Edward Snowden en Oliver Stone maken een daverend statement

24
0
DELEN
  • In het bijzijn van Amnesty International en Edward Snowden – via een videoverbinding vanuit Moskou – ging donderdagavond in Tuschinski Oliver Stone’s nieuwe film Snowden in première. Het gedramatiseerde verhaal van de jonge, begaafde overheidsdienaar die in gewetensnood komt en besluit naar de pers te stappen is niet heel origineel of meeslepend in beeld gevat. Maar op de golfslag van de actualiteit maken Snowden (en Stone) aan het eind van deze film wel degelijk een daverend statement.

Voor zijn doen houdt Stone zich behoorlijk in. Hij laat de film niet ontsporen in een in marmer gebeiteld heldenepos. Dat komt de geloofwaardigheid ten goede, maar levert tegelijkertijd meer een aardige televisiefilm op, dan een noodzaak voor de bioscoop. Visuele flair wordt node gemist. Hooguit citeert Stone zichzelf fraai met de voor dit genre typerende scène waarin de naïeveling (de kijker) door de veteraan wordt geïnformeerd over het ongefilterde, grotere plaatje. Uiteraard in de onschuldige natuur, op afstand van camera’s en microfoons. Denk aan Donald Sutherland die Kevin Costner even bijpraat over de moord op John F. Kennedy. Het appelleert in ieder geval aan een diep menselijke behoefte naar één helder en goed georganiseerd Kwaad in deze wereld.

Modderige belangen

De ontwikkeling van Snowden (Joseph Gordon-Levitt) van toegewijd en uiterst bekwaam medewerker van diverse Amerikaanse geheime diensten tot de klokkenluider die de grootste journalistieke scoop van de afgelopen jaren veroorzaakt, gaat uiterst geleidelijk. Die toon is goed getroffen. Voor een hoogbegaafde nerd als Snowden moet het ronduit onverkwikkelijk zijn dat er naast de reinheid van zijn getallen ook modderige geopolitieke belangen blijken te bestaan. Dat besef wordt dan ook lang uitgesteld door Snowden – in een binaire wereld is er voor moraal geen plaats.

Help ons van de betaalmuur af! Neem een abonnement!

Log in met je abonnement