“RutteLeaks”: Premier en staatssecretaris kennen eigen cijfers niet: inkomenseisen kunstinstellingen al gehaald in 2007 en meeste subsidie nu al naar succesvolle instellingen

1549
13

We dachten al dat er iets niet klopte, toen Mark Rutte in zijn door velen bejubelde krachtdadige optreden in Buitenhof sprak van ‘al die lege zalen met 10 mensen op de eerste rij’. Ok, hij was zelf al jaren niet meer geweest, maar volgens zijn Staatssecretaris Halbe Zijlstra was de leegte in ieder geval in Den Haag schrijnend, wist Rutte te melden. Immers, in ‘al die uitkrantjes’ staan 30 voorstellingen per avond per stad aangekondigd, waar allemaal maar 10 mensen op de eerste rij zitten en de rest van de zaal leeg is.

We vroegen op deze site en op Facebook om nadere gegevens, en kregen die. Over crowdsourcing gesproken. Dank Lene Grooten, Anne Reinders en Robbert van Heuven, die even in hun boekenkast keken en met de gevraagde cijfers boven tafel kramen.

Je bent niet ingelogd. Login

Wanneer je hieronder een betaalknop ziet, betekent dat dat ik graag een bijdrage van je wil in de kosten die het schrijven met zich meebrengt. Door het artikel via Blendle te kopen, steun je mij rechtstreeks. Van de prijs gaat 30% naar Blendle, 21% naar de belastingdienst (BTW) en 10% naar de leveranciers van de techniek: Reporters Online. Ik houd 40% van het bedrag over. Vond je het artikel niet de moeite waard, kun je bovendien je geld terugvragen.
Soms staat hieronder geen betaalknop. Dan heb ik besloten het stuk gratis aan te bieden, of heeft een van onze sponsors het stuk mogelijk gemaakt.
Wanneer je abonnee wordt van Cultuurpers, kun je inloggen op de site en alle artikelen lezen zonder er apart voor te betalen. Van het abonnementsgeld gaat 21% naar de belastingdienst. De rest is helemaal voor Cultuurpers. Belangrijker nog voor ons is, dat we daarmee de site structureel in de lucht kunnen houden en soms ook mensen op pad kunnen sturen om een nieuwsfeit te gaan onderzoeken. Wil je abonnee worden, kun je gebruik maken van deze link.
Veel leesplezier, en wat je ook besluit: dank voor je belangstelling!
---

Nu dan. In een uitgave van het ministerie van OCW, uit 2008, staan alle getallen over de 127 door het ministerie gesubsidieerde instellingen en initiatieven. In de wetenschap dat daar in 2009 nog een flinke ‘efficiencyslag’ mee is gemaakt door de invoering van de Basisinfrastructuur, spreken de cijfers boekdelen.

Om het eerste misverstand uit de weg te ruimen. Met een gemiddelde zaalbezetting van boven de honderd personen per voorstelling over heel Nederland is het al moeilijk om ergens maximaal tien toeschouwers binnen te laten, maar omdat een statisticus doorgaans verdrinkt in water dat gemiddeld een meter diep is, wilden we meer. En kregen we meer. Details. Veelzeggende details, vooral.

Zo blijkt bijvoorbeeld het gemiddeld aantal bezoekers per genre nog veel groter te zijn dan we eerst dachten. Rutte kan minimaal een factor 20 achter zijn eerste schatting zetten. De sector die het meest in kleine zalen speelt, haalt met gemak nog 454 bezoekers per voorstelling. We hebben het hier over de danssector, met als koploper Het Nationale Ballet dat gemiddeld 1139 bezoekers per voorstelling trekt. Zet daar één voorstelling met tien bezoekers tussen en om dat gemiddelde te bereiken moeten er al een paar uitverkochte Arena’s tegenover staan. Zelfs het gesubsidieerde jeugdtheater, dat meestal in klaslokalen met een capaciteit van dertig stoelen speelt, haalt nog een toeschouwersgemiddelde van 117. Over grotere klassen gesproken.

Wanneer we kijken naar de eigen inkomsten die de gesubsidieerde instellingen genereren is het pas echt schrikken. Halbe Zijlstra, de nieuwe verandermanager/staatssecretaris van Cultuur, vindt zichzelf al tamelijk ver gaan wanneer hij de eis stelt dat de gesubsidieerde kunstinstellingen 17,5 % van de inkomsten uit publiek en andere eigen bronnen moeten gaan halen tegen het einde van het kunstenplan. We kunnen hem geruststellen: die eigen inkomsten-norm wordt overal al gehaald. De theatersector staat op 30%, de jeugdtheatersector zelfs op 36 procent, maar dat is allemaal nog niks vergeleken met de Productiehuizen (die van die vermeende lege zalen) die op 61 procent eigen inkomsten staan, of de ontwikkelinstellingen die op 109% komen.

Dit zijn cijfers die in de eigen bibliotheek van het ministerie van Oc&W staan. We stellen voor dat meneer Zijlstra en Meneer Rutte even wat huiswerk gaan doen.

O, ja, nog een leuk cijfer: de meeste subsidie van het Rijk gaat naar Amsterdam. De subsidieverslaafde hoofdstad trekt 120 miljoen belastinggeld van de hardwerkende Nederlanders, die aan de andere kant echter in die stad ook 4,5 miljoen kaartjes kopen. Zo komen we met een snelle rekensom op € 30 subsidie op ieder bezoek aan een gesubsidieerde instelling. Dat lijkt veel, maar is niets vergeleken met de cijfers van de diepe regio. Regio Zuid, waaronder dus Brabant en Limburg vallen, krijgt in verhouding tot Amsterdam nauwelijks subsidie: zo rond de 25 miljoen euro. Maar ja, waarom zou je daar ook geld uitgeven, zou de VVD kunnen zeggen, als er ook maar nauwelijks 200.000 kaartjes worden verkocht. De kunstbezoekende hardwerkende zuiderling krijgt daardoor €72 euro van Zijlstra toe op elk gekocht kaartje. Meer dan twee keer zoveel als de ‘verwende’ hardwerkende Amsterdammer.

Er gaat dus al meer subsidie naar regio’s en instellingen die meer bezoek trekken. De kunstwereld voelt zich terecht in de hoek gezet door niet alleen de toon van het kabinet, maar ook de inhoud van het beleid.

We willen Zijlstra en Rutte binnenkort graag hierover overhoord zien door Nieuwsuur.

Publicatie OCW: Kunst in Cijfers

13 REACTIES

  1. Juist omdat cijfers zoveel zeggen (”it’s the economy stupid”) heeft de kunstensector er meestentijds een grote aversie tegen gehad. Want wat moeten de Raad voor Cultuur en de politiek met de al jaren bekende feiten dat per bezoeker er meer subsidie gaat naar kleinschalig theater dan naar jeugdtheater (organsiaties van vergelijkbare grootte), er meer subsidie per bezoeker gaat naar de regio dan naar de Randstad (zal alleen maar erger worden gegeven de demografische leegloop in het Noorden, Zuiden en Zuidwesten), dat grote zalen beter te exploiteren zijn dan kleine, dat de grootste dichtheid aan (betere) acteurs in de Randstad zit in verband met het feit dat daar de rollen worden verdeeld (film, televisie, reclame, rollenspel etc.)?? Moeten zij kiezen tegen de regio omdat de subsidie-euro’s beter besteed worden in de Randstad? Moeten zij kiezen voor grootschalig omdat dat goedkoper is dan kleinschalig, moeten zij kiezen tegen vaste dienstverbanden van orkestmusici omdat dat de oplossing is om opheffing van orkesten te voorkomen (NAPK Facts and figures 2005-2008: gemiddeld 102% van het subsidie aan orkesten wordt besteed aan salarissen hetgeen bij een langzaam dalend publiek zal leiden tot een uitkeringsfabriek zonder activiteiten zoals in Bulgarije, Portugal, Griekenland etc.). Of gaan zij voor kaalslag in de Randstad omdat de regionale politek ingrepen niet zal toestaan? Gaan zij voor werkzekerheid of voor werkgelegenheid?
    Het zijn de feiten die dit soort dilemma’s helder maken.
    Jaap Jong

  2. Cijfers en Cijfers…Ik heb net voor de vuist weg berekend hoeveel ‘Subsidie’ er gaat naar auto rijdend nederland..per gereden km wordt er pakweg 0,05 cent geinvesteerd in het wegennet. Dat is 1400,- euro per auto. Nu zegt een automobilist dat hij/zij er ook voor betaalt in de vorm van wegenbelasting accijns etc…Maar net alsof de culturele sector geen belasting betaalt (loonbelasting). Zie cultuur als noodzakelijke infrastructuur waarin in geinvesteerd moet worden. Hoeveel? dat is een politieke keuze..maar laten we wel de Cultuur als noodzakelijk economisch goed als uitgangspunt nemen en niet als een soort van hobby…want dan kan je een snelweg ook een hobby noemen.

  3. De opmerking over het jeugdtheater lijkt me onjuist. Jeugdtheater wordt ook in klaslokalen gespeeld, maar toch vooral ook in gymzalen met grotere capaciteit of in sporthallen, buurthuizen en kleine zalen is mijn ervaring.

  4. zijn deze gegevens ook opgestuurd naar de beide heren politici?
    goed werk trouwens! harde feiten hebben we nodig

  5. De voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten heeft in een publieke reactie naar aanleiding van de uitlatingen van dhr. Rutte het volgende gesteld:

    Voor de tweede keer in korte tijd constateren wij dat de minister-president in de media uitlatingen doet die niet gebaseerd zijn op feiten en die schadelijk zijn voor de cultuursector in het algemeen, en voor de podiumkunsten in het bijzonder. De premier heeft in de uitzending van Buitenhof van 16 januari jl. opgemerkt dat in steden als Amsterdam of Den Haag `iedere avond in dertig theaters tien mensen op de eerste rij zitten en de rest van de zaal leeg is’, waarbij hij zich baseert op de – zoals hij dit omschrijft – ’uitkrantjes’. Dit is een zeer badinerende uitspraak ten aanzien van professionele organisaties waarmee de overheid een samenwerkingsrelatie onderhoudt. Bovendien is de uitspraak onjuist: in 2009 is er in de steden Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht niet één voorstelling door de bij de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten aangesloten instellingen gespeeld waar slechts tien mensen op de eerste rij zaten en de rest van de zaal leeg was. Sterker nog, de gemiddelde zaalbezetting in alle zalen (groot, midden en klein) in de vier grootste gemeenten was 60% of hoger.
    De premier wordt dan ook verzocht om de nuance in het debat te bewaken en een sector die het (als het regeerakkoord conform wordt uitgevoerd) de komende jaren enorm zwaar te verduren krijgt, niet verder in de problemen te brengen door het verkondigen van onjuistheden. De podiumkunstenbranche is een volwaardige, professionele branche en acht het van het grootste belang om, juist in deze tijd, als zodanig met de diverse stakeholders samen te werken.

  6. “De sector die het meest in kleine zalen speelt, haalt met gemak nog 454 bezoekers per voorstelling. ”
    Het gaat hier dus ineens om het aantal speelavonden bij elkaar opgeteld? Want zo groot is een kleine zaal niet, lijkt me. Een beetje een oneerlijke vergelijking met de genoemde “10 mensen op de eerste rij”. Stel dat een voorstelling 15-20 keer speelt, dan is het nog best waarschijnlijk, op sommige avonden, in sommige steden.

    • Zoals we meldden, een statisticus verzuipt in een rivier van gemiddeld een meter diep. Maar als u de cijfers in het OCW rapport leest ziet u wellicht dat het in het geval van de gesubsidieerde theatersector gaat om 459.670 bezoekers aan 2.422 voorstellingen. Hoeveel 10-persoons-stukken daar bij zitten, is interessant voor de rekenaars, morgen hebben we alvast harde cijfers over Den Haag, de stad waarvan Rutte op TV meldt dat het daar schering en inslag is. Onze redacteur ging het uitsluitend om het controleren van de macht, in dit geval: spreekt Rutte de waarheid. Het lijkt er sterk op dat hij zich beter had moeten voorbereiden. De rest van het artikel en cijfers spreken in dit geval ook voor zich.
      Wijbrand Schaap,
      Hoofdredacteur

  7. Hoewel ik het met de strekking van dit artikel eens ben, de premier en de staatssecretaris moeten inderdaad gauw hun huiswerk gaan doen voordat ze nog meer onzin over de kunstensector de wereld in helpen, vind ik dat het artikel op het einde toch een wat vervelende teneur krijgt. Gaan we nu regio’s op een nogal negatieve manier met elkaar vergelijken? Dit artikel is zeer hoogstwaarschijnlijk geschreven door een Randstedeling (ik denk zelfs Amsterdammer) die zijn waardeoordeel door laat klinken. Dat vind ik jammer en het maakt het daardoor een minder sterk verhaal.
    Die 4,5 miljoen kaartjes in Amsterdam worden niet alleen door hardwerkende Amsterdammers gekocht die daardoor maar € 30,- subsidie per bezoek krijgen/kosten (de zuiderling € 72), maar door mensen uit het hele land. In Amsterdam zitten namelijk vooral veel producerende cultuurinstellingen die een landelijke taak en functie hebben. In de regio’s zitten juist meer instellingen met een regionale of lokale taak. De vergelijking op deze manier, alsof Zuiderlingen meer krijgen dan Amsterdammers, gaat dan ook een beetje mank en draagt niet bepaald bij aan de discussie over de bezuinigingen, en wat in welke regio zou moeten worden besteed en waaraan. Die bezuinigingen treffen het hele landelijke bestel en podiumkunstenliefhebbers en daar moeten we tegen strijden, met alle regio’s, zonder ons onderling met wat negatieve teneur tegen elkaar te laten opzetten of uitspelen. Van het Cultureel Persbureau verwacht ik dan ook objectieve berichtgeving, waardeoordelen kunnen beter thuis blijven.

    Succes met jullie werk!

    Serge Wetzels
    zelfstandig cultureel ondernemer

    • Geachte heer Wetzels. Het Cultureel Persbureau zet zich juist in voor nieuwsgaring en -voorziening over cultuur in de ‘regio’. We zijn niet voor niets juist niet in Amsterdam gevestigd. Als de sfeer is gewekt dat wij met dedain over ‘de regio’ spraken, is dat niet de bedoeling geweest. In dit onderhavige geval was het juist een reactie op de stelling van de uit Limburg voortkomende PVV dat ‘die Amsterdamse grachtengordel eens een lesje moest krijgen’, of iets van zulke strekking. Er lag dus een ironische laag onder, die we wellicht duidelijker hadden kunnen maken. Als niet-Amsterdammers dachten we daarmee weg te komen. Niet dus. Voor ons is in ieder geval duidelijk dat het verschil tussen stad en regio als het om subsidies en cultuur gaat, alleen maar weer duidelijker geillustreerd is. In de hoop u hiermee voldoende gerustgesteld te hebben.
      Vriendelijke groet,
      Wijbrand Schaap
      Hoofdredacteur

Comments are closed.