Millennials schrijven graag over ‘wij’ #ILFU17

116
0
Vertaler Gerd Busse, Paulien Cornelisse en Arjan Peters
Vertaler Gerd Busse, Paulien Cornelisse en Arjan Peters

Waar je op het IlFU vorig jaar luchtdicht zat weggestopt in de hermetische zaaltjes van het voormalig postkantoor op de Utrechtse Neude, is het weidse uitzicht van Tivoli/Vredenburg een verademing. Het lijkt wel of dat iedereen een beetje losklopt. Het resultaat is meer humor en betere gesprekken op het dak van de wereld.  

Het Bureau van Voskuil verjaart niet.

Klassieke gesprekskiller: ‘Mijn grootmoeder zou vandaag 109 zijn geworden’

Kantoren zijn de menselijke lulligheid ten top. Daarom kun je er altijd om lachen, hoe tragisch de omgeving tegelijkertijd ook is. De Lief- en leedpot! De collega die altijd ziek is! ‘Ik heb een halve graad verhoging.’ Vandaar dat het gesprek van Arjan Peters met Paulien Cornelisse, schrijfster van de kantoorroman De verwarde cavia, en de Duitse vertaler Gerd Busse bij voorbaat al een succes was.

Paulien Cornelisse werd kort na haar eindexamen gegrepen door de zevendelige  romancyclus van Voskuil, nadat ze op de middelbare school dankzij de verplichte literatuurlijst een flinke weerzin tegen Nederlandse literatuur had ontwikkeld: ‘Alleen al omdat wat mensen zeggen klopt met hoe ze zijn.’ Een voorbeeld is volgens haar Panday, een Surinamer die in het boek met een doos binnenkomt en vraagt: ‘Waar zal ik dat zetten?’ Typisch Surinaams, volgens Cornelisse, om ‘dat’ te zeggen en ‘zetten’.

In één avond verkocht

Vertaler Gerd Busse was ook in één avond verkocht en zocht vervolgens dertien jaar naar een Duitse uitgever voor zijn vertaling. Het zevende deel wordt daar eind dit jaar uitgebracht. Busse voerde meerdere gesprekken met Voskuil en zijn vrouw, en nee, het verbaast hem niet dat Voskuil ook jarenlang geen (literair) woord op papier zette: ‘Voskuil schreef als hij een probleem had. Na zijn pensioen had hij een tijd last van vreselijke hoofdpijnen tot hij schreef dat hij dood ging in het laatste deel van Het Bureau.’

Volgens Cornelisse moet je om Het Bureau te waarderen wel een beetje zwaarmoedig aangelegd zijn. ‘Anders denk je, we gaan toch allemaal naar ons werk.’ 

Bureelrat

Maar de grootste liefhebber van Het Bureau is waarschijnlijk interviewer en Volkskrantjournalist Arjan Peters zelf. ‘Dat we zeventien jaar na het verschijnen van het laatste deel hier nog een gesprek over kunnen voeren!’ Hij brengt meneer Veerman in herinnering, de knipselknipper, die steeds langere lunchpauzes houdt en als directeur Beerta daar eindelijk iets over zegt, ontploft: ‘U bent een benepen bureelrat.’ De volgende dag wordt hij dood op de pot gevonden.

Peters schudt met veel plezier nog een paar uitspraken uit het boek uit zijn mouw. Hoofdpersoon Maarten Koning belt aan bij een echtpaar en als de vrouw de deur opent zegt ze: ‘Mijn man heeft net zijn IQ uitgerekend.’ Een uitspraak uit Het Bureau als ‘Mijn grootmoeder zou vandaag 109 zijn geworden’ kan het gesprek in willekeurig welk gezelschap stil leggen, ook zeventien jaar na het verschijnen van het laatste deel.

Hoorspel

De niet-lezers kunnen het Bureau ook als hoorspel beluisteren, 475 delen van een kwartier (niet achter elkaar luisteren, mede doordat je gek wordt van de begin- en eindtune.) Een hoorspel zit er nog even niet in voor de Duitse liefhebbers. En ook de zes vervolgdelen van De verwarde cavia laten nog op zich wachten.

Mary Costello en interviewer Hans Bouman
Mary Costello en interviewer en Volkskrantjournalist Hans Bouman

Altijd op zoek naar een thuis

Mary Costello: ‘We leven in een extraverte wereld, maar Tess heeft een intensief innerlijk leven.’

We zitten met zijn allen op het dak van de wereld. In de diepte achter de Ierse schrijfster Mary Costello rijden de lichten van fietsen en auto’s door hartje Utrecht als ze met zachte stem voorleest uit Academy street, een scène vlak voor de begrafenis van de moeder van hoofdpersoon Tess, een kind nog dan: een merel scheurt een stukje behang van de muur waarop afbeeldingen van het paradijs staan.
Het klopt, zegt ze, dat ze gebeurtenissen uit haar eigen familie heeft gebruikt in het boek over een Ierse die naar Amerika emigreert. ‘Als klein meisje had ik een heel hechte band met mijn moeder, nog steeds, en ik was geschokt toen ik erachter kwam dat mijn moeder haar moeder verloren was op driejarige leeftijd. Soms keek ik naar haar en dacht: Jij hebt geen moeder!’

Als Hans Bouwman beschrijft hoe hij Tess ziet, spant hij zijn armen aan en balt zijn vuisten, vooruit, kom op, want die Tess blijft toch haar hele leven toch maar zitten wachten tot het leven begint, tot het leven haar zelf uitnodigt? Costello: ‘Maar Tess gaat wel mooi naar Amerika, ze wordt verliefd, krijgt een kind. We leven in een extraverte wereld, Tess is een introverte vrouw, maar ze heeft een intensief innerlijk leven.’

Gras eten

Het is volgens haar niet de dood van haar moeder die van Tess een introvert persoon heeft gemaakt. Ze was als kind altijd al gevoelig, hoorde het gras groeien, en iemand als Tess, vertelt Costello, moet ook de geschiedenis van Ierland gevoeld hebben, de honger van de mensen die gras aten om maar iets in hun maag te hebben.

En heeft de emigratie naar Amerika haar dan wel het geluk gebracht? Is het geen treurig boek?
Tess blijft altijd verlangen, zegt Costello. Niet naar het paradijs, maar wel naar thuis, een thuis. Dat thuis vindt ze in poëzie, in het boek Wereld en wandel van Michael K. van Coetzee, maar ook in de momenten dat ze intens van haar kind houdt. ‘Als Tess gevraagd zou worden: is het het allemaal waard geweest, zou ze zeggen: “Mijn hart is verrijkt.” Tess’ leven was lang en heeft niet meer leed gekend dan welk ander lang leven dan ook. Ik zie het vooral als een hoopvol boek.’

Jelte Nieuwenhuis, Jasper Henderson, Frank Heinen en winnaar Gert-Jan van den Bemd
Jelte Nieuwenhuis, Jasper Henderson, Frank Heinen en winnaar Gert-Jan van den Bemd

Prijsuitreiking schrijfwedstrijden CJP & Ilfu

‘Stuur Jelte maar een private message op Facebook’

Jelte Nieuwenhuis van Atlas Contact en Jasper Henderson van Lebowski delen vanavond de prijzen uit aan één schrijver onder de dertig en één boven de dertig. De twintig genomineerden van de shortlist zijn zo ver mogelijk achterin gaan zitten, weg van hun beoordelaars, met hun haar voor het gezicht. Hoeft niet. Volgens Nieuwenhuis en Henderson zijn ze als redacteuren heel toegankelijk. ‘Stuur Jelte vooral een private message via Facebook’, tipt Henderson.

Opvallend volgens Nieuwenhuis aan de verhalen van de millennials is dat ze zo fragmentarisch zijn. Wellicht de invloed van het internet? Verder is de ‘wij’-vorm populair. ‘Vanwege een nieuwe vorm van samenlevingszin?’, oppert Nieuwenhuis. Het verhaal van winnares Emma Stomp valt op door de natuurlijke dialogen en goede dosering van informatie. De prijs voor dertigplussers gaat naar Gert-Jan van de Bemd met zijn ‘op zichzelf staand, eigenzinnige verhaal’. Die kreeg uiteindelijk de meeste punten, maar de jury was erg verdeeld en de verhalen zijn zeer divers van stijl.

1500 zenuwachtige woorden

Enige minpuntje aan de prijsuitreiking is dat twee maal 1500 zenuwachtig voorgelezen woorden best veel zijn. Niet alleen voor het publiek. Volgende editie een goed gekozen fragment? Of het maximum van 1500 woorden naar 300 omlaag schroeven? 

Goed om te weten Goed om te weten
ILFU duurt t/m 13 mei. www.ilfu.nl 
Deel dit!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •