Het Cultureel Persbureau stelde drie vragen aan zichzelf. En kon drie keer ‘ja’ antwoorden. Rest nog één vraag.
Het Cultureel Persbureau heeft gedurende twee jaar subsidie gekregen om te onderzoeken of een persbureau dat zich op een enkel onderwerp richt, bestaansrecht heeft. Voorwaarde die we onszelf stelden was bovendien: slagen we erin om het journalistieke metier te innoveren? Wanneer we deze startperiode vervolgens als onderzoek beschouwen moeten aan deze twee vragen nog een derde toevoegen: is een verdienmodel mogelijk voor een onafhankelijk journalistiek orgaan dat zich op een niche richt?
Nu, in 2012, kunnen we een eerste antwoord op de vragen formuleren, in de wetenschap dat twee jaar voor een dergelijk praktijkonderzoek eigenlijk te kort is. Immers: we verkenden totaal onontgonnen terreinen, en dat in een wereld die zelf sneller verandert dan de meeste mensen kunnen bijhouden. Toch – met die omstandigheid in het achterhoofd – de drie vragen kunnen we inmiddels met een voorzichtig ‘ja’ beantwoorden.
Vraag 1: Heeft een persbureau dat zich uitsluitend op een niche als cultuur richt, bestaansrecht?
Antwoord: Ja. Het werd al bevestigd in een onderzoek van Frankwatching in 2009: bestaande nieuwsorganisaties zien ruimte voor een persbureau dat over cultuur gaat. Daaraan verbonden zij echter wel de voorwaarde dat dit persbureau geen eigen publiekskanaal mocht exploiteren, zoals bijvoorbeeld Reuters dat inmiddels wel doet.
Voor de verse start-up die het Cultureel Persbureau in 2009 en 2010 was, bleek het echter onmogelijk om tot harde afspraken te komen met bestaande nieuwsorganisaties als de AVRO en de Volkskrant. Hier zijn twee redenen voor aan te geven: we waren nieuw en onbekend, en bovendien barstte precies in 2010 de hel in medialand goed los. Onze eerst welwillende onderhandelingspartners hadden plots andere dingen aan het hoofd: dalende kijkcijfers, teruglopende abonnementen, winstwaarschuwingen.
Het Cultureel Persbureau besloot toen maar zelf rechtstreeks met het publiek te gaan communiceren, low budget en medium profile op twitter, bloggingplatform posterous en later ook facebook. In 2010 kwam daar een eigen website bij, en riepen we Festivaldagkrant De Dodo in het leven.
In december 2011 had het Cultureel Persbureau een bereik opgebouwd van 130.000 pageviews, en ruim 80.000 bezoekers op de diverse internetkanalen. Bezoekers die allemaal ook gemiddeld meer dan drie minuten op een pagina of kanaal doorbrachten.
Vraag 2: Slagen we erin het journalistieke metier te vernieuwen?
Antwoord: Ja. Uitgaande van het feit dat innovatie altijd klein en van onderaf begint, hebben we een paar essentiële stappen gezet. Dat we van het papier weg zijn gegaan is er één, maar het is zeker geen onbelangrijke stap. Dat we – uit praktische overwegingen – op zoek zijn gegaan naar goedkope technische oplossingen en zo specifiek mogelijke methodes om de geïnteresseerde internetgebruiker te bereiken heeft geleid tot verrassende toepassingen. We waren een van de eersten die het livebloggen toepasten, we konden via Storify nieuwsstromen op twitter, facebook en google duiden en ontwikkelden het concept van de smartphone-journalistiek: een gemiddeld android of apple-toestel bezit alle mogelijkheden om op zeer aanvaardbaar niveau via tekst, maar vooral ook beeld en geluid, (semi-)live verslag te doen van alles wat zich in de omgeving van de journalist afspeelt.
Inmiddels past ons hele reportagepakket in beeld en geluid in een niet eens zo grote schooltas. Als we meer statieven nodig hebben is een middelgrote weekendtas voldoende. We zijn mobiel, snel en snappen inmiddels dat het in de journalistiek op internet er minder toe doet om de eerste te zijn, als wel de beste, en meest volledige. En we hebben aan den lijve ondervonden dat communicatie op internet altijd tweezijdig is. De journalist, die vanuit een gesloten hok zijn verhalen de wereld in stuurt, is met internet definitief verleden tijd. Hij zal zijn volgers moeten betrekken in zijn verhaal, en kan gebruik maken van de informatie die de buitenwereld hem rechtstreeks geeft. Te vaak ziet de journalist het internet nog als een vervanger van de oude telexmachines die tot diep in de jaren tachtig nog op redacties te vinden waren. En die jaren zijn voorbij.
Vraag 3: is een verdienmodel mogelijk voor een onafhankelijk journalistiek orgaan dat zich op een niche richt?
Antwoord: Ja. Zij het dat het nog uiterst pril is. Laten we stellen dat we op de goede weg zijn. Het Cultureel Persbureau is er altijd van uitgegaan dat de inkomsten daar gehaald worden waar de meerwaarde het meest gevoeld wordt. Voor een journalistiek nicheproduct als cultuurnieuws is de meerwaarde bij de gewone nieuwsconsument klein, zeker in verhouding tot de totale besteding aan nieuws per dag. Op een systeem van betalen per verhaal of muisklik is dus geen gezond journalistiek verdienmodel te baseren. Verzilverbare meerwaarde is er wel bij de producenten, subsidiënten en sponsoren van cultuur. Zij hebben er immers belang bij dat er over hun sector gepubliceerd wordt, en dat gebeurt op dit moment zo slecht en zo weinig, dat de bereidheid om voor een eigen kritisch medium te betalen groeit.
We hebben dat onderzocht via het opzetten van de online Festivaldagkrant De Dodo. Begonnen bij het Holland Festival in 2010 groeide het via Theaterfestival TF en De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg uit tot een begrip, dat steeds meer gaat opvallen. Voor een relatief klein bedrag recenseren journalisten van het Persbureau de voorstellingen en verzorgen we op alle mogelijke en inpasbare manieren de onafhankelijke nieuwsvoorziening rond het festival. Moeilijk voor de marketingmedewerkers is het toelaten van kritische berichtgeving in de eigen nieuwsstroom. Inmiddels overtuigen we echter steeds meer marketingmedewerkers dat het publiek de goednieuwsshows van pr-afdelingen nogal makkelijk doorprikt en ook van bedrijven verwacht dat ze open en eerlijk optreden in de wereld van de (sociale) media. Het Cultureel Persbureau is daar behulpzaam bij.
Vraag: kan De Dodo’s Cultuurkanaal op uw steun rekenen?
Uit alle bezoekcijfers spreekt duidelijk dat onze berichtgeving wordt gewaardeerd. En we zien ook dat nieuwsverhalen en onderzoeksjournalistieke bijdragen veel beter ‘scoren’ dan ‘recensies’ en korte berichtjes. Onze liveblog over de cultuurdemonstraties in juni trok meer dan 10.000 bezoekers. Onze verslagen van Kamerdebatten werden soms door 2000 mensen gevolgd en in een aantal geval werden onze primeurs ook door de ‘oude’ media overgenomen.
We hebben onze ‘Nieuwsdodo’ in het najaar van 2011 enkele maanden uitgetest, en dat leverde meteen een substantiële toename van het aantal bezoekers op. Ook werd er meer over ons gepraat, zoals bleek uit de cijfers op Facebook. We toonden aan dat voor een relatief gering bedrag veel journalistieke kwaliteit kan worden geleverd. We houden de overheadkosten laag, de journalisten zijn freelancers en de ingezette middelen uiterst betaalbaar.
Om ook van de ‘Nieuwsdodo’ een rendabel journalistiek fenomeen te maken is meer onderzoek en ontwikkeltijd nodig. Het jaar 2012 is daar een uitgelezen jaar voor, omdat dit jaar, waarin de overheidsbezuinigingen definitief worden en de sector zich voorbereidt op een totaal nieuwe situatie in 2013, voor ongelooflijk veel nieuws zal zorgen, en nog veel meer moeilijk te verifiëren roddel en achterklap.
We gaan een campagne opzetten. En kunnen alle hulp gebruiken.
Cultureel Persbureau DEDODO is opgericht in 2010. Het is een stichting met als doel de instandhouding van de onafhankelijke en pluriforme cultuurjournalistiek in Nederland. We hebben tevens een startsubsidie ontvangen van het ministerie van OCW. Bij de opzet van het Persbureau zijn we geholpen door een groot aantal personen en organisaties, waaronder: FLA, Syntens, Kennisland, Theaterinstituut Nederland.



Reacties