Arjen Lubach redt zijn tweelingbroer Johan Harstad #ILFU17

312
0
Johan Harstad (l) en Arjen Lubach
Johan Harstad (l) en Arjen Lubach met Max, Mischa & het Tet-offensief op schoot.

Schrijver en televisiepresentator Arjen Lubach is al jaren fan van de Noorse schrijver Johan Harstad, van wie net het megadikke Max, Micha & het Tet-offensief in het Nederlands is verschenen. Hij heeft hem zelfs in Noorwegen opgezocht. Lubach: ‘Ik was bang dat we zoveel op elkaar leken dat we elkaar niets te zeggen hadden.’ Dat viel reusachtig mee. Logisch dus dat hij de schrijver tijdens Ilfu interviewt.

Romantiek

Ongeveer even groot en even oud, hetzelfde baardje, en allebei in skinnybroek en sneakers gestoken. Arjen Lubach en Johan Harstad lijken wel een tweeling als ze het podium beklimmen. Geen wonder dat Arjen Lubach zich onmiddellijk in Harstad herkende. Ok, dat begon meer als geestverwantschap, Harstad was iemand die hetzelfde als Lubach wilde met zijn boeken. Niet krullerig schrijven, wel met enige romantiek. Hij herkende zich in Harstads hoofdpersonen die aan de zijlijn staan en worstelen met de wil om mee te doen en tegelijkertijd het  leven niet begrijpen.

Maar zoals dat altijd gaat bij tweelingen, vallen steeds meer verschillen op, naarmate je ze langer ziet. Lubach is de entertainer, betrekt ons bij het gesprek en maakt grappen, waarvan onduidelijk is of Harstad ze ook leuk vindt. Toch zegt Harstad zelf wel degelijk grappige dingen, maar dat lijkt onbedoeld, met een stroef hoofd. Bijvoorbeeld als hem gevraagd wordt of hij zelf in zijn boek voorkomt. Jawel, namelijk op pagina 78. Lubach is verbaasd: ‘Wat! Dat is ze me helemaal ontgaan!’

Hij pakt de decimeters dikke pil, die stabiel op zijn kant kan staan, en bladert door naar het zinnetje: ‘Johan speelt niet mee.’ Volgens Lubach maakt dat Harstad tot een soort omgekeerde Knausgard, Harstads autobiografisch schrijvende landgenoot, die zelf op elk van zijn pagina’s voorkomt.

600 pagina’s geschrapt

Gevraagd naar het Tet-offensief in de titel van zijn nieuwe boek, laat Harstad zich lekker gaan. Hij zit er nu toch en vertelt uitgebreid hoe belangrijk het Tet-offensief was voor de hele wereld, ongehinderd door de wegzakkende zaal en de paniek van Lubach die ingrijpt: ‘Ik bedoelde eigenlijk: Is het niet een beetje raar voor iemand van onze leeftijd om geïnteresseerd te zijn in de Vietnamoorlog?’

Harstad geeft grif toe dat dat vreemd is. ‘Ik wist dat ik een keer op moest houden met over de Vietnamoorlog schrijven.’ (En praten.)

Zijn uitgever hield hem niet tegen, maar benadrukte wel: elk volgende hoofdstuk moet relevanter zijn.
Harstad schreef zeven jaar aan dit boek, best lang. ‘Ik ben nu bijna veertig, wat ik zeven jaar geleden in gedachten had als het centrale idee, vond ik later niet meer interessant.’ Hij merkte al snel dat het boek de richting van heel veel bladzijden uitging. Zijn uitgever hield hem niet tegen, maar benadrukte wel: elk volgende hoofdstuk moet relevanter zijn. ‘Ik heb in dit boek meer geschrapt dan welk ander boek dan ook, zo’n zeshonderd pagina’s.’

‘En ben je voor dit boek wel naar de plaatsen geweest die je in dit boek gebruikt?’, wil Lubach weten. ‘De vorige keer zei je dat je alles op Google Streetview op had gezocht.’

Opgezocht heeft Harstad weer heel veel, naast zijn tripjes naar de Verenigde Staten. ‘Schrijven is de laatste twintig jaar ontzettend veranderd. Je kan alles op internet vinden, bijvoorbeeld het geluid van een bepaald wapen. Het punt is dat je daarna nog wel een selectie moet maken en je moet het zo levendig opschrijven dat je niet merkt dat je de kennis pas drie weken in huis hebt.’  

Didgeridoo

Als Lubach hoort dat hij af moet ronden, vraagt hij de zaal om hulp. ‘Ik heb alleen maar diepgravende vragen voor langer dan twee minuten.’

Wat John Harstad van de didgeridoo vindt, wil een schaterende vrouw weten. Harstad vertrekt weinig spieren. Daar vindt hij niet zoveel van, punt, en Lubach mag de resterende minuut zelf volpraten.
Iets zegt mij dat een interview met Johan Harstad slaapverwekkend saai had kunnen zijn als het door iemand anders was afgenomen dan zijn entertainende Nederlandse tweelingbroer.

Abdelkader Benali en Nino Haratischwili
Abdelkader Benali vraagt Nino Haratischwili naar Het achtste leven.

Een half uur later interviewt Abdelkader Benali in diezelfde zaal Nino Haratischwili, die Het Achtste Leven schreef over een Georgische familie in de twintigste eeuw. Dat boek telt nog 100 pagina’s meer dan dat van Harstad. Een heel ander interview, met Benali als beleefde, goed ingelezen interviewer die met Haratischwili een gesprek aangaat over allerlei mensen in haar boeken die het grootste deel van de zaal nog niet kent. Wij kijken toe en klappen net zo beleefd.

Lezen of voorgelezen worden

Maar dat was een uitzondering op het Ilfu. Vrijwel alle presentatoren en interviewers waren slim, goed en konden meesterlijk improviseren, wat van levensbelang is voor een succesvol festival. Van schrijvers alleen moeten we het niet hebben. Die lees ik liever zelf. (Eerst Harstad, dan Costello.)

Gezien: ILFU 2017 dag 3.

Deel dit!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
De beste optie is een lidmaatschap/abonnement: daarmee krijg je altijd toegang en help je Cultuurpers écht vooruit! Word lid. Neem een abonnement!

Log in