Podcast: Tomas Ross over zijn thriller De onderkoning van Indië

96

‘Mijn vader was geheim agent 007, lang vóór James Bond’

Tomas Ross is de Nederlandse grootmeester van de faction roman, een genre waarin feiten en fictie door elkaar lopen. In 1980 verscheen zijn eerste thriller De honden van het verraad over de vrijheidsstrijd van de Zuid-Molukkers. Hij heeft inmiddels ruim 70 titels op zijn naam en schrijft ook scenario’s voor films en tv-series, zoals 06/05 van Theo van Gogh en de serie Bernhard Schavuit van Oranje. Zijn vader was tijdens de oorlog actief in het verzet en was een van de eerste geheime agenten van de BVD.

In veel van het werk van Tomas Ross spelen geheime inlichtingendiensten een rol, evenals de Tweede Wereldoorlog. Dat is ook het geval in deze thriller De onderkoning van Indië, tevens het tweede deel van een trilogie over Nederland en Indonesië vlak na de Tweede Wereldoorlog (1945 -1950).

Goed verhaal hè? We bieden het je gratis aan. Wil je een donatie doen? Dan kan dat via de blendle-knop onderaan. Of via de Patreon-knop. Nog beter.
(Wellicht ben je al lid en zien wij dat over het hoofd. Log dan hier nog een keer in, sorry: (ben je gelijk van die Blendle knop af), maar anders vinden wij het fijn als je lid wordt, of een vrije gift achterlaat”.)

Fragmenten uit de podcast:

Je vader had een bewogen maar geheim leven. Wanneer hoorde je dat hij een James Bond avant la lettre was?
‘Ik wist pas op mijn zestiende dat mijn vader bij de geheime dienst zat. Wij moesten altijd zeggen dat hij ambtenaar was bij Binnenlandse zaken. Dat was ook zo maar het was veel spannender dan dat. Mijn vader was nota bene de originele nummer 7. Ik zag dat ooit op zijn pasje, een groen pasje met het nummer 007 erop, lang vóór James Bond. Zijn frustratie was dat hij nooit iets kon vertellen over zijn werk. Mijn moeder bleek na zijn dood niet eens te weten dat hij de beruchte verrader King Kong verhoord heeft. Mijn vader heeft me zonder het zelf te weten natuurlijk, aangezet tot het schrijven van dit soort boeken. Hij is vrij jong gestorven toen ik 27 jaar was. Een heel charmante, mysterieuze man. Mijn eerste boeken gaan allemaal over hem en de inlichtingendienst.’

Wanneer wist je dat je dit genre faction wilde gaan schrijven?
‘Mijn inspiratie was The day of the Jackal van Forsyth. Hij combineerde fictie met feiten in dat boek. Dat vond ik een geweldige manier om geschiedenissen te vertellen die journalisten of historici niet kunnen vertellen omdat de archieven of bronnen er niet meer zijn. Zij moeten – terecht – alles verantwoorden, maar als romancier hoef je dat niet. Ik zoek altijd verhalen waarin nog heel veel gaten zitten. Je kunt als schrijver van faction orde scheppen in de chaos. Ik krijg vaak het verwijt dat de lezer bij mij niet weet wanneer de waarheid ophoudt en de fictie begint. Ik vind dat geen verwijt maar een compliment. Dan gaat de lezer mee in het verhaal.’

Hoe precies ben je met de feiten en details?
‘Ik vind details heel belangrijk voor het geven van couleur locale en dan vind ik ook dat de feiten moeten kloppen. In dit boek, dat speelt in het voorjaar van 1947 staat bijvoorbeeld dat in Tuschinski een film draait met Ava Gardner, The Killers. Dat was echt zo in mei 1947. Je moet het kunnen controleren. Je moet het alleen niet te veel doen. In mijn eerste boeken overdreef ik het nog weleens. Tot een redacteur in de kantlijn spottend schreef ‘goh, wat weet jij toch veel’. Toen dacht ik, o ja, het is een spannend boek en geen geschiedenisles of een aflevering van Teleac.’

Hoe kwam je op het idee voor het verhaal van dit boek?
‘Door het boek ZKH van Jort Kelder en Harry Veenendaal, waarin ze aannemelijk maken dat prins Bernhard onderkoning van Indië wilde worden.’

Prins Bernhard duikt vaak op in je boeken. Heeft hij je ooit boos opgebeld?
Niet rechtstreeks maar wel via mijn uitgever Robbert Ammerlaan waarmee Bernhard goed bevriend was. Ammerlaan heeft in een kluis thuis 800 door Bernhard ingesproken cassettebandjes liggen met zijn memoires, die hij niet mag publiceren. Dat is een afspraak tussen hem en het Koninklijk Huis. Hoe ik ook bij hem aandrong, bijvoorbeeld over de Greet Hofmans-affaire waarover ik schreef – hij is nota bene mijn uitgever –  hij liet me niets horen.’

De belangrijksten fictieve personages in De onderkoning van Indië zijn Arnie Springer en Henry Meertens. Wie zijn zij?
‘Meertens is een idealistische communist die gebaseerd is op Poncke Princen. Princen koos uit idealisme voor de Indonesiërs. Mijn personage Meertens zat in het KNIL en deserteerde. Hij wil de strijd van de Indonesiërs tegen ons steunen.
Arnie Springer komt ook al voor in Van de doden niets dan goeds het eerste deel van deze trilogie. Ik heb hem genoemd naar mijn held F. Springer die prachtig schreef over Indië. Hij krijgt opdracht van Drees om te verhinderen dat Meertens slaagt in zijn missie een huurlingenleger op te bouwen.’

Over deze podcast

In de podcast-serie Het Verhaal komen schrijvers aan het woord over hun boek. De interviews duren lekker lang, ongeveer 45 minuten dus er is genoeg tijd om dieper op de inhoud in te gaan. Zowel fictie als non-fictie en min of meer wekelijks. Ook met beroemde en minder beroemde Nederlandse en Vlaamse schrijvers.

Klik hier voor de podcast met Tomas Ross

Print Friendly, PDF & Email
Fijn bericht? Doe Monique Huijdink een kop koffie met Patreon!