We gaan een drukke tijd tegemoet. En jij wil van FB af. Mis niets. Abonneer je op onze gratis nieuwsbrief.

0

Abonneer je op onze gratis nieuwsbrief. Omdat het kan!

Dit is waarom.

Holland Festival, Poetry International, een zomer vol kunst. En ondertussen wordt een heel nieuw kunstbestel in elkaar gerommeld. Nederland staat te springen om naar buiten te gaan, muziek te beleven, kunst mee te maken en foodtrucks leeg te eten. En het subsidiestelsel om te gooien.

Het is een bos vol bomen. Het Cultureel Persbureau is als vanouds (alweer 9 jaar!) een betrouwbare gids in festivalland. En als we iets niet zien of beschrijven, dan geven we je wel genoeg stof om over te praten tussen alle kunst door. Want dat doet het Cultureel Persbureau als beste: jou vertellen wat er werkelijk speelt, in de directiekamers, bij de raadsfracties, tussen kunstenaars onderling. Als enige vertellen wij ook wat verzwegen wordt. Omdat we de kunstwereld serieus nemen.

En nu willen we je beter gaan bedienen. Weg van de hypes van Facebook. Weg van het ongewild weggeven van jou gegevens aan Mark Zuckerberg, of andere partijen die helemaal niets met ons, of met jou, te maken hebben.

We gaan over op e-mail!

Daarom willen we je e-mailadres. Dat adres gaan we bewaken als wild zwijn haar biggetjes. Jouw gegevens gaan we aan niemand weggeven. Je adres bewaren we zelfs uitsluitend op onze eigen server, en niet bij commerciële partijen met harde schijven in onduidelijke landen We gebruiken de eigen techniek van WordPress voor het versturen van nieuwsbrieven, via de plug-in Mailpoet en verzendservice Sendgrid  .

Op dat adres gaan we je wel iedere week een mail sturen, met ons laatste nieuws, een paar goede tips, en een persoonlijke noot. 1 mail per week. (Tenzij je je opgeeft voor de dagelijkse update, maar dat is gewoon een melding dat er nieuws is.)

En als je ons zat bent, schrijf je je gewoon uit. Zo simpel. Het lijkt wel Facebook. Maar dan zonder de spionage.

Schrijf je hier in:

Een vruchtbaar repertoirelandschap.

0

Het podiumkunstenbeleid is zeer bepalend voor wat er te zien en te horen is op de Nederlandse podia. Het ligt ten grondslag aan de overheidsfinanciering van theater en muziek. In dit beleid is veel aandacht voor de kwaliteit van de uitvoeringen, maar er wordt nauwelijks gesproken over de keuze van de stukken die worden gespeeld, laat staan wat voor repertoirelandschap er ontstaat uit al die keuzes. Het wordt misschien tijd eens beter na te denken over de functie van de repertoirekeuze in de podiumkunsten, en de manier waarop we met ons theater- en muziekerfgoed omgaan.

Kunsten en erfgoed

Je kunt binnen het cultuurlandschap een eenvoudig onderscheid maken tussen kunsten en erfgoed. De kunsten leggen de nadruk op het maken van nieuw werk. Bij erfgoed staat toegankelijk maken en bewaren van eerder gemaakt werk centraal. Muziek en theater zijn  vaak allebei: je hebt de voorstelling die elke avond nieuw is, en de tekst of compositie die daaraan ten grondslag ligt. Sommige stukken zijn eeuwenoud (van Aeschylos tot Dowland), maar er wordt ook volop nieuw werk geschreven.

Zowel oude als nieuwe werken zijn onmisbaar in de podiumkunsten. In onze musea maken we immers ook ruimte voor zowel de meesterschilders uit de Gouden Eeuw als voor hedendaagse beeldende kunstenaars. Voor een levendige cultuur is het cruciaal dat er nieuwe werken worden geschreven die reflecteren op het heden. Andersom geeft de canon van bekende stukken ons inzicht in universele menselijke waarden, en zit hij zit vol schoonheid. Bovendien is er ook een groot publiek voor de klassieke werken. Maar bij de keuze welk repertoire gespeeld wordt, lijkt er zelden aandacht voor de balans tussen oud en nieuw werk, en hoe de verschillende keuzes van theatergroepen en orkesten zich tot elkaar verhouden.

Eenzijdig repertoirelandschap

Het gevolg is dat die verhoudingen soms erg scheef kunnen liggen. Kijk naar de symfonieorkesten: die hebben de taak de Grote Componisten uit te voeren en daarnaast nieuw repertoire te laten horen. In de praktijk spelen de meeste orkesten vooral de bekende werken uit de canon. Het uitvoeren van nieuwe composities wordt grotendeels overgelaten aan het Radio Filharmonisch Orkest.

In het theater zie ik iets vergelijkbaars bij de grote gezelschappen. Bij de nieuwe generatie artistiek leiders geven bijvoorbeeld Guy Weizman en Eric de Vroedt momenteel ruim aandacht aan nieuw geschreven werk. Maar nog niet heel lang geleden was het gros van de grote producties van de stadsgezelschappen gebaseerd op de klassiekers van Tsjechov of Shakespeare. Nieuwe Nederlandse teksten werden vooral geschreven in opdracht van vrije producenten als Hummelinck Stuurman.

#hoedan

Ik vind dat het cultuurbestel beide functies moet borgen. Het moet zorgen voor zowel voldoende nieuw werk als het uitvoeren van gekende oude werken. Alleen al door beide functies expliciet in het beleid te benoemen, ontstaat er een heel ander bewustzijn over erfgoed en nieuw werk binnen de podiumkunsten. Welke plek willen we inruimen voor nieuwe stukken van onze componisten en tekstschrijvers? Gebeurt er op dat vlak genoeg? Hoeveel ruimte is minimaal noodzakelijk voor de klassieke werken?

Ik maak me op dit moment niet echt zorgen of er wel voldoende Bach of Beckett wordt uitgevoerd. Het lijkt me wel goed te onderstrepen dat we dat erfgoed levend willen houden en belangrijk vinden. Het vervult immers een belangrijke en onmisbare functie in het landschap. De repertoirekeuze is bovendien een belangrijk onderdeel van de onderlinge positionering van orkesten en gezelschappen.

Sinds de invoering van de Basisinfrastructuur is het gewoon geworden bepaalde functies te benoemen die we essentieel vinden voor het culturele landschap. Daar zou de onmisbaarheid van erfgoed en nieuw werk in de podiumkunsten prima kunnen worden ingepast. De subsidieverdeling van het Fonds Podiumkunsten is weliswaar niet op functies gebaseerd, maar kan er evengoed ruimte voor maken. Bij het beoordelingscriterium ‘pluriformiteit’ kan het standaard aandacht geven aan repertoirekeuze.

De Raad voor Cultuur doet momenteel voorstellen voor de inrichting van een nieuw cultuurbestel. Dit lijkt me een uitgelezen moment om de positie van oude èn nieuwe toneel- en muziekstukken in de podiumkunsten de aandacht te geven die ze verdienen.

Schatkistbeheer

Als we het levend houden van het erfgoed benoemen als functie die we garanderen binnen het totale podiumkunstenaanbod, zou ik ervoor willen pleiten hierbij dan meteen ook een duidelijke plek in te ruimen voor de schatkist van recent Nederlands werk. Want als er dan eens nieuw werk wordt gepresenteerd, blijft het meestal bij een enkele uitvoering. Toprepertoire van Nederlandse schrijvers en componisten van de afgelopen decennia wordt in de praktijk slechts zelden opnieuw op de planken gezet.

De Materie van Louis Andriessen is een van de belangrijkste werken van de recente Nederlandse muziekgeschiedenis. Sinds zijn wereldpremière in de jaren tachtig is het slechts vier keer te horen geweest in een Nederlandse concertzaal. Prachtig, al die Ibsens en Molières, maar ook stukken van Karst Woudstra, Maria Goos, Rob de Graef of Judith Herzberg verdienen hervertoning. Er is een indrukwekkende stapel composities geschreven voor de Vrijdag van Vredenburg en de ZaterdagMatinee. Vrijwel altijd blijft het bij een of misschien twee uitvoeringen en daarna gaat het werk het archief weer in. Daar moeten toch pareltjes tussen zitten die zich kunnen meten met de bekende werken?

Al dat werk, dat voor een groot deel tot stand is gekomen door investeringen vanuit cultuursubsidies, blijft op deze manier “dood kapitaal”. Het krijgt geen kans de canonieke status te bereiken van Pinter, Jellinek of Albee. Dat is eeuwig zonde.

Annelies van Parys: ‘Geen mooier symbool voor de liefde dan een bloem’

0
Songs of Love and War - Neue Vocalsolisten (c) Martin Sigmund

In 2014 componeerde Annelies van Parys (1975) haar eerste opera, Private View, voor Asko|Schönberg en Neue Vocalsolisten Stuttgart. Deze werd kort daarna onderscheiden met de FEDORA – Rolf Liebermann Prize for Opera. De Stuttgarter zangers vroegen haar subiet een nieuw stuk voor hen te componeren. Songs of Love and War/An Archive of Love gaat 20 mei in première tijdens Operadagen Rotterdam.

Voor deze avondvullende productie werkte Van Parys samen met de Vlaamse auteur Gaea Schoeters en Het Geluid Maastricht. Afgelopen seizoen maakten zij al de veelgeprezen voorstelling Het Kanaal over burgers die een transgender en een vluchteling willen lynchen. Was die geïnspireerd op een teruggevonden tekst van Shakespeare, nu gaat Van Parys in dialoog met dode en levende collega’s. Naast haar eigen muziek klinkt werk van Claudio Monteverdi, Claude Vivier en José Maria Sánchez-Verdú.

Geen oorlog maar liefde

‘Met oorlog heeft ons stuk weinig van doen’, zegt Van Parys in een Skype-gesprek. ‘Oorspronkelijk wilde ik een complete cyclus Songs of Love & War componeren, maar omdat ik werk aan een nieuwe opera heb ik die even op de plank gelegd. Daarom stelde ik voor mijn eigen Ah, cette fable te bewerken. Dat stuk schreef ik in 2017 voor sopraan en saxofoon, op een tekst van Gaea. Vandaaruit kwamen we op het idee iets te doen met een soort archief. Dat verklaart het tweede deel van de titel, An Archive of Love. Het eerste verwijst naar de Madrigali Guerrieri et Amorosi van Monteverdi waaruit we enkele delen gebruiken.’

Gevallen engel

Schoeters baseerde haar libretto op een gedicht van Gérard de Nerval, dat ontsproot aan een van zijn dromen/psychoses. Hij beschrijft hierin een imposante gevleugelde figuur, gevangen op een kleine binnenplaats. Daarnaast putte Schoeters uit een hierop geïnspireerde vertelling van Jeannette Winterson, The Gap of Time. 

Van Parys: ‘Winterson geeft de engel menselijke trekjes. Hij is niet gevangengenomen, maar uit liefde neergedoken naar de aarde. Daar zit hij een beetje te verpieteren. Als hij wegvliegt zal hij het gebouw en zijn geliefde vernietigen, als hij blijft zitten sterft hij zelf. Want een engel die niet vliegt gaat teloor. Gaea geeft hem daarbij het ultieme menselijke kenmerk: de vrije wil. Welke keuze hij ook maakt, de uitkomst is noodlottig, hij staat voor een duivels dilemma.’

Annelies van Parys (l) + Gaea Schoeters, foto Trui Hanoulle

Van Parys bewerkte Ah, cette fable voor de zes zangers van Neue Vocalsolisten, Schoeters koos de overige muziek. ‘Het is een ingenieuze puzzel geworden, waarbij mijn stuk fungeert als leidraad. Gaea koos zeer uiteenlopende composities, die ze op een uiterst associatieve manier aan elkaar heeft gekoppeld. Ze zet dingen achter elkaar die geen zinnig mens in zo’n volgorde zou plaatsen. Maar hoewel zij geen muziekachtergrond heeft, sluiten ze wonderwel op elkaar aan. Ik vreesde dat ik veel lassen zou moeten componeren, maar dat bleek helemaal niet het geval.’

Van eerste liefdesvonk tot uitgedoofde relatie

De voorstelling opent met een integrale uitvoering van Love Songs van Claude Vivier. ‘Zij vormen de opmaat naar het eigenlijke archief van de liefde. Dat hebben we onderverdeeld in vijf thema’s, die grofweg de evolutie van een liefde volgen. Spark gaat over het overspringen van de eerste vonk, de pijl van Cupido zo je wilt. Het tweede hoofdstuk is Courting, het hof maken, het spel van verleiding.’

Het derde deel, Love, beschrijft de voltooiing, het bereiken van de liefde. ‘Beetje cynisch misschien’, lacht Van Parys, ‘maar dit is het kortste deel van allemaal. In Rupture gaat het vervolgens over verval en wanhoop, de teloorgang van de liefde. Maar we eindigen niet enkel negatief, want hierop volgt Repeat, waarin ruimte is voor het koesteren van herinneringen. Dan komt bovendien het besef dat alles cyclisch is en dat zich ooit weer een nieuwe liefde zal aandienen.’

Claude Vivier en Pointer Sisters

Het eerste stuk in het ‘archief’ zijn voornoemde Madrigali Guerrieri et Amorosi van Monteverdi. ‘Ik moest ze enigszins bewerken omdat er oorspronkelijk instrumenten bij zaten. Verder horen we een paar deeltjes uit Scriptura Antiqua van Sánchez-Verdú en echo’s uit Love Songs van Vivier. Daar heb ik geen noot aan veranderd. Het geheel wordt verlevendigd met associatieve citaten uit bekende liefdesaria’s en songs.’

Desgevraagd geeft  Van Parys een paar voorbeelden. ‘Als in Vivier de tekst “Tristan, Tristan” klinkt, hoor je een flard Romeo & Juliette van de Pointer Sisters. In Rupture zetten we twee aria’s uit Mozarts Don Giovanni naast elkaar. De “catalogusaria” van Leporello en “Ah, fuggi il traditor!” van Donna Elvira, in totaal verschillende toonsoorten. Dat botst enorm. We zetten in dit deel verder “Un di felice” uit La Traviata van Verdi naast “Ah, je vieux vivre” uit Roméo et Juliette van Gounod. Dat clasht ook heerlijk!’

Geen traditioneel toneeltje

Het theatrale aspect van Songs of Love and War/An Archive of Love zit hem vooral in de interactie met de concertgangers. ‘Gaea en ik waren er op gebrand dat het geen traditioneel toneeltje zou worden, het is meer abstract. Er zijn telkens andere formaties van zangers, die soms in, soms achter, soms rond het publiek staan. Hierdoor krijg je steeds andere benaderingen van de muziekbeleving en spreek je de luisteraar rechtstreeks aan.’

Naast deze ruimtelijke opstelling wordt gewerkt met bloemen. ‘Bloemen kunnen heel veel liefdeszaken representeren. Als je iemand het hof maakt, geef je hem of haar bloemen. Wanneer iets stuk gaat, kan dit gesymboliseerd worden door een geknakte steel of een verwelkende bloem. Het bijzondere van bloemen is bovendien dat ze altijd fraai zijn. Er bestaat geen mooier symbool voor de liefde dan de bloem.’

Meer info en kaarten hier.

Gedeputeerde Swinkels over kansen voor Brabant: ‘Anders dan bij het Rijk, werken we hier al niet meer ‘disciplinair’. We stoppen niet alles in hokjes.’

0
Henri Swinkels gedeputeerde leefbaarheid en cultuur provincie Noord-Brabant
Henri Swinkels gedeputeerde leefbaarheid en cultuur provincie Noord-Brabant (video-still)

De aanleiding voor dit verhaal is dat relatief kort geleden de Raad voor Cultuur haar sectorverkenning publiceerde. De samenvatting opent met de woorden dat ‘Cultuur beweegt’. Een nogal eufemistische constatering in mijn ogen. In dit geval wordt bedoeld dat het maken, verspreiden en beleven van cultuur voortdurend aan verandering onderhevig is. De tweede zeer voor de hand liggende observatie van de Raad in diezelfde inleiding is dat cultuur en de makers van cultuur zich niet meer laten vangen in vakjes of genres. Iets wat volgens de Raad voor Cultuur, de Rijksoverheid moet stimuleren tot een herbezinning in hoe ondersteuning voor kunst en cultuur anders moet worden georganiseerd.

Wensdenken?

Aansluitend gaat het in diezelfde samenvatting verder in een formulering waarbij je bijna zou denken dat alles één pot nat is geworden. Is het echt zo dat elk onderscheid is weggevallen? Is het tunnelvisie of wensdenken? Zo’n tekst stemt me verdrietig. Ik kan het maar moeilijk accepteren dat een ‘fait accompli’ hier als ‘nieuw inzicht’ wordt opgeschreven. Nergens wordt geconstateerd dat het zo is geworden, uit pure armoede en overlevingsdrang.

Immers, na de ingrepen uit de periode van Halbe Zijlstra werden de afgelopen jaren bepaald door de afbraak en het wegvallen van voorzieningen. Als de specifieke voorzieningen zijn wegbezuinigd die jij als cultuurmaker voor je specialisme nodig hebt, dan heeft het weinig zin je te blijven beroepen op dat specialisme waar jij als maker jaren je ziel en zaligheid in hebt gelegd. Dat maakt de kans dat je het volhoudt alleen maar kleiner. Dus neem je je verlies en ga je met minder weer aan de slag.

Vervolgens vertelt de Raad voor Cultuur voor welke voorzieningen er dan wel opnieuw publieke investeringen nodig zijn en hoe dat die tot stand zouden kunnen komen. Dan wordt het interessant, de Raad voor Cultuur doet een nieuwe ontdekking.

Stedelijke Cultuurregio’s

In het tweede deel van het sectoren-advies over de toekomst van cultuurbeleid richt de Raad zich op de verkenning van nieuwe verhoudingen tussen het Rijk en de ‘stedelijke cultuurregio’s’. De raad gaat op zoek naar een nieuwe afstemming en gezamenlijke formulering van goede randvoorwaarden voor de cultuursector. Hierbij krijgen de ‘stedelijke cultuurregio’s’ een sleutelrol toebedeeld in ons cultuurbestel.

De stedelijke cultuurregio is volgens de raad het nieuwe ‘ecosysteem’ waarin makers, culturele instellingen en overheden in nauwe samenwerking met elkaar kunnen inspelen op de specifieke samenstelling en behoefte van de bevolking. Bijvoorbeeld op de identiteit en op verhalen uit de regio. Op de daar aanwezige infrastructuur en onderscheidende lokale kenmerken. De eigenheid van gemeentes en provincies, voor bijdragen aan de leefbaarheid en de saamhorigheid in wijken en natuurlijk het vestigingsklimaat: ‘Culture goes local’.

Een opsomming van bijna louter instrumentele waarden van kunst en cultuur. Instrumentele waarden die zo teruggerekend kunnen worden naar economische en zich nauwkeurig kunnen laten vangen in euro’s. Kortom: een nieuwe rol voor stedelijke regio’s.

Bruisend Optimisme

Gezien dit bruisend optimisme van de Raad voor Cultuur, leek het mij een goed idee om gelijk maar eens met de ‘stakeholders’ uit mijn eigen regio (Provincie Noord-Brabant) te gaan praten. Zoals dat dan gaat, met de gemeentelijke verkiezingen in het vooruitzicht, werd er hier en daar met ronkende trom over de kansen voor stedelijke cultuur gesproken. Maar door diezelfde verkiezingen diende ik de positie van de ‘stedelijke cultuurwethouders’ even te parkeren. De zaken waar ze voor de verkiezingen enthousiast over berichten, staan nu even ‘on-hold’. Pas als het stof weer enigszins is neergedaald en de nieuwe colleges en wethouders zijn benoemd, openen zich de mogelijkheden om daar navraag te doen. Hen te bevragen over hun nieuwe plannen voor de stedelijke kunst en cultuur.

Er is ook een belangrijke rol voor provincies is beschreven in de verkenning van de Raad voor Cultuur. Voor deze serie is daarom mijn eerste stap, het vraaggesprek dat ik onlangs had met de gedeputeerde voor cultuur van de Provincie Noord-Brabant Henri Swinkels (SP).

Aantrekkelijk

Henri Swinkels was blij met mijn belangstelling, zo vriendelijk een plekje in zijn agenda voor een interview te reserveren en zijn beleidsaanpak toe te lichten. Kunst en Cultuur is een belangrijk aandachtsgebied voor stedelijke regio’s, ook in Brabant. Vaak niet om een autonoom motief, maar vooral omdat veel lokale politici een instrumentele noodzaak zien voor de inzet op een sterker kunst- en cultuurbeleid. In andere woorden ‘de aantrekkelijkheid van het vestigingsklimaat’, wat het economisch motief bij uitstek is.

Een eerste serieuze vraag is dus: Hoe gaat het toekomstig beleid er uitzien?

Swinkels: “Het advies van de Raad voor Cultuur is belangrijk, omdat zich een kans voordoet om tot een nieuwe afstemming met het Rijk te komen. Tot nu toe gaat het Rijk vooral over productie en gemeenten over de lokale infrastructuur. Ik pleit ervoor dat we ook op regionaal en lokaal niveau invloed kunnen aanwenden om productie te verbinden aan voorzieningen. Dat we bijvoorbeeld niet eerst een ensemble met rijksmiddelen zich laten richten op een nationale productie, die dan later hier lokaal wordt aangeboden. Ik zie graag dat die beweging ook omgekeerd tot stand kan komen. Natuurlijk kan ik niet op de stoel van de gemeentes gaan zitten. Wel kan ik er op wijzen, ook nu met de nieuwe gemeenteraden, dat de provincie het belang van kunst en cultuur nadrukkelijk onderkent.”

Economische waarden

Swinkels vertelt dat het in de huidige tijd natuurlijk zo is, dat in cultuurbeleid bijna alles wordt gevangen in tot economische aspecten terug te rekenen motivaties. Hij betreurt dat, maar beseft dat dit in deze tijd zwaarwegende redenen zijn voor beleidsinzet. Ook bij de gemeentes in Brabant.

De provincie heeft een organiserende rol en kan slechts proberen het draagvlak voor de beleidsinzet op kunst en cultuur te vergroten. Een rol om meer aandacht voor kunst en cultuur te ontwikkelen, ziet hij ook weggelegd voor het onderwijs. Persoonlijk is hij daarom blij met het resultaat dat er in de provincie Noord-Brabant 47 gemeenten ingestemd hebben met een extra financiële injectie voor cultuureducatie. Cultuureducatie wordt in deze gemeenten nu op een hoger niveau aangeboden. Terwijl anders cultuureducatie mogelijk geheel uit het curriculum van de scholen was verdwenen.

Cultureel Ecosysteem

De Raad van Cultuur heeft in het recente sector advies ook aangedrongen op een sterkere rol voor de ‘regio’s’. Immers de stedelijke regio’s zijn volgens die raad bepalend voor het door hen als ‘cultureel ecosysteem’ omschreven stedelijke culturele klimaat.

Hoe ziet de gedeputeerde dat voor de stedelijke regio Brabantstad, waar op dit moment wordt gewerkt aan een gezamenlijke cultuurvisie?

“In beleidsvisies en -advisering wordt natuurlijk veel aandacht geschonken aan instrumentele motieven voor kunst en cultuur. Hoe kan kunst en cultuur nog op zijn eigen kracht en merites worden gewaardeerd of beoordeeld? De discussies hierover zijn vaak eindeloos, hoewel ik ervan overtuigd ben dat die waarde er is. Je kunt voor jezelf eenvoudig vaststellen dat je van iets geniet en of jij je erdoor prettig voelt of geraakt bent. Een positief punt vind ik daarbij dat de huidige minister in haar brief het woord ‘verbeeldingskracht’ opnieuw noemt. Ik vind dit zo hoopgevend, dat ik daar ook meteen persoonlijk op heb gereageerd.”

Bekijk de opvallende reactie van Henri Swinkels: De Cultuurbrief.

Henri Swinkels schrijft reactie op Cultuurbrief van de minister (video-still)
Henri Swinkels schrijft reactie op Cultuurbrief van de minister (video-still)

Homogeen

Brabantstad is niet homogeen, ook al werken we in Brabantstad (’s-Hertogenbosch, Eindhoven, Helmond, Tilburg, Breda en de provincie) aan een gemeenschappelijke cultuurvisie. Volgens Swinkels  zijn er sterke onderscheidende aspecten tussen deze steden, ook cultureel. Elke stad wil natuurlijk toch zoveel mogelijk het hele pakket cultuur breed kunnen aanbieden. Hoe ziet hij hierin toch mogelijkheden tot onderlinge verbondenheid?

Hoe kan het beleid vanuit de provincie Noord-Brabant hierop inspelen, dit mede in het licht van de visie van de Raad voor Cultuur?

“Ik geef toe dat het geen eenvoudige opgave is. Op basis van goed onderzoek echter, zou het mogelijk moeten zijn om meer fundamentele keuzes te kunnen maken. Daarmee onderling te kiezen voor meer diversiteit. Als gedeputeerde kan ik wel proberen de steden aan te moedigen zich uit te spreken voor meer heldere keuzes. Keuzes die ook beter passen.”

Makersfonds

“Vanuit de provincie stimuleren we bijvoorbeeld het aanbieden van een ‘Makersfondsregeling’. Dat is een goed uitgangspunt om wat op een lokaal niveau tot stand komt te ondersteunen en te versterken. Dan werkt ook de lokale voedingsbodem door in wat er in die specifieke gemeente wordt ontwikkeld.”

Ook met de provinciale ‘Impulsgeldenregeling’ wil de provincie lokale initiatieven versterken en vanuit die lokale structuur extra mogelijkheden ontwikkelen. Impulsgelden willen cultuurmakers en -instellingen in Brabant precies dat geven wat het woord zegt. Een aansporing om hun activiteiten of werkzaamheden te versterken en zakelijk ook beter te bestendigen. Een Impulsgeldsubsidie kan met een looptijd over een langere periode van 1 tot 3 jaar worden toegekend.

Lokale gerichtheid

Uit de gemeenteraadverkiezingen blijkt dat de lokale partijen steeds meer aan momentum winnen, ook in Brabant. Een groeiende lokale gerichtheid. Hoe weerspiegelt dit zich in de ambitie een gezamenlijke cultuurvisie te ontwikkelen voor Brabantstad?

Wat is er volgens Swinkels nodig in Brabant om kunst en cultuur te versterken en welke kant moet het dan op?

“Dankzij die mogelijke lokale gerichtheid is juist zo’n Makersfonds een instrument om op lokaal terrein talent ondersteuning te bieden. Uiteindelijk is iedereen er trots op als een lokaal talent breder doorbreekt. Het blijft belangrijk dat we nut en noodzaak van kunst en cultuur onderkennen. Uiteindelijk plukken de gemeenten daar de vruchten van in de zin zoals we eerder bespraken. Maar in Brabant hebben we nu goede kansen om tot een veel betere afstemming te komen. Niet alleen onderling, maar ook tussen de Provincie, de gemeenten en het Rijk.

Het tijdspad is duidelijk. We moeten afwachten wat er precies van komt, maar als het lukt om een scherpe gemeenschappelijke cultuurvisie aan te bieden aan de minister, dan kunnen we elkaar versterken en een forse stap vooruitzetten.”

Tot slot, wat zou de gedeputeerde ten slotte nog op willen merken, of mee willen geven in reactie op dit gesprek?

“Anders dan bij het Rijk, werken we hier al niet meer ‘disciplinair’, of stoppen niet alles in hokjes. We kijken over de hele breedte van het culturele veld. Bijvoorbeeld, in de rol van Brabant-C zijn we steeds bezig ons te verbeteren en te matchen met ook andere partijen, buiten de vaste circuits om. Natuurlijk blijven we werk verzetten. De tijd vraagt dat ook van ons om steeds mee te bewegen.”

Henri Swinkels schrijft reactie op Cultuurbrief van de minister
Henri Swinkels schrijft reactie op Cultuurbrief van de minister (video-still)

Persoonlijke informatie

Henri Swinkels is gedeputeerde Leefbaarheid en Cultuur van de Provincie Noord-Brabant. Henri Swinkels (1963) is geboren in Vught, waar hij ook nu nog woont. Hij studeerde in 1987 af aan de Universiteit van Utrecht als evolutiebioloog. In zijn diensttijd sloot hij zich aan bij de Vereniging van Dienstplichtig Militairen (VVDM). Het was zijn kennismaking met vakbondswerk dat vervolgens een groot deel van zijn carrière heeft bepaald. Eerst als opleider/trainer bij het scholingsinstituut van de FNV, daarna bijna 15 jaar als opleidingscoördinator voor de Nederlandse Politiebond. Vanaf januari 2014 verruilde Henri de vakbeweging voor de Tweede Kamerfractie van de SP waar hij fractiemedewerker Sociale Zaken en Werkgelegenheid werd. In het voorjaar van 2014 was hij kortstondig Tweede Kamerlid ter vervanging van Renske Leijten wegens zwangerschapsverlof.

Daarom is Iris Hannema de beste reisschrijver van Nederland: ‘Wie op reis niet goed voor lul heeft gestaan, is ergens niet werkelijk geweest.’

0

‘Iris Hannema schrijft als een vent’, schreef ik een paar jaar geleden in een recensie over haar Het bitterzoete paradijs (2016). Daar zou je nu niet mee wegkomen. Ik bedoelde eigenlijk te zeggen: Iris Hannema schrijft stevige, beeldrijke, onafhankelijke én kritische teksten die je zelden bij vrouwelijke én mannelijke reisjournalisten tegenkomt. Waarom dat zo is, vertel ik straks.

‘Opsodemieteren’

Typische Hannema-zinnen zijn: ‘Zo monnik, en nou opsodemieteren met je zogenaamde stofdoekje.’ (Over glurende Aziatische geestelijken.)

Over de zin van het reizen schrijft ze: ‘Wie op reis niet goed voor lul heeft gestaan, is ergens niet werkelijk geweest.’

Hannema (1985) reisde de afgelopen tien jaar naar meer dan honderd landen in vijf continenten. De ontembare wereldreizigster voelt zich naar eigen zeggen ‘bijzonder gelukkig in wereldanussen, daar waar het einde der beschaving begint’. In 2014 verscheen haar non-fictiedebuut Miss yellow hair, hello! In haar tweede boek, Het bitterzoete paradijs, ging ze op zoek naar het aards paradijs,  in de Stille Oceaan. Deze week verschijnt haar derde boek: Reizen volgens Hannema, Over reislust, ontwortelen en thuiskomen.

Weg van de clichés

Hannema viel me voor het eerst op in dagblad Trouw, een paar jaar geleden. Ze schreef een vlot verhaal, waarin terloops ‘kastjes op neukhoogte’ voorkwamen. Ik vond haar stijl op z’n minst onderscheidend. Snel, beeldend en ver weg van de clichés: ‘Het daglicht verdwijnt in Afrika met een verbazingwekkende snelheid, alsof er een rolluik naar beneden wordt getrokken.’ Van die zinnen. Ik was ook getriggerd door het citaat voorin Het bitterzoete paradijs: ‘He told us there were five rules for successful travel. Never eat in any restaurant called Mom’s. Never play poker with anyone called Doc. (…) Never refuse sex.’ (James A. Michener.)

Jawel, Iris Hannema is een verheugend incorrecte jonge, Nederlandse reisjournaliste die schrijft als een mitrailleur.

Ze ziet er geen been in de staf te breken over haar onwelgevallige wereldbewoners.

De rastafari’s die ze op haar reizen ontmoette karaktiseert ze in Het bitterzoete paradijs als volgt: ‘Rastamannen zijn de allervervelendste, lapzwansen die zonder hun touwhaar gewone werkloze jongens met korte broeken zijn en ik wens ze een eigen land toe, waar ik dan vervolgens nooit van mijn leven heen ga (om die reden vermijd ik Jamaica).”

‘Rastamannen zijn lapzwansen’

Het zijn bewoordingen die je niet vaak tegenkomt in de doorgaans brave reisverhalen in kranten en glossy’s. Waarom dat zo is? Ten eerste omdat de meeste reisjournalisten schrijven voor dagbladen en tijdschriften die hun lezers graag willen verblijden met prettige of interessante bestemmingen waar je en famille een leuke vakantie kunt hebben. Zinnen als ‘Het regent hier altijd en de bevolking staat bekend om zijn doortraptheid’ (niet van Hannema overigens) kom je zelden tegen in een reisblad. Op dergelijke vakantieoorden zit de reisbeluste lezersschaar niet te wachten.

Hypotheek en huilbaby

Een tweede reden is dat schrijvers en fotografen vaak met een vergulde halsband aan de reisorganisaties vastzitten. De reisbranche sponsort vliegtickets, hotels en het natje & droogje van de journalist. Veel kranten zetten bij hun reisverhalen daarom een ‘disclaimer’ als: ‘Onze krant bedrijft onafhankelijke reisjournalistiek. Reizen kunnen deels betaald worden door derden, maar zonder toezeggingen over onderwerpkeuze of presentatie.’

Het zal allemaal best meevallen in de meeste gevallen, maar niets menselijks is de reisjournalist vreemd. Het vraagt moed om te bijten in de schenkende  hand, zeker als je een week in een 5-sterrenhotel, vrij eten en drinken, mocht doorbrengen, de krant je een honorarium van € 437 euro betaalt voor 8 dagen reizen en twee dagen schrijven en fotograferen, en je freelancer bent met hypotheek en huilbaby. Was je matras dan iets te hard en zag je een kakkerlak achter de gouden wc-pot dan laat je dat toch maar even zitten.

‘We hebben geen budget’

‘Ja, we hebben helaas zelf geen budget’, zeggen de redacties, ‘we kunnen niet anders’. Dat zal best gelden voor noodlijdende mama-en-papablaadjes. Maar als Ombudsman Jean-Pierre Geelen zoiets schrijft in de Volkskrant (‘Het budget ontbreekt om alles zelf te betalen’, 7 april) dan klinkt dat wat ongeloofwaardig voor een gezond renderende krant. ‘We hebben er geen geld voor over’, bedoelen ze. Andere deelredacties zullen best vliegtickets kunnen kopen, ze vinden de reisjournalistiek wat minder belangrijk of nemen die niet zo serieus. Misschien hebben ze wel gelijk.

‘Is reizen echt altijd leuk?’

Het punt is dus: schrijf je zelfgeregelde reportages zonder al te veel sponsoring en zwerf je er met je onafhankelijke geest maanden achtereen (in je eentje) op los, zoals Hannema doet, dan krijg je andere verhalen. Dan gaat gewoon de bijl erin als je daar zin in hebt.

‘Je rot vervelen’

Hoera, eindelijk een eerlijke reisjournalist die ook nog eens vlot schrijft. Over de Siberië Express zegt Hannema: ‘Het is vooral heel lang in de trein zitten en je rot vervelen.’ Dan heb je waarschijnlijk geen gratis ticket gekregen. (Of voor de laatste keer.) Er ligt wel een gevaar op de loer. Als je veel reist dan loop je kans verveeld te raken en te gaan zeuren. Oudere reisjournalisten, vooral de mannen, laten in hun verhalen immer doorschemeren dat het vroeger leuker was in Ping Yang of Schuddebuik. Hannema pakte haar indalende desinteresse origineler aan. Na veel verre reizen besloot ze zich enkele jaren terug zich met haar nieuwe lief Francisque, tegen het lijf gelopen op een atol aan de Stille Oceaan, in Frankrijk te vestigen.

Tropische infectieziekten

Ze verlangden in de tropen ‘als junkies naar ruimte, kou en hoogte, naar een leven zonder muggen en tropische infectieziektes’. Tot rust gekomen in de Savoyaanse Alpen, begon Hannema voor de allereerste keer haar reislust te ontleden. ‘Wat is reizen voor mij geweest? Wat heeft reizen voor mij betekend?’ En zo ontstond haar jongste boek Reizen volgens Hannema. ‘Om dezelfde reden dat ik ooit op reis vertrok: uit zelfonderzoek.’ In het hoofdstuk Tropische verveling, Wat je doet als er niets te doen is, schrijft ze (op Samoa):

‘Dit is het imaginaire beeld van reizen, benen op een rug­zak, in de wachtstand, zwoegende plafondventilators, en omdat verveling in de natuur niet voorkomt, probeer ik dat gevoel niet toe te laten.’

Obsessief reizen

Wat leverde tien jaar obsessief reizen op? In elk geval ervaring. ‘Het betekent dat je niet constant overal afgezet, aangerand en beroofd wordt, omdat je niet langer vriendelijk bent tegen iedere golem die je ergens welkom heet’. Die ervaring kan ook een handicap worden, vertel mij wat. Ik had na dertig jaar professionele reiservaring een houding van ‘wat kan mij nog gebeuren?’. De afgelopen drie jaar liet ik uit ostentatief joie de vivre” twee keer mijn paspoort in de rugleuning van mijn vliegtuigstoel zitten en één keer in de hotelkluis. Omdat ik geen doe-lijstje meer wilde maken, dat vond ik iets voor amateurs.

Hannema: ‘Ik was twee eilanden geleden nog beroofd omdat ik me niet meer aan de door mij gezette reisregels had gehouden: nooit pinpas en credit­card bij elkaar bewaren, niet mijn iPhone op straat tevoor­schijn halen en niet slapen in kamers met zwakke sloten.’ Reizen volgens Hannema ging vervelen: ‘In het begin hield ik van alles: van stank, van hitte, van zwetende dijen, krappe busjes, ravijnen, gedeelde slaapkamers, het tillen van een rugzak, de spanning van Rio, het onderlinge wedijveren van reizigers, landen tellen, een halve dag wachten bij grensovergangen, van festivals, van muziek in mijn oren, van vol hoop denken ergens te gaan wonen, van keuzes maken, van zoeken naar een hostel, van het gevoel in de film The Beach te zitten, van intimi zijn van vreemden, van vliegvelden, van weken niet douchen, van vrachtschepen, van propellervliegtuigjes en van aangestaard worden. Maar dat is niet meer zo.’

De berenklem van de sponsor

Wat een verademing deze zinnen, vergeleken bij al die jolige influencers die hardnekkig hun blije (betaalde) boodschap de wereld in stralen, gefixeerd in de berenklem van hun sponsor. Ondertussen truffeert Hannema haar werk met kloeke zinnen. In Samoa: ‘Het enige charmante aan de hoofdstad van Samoa is dat er geen hoogbouw staat en dat de binnenstad als de kop van een moersleutel om de baai heen ligt.’ Cycloon Pam kwam aan land, geselde Vanuatu en sloeg ‘de eilanden met luchthamers tot moes’. En de ontmoetingen: ‘Tijdens een van zijn missies was hij uit zijn schietstoel gelanceerd en met een parachute als trouwsleep in de Cambodjaanse jungle terechtgekomen.’

‘Lauw smaken ze naar pis’

Hannema kan de lezer laten glimlachen om de treurigheid van de eenzame reiziger. ‘Ik had in een koffiebar gezeten, koffie besteld, gewacht, en na een kwartier toch maar eens onderzoekend gevraagd waar de koffie bleef, waarop de verkoopster zei dat de koffie op was. Hetzelfde was voorgevallen in een juicebar, waar de jongen me eerst een menu overhandigde en daarna op alles wat ik probeerde te bestellen antwoordde dat hij dat niet meer had, en dat ook niet; het kwam erop neer dat hij helemaal geen fruit meer had, alleen groene jonge kokosnoten, maar die waren niet koud (en nee, die hoefde ik niet, lauw verfrissen ze niet maar smaken ze naar pis).’

‘Kweenie’

‘In het internetcafé waar ik was neergestreken en betaald had, computer nummer vijf kreeg ik toegewezen, bleek momenteel geen internetverbinding te zijn. ‘Ik kóm toch voor het internet,’ had ik verwijtend tegen de dikke gamende jongen bij de ingang gezegd, maar hij haalde zijn schouders op, kweeniet.’ Wie zei daar dat reizen altijd leuk is?

 ‘Massaal vreemdgaan’

Reizen, peinzen en nadenken kan leiden tot wijze woorden, bewijst Hannema. ‘We worden pas geslaagde reizigers als we ons niet meer laten verleiden tot veroordelen, als we ophouden voor anderen te denken en onszelf verplaatsen naar de zijkant van het universum, zodat er ruimte ontstaat voor werkelijke interesse in de levens van anderen.’ Zo concludeert Hannema dat ‘massaal vreemdgaan op een klein eiland niet verontrustend’ is. Het betekent niet veel meer ‘dan dat verbintenissen ook hier niet gemaakt worden om onbreekbaar te zijn. Ze zijn er om een basis aan te brengen, veiligheid, zodat er daarbovenop iets anders kan ontstaan, gladder en enerverender.’ Oei, dat klinkt niet als een reisjournalist die een leuk verhaal voor Kampioen of Margriet schrijft. Dat klinkt als een antropoloog en wijst op een gerijpt schrijverstalent.

De stank, de hitte, de zwetende dijen

Hip hotelletje, beste rooftopbar

Al kun je, eerlijk is eerlijk, als lezer ook wat moe worden van al die bespiegelingen en monologues intérieurs van Hannema. Reizen volgens Hannema is zonneklaar geen klassieke reisgids die je meeneemt op jacht naar een hip hotelletje of de beste rooftopbar voor de sundown. Iris Hannema raadt zelfs aan zonder enige kennis af te reizen. Want: ‘Wat je leest, weet, beluistert en bekijkt over een bestemming heeft uiteraard invloed op wat je ziet, het bepaalt vooraf je denkvorm. Je gaat op zoek naar wat je beloofd is, voorgeschoteld is, en het zet aan tot spoeden totdat het gezochte gevonden is.‘

Iris Hannema heeft geen concrete plannen als ze op reis gaat. ‘Het merendeel van de tijd kom ik reizigers tegen die het wel weten, alles al hebben uitgedroomd, uitgedacht en ingedeeld.’  Dé reiziger bestaat niet.

Informatie

Reizen volgens Hannema, 

Over reislust, ontwortelen en thuiskomen (2018), € 19,99, de Arbeiderspers

 

Cellist Maya Fridman: ‘Het mooiste van musiceren is de communicatie met mijn publiek.’

0
Maya Fridman (c) Brendon Heinst

De cellist Maya Fridman werd in 1989 in Moskou geboren, waar ze zich ontpopte als wonderkind. Nog tijdens haar studie aan het Schnittke College won ze de eerste prijs van het International Festival of Slavic Music. In 2010 kwam ze naar Nederland, waar ze zes jaar later Cum Laude afstudeerde aan het Conservatorium van Amsterdam.

Fridman plaatst als vanzelfsprekend hedendaagse composities naast grote werken uit de vorige eeuw en ontroert met haar emotioneel geladen spel. De komende twee jaar is zij musician in residence bij Gaudeamus. Op 26 april presenteert zij de wereldpremière van Canti d’inizio e fine in Kunstruimte KuuB in Utrecht.

Deze zevendelige compositie voor cello solo en zang ontstond in nauwe samenwerking met de Oekraïens-Nederlandse componist Maxim Shalygin. Fridman: ‘De titel Canti d’inizio e fine verwijst naar de cyclus van geboorte, leven en dood, een thema dat als rode draad door ons stuk loopt. Later heeft Maxim er ook nog beelden van de Holocaust bij betrokken. Een zwaar onderwerp, temeer daar mijn beide ouders joods zijn. Elk deel van de cyclus reflecteert op een andere levenssituatie of -crisis, de muziek is zeer dramatisch en psychologisch.’

Catharsis

Ze hoorde voor het eerst werk van Shalygin in 2016, tijdens een netwerkbijeenkomst van muziekuitgeverij Donemus. ‘Ik voelde me onmiddellijk aangetrokken tot zijn ideeën en vroeg hem ter plekke een solostuk voor mij te componeren. Zijn muziek is heel diepzinnig en raakt mij enorm. Ze zet mij aan het denken en maakt dat ik mijn leven anders ervaar. Ik vind het moeilijk precies in woorden te vangen maar ik word erdoor getransformeerd, gelouterd. Het voelt soms letterlijk als een catharsis.’

Voor Canti d’inizio e fine correspondeerden ze aanvankelijk per e-mail maar de laatste maanden ontmoeten ze elkaar geregeld. ‘We werken intensief samen om voor elke noot de juiste klank te vinden. Het is geweldig zo direct met een componist te kunnen communiceren.’ Ondanks hun nauwe samenwerking wil Fridman zichzelf geen co-componist noemen. ‘Maxim schrijft de noten, ik interpreteer ze, alleen doe ik weleens suggesties voor een andere interpretatie. Die neemt hij nu eens wel, dan weer niet over en soms komen we uit op iets totaal anders.’

Bevende cello

Als ik haar een week voor de première spreek, zijn ze nog volop bezig de laatste puntjes op de i te zetten. ‘Maxim gebruikt heel afwisselende technieken, elk van de zeven delen heeft een andere aanpak. Het eerste deel is langzaam en lyrisch en lijkt een beetje op geween, alsof iets breekbaars tot leven komt.’

‘In het tweede deel laat ik mijn stok op de snaren vallen. Hier mag je eigenlijk geen cello horen, het moet klinken als een beverige stem. Dat was een hele uitdaging, want ik moest leren dat effect te creëren met een traditionele manier van spelen.’

In het hierop volgende deel gebruikt Shalygin Arabisch getinte versieringen. Fridman: ‘Er zijn ook heel snelle crescendi en decrescendi op één noot, het herinnert een beetje aan koorzang. Het vierde deel speel ik helemaal zonder strijkstok, dat bestaat enkel uit pizzicati. Het is de bedoeling dat de cello klinkt als een basgitaar.’

Klankonderzoeker Shalygin zet in het volgende deel een zogenoemde BACH-stok in, met een ronding waardoor alle vier de snaren tegelijkertijd bespeeld kunnen worden. ‘Daar moet ik nog flink op oefenen’, lacht Fridman. ‘Maar die uitdaging is precies wat me aantrekt in het werken met Maxim, ik leer mijn grenzen te verleggen.’

Todesfuge Paul Celan

Ook spannend is de epiloog, waarin Fridman niet alleen moet spelen maar ook zingen. Als enige kreeg dit deel een titel, Todesfuge, naar het gelijknamige gedicht van Paul Celan. Fridman: ‘Hoewel ik vaker tegelijkertijd zing en speel, is dit een stuk uitdagender. Maxim stelt namelijk hogere eisen aan mijn stem dan bijvoorbeeld Louis Andriessen in La voce.’

‘Cello en zang zijn volkomen gelijkwaardig. Soms versmelten ze met elkaar, op andere momenten is er meer contrapunt. Maxim zoekt bovendien de extremen op, het gaat van uiterst hoog naar zeer laag. Ik ben geen getrainde zangeres en heb speciaal hiervoor zangles genomen.’

In Todesfuge beschrijft Celan de gruwelijkheden en dood in een concentratiekamp. Fridman: ‘Heel aangrijpend, telkens als ik dit deel oefen moet ik bijna huilen.’ Bang dat ze tijdens het concert overmand zal worden door haar emoties is ze echter niet. ‘Ik leef al maanden met dit stuk. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed, het groeit binnenin mij.’

‘Juist door mijn persoonlijke betrokkenheid kan ik de boodschap nog pregnanter overbrengen. Want dat is voor mij het mooiste van musiceren: communiceren met mijn publiek.’

Meer info en kaarten hier.

Maya Fridman speelt The Book for Cello Solo II van Peteris Vasks:

Cultuurpers Podcast over Theaterflix: De naam is ambitieus, maar het zou iets prachtigs kunnen worden.

0
vlnr: Emile Ripke, Wijbrand Schaap en Tony Minnema.

Wijbrand Schaap spreekt in de keuken van De Coöperatie (waar het opvallend druk is), met Tony Minnema en Emile Ripke. Zij zijn de initiatiefnemers en de namen achter Theaterflix, een website waarop, net als bij Netflix met tv-programma’s, theatervoorstellingen te zien zijn.

Voorlopig hebben ze een basis uit eigen werk, omdat Tony Minnema zelf een redelijk florerend bedrijfje heeft in het maken van goede videoregistraties van theatervoorstellingen. Die registraties vormen een basis, naast werken die bewaard zijn door het wegens Halbe Zijlstra opgeheven Theaterinstituut Nederland.

Eenhoorn

Het gesprek gaat een kleine veertig minuten over verdienmodellen, beren op de weg, ijdele acteurs en auteursrechten. Kortom: alles waar je bij het starten van een leuke eenhoorn niet aan denkt, maar wel tegenaan loopt.

Het gaat ook over Oom Wanja. Uiteindelijk.

Luister hier.

‘Helemaal twarrel op de post na een fijne combi van pillen.’ Unity.nl biedt fijne info over drugs in de festivalscene

0
De stand van Unity voorafgaand aan de presentaties.

Dinsdag 17 april trad Gerard Alderliefste op in TivoliVredenburg. De vertolker van Franse chansons had dit keer zijn gitaar en piano thuisgelaten. Deze avond was hij er in zijn hoedanigheid van verslavingsarts. Namens het Landelijk Medisch Spreekuur Partydrugs vertelde hij over de langetermijngevolgen van partydrugs als XTC, MDMA, GHB en Cannabis. Hij was er op uitnodiging van Unity.nl, een vrijwilligersorganisatie van mensen die zelf flink aanwezig zijn in de partyscene, maar die er vooral zijn om mensen te informeren over verantwoord drugsgebruik.

Cloud Nine van het Utrechtse festivalpaleis was stampend vol. Allemaal twintigers die, zo bleek uit een rondje vingeropsteken van Alderliefste, allemaal met enige regelmaat pillen gebruiken, en daar in sommige gevallen ook interessante tot bizarre na-effecten van hebben. Sneeuw zien, beestjes in je gezichtsveld, depersonalisatie. En natuurlijk bad trips.

Vrolijk

De hele avond was opvallend vrolijk van toon. Unity en ook Alderliefste en de uitgenodgde vertegenwoordigers van de EHBO, Jellinek en beveiliging, doen op zo’n avond niet al te moeilijk. Ja, drugs zijn verboden en wie met een paar pillen door de beveiliging wordt betrapt wordt van het terrein verwijderd, en ja, vooral cocktails van verschillende types drugs en daarbij ook de drank zijn potentieel levensgevaarlijk in de handen van een partyganger die per se drie dagen door wil beuken.

De EHBO’er vertelde over mensen die drie dagen rond bleken te hebben gelopen met een gebroken enkel, maar daar door alle pillen niets van hadden gemerkt. En natuurlijk wist hij ook van al die gevallen waarin mensen in blinde paniek op zijn post kwamen. Vaak omdat ze geen idee hadden wat hen na een paar pillen was overkomen.

Slaap

Alderliefste vertelde over de gevolgen van de slaapdeprivatie die met meerdaagse festivals gepaard gaat. Een paar nachten niet of nauwelijks slapen kan op de lange termijn schadelijk zijn. Sommige pillen die feestvierders gebruiken om na een nacht doorhalen toch een paar uur slaap te pakken, werken averechts. Toch bleek, volgens de meeste aanwezigen, het overmatige drugsgebruik op festivals niet tot heel ernstige langetermijneffecten te leiden. 4 procent van de regelmatige gebruiken ervaart ze, en dat lijkt weinig, al benadrukte Judith Noijen van Jellinek dat we het dan altijd nog over een ruime tienduizend mensen hebben.

Goed om te weten Goed om te weten

In de podcast komen alle partijen uitgebreid aan het woord.

Meer informatioe over Unity vind je hier: www.unity.nl

Het Landelijk Medisch Spreekuur Partydrugs is hier te vinden: Landelijk Medisch Spreekuur Partydrugs 

 

Millennialdichters op Poetry International (@poetry_nl) – Social Justice met Zelfspot en Lachen om Verkrachting… Kan dat?

0
Patricia Lockwood

De dichters Danez Smith en Patricia Lockwood braken ooit het internet met hun virtuoze woordkunst. Smith met een schuimbekkende tirade over onuitroeibaar racisme en politiegeweld in Amerika (Dear White America) en Lockwood met een hartverscheurend/grappig gedicht over haar verkrachting (Rape Joke). Beiden zijn hun hypes ontgroeid. Ze zijn stiekem al jaren fantastisch bezig om via Twitter, YouTube, papier en podium tegen de Ouwe Reet Der Poëziescene te trappen. Nu staan ze op Poetry International.

Smith (1989) en Lockwoord (1982) vormen de voorhoede van een nieuwe generatie dichters in het post-dode-bomen-tijdperk. Hoewel ze allebei een aantal bekroonde bundels op hun naam hebben staan, is hun bekendheid buiten de inner circle van fijnproevers zonder meer te danken aan hun supereffectieve sociale media-aanwezigheid. En dat wringt soms een beetje…

Lockwood schrijft in haar gedicht:

“The rape joke is if you write a poem called Rape Joke, you’re asking for it to become the only thing people remember about you.”

Rape Joke dus. Een verkrachtingsgrapje. Moet kunnen? Lockwood schreef het gedicht naar aanleiding van een mediarel rond komiek Daniel Tosh, bekend om zijn nogal discutabele/gitzwarte humor, die tijdens een optreden een vrouwelijke heckler met een rotopmerking afzeek:

“Would it be funny if this girl got gang raped right this moment, like right now right now?”

Da’s niet zo grappig. Zo vond ook Lockwood, die op haar 19e werd verkracht door haar toenmalige vriend en jaren met de mentale ellende worstelde. In 2013 schreef ze het trauma van zich af. Rape Joke werd gepubliceerd op The Awl en massaal gedeeld. Het gedicht – zowel ongemakkelijk geestig als hartverscheurend – werd geprezen door The Guardian en The Poetry Foundation, en bekroond met de Pushkast Prize. Luister hier.

Eerder had Lockwoord – schijnbaar uit het niets – reuring gemaakt met haar gedichten in The New Yorker, Poetry en de London Review of Books. Schijnbaar, want ze schreef haar eerste haiku op 7-jarige leeftijd.

Dickpics

In 2011 klom ze op Twitter en kreeg een massale volging. Met dit medium wist ze perfect in te spelen op een rare politieke rel: het ‘sexting-schandaal’, waarin getwitterde (en aan minderjarige meisjes verstuurde) dickpics van politicus Anthony Wiener (nomen est omen) het nieuws domineerde. In reactie produceerde Lockwood een serie hilarische ‘sexts’. Surrealistische, weird-seksuele oneliners, waarin onze neiging om álles te seksualiseren in de zeik wordt genomen:

I am a Charmin bear. You are a bear trap that is baited with a soft roll of toilet paper. I step inside you and “lose” my “leg”

The year is 1960 and I am Cary Grant. Kinetic typography sneaks up and fingers me. It writes STARRING CARY GRANT all up in my guts

I go up to heaven and open God’s Bible. It contains only a single sext: “Im hard”

Haar twee bundels Balloon Pop Outlaw Black (Octopus Books, 2012) en Motherland Fatherland Homelandsexuals (Penguin Books, 2014) werden zeer goed ontvangen. Vorig jaar publiceerde ze de wonderlijke autobiografie Priestdaddy (Riverhead Books, 2017), een coming-of-age-verhaal over haar jeugd met een anarchistisch-Katholieke priester als vader (!) in het conservatieve guns & bourbon Heartland van de Verenigde Staten (Fort Wayne & Kansas City).

Lockwood is de belichaming van introverte schrijver (ze leeft als halve kluizenaar) die tegelijkertijd de drang heeft om gezien te worden en de clown uit te hangen. En wat betreft Rape Joke. Kan je daar grappen over maken? Ja, dat kan. Lockwood twitterde:

“The real final line of “Rape Joke” is this. “You don’t ever have to write about it. But if you do, you can write about it any way you want.”

Dat wordt wat op Poetry International…

Vuurspugen

En dan is er Danez Smith. Hij ging viraal met het vuurspugende gedicht Dear White America, voorgedragen in 2014 en inmiddels 330.638 keer bekeken. Het is één lange schreeuw tegen de lange traditie van ingebed racisme in zijn vaderland, en de vele politiemoorden op ongewapende Afrikaans-Amerikaanse jongeren. Kijk hier dan:

Eigenlijk is dit fragment misleidend. Het is een momentopname van een woeste, emotionele performance. Spirit of the moment, zeg maar. In zijn veelzijdige werk laat Smith zien dat hij veel meer registers beheerst dan woede alleen. In zijn vier bundels Hands On Ya Knees (Penmanship Books, 2013), [insert] Boy (YesYes Books, 2014), Black Movie (Button Poetry, 2015) en Don’t Call Us Dead (Graywolf Press, 2017) combineert hij sociale bevlogenheid met bespiegelingen op ras, klasse, religie, identiteit, onrechtvaardigheid en onderdrukking.

“Amerika is een spookland,” zegt Smith in een interview in The Guardian. “Het is een natie gebouwd met genocide en slavernij (…) Met mijn gedichten probeer ik eer te betonen aan de doden, maar ook de mensen te beschermen die er nog zijn.”

Genderneutrale Slam-Poet

Smith groeide op in een vroom religieus gezin in de wijk Rondo van St. Paul, Minnesota. Net als Lockwood, ook in het conservatieve Heartland van de VS. Hij schreef zijn eerste gedicht op 14-jarige leeftijd tijdens dramales op school. Daarna ontwikkelde hij zijn energieke stijl op het podium, in slam-poetry optredens.

Smith is Afrikaans-Amerikaan, dichtgetatoeëerd, volgepierced, queer (lees: radicaal ongedefineerd seksueel), pov (een optimistische manier van zeggen dat je HIV-positief bent) en genderneutraal, wat in dit geval inhoudt dat hij het liefst wil worden aangeduid met de meervoudsvorm.

Zelfspot

Gelukkig weet Smith zijn engagement en zoektocht naar identiteit te combineren met véél ontwapenende humor, absurdisme en zelfspot – waar het menig verstokte Social Justice Warrior nog wel ‘ns aan wil ontbreken. Zoals in het gedicht Ohhh, you look like… (2016):

Smith is gezien en niet onopgemerkt gebleven. Hij won de Kate Tufts Discovery Award & the Lambda Literary Award for Gay Poetry (2014), de Button Poetry Prize (2015) en ontving beurzen van de Poetry Foundation, de McKnight Foundation en de National Endowment for the Arts. Twee keer was hij finalist bij de Individual World Poetry Slam. Hij was de eerste dichter die gepubliceerd werd op Buzzfeed, en zijn werk kwam voorbij in The New York Times, PBS NewsHour, Best American Poetry en Poetry Magazine. Onlangs won hij de Four Quartets Prize van de Poetry Society of America en de T.S. Eliot Foundation.

Identiteitspolitiek

In de Trumpistaanse Verenigde Staten heeft die filosofie aan de linker- en rechterzijde héle grimmige vormen aangenomen (denk aan Antifa- en Alt-Right-knokploegen die elkaar bij demonstraties de hersens in slaan). Mijn grote held Sam Harris legt in dit filmpje uit wat er volgens hem mis mee is. In het eerdergenoemde interview in The Guardian brengt Smith echter de noodzaak voor zijn identiteitspolitiek prachtig onder woorden:

“(We) hebben niet de luxe om een individu te zijn (…) Zwart, queer of arm – als individu zijn we altijd ten dode opgeschreven geweest. Een alleenstaande vrouw is in gevaar – dat leren we onze dochters, dat leren we zwarte mensen. Onze bevrijding komt via de gemeenschap, organisatie, collectivisering. Individualiteit was de dood. Individualiteit betekende dat je aan het lot was overgelaten. Individualiteit is een voorrecht, toch? De enige mensen die denken dat ze apart kunnen bestaan van de andere mensen die hun leven mogelijk hebben gemaakt, zijn heteroseksuele blanke gasten.”

Point taken. Laten we hier vooral over blijven praten.

Hier nog een voordracht van Smith waarin het vuur, de humor, de performancekunst en het activisme virtuoos samenkomen: Dinosaurs in the Hood (2015). Bizarre humor en fantasie, rassenproblematiek, archetypes, zoektocht naar identiteit en zingeving, en woeste energie. Zoiets staat je te wachten op Poetry International. Niet te missen dus:

Goed om te weten Goed om te weten

Poetry International Festival Rotterdam. 29 mei t/m 3 juni 2018. Zie voor meer info: www.poetry.nl

Raad voor Cultuur: ‘Er wordt geknaagd aan de wortels van de letterensector.’

0
Foto: Tom Murphy VII CC BY SA

In de week waarin voorvechters van de Nederlandse taal elkaar in de haren vliegen over de vraag of een scholier wel of geen Multatuli in de oorspronkelijke taal moet lezen, komt de Raad voor Cultuur met zijn advies voor de letterensector. Reeds in het eerste hoofdstuk luidt het: ‘wie al jong begint met lezen wordt taalvaardiger, gaat lezen leuker vinden en gaat het daarom weer vaker doen. Wie leest, ontwikkelt bovendien empathische vermogens: het dwingt de lezer zich in een andere denkwereld, een ander gevoelsleven te verplaatsen.’

En dat staat dus allemaal onder druk. Er wordt steeds minder lesgegeven in onze eigen taal. Het aantal boeken dat we lezen neemt nog steeds af: we lezen nog maar 37 minuten per dag. Het pak Venz op de ontbijttafel niet meegerekend. Evenmin als de WhatsApps van onze vrienden en de statusupdates op Facebook en Twitter. (over de vraag of we de leestijdberekening daarmee geweld aan doen, kunnen we het later nog eens hebben. Auteur dezes leest dankzij Facebook vele uren in de New Yorker en Wired, bijvoorbeeld. Deed hij vroeger niet)

Kloof

Enfin: het gaat niet goed met de letteren en daar moet iets aan gebeuren. Hoeveel middelen heeft de Raad voor Cultuur daarvoor in handen? Niet heel veel, blijkt. Toch doet dit hoge adviescollege van de regering zijn best er nog iets van te maken in het vandaag uitgekomen advies. Belangrijkste taak: het verminderen van de kloof tussen laag- en hooggeletterden.

Meest opvallende beleidskeuze daarin: een aanbeveling om ook subsidie beschikbaar te stellen voor slampoetry en spoken word. Die twee categorieën van poëzie zijn de laatste jaren sterk in opkomst en worden ook goed gedragen door een jonge, en vooral ook diverse groep mensen.

Deze sprong naar diversiteit pas in het beleid van de Raad, die ook in de overige sectoradviezen pleit voor het opheffen van de scheiding tussen hoge en lage kunst. Kunstvormen die zichzelf goed in het commerciële circuit kunnen bedruipen moeten ook in de beschouwingen mee worden genomen. Logisch, maar gezien de reacties op het eerder uitgebrachte muziekadvies niet onomstreden.

Carry Slee

Overigens nog een leuke trend in boekenland is het feit dat het aantal jeugdboekenschrijvers met tien procent is afgenomen, terwijl het aantal algemene fictie-auteurs met 11 procent is toegenomen. Hoeveel auteurs daar bij zitten die na een carrière in de jeugdboeken zijn doorgegroeid met hun oorspronkelijke doelgroep, is iets voor de betere rekenaars onder ons. Ik ken er in ieder geval een paar, zoals de ook door de Raad genoemde Carry Slee.

Hoe dan ook: het aantal nederlandstalige werken neemt af, en dat is zorgelijk.

Spotify

Blijft over dat een Nederlandse schrijver het niet rechtstreeks van haar boeken moet hebben. Geld wordt verdiend met nevenactiviteiten: optredens, columns, festivals, schoolbezoeken. En uitleningen. De Raad wijdt aan dit probleemgebied een heel hoofdstuk, en terecht. Niet alleen de bibliotheken piepen onder het afdragen van leenrecht aan schrijvers uit door zich in scholen te vestigen, ook uitgevers knijpen de auteurs onnodig af. Het blijkt namelijk dat zij, net als de platenmaatschappijen doen via spotify, steeds minder digitale leenvergoedingen doorbetalen aan de schrijvers. De opbrengst van Kobo Plus wordt zelfs helemaal niet afgedragen, stelt de Raad.

Zo houden de uitgevers de winst op peil, terwijl steeds meer schrijvers creperen. Uit betrouwbare bron weet ik dat daar al jaren over gesteggeld wordt. Een oplossing lijkt niet in zicht, en de Raad kan helaas niet anders doen dan aandringen op een oplossing. Dat hij daarbij – volkomen terecht – aandringt op een grotere rol voor auteursrechtenorganisatie Lira, zal veel uitgevers een hartverzakking bezorgen.

Het zal nog lang onrustig blijven in de Nederlandse letteren. daar kan geen Raad voor Cultuur wat aan veranderen.

Lees

De daad bij het woord
.

Michel van der Aa in de spotlights van Nieuw Amsterdams Peil

0
Michel van der Aa, Wende Snijders, persfoto Nieuw Amsterdams Peil

Donderdag 19 april staat de componist Michel van der Aa in de spotlights van Muziekgebouw aan ’t IJ. Het avontuurlijke Nieuw Amsterdams Peil speelt naast zijn eigen muziek ook door hem gekozen stukken van geestverwanten. Speciale gast is Wende Snijders, die samen met Van der Aa een aantal liederen componeerde. Zij soleert bovendien in de wereldpremière van de integrale cyclus For the time being.

Integratie film en muziek

Michel van der Aa (Oss, 1970) is een bijzonder succesvol componist. Hij laat graag de grenzen vervagen tussen pop en klassiek en won vele prijzen met baanbrekende multimediaprojecten. Hiermee treedt hij in de voetsporen van de goeddeels vergeten Sedje Hémon (1923-2011), die al in de jaren zestig muziek maakte vanuit haar schilderijen.

Bij Van der Aa gaat het veelal om een combinatie van filmbeelden, elektronica en muziek. Na een studie compositie maakte hij zich ook het filmen eigen. Hij trekt internationaal de aandacht omdat hij telkens nieuwe wegen weet te vinden.

Een eerste hoogtepunt was de kameropera One (2002), die hij componeerde voor de sopraan Barbara Hannigan. Hierin gaat zij live een dialoog aan met haar gefilmde alter ego, waarmee zij een onlosmakelijke eenheid vormt. In 2004 kreeg hij hiervoor de Matthijs Vermeulenprijs. Van der Aa ontwikkelde de techniek verder in de opera After Life (2006) waarin de hoofdpersonen hun gelukkigste herinnering herbeleven alvorens definitief te sterven.

Opera in 3D

In 2012 haalde Van der Aa het wereldnieuws met zijn 3D-opera Sunken Garden. Deze speelt zich af in een virtuele tuin waar de personages kunnen ontsnappen aan hun verantwoordelijkheden. Met behulp van een bril zag het publiek ‘een in 3D vormgegeven explosie van felgekleurde planten’. In zijn digitale liedcyclus The Book of Sand (2015) kan de luisteraar zelf zijn pad bepalen door drie verschillende filmlagen.

In 2016 ging Van der Aa weer een stapje verder in zijn opera Blank Out, over een vrouw die treurt om haar verdronken zoon. Hierin werkt hij nog intensiever 3D-technieken. Zo zien we de hoofdpersoon live ‘in gesprek’ gaan met haar driedimensionale evenbeeld, in door haarzelf ter plekke gemaakte beeld- en geluidsopnames.

Onconventioneel

De onconventionele componeerhouding van Van der Aa wordt goed geïllustreerd door zijn keuze van de overige stukken. De IJslandse Anna Thorvaldsdottir weeft hypnotiserende klankstructuren, de Britse Anna Meredith schept juist radicaal pulserende muziek. Daarnaast klinkt volgens het persbericht ‘ruige, jazzy muziek’ van de Zwitser Dieter Amman. Tot slot is er een wereldpremière van de jonge Nederlandse componist Thomas Bensdorp. Diens The House of Breath #1 ‘bevat elementen van een abstracte docu-thriller’.

Kortom, dit spotlightportret levert beslist een spannend en afwisselende avond op. Woensdag 18 april is er een try-out in Amstelveen en na de première volgt een korte tournee.

Info en speellijst hier.

 

Debussy’s muziek bloeit subtiel en krachtig op tussen Lidy Blijdorp en Julien Brocal

0
foto Tippet Rise/Cooreman

Een Ode aan Debussy laten beginnen met een van zijn laatste composities is een mooie keuze. Celliste Lidy Blijdorp en pianist Julien Brocal brengen dit programma ter gelegenheid van het honderdste sterfjaar van de componist.

Laatste kracht

Debussy leed de laatste zes jaren van zijn leven aan kanker. Deze ziekte maakte zijn leven ondraaglijk zwaar. Toch vatte hij drie jaar voor zijn dood het plan op zes sonates voor verschillende instrumenten te componeren. De hele reeks van zes heeft hij niet kunnen voltooien. Het bleef bij drie, waaronder de cellosonate.

Bij de schitterende uitvoering van dit werk door Lidy Blijdorp en Julien Brocal besef je: in 1918 stierf een componist die nog vol muzikale ideeën zat. Hij had nog een levendig verlangen nieuwe mogelijkheden te ontdekken van de stijl waarin hij componeerde. Blijdorp en Brocal treffen precies hoe afgewogen Debussy zijn noten koos en er toch de frisheid van de spontane inval aan gaf.

Rijkdom aan pizzicato’s

Lidy Blijdorp en Julien Brocal zijn erg goed op elkaar afgestemd. Ze leven zich volledig in in de muziek. Debussy’s kwaliteiten komen prachtig tot uitdrukking. Uit de subtiele zachtheid van zijn klankschilderingen komt een wonderbaarlijke kracht tevoorschijn in korte staccato-noten en stevige wendingen. De muziek met zijn vele schakeringen bloeit tussen deze twee musici. Fascinerend is bijvoorbeeld de rijkdom die Blijdorp weet te leggen in de talrijke pizzicato’s in de sonate. Het zijn afgemeten korte tonen. Toch haalt Blijdorp er een enorm scala aan expressiemogelijkheden uit, van hard slaand tot donker geheimzinnig.

Eén

Na de sonate volgt Syrinx, een stuk dat Debussy oorspronkelijk voor solo fluit schreef. Het is een prachtige ervaring dit door Lidy Blijdorp te horen spelen. Ze is volkomen één met deze muziek. Ze laat de klanken dromerig rondzwerven in de hoge ruimte van de Amstelkerk. Je ziet hoe ze zich verplaatst in de idyllische bossen uit het verhaal van de god Pan en de nimf Syrinx.

Lichtcompositie

Net zo thuis in Debussy’s muziek voelt Julien Brocal zich als hij Feu d’artifice (= Vuurwerk) uit de Préludes speelt. Het is verbluffend zoals hij uit de overvloed aan korte noten telkens een heldere flonkering laat loskomen en zo de sfeer van een lichtcompositie oproept. Naarmate het stuk vordert, laat hij de klankstroom prachtig uitmonden in robuust aanrollende golven met een donkere klankkleur.

Veelzeggend contrast

Om het werk van Debussy tegen de achtergrond van zijn tijd te plaatsen, spelen Blijdorp en Brocal ook werk van tijdgenoten Gabriel Fauré en Federico Mompou en de voor Debussy belangrijke voorloper Frédéric Chopin. Ten opzichte van deze componisten springt Debussy er op een bijzondere manier uit. Après un rêve van Fauré bijvoorbeeld wordt liefdevol gespeeld. De ingehouden sfeer aan het begin van van dit werk bloeit mooi open. Maar wat het meest opvalt bij deze strelende melodie is het contrast met Debussy. Daardoor besef je nog eens extra hoe spannend en altijd onvanzelfsprekend zijn werk is. Bij elke wending van zijn muziek ben je benieuwd wat zich daaruit gaat ontwikkelen.

Niet alleen door prachtig spel, maar ook door dit contrast krijgt Debussy in dit programma een ode die fraai recht aan hem doet.

Goed om te weten Goed om te weten

De volgende aflevering van Cello020 is op 21 juni, 20.15 u. in de Amstelkerk in Amsterdam. Zie www.cello020.nl 

‘Stadium’ in het @hollandfestival: Maak kennis met de harde supporterskern van Racing Club de Lens. Maar dan ook echt.

0
Foto: Yohanne Lamoulère/Picturetank

Drieënvijftig ‘ultra’s’ van een voetbalclub in een kunsttheater. Dat is wellicht vragen om moeilijkheden. Zeker als het zou gaan om de harde kern van bijvoorbeeld Ajax, FC Den Haag of FC Utrecht. Maar dit is Frankrijk. In Frankrijk zijn geen hooligans. De ‘ultra’s’ van Racing Club de Lens, bijvoorbeeld: ze zullen vast wel eens ergens een klap uitdelen, maar in principe is het gewoon een vrolijke bende.

Die vrolijke bende is tijdens het Holland Festival van 2018 op bezoek in Amsterdam. Ze zijn bij elkaar gehaald door de Franse voetbalfanaat en theatermaker Mohamed el Khatib. Hij zocht naar een manier om zijn twee grote liefdes bij elkaar te brengen, vertelt hij tijdens een interview dat ik met hem had in Nantes, waar zijn supportersclub liefdevol ontvangen werd door de supporters van de lokale FC, die een speciaal festival voor ze hadden georganiseerd.

Volksfeest

‘Ik kende Racing Club de Lens niet tot ik er een keer ging kijken. Het was een maandagavond in de winter. Wat er op het veld gebeurde was ronduit saai. Maar op de tribune zaten 30.000 mensen en het was een gekkenhuis. Een volksfeest, waar alle lagen uit de bevolking aan meededen. Een echt gezinsuitje. Er waren ook opvallend veel vrouwen bij. En allemaal waren ze trots op hun club, en trots op hun streek.’

Dat is des te  bijzonderder, vertelt de regisseur, omdat RC de Lens helemaal onderaan de competitie bungelt: ‘Er zijn ploegen, die heel veel publiek trekken als ze aan de top van de eredivisie staan. Zodra het even minder gaat zit er minder publiek dan bij Lens, dat nota bene in de tweede divisie speelt.  Het zit daar altijd vol. Tijdens een wedstrijd zitten er meer fans in het stadion dan er inwoners zijn van Lens.’

‘Ik wilde dat meer mensen zouden kunnen zien wat daar aan de hand was. Toen ben ik met de club en de supportersvereniging in gesprek gegaan, omdat ik ze op het toneel wilde hebben.’

Culturele kleinburgerij

Voor Mohamed el Khatib dient het project een hoger doel: ‘In het theater zie je altijd dezelfde mensen: de culturele kleinburgerij. Er is totaal geen verschil, waar je ook gaat: dat mengt zich nergens mee. Terwijl ik in het stadion alle sociale klassen zie, arbeiders, maar ook dokters, advocaten en proletariërs en armen. Men zegt altijd dat het theater de plaats is waar de democratie vorm krijgt, maar je hoeft alleen maar te kijken naar wie daar zit, vooral ouderen, om te weten dat dat niet gebeurt.’

‘Dus zei ik tegen mezelf: hoe kan ik er nu voor zorgen dat mensen die niet in het theater komen er wel in komen? Veel mensen gaan nu niet omdat ze het niet gewend zijn, omdat ze de codes niet kennen. Ze weten niet hoe het werkt.’

Gentrificatie

‘Toen bedacht ik: je kunt het ook omdraaien. Dat je die mensen die nooit naar het theater komen op het toneel zet, in plaats van op de tribune. Dan verander je wat er op het toneel gebeurt, en zo verandert ook wat er op de tribune gebeurt. Zodra je in het theater mensen kunt zien die op je lijken, krijg je er meer verbinding mee dan in het klassieke theater. dat is mijn politieke drijfveer, om de ware ontmoeting weer te laten plaatsvinden in het theater.’

‘Maar er zijn nog meer redenen: gentrificatie is er een. Dat gebeurt al heel erg in het buitenland, in Engeland bijvoorbeeld, dat voetbalclubs worden geprivatiseerd. En vaak leidt dat ertoe dat de nieuwe eigenaar de prijs voor de kaartjes verhoogt. Nu betaal je voor een wedstrijd van Arsenal al gauw 150 tot 200 pond. Dat kunnen de lagere klassen niet meer opbrengen.’

Geen politiek

‘De laatste ontwikkeling in Frankrijk baart me ook onrust. Macron heeft iedere vorm van politiek verbannen uit de stadions. Je mag dus geen politiek getinte leuzen meer op een spandoek schrijven. Dat betekent dat er geweldig gecontroleerd wordt, en dat leidt er nu toe dat voetbalsupporters een strijd voeren voor de vrijheid van meningsuiting in stadions. Er is ook nog het recht op vereniging dat nu wordt tegengewerkt. De commissaris van politie kan nu verbieden dat supporters meereizen met hun club. Dat zijn voorzorgsmaatregelen tegen geweld, maar dat was er toch al nauwelijks. Ik zie het als machtsmisbruik door justitie.’

‘En het gaat niet over voetbal alleen. Het gaat ook gelden voor milieuactivisten en andere groepen. De voetbalsupporters zijn nu dus een voorhoede in de strijd tegen de politiestaat die Frankrijk aan het vestigen is. Die tegencultuur wil ik graag ondersteunen met mijn werk. Het is nu al zo dat alle supportersclubs samen optrekken tegen deze wetgeving. De ene dag staan ze nog tegenover elkaar op de tribune, de volgende dag demonstreren ze samen tegen het regeringsbeleid.’

Arabische Lente

‘De overheid is bang voor de grote volksbewegingen. Het is fijn als ze elke wedstrijd in de stadions zitten, maar daarbuiten wil ze er geen last van hebben.’

‘Ik heb voor deze voorstelling veel met advocaten gesproken die zich inzetten voor de supporters. Ze doen dat vaak gratis. Als ik vraag waarom,. zeggen ze dat de supporters hen niets kunnen schelen. Hun strijd gaat over de militanten van morgen. De milieuactivisten, de strijders voor het homohuwelijk, de burgerrechtenbeweging, noem maar op. De overheid probeert nu op supporters uit wat ze later overal kunnen doen. Er worden dossiers bijgehouden over supporters die met andere partijen gedeeld worden. Dat is illegaal, maar als het hier gedoogd wordt is het morgen overal ingevoerd.’

‘Natuurlijk is het ook zo dat supporters gewend zijn om het gezag uit te dagen. Dat is nu eenmaal de gewoonte. je zag ook dat tijdens de arabische lente de supportersgroepen de demonstranten steunden en hun methodes om de politie te misleiden deelden.

Toch moeten we de supporters niet te veel politiseren. 80 procent van de supporters geeft helemaal niets om politiek.’

Andromaque

Over cultuur gesproken: is deze voorstelling niet ook bedoeld om de supporters iets van de hoge cultuur bij te brengen, of althans de kloof van beide zijden te overbruggen?

‘Het probleem zit hem al in het woord ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur. Dat betekent dat het één boven het ander staat. Terwijl ik het liever zie als een nevenschikking. Volkscultuur is de ene kant, burgerlijke kunst is de andere kant. Als je ze naast elkaar zet maak je het verhaal helder, dat toenadering van beide kanten moet komen. Het gaat er niet om dat een ‘omhoog’ zou moeten naar de ander, of juist zich zou moeten ‘verlagen’: het gaat erom dat je op hetzelfde spectrum, op gelijke hoogte, naar elkaar toe beweegt.’

‘Het voetbal is even legitiem als een classicistische tragedie als Andromaque. Maar om iemand die het niet kent kennis te laten maken met Andromaque moet de plek waar dat gebeurt opgewarmd worden. Het theater moet een opener, warmer en vriendelijker plek worden.’

Goed om te weten Goed om te weten
Stadium door Mohamed el Khatib en Zirlib is te zien in het Holland Festival op 16 en 17 juni. Inlichtingen en reserveren.

Evolutie en revolutie in Westworld seizoen 2. Preview (zonder spoilers maar met #metoo)

0
Photo by John P. Johnson / HBO

De première van het tweede seizoen van Westworld vindt volgende week plaats. Ik mocht alvast kijken. Mocht er geen belletje gaan rinkelen; Westworld is op dit moment, na Game of Thrones, HBO’s meest populaire serie. Korte synopsis: de show speelt zich af in het fictieve Westworld: een technologisch Western themapark waar de bevolking compleet bestaat uit synthetische androïden, die ook wel ‘hosts’ worden genoemd. Deze zijn zo geprogrammeerd dat ze aan al de wensen van de bezoekers voldoen. In ruil voor grof geld kunnen de bezoekers, ook wel ‘nieuwkomers’ of ‘gasten’ genoemd, zich zonder consequenties uitleven in het park. dat is het ‘what happens in Westworld, stays in Westworld’ idee, want de ‘hosts’ hebben toch geen bewustzijn en herinneringen.

Of toch wel?

De finale van het eerste seizoen werd in december 2016 uitgezonden en na meer dan een jaar kunnen fans zich op 23 april weer onderdompelen in de wereld, of liever gezegd, werelden van Delos Destinations waarin duidelijk wordt dat Facebook’s misbruik van gebruikersgegevens een peulenschil is in vergelijking met de DNA-marketing in Westworld.

HBO heeft goed gebruik gemaakt van het rumoer rondom Westworld. Pas nog bouwden de producers de spanning verder op door te beweren dat ze spoilers gingen onthullen op de Amerikaanse sociale nieuwswebsite Redditt. Wat de fans kregen was…de Rickroll! Oftewel na enkele nieuwe scenes uit het tweede seizoen kregen (gefrustreerde) fans na anderhalve minuut beelden te zien van de Westworld cast die Rick Astley’s ‘Never Gonna Give You Up’ aan het zingen was.

Startschot voor chaos en ontwikkeling

Photo by John P. Johnson / HBO

Westworld seizoen 2 draait om de autonomie van de ‘hosts’; zij nemen de teugels van hun eigen lot in handen. Dit zorgt voor een ‘role reversal’ in het park; mensen zijn nu overgeleverd aan de wraakacties van de ‘hosts’. Daarnaast blijken de verhaallijnen van de diverse parken door elkaar te lopen. Complete chaos.

In seizoen twee komt ‘ontwikkeling’ naar voren; van machine naar ‘mens’, maar ook de kracht van de vrouw. Dan Brown bespreekt in zijn roman Origin de evolutie en het effect van technologie en kunstmatige intelligentie op het voortbestaan van de mens. Moet de mens dit vrezen? Het antwoord van Westworld op deze vraag lijkt tot nu toe een overduidelijke ‘Ja’ te zijn. De serie geeft in het tweede seizoen een eigen draai aan Darwin’s wet van natuurlijke selectie.

Daarnaast maakt Westworld ook goed gebruik van religieuze verwijzingen. We kennen het overduidelijke God-complex van evil genius Dr. Ford dat zich nu keert tegen de gasten. Er is de Apocalyptysche hel waar de bezoekers zich in bevinden nadat ze hadden gezondigd in een “place hidden from God”, maar er zijn ook wat subtielere referenties te vinden zoals een collectieve zelfmoord onder leiding van een charismatische leider.

Vrouwen aan zet

Photo by John P. Johnson / HBO

Als een gevallen engel, een engel der wrake, trekt robot Dolores ten strijde tegen de mens. Nu zij haar innerlijke stem heeft ontdekt is het haar missie om niet alleen de mensen in Westworld uit te roeien, maar ook de wereld daarbuiten te veroveren. Dolores is van God los, want die heeft ze naar eigen zeggen vermoord. Rijdend op een paard doet Dolores denken aan een Westernversie van de legende van Lady Godiva; vechtend voor de verlossing van de ‘inwoners’ van Westworld.

Dat vrouwen zeker niet het zwakke geslacht zijn is een terugkerend thema in Westworld. In het eerste seizoen werd dit thema langzaam geïntroduceerd door middel van het personage Maeve, maar in seizoen twee ligt de focus vooral op Dolores; zij belichaamt de transitie van jonkvrouw in nood naar een dominante en onverwoestbare leider, die qua intelligentie en manipulatie de mannen in het park overstijgt.

Naast Dolores heeft ook Maeve een nieuwe innerlijke stem gevonden. Die stelt haar in staat om de (mannelijke) ‘hosts’ zo te beïnvloeden dat zij doen wat ze hun opdraagt. Verfrissend om te zien dat ook in Westworld de #METOO beweging zijn invloed laat gelden. Vooral omdat de makers de vrouwvriendelijkheid in het eerste seizoen vaak niet hoog in het vaandel hadden staan.

Goed om te weten Goed om te weten
Het tweede seizoen van Westworld is vanaf 23 april te zien in Nederland, alleen bij Ziggo Movies & Series XL. Aflevering 1 is al gratis te bekijken.

Aantal filmfestivals daalde vorig jaar met 20 procent. Amsterdam nog steeds koploper met 47 filmfestivals.

0

Waar kun je als filmliefhebber in Nederland je hart ophalen? Met 54 festivaledities in 2017 blijkt Noord-Holland de provincie te zijn waar je het vaakst van filmfestivals kunt genieten. Amsterdam spant de kroon met maar liefst 47 filmfestivaledities, zo blijkt uit een studie van de Hogeschool van Amsterdam (HvA).

Lector Harry van Vliet van het lectoraat Crossmedia van de HvA-faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie, bracht voor zijn Festival Atlas 2017 onder meer filmfestivals in kaart. Zo blijkt Zuid-Holland met 39 festivaledities, waarvan 22 in Rotterdam, eveneens een goede plek te zijn om je in de filmwereld onder te dompelen. Noord- en Zuid-Holland samen zijn goed voor 62 procent van het totale aanbod; Amsterdam en Rotterdam voor 46 procent.

Terugloop

Toch waren er beduidend minder filmfestivals dan een jaar eerder. In 2016 werden er nog 187 festivaledities gehouden, terwijl het aantal edities in 2017 was teruggelopen naar 151; een daling van bijna 20 procent. Die daling vond vooral plaats in de maanden april en mei en betrof een landelijke afname.

Het is geen opmerkelijk gegeven dat festivals komen en gaan. In 2017 hadden 26 festivals uit 2016 om uiteenlopende redenen geen editie meer. Daarentegen werden vorig jaar tien nieuwe festivals aan het aanbod toegevoegd, waaronder het Fashionclash Fashion Film Festival in Maastricht en twee festivals in Amsterdam: het New Renaissance Film Festival en het Ammehoela Film Festival. Ongeveer een derde (30 procent) van het aantal filmfestivals in 2017 bestaat langer dan tien jaar.

Opmerkelijke filmprijzen

De filmfestivalmarkt kent een ware prijzenregen: in 2017 werden 408 filmprijzen uitgereikt. Daarvan waren 18% publieksprijzen en 82% juryprijzen. Naast gebruikelijke rubrieken als ‘beste film’ of ‘beste documentaire’ vielen er ook opmerkelijke prijzen te winnen: van de ‘Sylvia Kristel Award’ en ‘Best Animated VR’ tot prijzen voor de ‘Best Funny & Trippy Toons’, de ‘Immersive Non-Fiction Award’ en de ‘Award for Emotional Impact’. De meeste prijzen werden – niet zo verrassend – in Noord-Holland uitgereikt.

Goud van Oud op social media

Tegen de verwachting in gebruiken de ‘oudere’ filmfestivals meer social media platforms zoals Instagram en Twitter dan de jonge filmfestivals. International Film Festival Rotterdam heeft meeste Facebook Likes en YouTube views van alle Nederlands filmfestivals, Banff Mountain Film Festival heeft de meeste Twitter-volgers.

Verder wordt duidelijk dat op meer dan de helft van de filmfestivals (53%) ‘maar’ 20 films of minder te zien zijn; en dat een derde van de filmfestivals ook een randprogrammering heeft met onderdelen als paneldiscussies, workshops en lezingen.

Kennisbron van en voor de Hogeschool van Amsterdam

De filmfestivalmarkt maakt onderdeel uit van het jaarlijkse onderzoek van het HvA-lectoraat Crosssmedia naar het Nederlandse festivallandschap, resulterend in de Festival Atlas. Hierin zijn zowel landelijk als per provincie de omvang en kenmerken van het festivallandschap opgenomen, inclusief de programmering van de festivals en het socialmediagebruik.

Volgens lector Harry van Vliet is het festivalonderzoek van belang als kennisbron voor alle partijen in Nederland die zich bezighouden met de festivalmarkt. “Binnen de HvA zetten we de Festival Atlas onder andere in bij de minor Festivals. De data zijn interessant voor studenten die zich bezighouden met eventmanagement of eventmarketing. Maar bijvoorbeeld ook voor studenten leisure, hospitality, crossmedia, marketing of (commerciële) economie. Voor professionals in de event- of festivalsector kunnen de onderzoeksuitkomsten fungeren als bron om afwegingen te maken rondom bijvoorbeeld festivalplanning en festivalsubsidiering. Ook zie je dat organisaties zoals het Filmfonds en het Mondriaanfonds onze gegevens gebruiken in hun eigen rapportages over de film- en kunstensector”.

Van een skateboard naar een scheiding: hoe schrijver Henk van Straten zijn huwelijk beëindigde per brief

0

Van de ene op de andere dag brak schrijver Henk van Straten (38) zijn huwelijk op, en betrok hij een piepklein huisje. Over zijn worsteling met eenzaamheid, alleenstaand ouderschap, drank, pillen en een seksverslaving schreef hij Berichten uit het tussenhuisje: een geestig en nietsontziend eerlijk verslag van zijn vroege midlifecrisis.

Skateboardveteraan

Je crisis begon, volgens je boek althans, met een skateboard?

‘Precies. Ik was 35, en mijn oudste zoon begon met skateboardles. Die souplesse, nonchalance en vrijheid die al die gasten hadden… het begon te kriebelen. Ik kocht een board en hield mezelf eerst nog voor dat ik dat gewoon vet vond voor aan de muur, als kunst. Op een gegeven moment besloot ik toch maar wielen te kopen. De schaamte die ik voelde toen ik de skateboardwinkel binnenliep herinner ik me nog goed. Met al mijn tatoeages zie ik eruit als een skateveteraan, terwijl ik er niks van afwist. De symboliek van dat skateboard koos ik als startpunt voor het verhaal – het boek is honderd procent autobiografisch, maar ik heb de werkelijkheid wel gemonteerd. Mijn boek moet een op zichzelf staand kunstwerk zijn, want mijn scheiding op zich is niet zo bijzonder of heftig dat het een boek valideert. Ik hoop dat mijn verhaal en de mijmeringen erin niet alleen iets vertellen over míjn leven, maar over het leven in het algemeen, en over hoe je dat doet als volwassene: omgaan met eenzaamheid, verdriet en schuldgevoel. Dat zijn universele waarden die ik probeer te belichten.’

Vroege midlifecrisis

Waarom wilde je uit je huwelijk weg?

‘Ik denk dat ik een vroege midlifecrisis had. Ik trouwde toen ik 25 was, heel jong dus. Op dat moment wist ik nog niet dat ik kon schrijven; mijn vrouw en ik hadden allebei onze school niet afgemaakt en werkten in de horeca. Daarin vonden we elkaar. Maar mijn schrijverschap begon zich te ontwikkelen, en je verandert nog heel veel tussen de 25e en 35e. Na tien jaar huwelijk voelde ik, en dat was echt een fysieke gewaarwording: ik ga dit nooit tot aan mijn dood volhouden. Het was niet zo dat ik uit ons huwelijk weg wilde omdat ik het zo erg vond, het voelde meer alsof ik een boek in handen had en wist dat er nog een hoofdstuk achteraan kwam. Ik kón gewoon niet anders. Het was alsof ik een rups was die zich naar buiten werkte uit een cocon. Op een gegeven moment scheurde die.’

Terwijl zij, zoals je zo mooi beschrijft, de eerste was bij wie je je echt thuis voelde.

‘Dat was ook heel logisch, met de complexe jeugd die ik heb gehad en heb beschreven in mijn vorige boek Wij zeggen hier niet halfbroer. Ik wilde een eigen nest, dat veilig was en er altijd zou zijn. Maar gaandeweg werd het kleine vogeltje dat ik was groter en ouder, en wilde ik uitvliegen en zelf wormen gaan vangen. Dat verlangen uitte zich aanvankelijk in dingen als skateboarden, maar dat werkte maar voor even. Uiteindelijk was het ook wel zo banaal dat ik gewoon weer wilde sjansen en wilde ervaren wie ik alleen was, met een eigen plek. Dan is er eigenlijk geen weg meer terug. Bovendien heb ik een soort fatalisme in me, een rigoureus ervan-af-willen-zijn-gedrag. Misschien had ik relatietherapie moeten overwegen, maar in mijn hoofd had ik al besloten dat er niks meer aan te doen was.’

Onafwendbaar

Maar waarom je huwelijk beëindigen per brief?

‘Omdat ik een stuk beter kan schrijven dan praten. De eerste keer dat de gedachte om weg te gaan bij me opkwam, duwde ik die meteen weg. Ik kan haar dit niet aandoen, we hebben twee kinderen, een huis – het kán niet. Maar toen voor mij duidelijk werd dat het onafwendbaar was, wilde ik dat zo goed mogelijk aan haar uitleggen, misschien ook wel om mijn gedachten goed te kunnen verwoorden aan mezelf. Terwijl ik nog ‘normaal’ mijn gezinsleven leidde, zat ik dagenlang in mijn eentje ’s avonds op mijn werkkamer die brief te typen. Verschrikkelijk.’

Henk van Straten: ‘Het was alsof ik een rups was die zich naar buiten werkte uit een cocon.’ ©John Wiersma

Verdoving tegen eenzaamheid

Na de scheiding nam je je toevlucht tot pillen, drank en andere middelen. Verdoving tegen de eenzaamheid?

‘Ja, en ik had bovendien zo veel chaos en pijn en verwarring in mijn hoofd, dat ik een stuk beter sliep met een pil of een paar Duveltjes. Ik moest opnieuw op zoek naar zingeving, alles leek raar. Soms stond ik eindeloos op de drempel van de badkamer, omdat ik maar niet kon beslissen of ik nou in bad zou gaan of in de huiskamer zou gaan zitten. Elke dag als ik opsta moet ik de eerste paar minuten verzinnen wat het leven ook alweer de moeite waard maakt. Daarna ga ik douchen, geef ik mijn hagedis een sprinkhaan, krijg ik zin om een stukje te schrijven en dan gaat het wel weer. In dit boek zit veel melancholie, want ik zat daar maar, alleen in dat tussenhuisje. Waar doe je het allemaal voor? Ik voerde een voortdurend gevecht tegen dat gevoel.’

Geen schokeffect

Nooit gedacht: moet ik dit allemaal wel opschrijven?

‘Nee, ik schrijf op wat nodig is voor het verhaal. De eerste versie was trouwens veel explicieter over de seks, totdat iemand vroeg: wat voegt dat toe? Het mag niet uitsluitend een shockeffect hebben, dat mag niet de aantrekkingskracht van het verhaal zijn. Als proza moet het goed zijn. Dat het over mij gaat, is bijzaak. Ik schaam me alleen voor stukken waarvan ik denk dat ze beter hadden gekund, zoals de eerste stukjes die ik over mijn scheiding schreef voor de website van Linda. Die had ik liever niet gepubliceerd, maar dat is niet vanwege privacyredenen, maar omdat ik voor mijn gevoel stilistisch alweer een stuk verder ben. Natuurlijk kijk ik op dingen terug – ochtenden waarop ik bij iemand of in een bepaalde situatie wakker werd – waarvan ik denk: dat was niet mijn finest hour. Maar blijkbaar had ik dat toen nodig.’

Waarom gooide je jezelf zo te grabbel?

‘Misschien was het een soort zelfkastijding? Dat gedoe met die vrouwen bracht gigantisch veel onrust, en toch zocht ik het steeds weer op. Ik voelde me een minkukel, dus als iemand je wil en sexy vindt, voelt dat lekker. Maar eenmaal op weg naar zo’n afspraak werd ik super nerveus; het werd nooit routine, ook niet toen ik zestig vrouwen verder was. En steeds weer die hoop: misschien is zij wel écht leuk. Want ergens ben ik ook een romanticus en hoopte stiekem weer liefde te gaan voelen.’

Geldingsdrang

Het van je afschrijven van zo’n periode is één ding, publiceren is een tweede. Waarom kies je daarvoor?

‘Nou ja, ik heb ook geldingsdrang. Ook al gaat het over mijn leven en over moeilijke dingen, dat ik iets moois geschreven heb, wil ik dat verdomme laten zien ook. Want dit is het enige wat ik goed kan. Natuurlijk hebben mijn kinderen verdriet gehad van de scheiding, maar het leven is nu eenmaal littekens oplopen. Het is een illusie om te denken dat je je kinderen in volstrekte veiligheid en geborgenheid kunt opvoeden. Ik besef wel dat mijn kinderen te alleen tijde moeten weten dat ik van ze houd. Ook als ik kwaad, streng of kortaf ben. Ik ben geen supergoeie, geduldige vader; ik ben snel geïrriteerd en kortaf, en reageer vaak onredelijk. Maar ik laat ze wél steeds weten dat ik heel veel van ze hou.’

Maar je twee zoons willen vast niets weten van hun vaders seksuele escapades.

‘Dat is zo, maar dan hebben ze pech gehad: hun vader is schrijver, en ja, dat is klote. Dat is de last die zij te dragen hebben. Ik krijg als ze begin twintig zijn vast nog wel te horen hoe kut dat was. Maar ik denk: laat ze ook de lelijke kanten maar zien; ik wil ze bijbrengen dat we allemaal maar wat aankloten en dat het leven voor niemand makkelijk is.’

Gekooid wezen

 Je noemt jezelf een gekooid wezen. Ben je dat nog steeds?

‘Ja, als je te veel gaat prikken, raak ik in paniek. Ik vind emoties toch wel heel moeilijk, ja. Mijn kern mag niet gezien worden. Dan zie je totale machteloosheid, en daarvoor moet ik me heel erg schamen. Die kern is te kwetsbaar, dus ik kan het me niet permitteren die te laten zien. De inherente onrust is er ook nog altijd. Altijd. Ik ben altijd onrustig en nerveus, vooral als er andere mensen bij betrokken zijn. Ik weet niet hoe het is om volstrekt ontspannen te zijn, zelfs niet als ik in mijn eentje op de bank een film zit te kijken.’

Alleen-zijn

Heeft de scheiding je uiteindelijk gebracht wat je zocht?

‘Dat vind ik irrelevant. De situatie waar ik in zat, was niet meer houdbaar en daar wilde ik uit. De situatie waar ik nu in zit, daar kan ik niet uit, al zou ik het willen. Ik kan hier ontevreden mee zijn, maar dit is waarmee ik het moet doen, ook al is dat soms eenzaam. Ik heb geen andere opties. En in zekere zin is dat fijn. Ik kan inmiddels wel beter alleen zijn. Alleen-zijn is verbazingwekkend moeilijk, voor heel veel mensen denk ik. Veel mensen verdoven zichzelf, gamen of blowen of zoeken de hele tijd sociaal contact op hun smartphone. Of blijven in een relatie zitten die niet meer werkt.’

Heb je niet, nu je uit je cocon gekropen bent, het gevoel dat je…

‘Een vlinder bent? Ha ha, nee. Nou ja… een scheef vliegende, bruine vlinder met een geknakt voelsprietje. Ja, dat wel.’

Berichten uit het tussenhuisje van Henk van Straten verscheen op 27 maart bij Nijgh & Van Ditmar, € 19,99

Theater vanaf de bank: van de Zuidoever van de Theems naar Broadway in één avond.

0

Voor menig theaterliefhebber zal het vloeken in de kerk zijn, kijken vanaf de bank. De sfeer in de zaal en het directe contact ontbreekt. Helemaal waar, en toch zijn ook de voordelen van comfortabel zitten, kijken wanneer je wilt, ondertiteling en de on demand W.C.-pauze wel wat waard. Onder het genot van een haardvuurtje kijk je tegen niemands achterhoofd aan.

Geen gesnuif, geen gesnotter en geen ellebogen-gevecht met je buurman of buurvrouw. Met rolstoel kun je naar elke voorstelling. Het niet onbelangrijke nagesprek met je mede-theaterliefhebber moet je helaas wel zelf via Skype organiseren, maar het programmaboekje is daarentegen weer altijd beschikbaar. 

Digitheater

Digitaltheatre, banktheater – of hoe het ook gaat heten, want zo nieuw is het – brengt innovatie. Via webportals spelen voorstellingen lang in het circuit. Voorstellingen die je anders niet gezien zou hebben komen ineens binnen handbereik. Dat is best verleidelijk. Van de zuidoever van de Theems naar Broadway is mogelijk in één avond.

Het heeft een eigen charme. Te vergelijken met vroegere studiofilms is het niet echt. En ook de VHS-banden van Play of the Week kun je rustig in de kringloopwinkel laten liggen.

Theaterflix

Sinds drie maanden zet Theaterflix in Nederland in op een aftermarket om voorstellingen een langer leven te geven. Bij de eerste ervaringen, lokaal in Amsterdam bij Salto TV, viel de animo en het publiek niet tegen. Nu, met de aansluiting van de theaters Bellevue en Krakeling en met partners als Toneelmakerij, van Engelenburg, Groots en Meeslepend en Stip, is Theaterflix een serieuze speler aan het worden. Vrije sector en gesubsidieerde gezelschappen zijn er beiden welkom. Ook uit het erfgoed ‘Bijzondere Collecties’ waarin zich het archief van Theater Instituut Nederland bevindt, worden wekelijks voorstellingen ontsloten. 

Toch zal het streamen voorlopig een beperkte markt blijven. Omdat een traditie om theater integraal op televisie uit te zenden ontbreekt, is een lange weg te gaan. De catalogus is op dit moment nog niet heel rijk gevuld. De prijs (€10,- voor een half jaar) is daar ook naar. Het is pionieren en het verdelen van energie voor oprichters Tony Minnema (voormalig artistiek leider van het Fijnhouttheater) en Emile Ripke. De één vanuit een technische videoregistratie achtergrond, de ander bekend met strategie en business- en verdienmodellen. Beiden theaterliefhebber. Het is een service aan de sector en een manier om ander publiek te bereiken. Trailers van nieuwe voorstellingen staan ook op het platform.

Laptop

Tony Minnema: ‘De bedoeling is om mensen met de laptop aan theater te kluisteren. We willen meer bekendheid voor het fenomeen creëren en kijkers heropvoeden over de kracht ervan. Mensen die niet gaan, zijn vergeten wat het is.’

‘Digitaal theater is een andere ervaring. Er is geen retake, de camera is onverbiddelijk. Een close-up van een bezwete acteur die door het gaatje gaat, hoe echter kan het zijn? Op de achterste rij in de schouwburg zie je dat niet allemaal.’

Het platform werkt twee kanten op: voorstellingen aanbieden maar ook kijkers naar de zaal halen. ‘Je hebt elkaar nodig als partners voor publiek.’ Theaterflix is van plan om met adverteerders te werken, maar het moet wel een aangenaam geheel blijven om naar te kijken.

The Nation

In het theater weet men met beperkte middelen de spanning vaak lang vast te houden met intrigerend spel. Op camera is dit minder interessant dan in de zaal, maar kennelijk nog steeds interessant genoeg. Eric de Vroedt experimenteert al met The Nation waarvan de eerste drie afleveringen op Youtube staan. Maar hij is geen regisseur met camera-ogen. Wat dat betreft lijkt het echt een aparte, uitdagende top-discipline te worden voor makers die beide vakken beheersen, zowel theater als film en TV. Te zien aan het afnemende aantal viewers zou het gelukt kunnen zijn om mensen naar de zaal te lokken voor de andere delen. Maar we weten het niet. Het is te vroeg om er conclusies aan te verbinden.

Dagstand The Nation youtube

aflevering 1 (4.657 views)

aflevering 2 (1.528 views) 

aflevering 3 (1.357 views)

Toneel op TV

Er zijn meer voorbeelden van zulke convergentie. Peter de Baan bracht voor de gelegenheid een toneelversie op TV van een kerstverhaal over de gevolgen van de gasboringen in Groningen. Prachtig om te zien als experiment, maar als semi-geïmproviseerd geheel levert het een te mager plot op voor de ruime speeltijd. Het blijft iets houden van een making of waar je naar zit te kijken.

TV-versies van Nathan Vecht Kunsthart en Aaf Brandt Corstius Fiftyfifty vertonen een goede balans. Met weinig speellocaties en entourage worden aangepaste toneelversies gebracht als televisiefilm. Maar deze producties zijn al bijna geen toneel meer te noemen, de planken zijn onzichtbaar voor het publiek.

Internationale verwennerij

Aaron Sorkin werkt in de US voor NBC aan een remake van de toneelversie van A few good men. De productie is een opvolger van een eerdere musical op TV: Hairspray Live. Omdat het werd uitgezonden rondom Thanksgiving trok het een megapubliek. De opvolger is al een paar keer uitgesteld (nu tot 2019) wat er op duidt dat het geen gemakkelijke opgave is om toneel te vertalen naar beeld. 

National Theatre Live, op de zuidoever van de Theems in Londen, streamt naar bioscopen. Live opera en ballet leveren vooralsnog de mooiste registraties op. En Shakespeare fans – hoe kan het ook anders – komen vooralsnog het beste aan hun trekken. Via Digitaltheatre is er zeker meer te zien, ook nieuwe bewerkingen van andere klassiekers en hedendaags werk vanuit literaire traditie. Het beste van Broadway is op de voet te volgen via Broadwayhd.

Produceren voor digitheater

Om het nieuwe publiek te pakken zijn mogelijk aanpassingen en nieuwe vormen van creativiteit nodig, al direct te beginnen bij het schrijven van toneelteksten. Ook zijn er wensen voor dingen die doorgaans bij een gekochte kwaliteits-DVD zitten opdat de hele mikmak aan trailers, teasers en interviews, extra’s gebundeld aangeboden kan worden op één platform. 

Gezien de buitenlandse ontwikkelingen lijkt het er op dit moment op dat branchevereniging NAPK aan de slag kan voor een nieuw standaard branchecontract. Het verleden sinds de introductie van internet leert dat veranderingen vaak beter omarmd kunnen worden, dan genegeerd. Vanavond de Nationale Opera met Die Walküre.

Podcast Theaterflix

Volgende week praat collega Wijbrand Schaap verder met Tony Minnema en Emile Ripke van Theaterflix over rechten en verdienmodellen. Vragen kunnen worden ingestuurd.

Sedje Hémon toverde muziek uit schilderijen

0
Sedje Hémon, foto Max Koot, Parijs 1956

De naam van Sedje Hémon (1923-2011) zal niet bij iedereen onmiddellijk een belletje doen rinkelen. Zij was een van de eerste kunstenaars die multidisciplinair werkte, door composities te baseren op haar eigen schilderijen. Haar schilderij-partituren werden recent getoond tijdens Documenta 14 in Kassel en Athene, maar haar muziek is al bijna 4 decennia niet meer uitgevoerd. Het Haagse Ensemble Modelo62 zet Hémon opnieuw op de kaart met de productie Hidden Agreements. Deze gaat 3 mei in première in Theater Korzo en toert vervolgens door ons land.

Violist in Auschwitz

Sedje Hémon werd geboren in Rotterdam en begon al op haar derde te tekenen. Ze ontwikkelde een abstracte stijl die wordt gekenmerkt door stippen, lijnen en vlakken. Op haar achtste besloot ze spontaan beroepsviolist te worden toen ze de beroemde Nathan Milstein op de radio hoorde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hielp ze jongens naar Zwitserland te vluchten, maar ze werd verraden door haar buren. Ze overleefde Auschwitz door viool te spelen in het kamporkest. Haar gezondheid was echter zo aangetast dat ze daarna lange tijd in ziekenhuizen doorbracht. Daar bleef ze tekenen; het vioolspelen moest ze noodgedwongen opgeven. Op basis van haar eigen kwetsuren zou ze later een succesvolle methode ontwikkelen om RSI te bestrijden.

Muziek uit schilderij

Op advies van een medepatiënt bracht ze haar abstracte tekentechnieken over op doek. Al snel werd zij ontdekt en in 1955 kreeg ze een tentoonstelling in Parijs. Daar werden kunstkenners getroffen door de muziek die in haar schilderijen ‘verborgen’ zat. Hierdoor aangespoord besloot ze die verstopte klanken daadwerkelijk hoorbaar te maken. Daartoe ontwikkelde ze haar ‘Integratie Methode’.

Op transparant papier ontwierp ze een raster van toonhoogtes en toonduren. Dat legde ze op haar schilderijen, om zo de verscholen ‘muzikale data’ te extraheren. Vervolgens vertaalde ze het geheel naar een klinkende partituur. Deze techniek herinnert aan de met stippeltjes en lijntjes gevulde transparanten waarmee John Cage in dezelfde periode muziek creëerde. In ons land was Hémon vrij uniek.

Herprogrammering van het lichaam

Het initiatief voor Hidden Agreements kwam van beeldend kunstenaar Marianna Maruyama en componist Andrius Arutiunian. Samen met de Sedje Hémonstichting en Ensemble Modelo62 hopen zij de muziek van Hémon tot leven te brengen. Zij spelen drie van haar composities, waarvan er twee te beluisteren zijn op Soundcloud: Harmonie en Lignes Ondulatoires. Deze worden in een moderne context geplaatst met nieuwe werken geïnspireerd op haar artistieke ideeën.

Maruyama liet zich inspireren door Hémons RSI preventiecursus, een ‘herprogrammering van het lichaam’. Vanwege haar in het kamp opgelopen verwondingen kreeg Hémon een diep begrip van het lichaam in relatie tot muziekmaken. Ze leerde anderen pijn te verzachten en voorkomen door het lichaam op een optimale manier te gebruiken. Gefascineerd door de oefeningen van Hémon ontwikkelde Maruyama choreografische instructies voor de musici van Modelo62.

Website als interactieve partituur

Op zijn beurt heropent Andrius Arutiunian de virtual-realitywereld van Hémon. In 2007 – ze was al over de tachtig! – lanceerde zij een virtueel museum. Dit bestond uit fragmenten en vormen uit haar schilderij-partituren en was gevuld met haar kunstwerken en haar muziek. Arutiunian gebruikt de website van het museum als interactieve partituur.

Het virtual reality museum wordt geprojecteerd op een groot scherm achter de musici. Zij geven een muzikale interpretatie van de verschillende kamers, terwijl de dirigent door het museum ‘wandelt’. De trailer van het programma is bijzonder smaakmakend. Hij maakt bovendien pijnlijk duidelijk hoe onterecht het is dat we Hémons werk zo zelden horen en zien.

Helaas moet ik de première missen, maar gelukkig volgen er meer uitvoeringen van Hidden Agreements. Gaat dat zien, gaat dat horen!

Korzo 3 mei, 20.30 uur: Hidden Agreements. Info en kaarten hier

Ik sprak Sedje Hémon uitgebreid voor mijn biografie van Reinbert de Leeuw. Veel van haar wetenswaardigheden hebben het boek niet gehaald; ik hoop hieraan nog een apart blog te wijden.

 

Workshop Poetry Performance leert dichters wat ‘rust nemen’ inhoudt: ‘mijn volgende optredens worden nu een stuk langer.’

0
Anne van Winkelhof tijdens de workshop Poetry Performance (Foto: auteur)

‘Er zou een verschil zijn tussen papieren gedichten en gedichten die alleen maar passen in een voordracht. Ik vind het dan in allebei de gevallen geen goed gedicht. Een goed gedicht kun je goed lezen, en ook herlezen, maar past ook heel goed in een performance.’ Dichteres Anne van Winkelhof heeft duidelijke opvattingen over wat poëzie tot goede poëzie maakt. Met haar voltooide studie Nederlands en Retorica is ze inmiddels een bekende verschijning in poëzieland.

Van Winkelhof is sinds afgelopen herfst organisator van de Poetry Academy, de schrijversschool waarmee het gerenommeerde Poetry International Festival Rotterdam het festivalseizoen verlengt. Zondag 8 april kwam een tiental amateurdichters bijeen in het gebouw waar Poetry samen met Passionate Bulkboek gevestigd is. De workshop ‘Poetry Performance’, die Winkelhof hier gaf, was bedoeld om de basisprincipes van de voordrachtskunst over te brengen.

Aarden

‘Het is belangrijk, als dichter op een podium, om je ervan bewust te zijn dat je er bent. Ik zie nogal eens dichters aan komen lopen op een podium, iets voordragen en dan weer weg zijn. Dat is jammer, want dat optreden is echt het moment van de dichter. Dus wees je ervan bewust dat je er staat. Daar mag je best wel de tijd voor nemen, om even contact te maken met je publiek, maar ook om even te aarden, te voelen dat je er bent, dat je een gedicht gaat voordragen.’

De tien deelnemers, gelukkig niet allemaal boven de vijftig, blank, hoogopgeleid en vrouw, krijgen allemaal de kans om een gedicht voor te dragen. Feedback krijgen ze van Van Winkelhof, maar ook van elkaar. Opvallend is dat er weinig plankenkoorts heerst. De amateurdichters blijken vrij zeker op het podium te staan. Er is wel even discussie over de taal: een van de deelnemers vraagt zich af of ze niet ‘te Rotterdams’ klinkt. De anderen vinden van niet. Een Zeeuwse deelnemer, die haar gedichten met prachtig Franse tongval voordraagt, krijgt ook als hart onder de riem mee dat een accent juist je authenticiteit benadrukt. Iets wat overigens in de Nederlandse voordrachts- en theaterwereld steeds meer ingang vindt.

Plankenkoorts

‘Ik had eigenlijk verwacht dat er veel meer paniek en angst zou zijn,’ vertelt Van Winkelhof na afloop. ‘Daar had ik heel stiekem ook een beetje op gehoopt. Dat ik mensen echt moed zou moeten inspreken en rustig moest maken. Ik denk dat er nu mensen waren die met hun voordracht ver zouden kunnen komen. Maar dan moet de poëzie ook nog goed zijn.’

Iets wat ze dan weer kunnen leren op de schrijversschool van Poetry International. Een van de dingen die dichters zullen leren op de Poetry Academy is: stop niet te veel in één gedicht. Schrijf liever meer gedichten.

‘Als je teveel beelden in een gedicht stopt, geef je je publiek niet de gelegenheid om echt van je beelden te genieten. Heb je in zin één een prachtig beeld, dan moet je niet in de volgende zin gelijk weer een beeld stoppen. Dan is de luisteraar bij zin zes en weet hij niet meer welk beeld werd opgeroepen in zin één. Voor mij zit je dan teveel op de inhoud.’

Jolande van Lith

Bijzondere verschijning tijdens de workshop was kunstenares Jolande van Lith. Met haar beeldende werk behoort ze tot de top van Nederland. Het dichten is er later bijgekomen, vertelt ze: ‘Vroeger op school wilde ik altijd al schrijver worden, maar uiteindelijk ben ik de afgelopen jaren vooral met beeldende kunst bezig geweest. Ik heb een project gedaan over Vincent van Gogh. Daarin vertelden mensen wat hen inspireerde aan de schilder. Ging het om de kunst of om de kunstenaar? Daarop kreeg ik heel persoonlijke verhalen te horen. Eigenlijk zo persoonlijk dat ik me afvroeg hoe ik het moest optekenen. Drie weken voor de opening van de expositie heb ik besloten het helemaal om te gooien en heb ik de verhalen vertaald naar poëzie. Die bundel kwam twee jaar geleden uit en daar is zoveel respons op gekomen dat ik het schrijven ook weer heb omarmd.’

Ze vertelt dat ze door haar hang naar perfectionisme werd gedreven om aan deze workshop mee te doen: ‘Ik ben zelf iemand die normaalgesproken vooral achter de schermen blijft en alleen tijdens een expositie op de voorgrond treedt. Omdat er zoveel belangstelling was voor dit project, en ook voor de gedichten, moest ik het ook gaan vertellen. Ik heb toch een zekere verlegenheid, en met dat perfectionisme dacht ik: ik kan er niet genoeg van weten.’

Haar belangrijkste les van deze workshop? ‘Ik heb geleerd om nog meer de rust te pakken. dat deed ik al, maar het moet nog meer. In een gesprek durf ik het al wel, om stiltes te laten vallen, maar als een groep mensen naar je zit te kijken is dat innerlijke zandlopertje wel heel bepalend.’ Ze lacht. ‘Mijn volgende optredens worden dus een stuk langer.’

Goed om te weten Goed om te weten
Poetry Academy heeft een gevarieerd aanbod aan cursussen en workshops voor de beginnende tot de gevorderde dichter. Vanaf september dit jaar zal er ook meer ruimte komen voor poetry performance in de gloednieuwe cursus Spoken Word.

Debuterend dichters Joost Baars en Dean Bowen treden op 2 juni op in een themaprogramma van de Poetry Academy (16:00-17:00). Aansluitend is er een open podium voor alle geïnteresseerden. Aanmelden voor het open podium kan door een mail te sturen naar: poetryacademy@poetry.nl? Meer informatie over de Poetry Academy vind je hier.

Het 49e Poetry International Festival Rotterdam vindt plaats van 29 mei t/m 3 juni 2018. Informatie en reserveren.

Guy Coolen over Operadagen Rotterdam: ‘We noemen onszelf een bluf-festival’

0
Operadagen Rotterdam 2018-19 (c) Bas Czerwinski

‘Als Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg naar Mohammed’, dachten ze bij Operadagen Rotterdam. Eerder dit jaar al gaf de in Enschede gevestigde Nederlandse Reisopera een perspresentatie in Carré. Dit keer togen de Rotterdammers naar de hoofdstad. Artistiek directeur Guy Coolen en dramaturg Tobias Kokkelmans vertelden een select clubje journalisten wat het publiek van 18-27 mei te wachten staat.

Ondanks het zeer beperkte budget – iets meer dan een miljoen – zijn zij erin geslaagd een gevarieerd festival te programmeren. Dit jaar is het thema ‘Heldenmoed’, dat overigens ruim wordt geïnterpreteerd. Coolen: ‘Om subsidie te krijgen moet je nou een keer werken met vierjarenplannen. We hebben voor de lopende periode de heldentocht gekozen, om houvast te geven aan onszelf en het publiek. Het is niet bedoeld als rigide invuloefening.’

Heldentocht in vier stadia

Kokkelmans: ‘De klassieke heldentocht verloopt in alle culturen volgens vier stadia. Hij/zij vertrekt – het thema van vorig jaar –, stuit op drempels, ondergaat een metamorfose en keert terug. Komend festival zoomen we in op de moed die nodig is om obstakels onderweg het hoofd te bieden. Het thema is ook een knooppunt tussen traditie – lees repertoire – en actualiteit. Zo zetten we naast De Grens van Ekaterina Levental de voorstelling Iyov, een opera-requiem over het Bijbelboek Job.’

Traditiegetrouw speelt de stad Rotterdam een grote rol in de programmering. Naast de reguliere theaters staan bijzondere locaties, vaak met specifiek hiervoor gemaakte voorstellingen. Zo klinkt tijdens het openingsconcert Earth Diver koormuziek van Heinrich Schütz in het Nieuwe Luxor Theater. Maar dan wel als ‘totaalervaring’ in een regie van Wouter van Looy. De zangers zingen staand rond het publiek de troostrijke muziek van Schütz, terwijl videobeelden wanhopig gravende mijnwerkers tonen.

Rotterdam onder water

Tegelijkertijd staat in de TP Loods Merwehaven de familievoorstelling Beast. Kokkelmans: ‘Dit is een echt stadsproject waaraan alle Rotterdammers mee kunnen werken. Het is onderdeel van een groter project, The Ring of Resilience, een beetje met een knipoog naar Wagner. Wat doe je als de stad in 2020 onder water staat? Waan je je net als Wotan veilig terwijl de wereld vergaat, of sta je aan de andere kant? Zoals het meisje dat na de catastrofe moet overleven zonder alle verworvenheden van de moderne tijd.’

Ontmoetingsplek

Kokkelmans en Coolen benadrukken dat Operadagen Rotterdam een ontmoetingsplek wil zijn voor publiek en makers. Ietwat mistroostig constateren zij dat hun festival een van de weinige plaatsen is waar nog geëxperimenteerd kan worden. ‘Het mag bij ons ook eens fout gaan’, zegt Coolen. ‘Er is ongelooflijk veel talent, maar de traditionele schouwburgen spelen op safe. Wij worden daardoor overstelpt met voorstellen, die we maar ten dele kunnen honoreren.’

Sprong in het duister

Een sprong in het duister is bijvoorbeeld de voorstelling Mzungu van de Nederlands-Tanzaniaanse zangeres Nienke Nasserian Nillesen. Zij is de dochter van een stamhoofd van de Masai. Bij een bezoek aan haar vaderland bleek ze 34 broers en zussen te hebben. Ze nam een van haar broers mee naar Nederland en beziet ons land opnieuw, door zijn ogen. Zo gaat Mzungu over het leven tussen twee werelden, met verschillende gebruiken en loyaliteiten.

Hooglied als aanklacht

Spannend wordt ook Canticum Canticorum. Collegium Vocale Gent en Champ d’Action brengen het Hooglied als protest tegen maatschappelijke beknotting en opgetrokken muren. Kokkelmans: ‘Het Hooglied is het meest vertaalde, maar minst begrepen Bijbelboek. Het gaat over de terugkeer van de Joden naar Het Beloofde Land, waar een purificatie plaatsvond van uitheemse elementen. De tekst is weliswaar erotisch, maar de vrouw die spreekt is eigenlijk een uitgestotene. “Nigra sum, ik ben zwart”, zegt zij, “deal er maar mee dat ik hier ben.” De voorstelling is enerzijds feministisch, maar kaart tegelijkertijd het vraagstuk van diversiteit aan.’

Operadagen Rotterdam wil ook een festival zijn dat mensen verleidt hun eigen muzikale grenzen te verleggen. Bijvoorbeeld in het minifestival Operaland met Pinksteren in de Schiedamse Noletloodsen. ‘Hier werd vroeger de beroemdste jenever ter wereld gestookt’, zegt Kokkelmans. Mozarts Così fan tutte staat er naast muziek van Claude Vivier. ‘Mensen zijn ons vaak dankbaar voor dergelijke combinaties’, zegt Coolen. ‘Ze willen graag verrast worden. Soms klagen ze zelfs als we een traditionele opera uitvoeren, omdat ze die al kennen.’

Billy the Kid en Calamity Jane

Er zijn drie wereldpremières. Rob Zuidam zet voor Mary Stuart enkele sonnetten van Joseph Brodsky over de Schotse vorstin op muziek. Gavin Bryars componeert Billy naar Billy the Kid, voor de Franse zanger Bertrand Belin en de Amerikaans-Nederlandse Claron McFadden. Zijn stuk wordt uitgevoerd als double bill met Calamity Jane van Ben Johston. Annelies van Parys schrijft nieuw werk voor Songs of Love and War op teksten van Gaea Schoeters, voor Neue Vocalsolisten Stuttgart. Het Geluid Maastricht tekent voor de enscenering, waarin ook liefdeslyriek van Monteverdi en Vivier tot klinken komt.

Talentenjacht

Het vorig jaar voor het eerst georganiseerde Gala!, waarin jonge makers kunnen strijden om een prijs wordt wegens succes hernomen. In 2017 wonnen onder andere het Ragazze Kwartet en Nora Fischer. ‘Dat werd tot in New York opgemerkt’, zegt Coolen trots. ‘Zij keren dit jaar bij ons terug.’

Operadagen Rotterdam wil een springplank zijn voor jong talent en voor mensen met lef. Coolen: ‘We doen ontzettend veel dingen met (te) weinig geld. Daarom noemen we onszelf wel schertsend het “Bluf-festival”. Vaak weten we pas op het allerlaatste moment of iets door kan gaan.’ Hij besluit met een citaat van de Amerikaans-Britse dichter T.S. Eliot. ‘Alleen wie riskeert te ver te gaan, weet hoe ver hij kan gaan.’

Operadagen Rotterdam, 18-27 mei 2018, info en kaarten hier

Stef Aerts regisseert 3D-spektakel JR in het @hollandfestival: ‘Om van 700 pagina’s echte literatuur naar een behapbare toneeltekst te gaan, lukt niet zomaar.’

0
jr, fc bergman. Foto Kurt van der Elst

Beluister hier een sfeerimpressie en het volledige interview met Stef Aerts.

Kinderen hebben het vermogen de wereld van volwassenen op zijn kop te zetten. De elfjarige JR maakt het wel heel bont. Hij leert op een schoolreisje hoe de beurs werkt en zet deze vervolgens naar zijn hand. Daarbij niet gehinderd door een prefrontale cortex, dat deel van de hersenen dat ons geweten bevat, en dat bij kinderen en pubers nog niet bestaat. In 700 pagina’s, gevuld met niets dan dialogen zonder karakteraanduidingen, beschrijft de Amerikaanse schrijver William Gaddis in 1975 hoe catastrofaal en verstrekkend de gevolgen zijn als op de beurs een kind de was doet. FC Bergman, een nog relatief jonge Vlaamse theatergroep, maakt er nu een vier uur durend theaterspektakel van.

JR is een boek dat van zichzelf alweer een soort legende is. Volgens kenners is het hét boek over de ondergang van het kapitalisme en wijst het – hoewel geschreven in de jaren zeventig –  vooruit naar de beurscrisis van deze eeuw en de opkomst van Donald Trump. Maar, wereldberoemd als het is, is het ook onleesbaar geacht en nog nooit vertaald in het Nederlands. Het werk is hier vooral onbekend.

Ivo van Hove

JR dook als boek voor het eerst een jaar of drie geleden op bij de makers van FC Bergman. Oorspronkelijk was het bedoeld voor een samenwerkingsproject met Toneelgroep Amsterdam, maar artistiek leider Ivo van Hove bleek uiteindelijk andere plannen te hebben. Stef Aerts, een van de oprichters van FC Bergman en regisseur van deze productie, werd echter meteen verliefd op het boek, en vroeg of ze het stuk dan zelf zouden mogen maken. Dat mocht.

‘Marie Vinck is bij ons toen begonnen met het uitwerken en vooral uitsplitsen van de dialogen, wat een huzarenstuk is.’

Want het boek bestaat uitsluitend uit dialogen?

‘Op een paar transitietekstjes na, ja.’

Dan kan ik me voorstellen dat je als theatermaker denkt: volia, een kant en klaar toneelstuk.

‘Ja, maar wij werken zelden of nooit met tekst. Dus we dachten alleen ergens in het begin wel dat we kant en klare, heerlijke dialogen geserveerd kregen. Wat ook zo is, want de dialogen zijn fantastisch, ook in het boek al. Maar om van 700 pagina’s echte literatuur naar een behapbare toneeltekst te gaan, lukt niet zomaar.’

De dialogen zijn niet zo even te monteren?

‘Nee, want ze zijn heel uitgebreid. We hebben ze ook zwaar moeten inkorten. Komt bij: ze waren nog nooit vertaald. Wel in het Duits en het Frans, dus daar hebben we ons van kunnen bedienen. We zijn geholpen door de universiteit in Brussel. De tolk-vertalingsdienst heeft voor ons een soort werkvertaling gemaakt. We hadden daar onze handen vol aan.’

Spreektaal

‘Maar wat het ook niet super voordehandliggend maakt, is dat de dialogen zijn geschreven in spreektaal. Dus inclusief alle gestotter en haperingen. Dat maakt het heel charmant om te lezen, maar ook best vermoeiend. Het is echt een werk om door te geraken. Maar het is dankzij die haperingen dat gestotter en al die stopwoordjes dat je de personages herkent, want in het boek worden de personages niet aangeduid: er staan alleen streepjes. Je bent dus al een tijdje zoet met uitmaken wie wat zegt.’

Dus dat was al een heidens karwei. Maar ook daarna maak je het jezelf niet makkelijk. Het decor is een vier verdiepingen hoge flat, het publiek kan er van vier kanten naar kijken, er lopen twee cameramannen rond. En je ziet als toeschouwer nog niet alles.

jr, fc bergman. Foto: Kurt van der Elst

‘Het idee om met film te werken kwam vrij snel omdat we de dialogen zo ongelooflijk filmisch vonden. Ze deden ons direct denken aan de films uit de jaren zeventig van Woody Allen, of zelfs de vroege films van Paul Thomas Anderson. Dat er van dat boek niet eerder een film is gemaakt is gewoon bizar. Maar wij wilden het onderzoek dat we eerder naar film en theater deden, hiermee voortzetten. Dus dat we twee camera’s zouden gaan gebruiken stond al heel snel vast. Met één camera werken was voor dit stuk niet te doen.’

Entropie

‘We hebben pas later bedacht om het driedimensionaal te maken. Het kwam omdat we steeds meer begraven werden in de chaos van dat boek, en de chaos die dat boek ook wil zijn. Ik vond al snel dat met een normale toneelsetting de entropie van het boek niet te vatten was. Dus was ik op zoek naar iets wat het publiek ook zou dwingen om keuzes te maken, en wat het publiek ook het gevoel zou kunnen geven dat het niet alles kon zien en niet over alle informatie kon beschikken die er werd meegedeeld. Dat is namelijk ook het gevoel dat je krijgt als je het boek leest, zeker voor de eerste keer.’

Het is wel een risico dat je neemt.

‘Of dat een risico is. Ik vind het ook bij het leven horen. Het is eigenlijk heel mooi. Juist nu, in deze tijd waar het steeds gaat om fomo, the Fear of Missing Out: je kunt gewoon niet overal bij geweest zijn. Dat is al heel erg in dat boek aanwezig. Een wereld waarin alle informatie al voorhanden lijkt te zijn, maar dat je er vooral de hele tijd achteraan holt, omdat er altijd mensen zijn die meer weten dan jij en meer macht hebben. Dat is een heel frustrerende staat van zijn, maar ook hoe de wereld in elkaar zit. Daarom ben ik juist wel blij met wat die toren bij het publiek teweeg brengt. Dat was de opzet, en ik denk dat we daar ook wel in slagen.’

Ongrijpbaar

De JR, het elfjarige jongetje uit de titel van het boek en de voorstelling, is eigenlijk nauwelijks in beeld. Is dat in het boek ook zo?

‘In het boek is hij de rode draad, en eigenlijk de aanstuurder van alles wat de overige personages overkomt, maar hij is geen psychologisch hoofdpersonage. Hij is vooral een concept. We leren hem ook nooit heel erg kennen. We komen weinig meer over hem te weten dan dat hij een klein genie is. Dat vind ik mooi. Hij is duidelijk de personificatie van het kapitalisme, en daarom blijft hij een ongrijpbare kracht. We hebben hem in de voorstelling nog ongrijpbaarder gemaakt dan hij in het boek is: een soort Citizen Kane of Great Gatsby: iemand waar iedereen altijd naar op zoek is, en legendes over rondstrooit.’

Ik had eigenlijk verwacht dat het stuk veel meer zou gaan over financiële constructies en malversaties. Bij de inleiding vooraf aan de voorstelling door een financieel journaliste ging het ook alleen maar over de banken en de crisis en de gevaren voor een nieuwe meltdown van de economie. In het stuk geen woord daarover. Jullie gaan vooral in op de personages en hun persoonlijke leven.

jr, fc bergman, Foto: Kurt van der Elst

‘Dat komt omdat we absoluut geen experts zijn op het vlak van de economie en de hele financiële wereld. Ik vind het wel een heel interessante en boeiende wereld, maar ik weet er te weinig van om het in een voorstelling te verwerken. Het was nooit de bedoeling om een statement te maken over het kapitalisme of de financiële wereld. Daar ben ik gewoon niet onderlegd genoeg voor.’

Vakjargon

‘Dat is niet de eerste reden waarom we het boek hebben gekozen. Het is vooral vanwege de rijke en mooie schildering van de personages. Het is ook een bijzondere ervaring om je door een boek te worstelen dat knalvol staat van het vakjargon en van de financiële constructies waar je een greep op moet proberen te krijgen als lezer, maar dat lukt meer dan helft van de tijd niet. Daar is ook een heel groot deel van de werktijd naartoe gegaan. We hebben die ook uiteindelijk versimpeld en behapbaarder gemaakt. We wilden niet dat je als publiek gefrustreerd zou raken omdat je behalve het ingewikkelde verhaal ook nog een hoop beursjargon zou moeten snappen. Ik hoop dat we het ingewikkeld genoeg houden om een idee te geven van die wonderlijke taal van het geld.’

Je hebt ervoor gekozen om het in de jaren zeventig te laten: vaste telefoons, kleding, inrichting. Heb je er ook over gedacht om het naar nu te halen? De parallellen met nu zijn immers erg sterk.

‘Daar hebben we heel kort over gedacht. In het design hebben we nu gezocht naar iets tijdloos. Dat doen we meestal in onze voorstellingen, maar nu werden we geconfronteerd met basismateriaal dat heel erg jaren zeventig was. Daar konden we niet omheen. Probleem was ook dat we bij het overzetten naar deze tijd ons verhaal kwijt waren. In het boek wordt het drama de hele tijd veroorzaakt door miscommunicatie, door telefoons die verkeerd verbonden zijn, mensen die telefoons missen en daardoor relaties mislopen. Brieven die de hele tijd niet worden opengemaakt.’

Geest van het boek

‘Als je die personages een gsm of e-mail geeft dan is ons verhaal na tien minuten al klaar. Dan is er geen drama meer. Of we hadden alles moeten omwerken, en dat zou ik jammer hebben gevonden. Dan zou de geest van het boek verloren zijn gegaan. Terwijl de voorstelling nu duidelijk maakt dat de virtuele overload die we nu ervaren, in die tijd juist heel erg tastbaar was door een hele grote hoeveelheid papier en karton en een enorme hoeveelheid rinkelende telefoons.’

Even iets anders: hoe regisseer je zoiets?

‘We zijn begonnen met een maquette van het decor. Het scenario hebben we aan de hand van die maquette geschreven. Dat was precisiewerk. het staat in vier kolommen, met al die parallelverhalen naast elkaar. Het is vooral een kwestie van kalm blijven en alles stukje voor stukje aanpakken. We hebben ons eerst alleen met de film bezig gehouden. Dat is het verhaal dat iedereen te zien krijgt. Als dat niet helemaal klopt, is het einde zoek. Toen we de film eenmaal kloppend hadden zijn we daarna op de maquette de livebeelden gaan schrijven. In de praktijk betekende dat we bij de repetities veel onnozel heen en weer geloop hadden. Tijdens de laatste week hebben we heel erg geoefend met ‘toertjes’ lopen.’

Met zo’n voorstelling in de rondte heb je ook grote tribunes. Er is plaats voor 1200 man. Nooit angstig dat het niet vol zit?

‘Het voordeel is dat we in België niet zoveel moeite hebben met de zaal uitverkopen. Nog voor de première was alles al uitverkocht. De stress was dus enorm. Hoe dat in Amsterdam gaat: het is hopen dat de tribunes vol raken.’

Paarden

Jullie zijn een vrij uniek gezelschap.

jr, fc bergman Foto: Kurt van der Elst

Toen wij zo’n tien jaar geleden begonnen waren er weinig groepen die zich zo op grootschalig beeldend theater richtten als wij. We zijn echt kinderen van onze tijd, opgegroeid met beeldcultuur. We bedienen ons graag van grote gebaren. Dat was al met onze allereerste voorstellingen. Nog zonder budget. Daar liepen ook paarden in rond en veel figuranten. We zetten ons daarmee een beetje af tegen de opleiding waar we vandaan kwamen. Het Conservatorium is een vrij klassieke, maar heel erg goede, tekstgerichte opleiding. Wij gaven ook op school onze voorstellingen al heel erg vorm. En dan waren we gefrustreerd omdat we daar nooit op werden beoordeeld. We werden individueel als spelers beoordeeld, maar niet als kunstenaarsgroep. Het is deels daardoor dat we later, na ons tweede jaar op het Conservatorium, FC Bergman zijn begonnen met voorstellingen zonder tekst en met veel vorm.’

Mocht dat van school?

‘We waren heel vaak absent, dus het werd ons niet in dank afgenomen. Maar we hebben nog steeds goede relaties met de school, enkelen van ons geven er ook nu nog les. De vrouw die de opleiding heeft gesticht, Dora van der Groen, heeft ook postuum nog steeds grote invloed op ons werk. Juist ook op het beeldende aspect van de voorstellingen.’

Goed om te weten Goed om te weten
JR, een productie van Toneelhuis / FC Bergman, in coproductie met NTGent, KVS en Olympique Dramatique, is te zien tijdens het Holland Festival op 16, 17 en 18 juni. Reserveren.

City of Birmingham Symphony Orchestra speelt Fires van Raminta Šerkšnytė

0
Raminta Šerkšnytė, foto Music Information Center Lithuania

Het City of Birmingham Symphony Orchestra komt naar ons land. Maandag 9 april geven zij een concert in TivoliVredenburg Utrecht onder leiding van hun jonge chef-dirigent Mirga Gražinytė-Tyla. Zij spelen muziek van Wagner, Debussy en Beethoven, een vrij standaardprogramma op het eerste gezicht. Maar gelukkig neemt de Litouwse Gražinytė-Tyla een stuk mee van haar landgenote Raminta Šerkšnytė. Die schreef Fires in 2010 als opmaat voor de Vijfde Symfonie van Beethoven. Ook tijdens dit concert staan deze twee werken naast elkaar.

Šerkšnytė werd in 1975 geboren in Kaunas, een stad ruim honderd kilometer westelijk van Vilnius, de hoofdstad van Litouwen. Vanaf haar zevende speelde ze piano en snel daarna ging ze ook componeren. Ze volgde compositieonderricht bij de vermaarde Osvaldos Balakauskas aan de Muziekacademie van Vilnius. Vervolgens nam zij in het buitenland deel aan masterclasses bij zulke uiteenlopende grootheden als Louis Andriessen, Magnus Lindberg en György Kurtág.

Postromantiek

In 2005 gooide Šerkšnytė hoge ogen tijdens de Gaudeamus Muziekweek met haar compositie Vortex voor viool en ensemble. Hierin draait het materiaal voortdurend rond in een vicieuze cirkel, de ‘draaikolk’ uit de titel. Bij elke ‘draai’ wordt het geheel dynamischer en gecompliceerder. Later dat jaar won ze met dit stuk het International Rostrum of Composers van de UNESCO. Inmiddels heeft zij een vaste plaats verworven in het Litouwse en internationale muziekleven.

De muziek van Šerkšnytė haakt aan bij de (post)romantiek, maar incorporeert ook elementen uit (post)minimalisme, jazz en avant-garde. Al vanaf haar eerste stukken overrompelt zij het publiek met haar intense emotionele expressie; haar werk is zeer gepassioneerd. Zij heeft tegelijkertijd een groot gevoel voor vorm en instrumentatie en paart een complex web van ritmische texturen aan kleurrijke harmonieën.

Vitale energie

Haar belangrijkste inspiratiebronnen zijn het brede spectrum van psychologische gemoedstoestanden en muzikale archetypen. Haar werk varieert van kalm en meditatief tot mysterieus of nostalgisch, maar kent ook uitbarstingen van vitale energie. Veel van haar composities lijken op geschilderde muzikale landschappen. Bijvoorbeeld haar grootse orkestwerk Aisbergas (IJsberg Symfonie), waarmee zij in 2000 haar master compositie afsloot.

Dit werk vormde de start van een reeks orkestwerken die zijn geïnspireerd op natuurverschijnselen en elementaire krachten. Hiertoe behoren ook Mountains in the Mist (2005), Glow (2008) en het tijdens het concert van de Britten uitgevoerde Fires. In deze tweedelige compositie heeft Šerkšnytė getracht verschillende ‘gezichten’ van brand weer te geven: van de afstandelijke waarneming van een naderende ramp tot donderende explosies van samengebalde energie.

Van etherisch getinkel tot donderend geraas

Het eerste deel, ‘Misterioso’, opent met etherisch getinkel en lang aangehouden strijkers- en blazersklanken. Gaandeweg vormen zich opborrelende motiefjes, die beelden oproepen van een onderhuids flakkerend vuurtje. De dynamiek wordt krachtiger en lage instrumenten mengen zich in het betoog, waarna het vuur tot een eerste uitbarsting komt. Dan keert de schijnbare rust terug, maar onder de oppervlakte blijft het rommelen, als een vulkaan die op uitbarsten staat.

Die explosie volgt met donderend geraas in het tweede deel, ‘Con brio’. Dit opent met fortissimi gespeelde, repeterende thema’s van koperblazers en strijkers die in de verte herinneren aan het werk van John Adams. Het steeds dichter wordende weefsel van heftig door elkaar krioelende ritmes en lijnen genereert een toenemende spanning.

Dalende melodieën en dito glissandi creëren de indruk van vallende balken en stenen. De boel stort definitief in met een citaat van het openingsmotief van de Vijfde Symfonie van Beethoven. Šerkšnytė knipoogt zo naar haar illustere voorganger: zij componeerde haar stuk voor een Beethovencyclus van het Beiers Radio Symfonieorkest. Ook tijdens dit concert van het City of Birmingham Symphony Orchestra gaat Fires vooraf aan Beethovens Vijfde Symfonie.

Meer informatie en kaartjes via deze link

Tijdens mijn inleiding van 19.30-20.00 uur hoop ik te kunnen spreken met dirigent Gražinytė-Tyla

‘Het is gezien’ – Terugblik op Gerard Reve’s ezelproces naast discussie over nieuwe controverses in de kunst

0
Het is gezien

50 jaar geleden was het 1968, een jaar waarin opvallend veel gedenkwaardigs gebeurde. Het studentenprotest in Parijs bijvoorbeeld, de moord op Martin Luther King, de opening van Paradiso, de eerste astronauten naar de maan, de Praagse Lente. En niet te vergeten de ontknoping van het zogenaamde Ezelproces, waarin schrijver Gerard Reve werd aangeklaagd wegens ‘smalende godslastering’. Nu aanleiding voor een film over vrijheid en kunst.

Het is gezien van Erik Lieshout en Tom Rooduijn is niet alleen een terugblik maar ook een eigentijdse bespiegeling die laat zien hoe kunstenaars nog steeds te maken krijgen met taboes en vooroordelen. Zoals Kristien Hemmerechts en Tinkebell (beiden in de film), die golven haatmail te verstouwen kregen. Hemmerechts vanwege haar op de zaak Dutroux geïnspireerde roman De vrouw die de honden eten gaf. Tinkebell vanwege een handtas van poezenbont.

Kamervragen

Reve had destijds in Nader tot u en een andere publicatie gefantaseerd over de terugkeer van God in de gedaante van een muisgrijze ezel, en over de liefdevolle, meest innige vereniging die daarop zou volgen. “Ik zal Hem begrijpen en meteen met Hem naar bed gaan, maar ik doe zwachtels om Zijn hoefjes, zodat ik niet te veel schrammetjes krijg, als Hij spartelt bij het klaarkomen.”

SGP-parlementariër Van Dis stelde er kamervragen over en het Amsterdamse parket ging over tot vervolging. De rechtbank oordeelde dat er weliswaar sprake was van godslastering, maar ook dat deze niet smalend was. Toch ging Reve in hoger beroep om ook de godslastering van tafel te krijgen. Voor de Hoge Raad voerde hij zijn eigen verdediging met een schitterend, later als boekje uitgegeven pleidooi, waarna op 2 april 1968 definitieve vrijspraak volgde. Niet toevallig vond de première van Het is gezien deze week in de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis ook plaats op 2 april.

Pleitrede

De NTR en Tom Rooduijn, die als radiomaker al aandacht aan het ezelproces had geschonken, benaderden regisseur Erik Lieshout (To Stay Alive – A Method) voor een film over de zaak. “Ik heb me aanvankelijk verzet”, bekent hij, “want ik was bang dat het een soort Andere Tijden zou worden. Tot ik het idee kreeg om hedendaagse kunstenaars die zelf in de problemen zijn gekomen de pleitrede van Reve te laten voorlezen en te laten reflecteren op hun eigen ervaringen.”

Over mogelijke gelijkenis met Andere Tijden – met alle waardering voor dat programma – hoeven we ons geen zorgen te maken. Het van verbeeldingskracht getuigende en deels in het nu ontmantelde gerechtsgebouw opgenomen Het is gezien is meer dan een doorsnee documentaire. Eerder een filmische, in sober en toch rijk zwart-wit gefotografeerde performance waarin toen en nu naadloos in elkaar grijpen.

Taboe nummer 1

Met aan de ene kant de schrijver Tom Lanoye die meent dat de vrijheid van de kunstenaar niet grenzenloos kan zijn. De wet en de rechtsstaat ziet hij als kenmerken van onze beschaving. Waarnaast cabaretier Hans Teeuwen stelt dat juist de kunstenaar moet zeggen waarover niet gesproken wordt. Al geeft hij toe zelf bij het onderwerp islam wel even geaarzeld te hebben, net als bij de Hells Angels.

Mano Bouzamour vertelt over de felle en veelal afkeurende reacties uit de migrantengemeenschap naar aanleiding van zijn veelgeprezen debuutroman De belofte van Pisa. De vaak aan geruchtmakende strafzaken verbonden strafpleiter Gerard Spong is ook van de partij.

Degene die het misschien wel het zwaarst te verduren kreeg is de schrijver A.H.J. Dautzenberg. Hij had taboe nummer 1 te pakken toen hij protest aantekende tegen de verregaande verkettering van pedofielen. Als niet-pedofiel besloot hij lid te worden van de omstreden vereniging Martijn – zonder overigens daadwerkelijke seks met kinderen goed te keuren. Dat en andere controverse leverde hem ontslag bij de Fontys Hogeschool op.

Ongemak

A.H.J. Dautzenberg in Het is gezien

Is dit alles een zaak van groot maatschappelijk belang, zoals in de begeleidende persmap wordt gesteld?

Volgens Lieshout is de film is een pleidooi voor kunst als wegbereider van ideeën en opvattingen. Bijna per definitie is dat kunst die lastig en ongemakkelijk is. Maar het moet er zijn. Alleen in dictaturen is er geen ruimte voor zulke kunst. Dat kunst een luxe zou zijn die alleen maar subsidie kost vindt hij een gevaarlijk idee.

Waarop hij terloops memoreert dat in Duitsland en Oostenrijk de vrijheid van kunst in de grondwet is opgenomen. Hier valt het onder de vrijheid van meningsuiting.

Grenzen

Mag een kunstenaar dan meer dan een gewone sterveling? “Er zijn geen eenduidige formules”, aldus Lieshout. Een auteur kan een antisemitisch personage opvoeren in een roman, maar dat is iets anders dan het publiceren van een antisemitisch schotschrift, beaamt hij. Dan komt de schrijver in conflict met de wet. “Die grens ligt niet altijd precies vast. Er is altijd discussie mogelijk.”

Inderdaad zijn er nog genoeg heikele kwesties die in Het is gezien niet aan de orde komen, maar die wel raken aan het thema. Denk aan de nieuwe preutsheid, zo’n rel op de Frankfurter Buchmesse rond een extreemrechtse uitgeverij, of rappers met nare teksten.

Stof genoeg voor de discussies die aansluitend aan de voorstellingen van Het is gezien in een aantal filmtheaters op het programma staan. Lieshout hoopt dat er ook op televisie ruimte komt voor een discussie-evenement wanneer de film in oktober wordt uitgezonden.

Vertoning en discussie

Vertoningen van Het is gezien met aansluitend discussies over de vrijheid van meningsuiting, politiek en kunst zijn gepland in:

De Balie Amsterdam, woensdag 11 april 20:00 uur. Grote discussie achteraf met enkele van de kunstenaars uit de film en de makers Erik Lieshout (regie) en Tom Rooduijn (redactie). Ook Theodor Holman is een van de genodigden.

Filmhuis O42 Nijmegen, zaterdag 14 april 20:00 uur. Aanwezig zijn Anton Dautzenberg en Erik Lieshout. Dautzenberg leidt het nagesprek.

Filmtheater ‘t Hoogt Utrecht, zondag 15 april 16:00 uur.

Filmhuis Den Haag, dinsdag 24 april 19:00 uur. Erik Lieshout is aanwezig, samen met (onder voorbehoud) Hans Teeuwen.

Geld maakt wél gelukkig, en writers block is een illusie. Veel mythes onderuit op avond van het Kuddegedrag.

0
Ab Dijksterhuis tijdens zijn presentatie

Liever luisteren dan lezen? Luister hier naar de podcast! (Met veel extra quotes van Ab Dijksterhuis)

Geld maakt gruwelijk gelukkig. En dat houdt niet op bij 1 ton. Wie een half miljoen verdient is aanzienlijk gelukkiger dan wie 2 ton verdient. De ING-baas die 60 procent meer salaris zou krijgen, zou daarvan ook heel erg veel gelukkiger geworden zijn. Dit inzicht kreeg sociaal psycholoog en ‘geluksprofessor’ Ab Dijksterhuis door een nieuw onderzoek naar de relatie tussen geld en geluk. Het zette de gangbare gedachte dat geld niet zo heel veel invloed heeft, op losse schroeven.

Donderdag 29 maart presenteerde hij zijn bevindingen in het Utrechtse festivalpaleis TivoliVredenburg. Dat gebeurde tijdens een avond, georganiseerd door de Associatie van Sociaal Psychologische Onderzoekers.

In de podcast legt de geluksprofessor uit of en hoe dit onderzoek gevolgen heeft voor zijn eerdere werk. Luister hier.

Pecha Kucha

Een avond als deze past in een trend in cultureel Nederland: theatergebouwen brengen niet alleen kunst en fictie, maar ook hoorcolleges, pecha kucha’s, theaterlezingen en talkshows. Het geldt niet alleen voor theatergebouwen, ook de kunst zelf schurkt regelmatig dicht tegen de feitelijke werkelijkheid aan, en kiest weleens de vorm van een lezing of speech over waargebeurde zaken.

TivoliVredenburg zet dit seizoen fors in op het ‘kennis & debat’-programma, en Cultuurpers volgt dat op de voet. Eerder al was er een avond over de toekomst van de arbeidsmarkt, een boekpresentatie van een bundel Afrikaanse verhalen en een faalfestival. De sociaalpsychologische avond trok aandacht vanwege de link met kunst. Het al eerder genoemde onderzoek op het Groningse Noordenzonfestival bijvoorbeeld, dat aantoonde dat toeschouwers van een dansvoorstelling zich na afloop wezenlijk anders gedragen, in lijn met de gedragingen die getoond werden tijdens de voorstelling. De videobeelden van mensen die doelloos rondliepen nadat ze een voorstelling hadden gezien waarin dansers doelloos bewogen: fascinerend.

Uitstelgedrag

Dat creativiteit gewoon een kwestie van plannen is, blijkt geen mythe. Mensen die lijden aan uitstelgedrag (iets wat veel creatieve mensen kennen onder de noemer writers block) blijken dat door een kleine ingreep te kunnen overwinnen. Het beginnen met denken aan een structuur, aangevuld met een klein beetje tijdsdruk, blijkt in vrijwel alle gevallen de proefpersonen aan te zetten tot creatieve handelingen. Een schrijfhuisje in het bos is dus meestal niet de oplossing.

Die structuur was overigens ook leitmotiv van de avond, waar ook nog werd aangetoond dat de positieve effecten van mindfulness al meetbaar zijn nadat proefpersonen er een verhaaltje van 3 minuten over hebben gehoord. De organisatie had gekozen voor de pecha kucha vorm. De sprekers moesten een verhaal vertellen, voorzien van 20 slides die automatisch elke 20 seconden wisselden. Een soort TED-talk op speed, en het werkte. Op deze manier werd de avond ook inzichtelijk voor niet ingevoerde toeschouwers. De organisatie merkte op dat slechts een klein deel van het publiek bestond uit leden. De rest van de bijna 300 aanwezigen was uit eigen interesse gekomen. Over anderhalf jaar gebeurt het weer. Maar dan vermoedelijk in een nog grotere zaal.

In de podcast een enthousiaste organisatrice.

Ligetifestival – ode aan avontuurlijk en eigenzinnig componist

0

De Hongaarse componist György Ligeti (1923-2006) leed onder meerdere dictaturen; de nazi’s doodden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vader en broer en na de Oorlog dwongen de communisten hem zoetsappige ‘volksmuziek’ te schrijven. Na de Hongaarse opstand van 1956 vluchtte hij naar Wenen en vervolgens naar Keulen.

In het Westen onpopte hij zich tot een eigenzinnig componist, die zich al snel verzette tegen de dogma’s van de avant-garde en een andere weg insloeg. Hierin spelen microtaniliteit, maar ook ironie en humor een grote rol. Van donderdag 5 tot en met zondag 8 april staat hij centraal tijdens een grootschalig Ligetifestival in Muziekgebouw aan ’t IJ.

Liefde voor Bartók

György Ligeti werd in 1923 geboren in een stadje in Transsylvanië, in een joodse familie. In 1941 ging hij compositie studeren bij Ferenc Farkas, maar drie jaar later werd hij door de nazi’s opgeroepen voor een werkkamp. Pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog kon hij zijn studie hervatten.

Hij verhuisde meteen naar Boedapest, waar hij opnieuw studeerde bij Farkas, maar ook bij Sándor Veress. Zij droegen hun liefde voor Bartók op hem over, wat doorklinkt in vroege composities als het Eerste Strijkkwartet. Dit wordt zaterdag 7 april uitgevoerd door het Dudok Kwartet.

In 1949 voltooide Ligeti zijn studie aan het Franz Liszt Conservatorium van Boedapest, waar hij meteen zelf als docent harmonie aan de slag kon. Inmiddels hadden de communisten het roer overgenomen en werd sterk de nadruk gelegd op ‘volkse’ elementen in de kunstmuziek.

Ligeti had hier op zich niet zoveel moeite mee, aangezien ook Bartók zich door volksmuziek had laten inspireren. Binnen de gegeven beperkingen zocht hij naar manieren om toch een persoonlijke klankwereld te scheppen. Bijvoorbeeld in de Cellosonate die hij in 1953 componeerde voor de Hongaarse Radio.

‘Formalistische tendensen’

Deze werd meteen na de uitzending wegens ‘formalistische tendensen’ verboden; voortaan componeerde Ligeti voor de spreekwoordelijke bureaulade. Ondertussen hield hij de autoriteiten tevreden met koorwerken in de stijl van Kodály. In 1953 voltooide hij zijn Musica ricercata, een verzameling van elf stukjes voor solo piano.

Deze staan vrijdag 6 april op het programma van de Franse pianist Pierre-Laurent Aimard. Het eerste deel opent met maar twee tonen: een grondtoon en zijn octaaf. In elke volgende variatie wordt hieraan één toon toegevoegd, tot in het elfde deel alle twaalf tonen van het westerse toonsysteem tot klinken komen.

Hongarije was vlak na de Tweede Wereldoorlog officieel van het verderfelijke Westen afgesloten. Dit belette Ligeti echter niet ‘s nachts stiekem naar Duitse radiozenders te luisteren. Deze werden overigens verstoord door signalen van de Hongaarse overheid, zodat voornamelijk de hoge frequenties door kwamen.

In deze verminkte vorm hoorde hij werken als de Turangalîla-Symfonie van Messiaen en elektronische muziek van Herbert Eimert. De gedachtenwereld hiervan sloot aan bij zijn behoefte aan vernieuwing. Zodra in 1954 een periode van dauw intrad, kocht hij partituren en platen van moderne componisten.

Gesang der Jünglinge

In deze periode hoorde Ligeti ook de eerste radio-uitzending van Stockhausens bandcompositie Gesang der Jünglinge. Hij was diep onder de indruk en nam per brief contact op met zijn Duitse collega. Hij schreef ook naar Herbert Eimert, directeur van de elektronische studio van de WDR in Keulen.

Een maand na de inval van de Russen in november 1956 vluchtte Ligeti via Wenen naar Keulen. Daar werd hij met open armen ontvangen door Stockhausen en Eimert. In de elektronische studio voltooide hij zijn eerste ‘westerse’ compositie, Artikulation voor band.

Van communistische naar muzikale dictatuur

Hoewel Ligeti het in principe eens was met de uitgangspunten van Stockhausen en diens geestverwanten, moest hij niets hebben van de rigiditeit van het serialisme. Hierin worden alle muzikale parameters volgens strikte regels geordend. Eenmaal gevlucht uit de ene dictatuur, wilde hij zich niet onderwerpen aan een nieuwe dicatuur van de muzikale avant-garde.

Hij raakte gefascineerd door het idee de strikte ordening juist te vervangen door een grote mate van vrijheid. Tegenover een streng gereguleerde ritmiek plaatste hij een ongebonden ritme; tegenover de toonreeksen van de serialisten zette hij clusters. Dit zijn samenklanken van dicht om elkaar krioelende (micro)tonen, die tot dan onbekend waren in de westerse kunstmuziek. Dit leidde in 1960 tot het baanbrekende orkestwerk Apparitions, dat bij de première een schandaal veroorzaakte. – Ligeti’s naam als onafhankelijk avant-gardist was voorgoed gevestigd.

Muziek van metronomen

Hierna componeerde Ligeti de eveneens op clusters gebaseerde werken Atmosphères en Volumina. Maar al snel bewandelde hij weer nieuwe wegen. Zo schreef hij in 1961 Die Zukunft der Musik, waarin hij slechts instructies op een bord kalkte voor zijn toehoorders. Een jaar later volgde Poème Symphonique, waarin 100 metronomen een complexe ‘micropolyfonie’ tot stand brengen. De première in 1963 in het Raadhuis van Hilversum veroorzaakte opnieuw een schandaal.

Ligeti maakte dit tegendraadse stuk in opdracht van de Gaudeamus Muziekweek. Het wordt zaterdag 7 april live uitgevoerd in de entreehal van Muziekgebouw aan ’t IJ. Dagelijks is bovendien de televisieregistratie te zien en te horen van de première uit 1963, die de NOS destijds besloot niet uit te zenden. Lange tijd gold het opgenomen materiaal als verloren maar het werd recent teruggevonden in de archieven van Beeld en Geluid.

Keer op keer bevestigde Ligeti zijn soevereine geest. Waar zijn collega’s elke vorm van tonaliteit verafschuwden, schiep hij in zijn muziek doodleuk weer harmonische zwaartepunten. Zoals in het koorwerk Lux Aeterna uit 1966, dat onsterfelijk gemaakt werd dankzij de film 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick. Het Nederlands Kamerkoor voert het 7 april uit onder leiding van  dirigent Reinbert de Leeuw, die veel met Ligeti werkte.

Autoclaxons naast Rossini-aria’s

In de jaren 1974-77 werkte György Ligeti aan zijn opera Le Grand Macabre, zijn magnum opus. Deze is gebaseerd op het absurdistische toneelstuk Ballade du Grand Macabre van de Belgische auteur Michel de Ghelderode en speelt zich af in de tijd van Breughel. De held Nekrotzar – de ‘Grand Macabre’ van de titel – kondigt het einde der tijden aan, dat zich om middernacht zal voltrekken. Maar als het uiteindelijk twaalf uur slaat, is Nekrotzar de enige die sterft.

In Le Grand Macabre bracht Ligeti alles samen wat hij tot dan toe bereikt had; de muziek is vaak ronduit hilarisch. De opera opent met een ouverture van autoclaxons, en plaatst Rossiniachtige aria’s naast vervreemende recitatieven en afgrondelijk gekrijs. De zangers laten boeren en we worden daarnaast getrakteerd op de klank van zwepen en andere ‘onmuzikale’ voorwerpen. Muzikale referenties aan voorgangers als Rossini en Monteverdi krijgen hierdoor een ironische lading.

Eigen koers

Na Le Grand Macabre raakte Ligeti enigszins in een impasse. Onderzoekend en oorspronkelijk van geest als hij was, weigerde hij simpelweg zichzelf te herhalen. Hij had altijd een eigen koers gevaren naast die van de avant-gardisten Boulez, Stockhausen en Nono. Toch werd hij steevast in één adem met hen genoemd. Toen hun invloed begon te tanen, dreigde hij meegesleurd te worden in deze neerwaartse spiraal. Vooral toen een jongere generatie componisten terugkeerde naar oude vormen, harmonieën en tonaliteit.

Ligeti wenste niet mee te varen op deze stroom van nieuwe welluidendheid, maar raakte er wel door geïnspireerd. In 1982 schreef hij zijn Hoorntrio, waarin hij Caribische ritmes koppelt aan Brahmsachtige melodieën. Die staan echter net iets uit het lood. De onregelmatige ritmiek is enigszins verwant aan de Hongaarse volksmuziek. Het Hoorntrio wordt zaterdag 7 april uitgevoerd door Aimard, de violist Joseph Puglia en de hoorniste Marie-Luise Neunecker. Voor haar componeerde hij in 1999 ook zijn Hamburg Concerto.

Caribische ritmiek

In de jaren tachtig raakte Ligeti steeds meer in de ban van Caribische, Afrikaanse en Arabische ritmes. Hun ‘hinkende’ karakter gaf zijn werk een nieuwe spontaniteit en levendigheid. Omdat hij weinig zag in de nieuwe tonaliteit van de jongere generatie ontwierp hij nieuwe toonschalen en stemmingen.

In 1993 voltooide hij zijn Vioolconcert, waarin hij het koper soms boventonen laat spelen. Daarnaast zet hij ook instrumenten in met een onvaste intonatie, zoals ocarina’s en schuiffluiten. Het wordt 5 april uitgevoerd door Joseph Puglia met het Asko|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw.

Ook in zijn latere werken bleef Ligeti experimenteren met boventonen en afwijkende toonschalen. Zoals in bovengenoemd hoornconcert, waarin de solist ‘geschaduwd’ wordt door vier natuurhoorns. Die hebben een andere klank met een afwijkend boventoonspectrum, zodat de partituur wemelt van de microtonen.

Zuivere ‘valse’ piano

Overigens gebruikte Ligeti deze term niet graag. Die gaat immers uit van de getempereerde stemming zoals we die kennen van de piano. Fout, vond Ligeti. ‘De natuurlijke terts klinkt ietsje lager dan de getempereerde; welbeschouwd is juist de zogenaamd zuivere piano vals en microtonaal.’

Jammer dat hij niet zelf aanwezig kan zijn bij zijn festival, hij overleed in 2006. Maar zijn sprankelende geest spreekt uit al  zijn stukken.

Meer informatie en kaarten hier.

Ik sprak György Ligeti in 2000 over het Hoornconcert en Sippal dobbal. Te beluisteren op YouTube

 

SPOT-LIVE neemt je mee naar de denkwereld van vooraanstaande, originele en spannende makers en denkers. 15 mei 2018, Stadsschouwburg De Harmonie Leeuwarden

0
René ten Bos. Foto: Roger Cremers/Lumen

Wat gebeurt er als originele en spannende makers en denkers het SPOT-LIVE programma vormgeven? Als een vooraanstaande filosoof, theatermaker of muzikant het podium mag vullen met debat, waar zou dit over gaan? Als zij je mogen inspireren met werk dat hen raakt, wat zouden ze laten zien? Laat je inspireren door drie curatoren die met je hun visie delen over wat er nu toe doet. Neem deze inspiratie mee in je werk en leven.

SPOT-LIVE is een nieuwe jaarlijks terugkerende bijeenkomst, als opvolger van het Congres Podium- kunsten. Spot-Live wordt georganiseerd in samenwerking met VSCD en NAPK.

De curatoren

Vol trots presenteren we u onze drie curatoren: Daria Bukvić (theatermaker), René ten Bos (Denker des Vaderlands) en Merlijn Twaalfhoven (componist). Deze drie disruptieve denkers en makers zullen ieder hun eigen programma vormgeven.

Ze brengen hun denkwereld dichterbij aan de hand van diepte-interviews, tonen hun favoriete kunstwerken en nodigen andere denkers en opiniemakers uit om met elkaar in gesprek te gaan over zaken die ertoe doen.

Daria Bukvić

‘Ik geloof sterk in de kritische, verbindende en emanciperende kracht van theater.’

Daria Bukvić Foto: Martin Dijkstra/Lumen,

Daria Bukvić is een rising star in de theaterwereld. Haar werk kenmerkt zich door de speelse en onconventionele manier waarmee ze beladen maatschappelijke thema’s te lijf gaat. Haar voorstellingen bereiken vaak een jong en divers publiek dat zelden naar het theater gaat. In Nobody Home (2014) maakte ze met drie acteurs een persoonlijk portret over vluchtelingenproblematiek. In haar versie van Othello (2018) voor Het Nationale Theater onderzoekt ze racisme en wit privilege in Shakespeare’s klassieker. Melk & Dadels (2018) geeft een ongeziene inkijk in de leefwereld van tweede generatie Marokkaans-Nederlandse vrouwen.

René ten Bos

‘Je moet ook altijd je vijand lezen, want die laat je zien waar je eigen denken zwak is of bekritiseerd kan worden’.

René ten Bos. Foto: Roger Cremers/Lumen

Hoe blijmoedig ook, complexiteit zal Ten Bos nooit schuwen. Daarom heeft hij een hekel aan moraalridders, volksverlakkers en andere mensen die menen voor alles een snelle oplossing te hebben. Dat wil niet zeggen dat hij tegen oplossingen is, integendeel zelfs, maar dat hij twijfelt aan oplossingen die geen oplossingen zijn. Hij twijfelt ook aan gladde meningen. Vandaar dat zijn denken vaak via kronkels, omwegen, zijpaden en vluchtroutes vorm krijgt. Noem het fijnzinnige oriëntatie in een absurde wereld. Noem het zwerven. Noem het meanderen. Noem het zedeloos.’

Merlijn Twaalfhoven

Ik zie hoe de wereld snakt naar meer visie en creativiteit bij de grote problemen die er zijn’.

Merlijn Twaalfhoven

Merlijn Twaalfhoven is componist en ontwerper van muziekprojecten op ongewone locaties. Hij werkte in natuurgebieden, vluchtelingenkampen, een zigeunergetto, de favela van Rio de Janeiro en in huiskamers van Oost Jeruzalem. Steeds doorbreekt hij bestaande grenzen tussen genres en stijlen en kiest actuele gebeurtenissen als onderwerp. Merlijn is een van de voorlopers van een beweging binnen de kunstwereld die stelt dat kunst niet alleen thuishoort in concertzalen en musea, maar haar plek moet innemen in de maatschappij. In zijn boek “Kunst in de Wereld”, pleit hij voor een directe verbintenis tussen kunst en de samenleving.

Komt u ook?

Bestel tickets op www.spot-live.nl

5,986FansLike
947VolgersVolg
16,264VolgersVolg

Alleen als je lid wordt, blijft Cultuurpers vrij

We houden niet van muren, en al helemaal niet van betaalmuren. Toch stoot je hier soms op een muur, omdat we je eraan willen herinneren dat Cultuurpers jouw steun hard nodig heeft om te kunnen bestaan. Ben je ook voor een onafhankelijk geluid over kunst, en wil je dat beleidsmakers kritisch gevolgd blijven worden? Zorg dan dat dat vrije journalistieke geluid niet verloren gaat en word lid. Kan al vanaf 2,50€ Maak daarvoor gebruik van deze link

Al lid?

Login
Holler Box
Fijn dat je er was. Vond je dit een goed bericht? Blijf op de hoogte van ons nieuws!
Holler Box