Holland Festival blameert zich met Weeshuis van de muziek #HF17

165
4
Weeshuis van HF ontwerp Sjeng Schupp

Het Weeshuis van de Nederlandse muziek presenteert maandelijks ‘vergeten Nederlandse meesterwerken’ in het Amsterdamse podium Splendor. ‘Om de finesses te ontdekken’ worden deze twee keer uitgevoerd, onderbroken door ‘een korte toelichting of een interview met bijzondere tafelgasten’. Op papier een gouden formule. Terecht adopteerde het Holland Festival daarom drie afleveringen. Met de muziek zat het tijdens het openingsconcert op donderdag 8 juni helemaal snor, maar het inleidende gesprek bleek een miskleun.

Componistenactie of Notenkrakersactie?

De door tafelgast Wim Laman opgediste weetjes over Omtrent een componistenactie van Misha Mengelberg (1966) raakten kant noch wal. Mengelberg ventte in dit geestige stuk zijn frustratie over het feit dat componeren in Nederland ‘een geld, zenuwen en nachtrust rovende hobby’ was. Hij wilde meer overheidssteun voor componisten bewerkstelligen.

Laman repte echter van een protest tegen ‘de behoudende programmering van Nederlandse orkesten’. Hij had overduidelijk de Notenkrakersactie in gedachten, die pas drie jaar later plaatsvond. Tafelheer David Dramm corrigeerde hem niet, waardoor het (kenners)publiek in verwarring werd gebracht. ‘Wikipedia’ fluisterde iemand naast me.

David Dramm + Wim Laman met parituurpagina Omtrent een componistenactie (foto Esther Gottschalk)

Ernst gereduceerd tot grap

De tweede uitvoering was dan ook alles behalve een verdiepende ervaring. Dat de musici met dik gevulde ordners gooien, opgewonden door elkaar schreeuwen, elkaar met opgeheven vinger toe-toeteren, de gekste fluitjes en rammelaars hanteren en allerhande dierengeluiden produceren, werd gereduceerd tot een onschuldige vorm van ‘ontregeling’. Zo ging Mengelbergs boodschap compleet verloren, want de uitgesproken frasen zijn geïnspireerd op het wollige taalgebruik van ambtenaren.

Samen met Peter Schat en Rob du Bois ijverde Mengelberg al vanaf 1964 voor de oprichting van een Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Omtrent een componistenactie is een parodistisch verslag van de taaie obstructie die zij hierbij ondervonden. De titel verwijst naar een enquête die het actiecomité in januari 1965 aan componisten stuurde om hun actiebereidheid te polsen. – Mengelberg schreef trouwens niet alleen de muziek, maar maakte er ook kleurrijke collages bij.

Potsierlijk gekrakeel

Achter de musici zagen we kleurrijke, wonderlijke beesten en (lastig te ontcijferen) citaten in tekstballonnetjes. Bijvoorbeeld: ‘Het investeren in krompolitie moet voor de overheid een voordelige zaak zijn.’ In een landschap vol pinguïns hangen drie sokken aan een waslijn. Zegt de eerste: ‘Leuk, die actie.’ De tweede: ‘Erg leuk.’ De derde: ‘Bijzonder leuk.’

Platenhoes met de collages van Misha Mengelberg

Mengelberg componeerde Omtrent een componistenactie voor het Danzi Kwintet, dat in 1966 de wereldpremière verzorgde in het Holland Festival. (Een opname hiervan zond ik onlangs nog uit in Panorama de Leeuw op de Concertzender.)

Toen het Fonds voor de Scheppende Toonkunst in 1982 dan eindelijk een feit was, werd het stuk opnieuw uitgevoerd tijdens een feestelijke bijeenkomst op 28 april in de Ysbreker.

Ruim vier decennia na zijn ontstaan is het nog altijd fris, mede vanwege het kennelijke speelplezier van de musici. Petje af voor Jeannette Landré (fluit), Dorine Schoon (hobo), Jesse Faber (klarinet), Marieke Stordiau (fagot) en Laurens Otto (hoorn). Dankzij hen werd de potsierlijkheid van het ambtelijke gekrakeel toch enigszins invoelbaar.

‘Piepknor’ blijft fier overiend

Al even overtuigend klonk Serie per sei strumenti (1960) van Mengelbergs leeftijdgenoot en kompaan Jan van Vlijmen. Dit sextet bevat in plaats van een hoorn een trompet (Bas Duister) en wordt gecompleteerd door een piano (Pauline Post). Anders dan Mengelberg was van Vlijmen een overtuigd modernist. Zijn stuk is geordend volgens seriële principes, waarbij de toonhoogte wordt bepaald door een twaalftoonsreeks.

In het eerste deel kaatsen de musici elkaar korte frasen toe, die als objecten in de ruimte geplaatst worden. Hun lijnen zijn melodischer in het tweede deel, waarin zij ook solistisch naar voren treden. Dit soort muziek wordt vaak misprijzend ‘piep-knor’ genoemd, maar dat doet van Vlijmens stuk tekort. Ondanks de strenge compositiemethode heeft het een speels karakter, het blijft ook anno 2017 fier overeind.

De avond werd geopend en afgesloten met Reisefieber van Willem Breuker, de ‘tune’ van Weeshuis van de Nederlandse muziek. Muzikaal stond de avond als een huis, maar door de non-informatie tijdens het gesprek ging ik toch met een katterig gevoel naar huis. Een blamage voor het Holland Festival. Volgende week klinkt muziek van Hendrik, Jurriaan en Louis Andriessen. – Aangezien Louis zelf als gast aanschuift, zit het dan met de informatieoverdracht vast wel snor.

Info en kaarten: Weeshuis van het Holland Festival
VPRO Vrije Geluiden maakte opnames, die werden uitgezonden op Radio 4 en zijn terug te luisteren via deze link.


Deel dit!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

4 REACTIES

  1. Sorry Thea, maar ik vraag mij af wat je motieven waren om meteen aan het begin van je recensie uit de heup te schieten met de opmerking dat ‘de door [mij] opgediste weetjes’ over Mengelberg’s stuk ‘kant noch wal raakten’. In het vervolg onderbouw je deze losse flodder ook nog eens met geen enkel valide argument. Het enige wat je naar voren brengt is een uit zijn verband gerukt citaat. Ik zou volgens jou opgemerkt hebben dat Mengelberg’s “Omtrent een componisten-actie” (uit 1966) een protest zou zijn geweest tegen de programmering van de Nederlandse orkesten destijds. Om je bewering kracht bij te zetten plaats je daarbij de foto van zijn partituur, die tijdens het gesprek geprojecteerd werd. Sorry Thea, maar ik vrees dat je niet goed hebt opgelet of een ander motief had om mijn uitspraak in een verkeerde contekst te plaatsen. Ten eerste: de door jou aangehaalde uitspraak deed ik op het moment dat er een foto uit 1966 te zien was van een discussie op TV tussen het bestuur van het Concertgebouworkest en van Vlijmen/Mengelberg c.s.. Daarin werd o.a. gepoogd het artistieke beleid van dat orkest ter discussie te stellen – hetgeen overigens mislukte. Ten tweede veronderstel je ten onrechte dat ik met mijn uitspraak doelde op de Notenkrakersactie (1969, Concertgebouw). Dat is ‘hineininterpretieren’ van jouw kant: die actie was op dat moment helemaal nog niet aan de orde.

    Je opmerking waarmee je Misha’s stuk duidt in de contekst van de actie om het Fonds voor de Scheppende Toonkunst (FST) tot stand te laten komen is maar ten dele juist. Natuurlijk: er werden in die tijd wel degelijk ook frustraties geuit over het gebrek aan overheidssteun voor componisten. Er was aantoonbaar sprake van een wanverhouding tussen de subsidiëring van opera en orkesten en die voor componisten. Maar de daadwerkelijke oprichting van het FST werd pas eind jaren ’70 in gang gezet. Ik maakte als bestuurslid van het GeNeCo van nabij mee hoe achtereenvolgens Reinbert de Leeuw en Theo Loevendie zich het vuur uit de sloffen liepen om het toemalige ministerie CRM ertoe te bewegen het FST te realiseren. En ja, toen het FST in 1982 eindelijk een feit was werd Misha’s compositie weer van stal gehaald…

    Maar wat ik onbegrijpelijk vind is dat je in jouw recensie voor een belangrijk deel voorbij gaat aan het feit, dat het concert in Splendor – inclusief het gesprek van David Dramm en mij – erop gericht was beide stukken weer onder het stof vandaan te halen en – vooral – te duiden in hun contekst, namelijk de roerige jaren ’60. Is het je ontgaan dat ik van Vlijmen en Mengelberg relateerde aan hun mentor en voorbeeld, Kees van Baaren, destijds directeur van het Koninklijk Conservatorium ? Dat ik in kort bestek zowel de muzikale en ideologische achtergronden van Mengelberg en van Vlijmen heb geschetst ? Is het je ontgaan dat ik beide componisten met elkaar vergeleek en dat ik Misha’s stuk niet alleen plaatste in de contekst van de componisten-acties destijds, maar ook van Fluxus, van PROVO – en dat ik hem een ‘dwarsdenker’ noemde ? Kennelijk wel, wanneer jij veelzeggend rept van ‘non-informatie’ – alweer zonder enige onderbouwing. Daarom laat ik, tot slot, je tendentieuze aanhef (‘het Holland Festival blameert zich’), het natrappen in je laatste alinea en je wikipedia-sneer voor wat ze zijn: vileine quasi-journalistiek, een blamage voor de Cultuurpers. Wim Laman

    • Dank voor je reactie. Mijn kritiek betrof de misleidende informatie die geleverd werd bij Omtrent een componistenactie van Misha Mengelberg. De indruk werd gewekt dat het stuk zou verwijzen naar de vele protesten tegen de vermeend behoudende programmering van de orkesten. (Waardoor bij het aanwezige publiek als vanzelf de associatie met de Notenkrakersactie uit 1969 werd gelegd.) Het stuk ontstond echter vanuit Mengelbergs betrokkenheid bij de oprichting van een Fonds voor de Scheppende Toonkunst, naar het voorbeeld van het Fonds voor de Letteren.

      Citaat:

      “In december 1964 bespreken Misha Mengelberg en Peter Schat de mogelijkheden van een componistenactie met Ed Hoornik, een van de initiatiefnemers van het schrijversprotest. Kort daarop vormen zij samen met de dichter Bert Voeten en Rob du Bois een actiecomité, dat begin januari 1965 een aantal eisen formuleert. Hierna wordt het comité uitgebreid met Marius Flothuis, Lex van Delden, Robert Heppener en Nico Schuyt en wordt in een enquête de actiebereidheid onder de componisten gepolst*.”

      Deze enquête wordt verstuurd aan 175 componisten, wat de tekst verklaart bij een van Misha’s collages: ‘Na een week hadden 75 componisten geantwoord. Er werden 100 aanmaningen verstuurd.’

      Saillant detail: de door jou genoemde Kees van Baaren was tegen de oprichting van een dergelijk fonds:

      Citaat:

      “Onder de tegenstanders bevinden zich coryfeeën als Kees van Baaren en Hendrik Andriessen, die vrezen dat het toekennen van stipendia en vaste basisvergoedingen voor composities ten koste kan gaan van de kwaliteit. Volgens Van Baaren kan dit zelfs leiden tot ‘veelschrijverij’.
      Net als verscheidene voorstanders wijzen zij bovendien op het problematische aspect van de beoordeling: wie bepaalt welke componist en welke compositie het waard is gehonoreerd te worden, in welke vorm dan ook? Ook voorstander Jan van Vlijmen noemt dit probleem en benadrukt dat een componist voeling moet houden met het muziekleven, als musicus, docent of anderszins. Een volledige afhankelijkheid van het fonds is daarom onwenselijk.”

      Reinbert de Leeuw raakte overigens pas in 1979 actief betrokken, toen het Fonds voor de Scheppende Toonkunst al goeddeels op de rails stond.

      Citaat:

      “Vanwege de zojuist ingevoerde Compatibiliteitswet kan het fonds niet al in 1978 van start gaan. In afwachting van een reparatiewet vraagt minister Til Gardeniers de werkgroep de beschikbare gelden te verdelen in de geest van de conceptstatuten tot de daadwerkelijke oprichting van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst.

      Wanneer De Leeuw een jaar later voorzitter wordt van het GeNeCo, functioneert het fonds dus al officieus, zij het nog niet in de exacte vorm en met het budget dat het uitgangspunt vormde. Kort na zijn aantreden, in oktober 1979, schrijft hij namens het bestuur een beleidsplan waarin hij de conceptstatuten en het huishoudelijk reglement nader uitwerkt.”

      Deze achtergrondinformatie lijkt mij voor een goed begrip van het stuk wel degelijk van belang. Het geestige van Omtrent een componistenactie is bovendien dat Mengelberg niet alleen de ambtelijke obstructie parodieert, maar ook het onderlinge gekrakeel van de componisten.

      Bovenstaande citaten zijn ontleend aan mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie, waarin het ontstaan van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst tot in detail wordt beschreven. https://www.leporello.nl/l/rdl/rdl.html

      Beste groet, Thea Derks

      • Heel begrijpelijk dat je dit plaatst. Maar je zult ook begrijpen dat een pauzegesprek van 8 minuten over 2 componisten toch iets anders is dan een uitgebreide, wetenschappelijk verantwoorde studie. Nogmaals: David Dramm en ik wilden in een kort bestek de contekst van 2 saillante composities uit de roerige jaren ’60 schetsen. Dan is het onvermijdelijk dat je niet alle aspecten daarvan aan de orde kunt stellen – laat staan uitdiepen. Wel houd ik staande dat Misha’s hernomen stuk in het Weeshuis-concert niet alleen maar over de honorering van componisten ging, maar dat hij ook de ambtenarij, het eindeloze vergaderen van activistische componisten en musici, het modernistische componeren en de reacties daarop (o.a. van Hans Henkemans, die dit als ‘soniek’ beschouwde) op een ludieke manier op de korrel wilde nemen. Dit in aanmerking nemende zul je ook begrijpen dat jouw recensie bij mij in het verkeerde keelgat schoot. Welnu, wat mij betreft: discussie gesloten, zand erover !

        • Dank voor je reactie. Misschien had ik je naam niet moeten noemen, maar dat vond ik dan ook weer vreemd, want dan onthoud je de lezer informatie. Anyway, uiteraard hoefde het geen heel exposé te worden, maar de concrete aanleiding had wel vermeld mogen worden :-). Maar ook wat mij betreft zand erover!

Comments are closed.