: dat is bepaald andere koek dan een strijkje van John Barry of Badalamenti’s doemjazz.
http://www.leeranaldo.net/

http://www.facebook.com/home.php?#!/profile.php?id=100000935206696

(Wan)smaak

Op een festival als het IFFR grijpen wellicht onvermoed zelfs, verschillende programmaonderdelen naadloos ineen. Dezelfde bioscoop is een paar dagen eerder namelijk het lokaal voor de verzengende performance art, video- en noiseshow van het losgeslagen trio Coolhaven. Menigeen zit met de vingers in de oren, schrikt op bij een theatraal fraai gevonden chiropractie-element of schudt meewarig het hoofd; zich afvragend of dit nu ware avant-garde is op het dadaïstische af of gewoon wegkomen met een aaneenschakeling van zo groot mogelijke onkunde. Hoe dan ook: Coolhaven werkt vaardig met een balans of disbalans zo u wilt, tussen sonische en visuele overdondering, waarbij het antwoord op de vraag of het hier smaak of wansmaak betreft, in ieder geval door de band in een luchtledig midden gelaten wordt. Als lachende derde; als een lachend drietal.

http://www.coolhaven.nl/cd.html

Resonantie

Een andere connectie dan die van de noise tussen Ranaldo,  Coolhaven en de rest van het IFFR-programma ligt in Manon de Boers portert van meesterpercussioniste Robyn Schulkowsky: ‘Think About Wood, Think About Metal’. De Boer filmt Schulkowsy’s studio, haar instrumenten, resonerende paukenvallen en klankschalen en vingers die een metalen percussie-object beroeren om er de meest wonderlijke klanken aan te ontlokken. Ondertussen vertelt Schulkowsky over haar geschiedenis als uitvoerend musicus in Keulen, toen John Cage en Karlheinz Stockhausen daar hun baanbrekende composities schreven. Die werden niet zelden door haar uitgevoerd. Haar liefde voor percussie en de tactiliteit van aanraking die resonantie voortbrengt, is terug te zien en horen bij en in de avant-gardistische muziek en performancevorm die Lee Ranaldo kiest.

http://www.ecmrecords.com/Catalogue/New_Series/1500/1564.php?lvredir=712&doctype=Catalogue&acat=Artists%2FSchulkowsky+Robyn%23%23Robyn+Schulkowsky

http://www.augusteorts.be/projects/project/51

Brille vs Draak

Muziek en beeld kunnen elkaar versterken, eenzelfde verhaal vertellen, elkaar afvallen of aanvullen en van deze varianten waren vertoningen op het IFFR mee te maken. Het drakerige en te graag gewilde, maar geforceerd vertelde en eigenlijk flinterdunne ‘AUN – The Beginning and End of All Things’ wordt van totale ondergang gered door de briljante soundtrack van de hand van de Weens elektronicatovenaar Christian Fennesz. Zijn werk vindt over de hele wereld zo gretig en veel aftrek dat een uitgave voor de hand ligt. Waar ‘AUN’ de handen niet op elkaar lijkt te krijgen voor roulatie, vindt de muziek zo vast een welkom thuis bij de liefhebbers van diepe basgolven, hoge pulsen en zalvende ambient.

http://www.fennesz.com/

Devotional Cinema

En wat als het helemaal stil is? Als zelfs de trilfunctie van de mobiele telefoon uit moet? Als je bijna niet durft te ademen zelfs, bang om de bezwerende stilte te doorbreken? Dan treedt een waarlijk meditatieve toestand in die op zen-achtige wijze verwondert, geruststelt en loutert. De ‘devotional cinema’ van Nathaniel Dorsky maalt niet om en taalt niet naar een strikte scheiding tussen film en cinemakunst (of: videokunst, ware het niet dat Dorsky smalfilm gebruikt om het door hem gewenste effect te bewerkstelligen). Schermafmetingen, kijkafstanden, snelheid van afspelen; voor Dorsky zijn dat zeer essentiele aspecten van zijn werk. Kunst die balans als kernwaarde kent en in volstrekte stilte herkenbare beelden afwisselt met vlekkerige out-of-focus lichtstrepen. Een narratief dringt zich nooit op, maar een willekeurige aaneenschakeling van toevallige shots kun je zijn films absoluut niet noemen. In Dorsky’s ‘devotional cinema’ (die overigens en vanzelfsprekend niet op dvd verkrijgbaar is, noch op YouTube te vinden) is de meesterhand in elke seconde te zien en voelen. Op slechts 18 frames per tel vervoert hij de toeschouwer als op een droomtocht in een warm bad. Hij presenteert hints, de hersens willen als in een droomstaat begrijpen, maar alras blijkt dat een illusie en ga je vrij associerend op in de beeldenvloed en –gloed die kalm en vredig aan je voorbij gevoerd wordt. De meditatieve kracht van Dorsky’s ‘devotional cinema’ ligt in een intens louterende (uit)werking die na afloop ten diepste gevoeld wordt.

http://en.wikipedia.org/wiki/Nathaniel_Dorsky

Gras zal groeien over mijn werken

Op zijn geheel eigen wijze werkt de Duitse kunstenaars Anselm Kiefer ook met een zekere bezweringsformule om tot enige vorm van ontschuldiging als alternatieve loutering te geraken. Die zou erin mogen bestaan dat hij demomen een plek geeft, de verdorvenheid van de menselijke geest uit de geschiedenis en in hemzelf en ons allen wellicht tegelijk ook nog en dat hij desondanks en daarom juist: schept. Hij maakte in het Franse Barjac zijn eigen wereld; een labyrinth aan onderaardse gangen, vele metershoge torens, gebouwen die specifiek zijn opgericht om zijn werken een thuis te geven. Sophie Fiennes ging vier keer langs bij Kiefer, die geldt als één van de grootste levende kunstenaars van het moment. Zij maakte de documentaire film ‘Over Your Cities, Grass Will Grow’; een indringend verslag van Kiefer aan het werk. De ware scheppende inspirationele arbeid vanaf een tabula rasa komt niet in beeld. Wel toont ze de bevlogen en zeer welbewust werkende uitvoerend artiest Kiefer (alsof hij analoog aan Schulkowsky zijn eigen partituur vervolkmaakt in het maakproces), in liefdevolle en gepassioneerde omgang met zijn materialen en assistenten. Kiefers werkt spreekt; de man zelf nauwelijks en als hij aan het woord is, weegt elke zin zoveel als de loden last die zijn enorme doeken lijken te torsen. Op groot scherm komen Kiefers an sich al monumentale werken in lichtende projectie bijzonder indringend voor het voetlicht. De zeer smaakvol gekozen muziek van Györgi Ligeti, die de sympathieke camerabewegingen en regie begeleidt, draagt alleen maar bij tot een toestand van verhoogde mate van kippenvel en rilling. Dag in dag uit en vaak met groot materieel, schiep Kiefer in Barjac een eigen biotoop en ‘metropool’, om die vervolgens achter te laten en naar Parijs te vertrekken. Over zijn werk, over zijn stad in Barjac zal gras groeien. Het heeft hem nooit ervan weerhouden te scheppen, ook al is overwoekering onvermijdelijk nakend; die missie van de grote kunstenaar die coute-que-coute moet scheppen, spreekt uit elk moment van het buitengewoon geslaagde ‘Over Your Cities, Grass Will Grow’.

http://www.filmfestivalrotterdam.com/nl/films/over-your-cities-grass-will-grow/
http://www.publiekeomroep.nl/artikelen/het-uur-van-de-wolf-anselm-kiefer

XL

Dat scheppen van alle leeftijden en rangen en standen is, bewijst het XL-programma van het IFFR. Of het nu gaat om een generatief werk voor tig televisieschermen dat in totale duisternis noise en lichtflitsen toont (Telco Systems) of Martin Arnolds intrigerende stroboscopische fragmentatie van Disneyfilms. Of het nu gaat om filmtheater in je handpalm door een paar spiegeltjes op je iPhone te monteren (Palmtop Theater in V2) of videomapping in abstractie (Sebastian Cimpean in het Piet Zwart Instuut). Of het nu gaat om stills van Jan Svankmajer in het Tsjechisch Centrum Rotterdam) waardoor je over de schouder en minitieus snijdende hand van de animatiekeizer meekijkt of het Out of Fashionprogramma waarin imagodesigners en artistiek leiders van grote modehuizen in mode- en antimodefilms hun selectie hebben samengesteld. Op maar liefst veertig plekken in Rotterdam toont het IFFR verrassende en uitdagende werken die linksom of rechtsom een raakvlak hebben met cinema, beeldkunst, bewegende beeld, projectie; in de breedste zin des woords.

Veertig jaar en kwiek
Verbaast en verbijstert het IFFR al in het hoofdprogramma, met de toevoeging van en uitbreiding tot het XL-programma begeeft het festival zich nadrukkelijk op het gebied van de video- en mediakunst en brengt het zulks doend meerdere kunstwerelden samen. Hokjesgeest is aan het jubilerend IFFR duidelijk niet besteed. Kwiekfideel, fris en fruitig jong duikt het festival met jeugdig elan en wellicht een schalkse glimlach op het tijgergezicht de toekomst tegemoet die wellicht steeds meer er één zal zijn waarin film, (video)kunst, geluidkunst, muziek en moderne media in elkaar opgaan.