Zo kom je nooit meer Den Bosch uit (waarom vakantie in eigen land leuk kan zijn)

0

Graag je interpretatie van de blik van de covergirl op het programmaboek van Theaterfestival Boulevard. Het kan projectie zijn, maar ik zie een lichtelijk overweldigde vertwijfeling in die ogen, waarvan de wenkbrauwen zijn vervangen door twee ludiek geplaatste bogen van de Sint Jan, daarboven: Den Bosch on my mind. Waar te beginnen, vooral.

In het boek vooral overvloed. Glashelder vormgegeven overvloed, dat wel, en ook overvloed die voortkomt uit een gulheid die we in Nederland niet zo gewend zijn. Het zal met het karakter van de directeur te maken hebben. Viktorien van Hulst heeft dat gulle van huis uit meegekregen. Ze maakt het dit jaar ook tot het motto van het Bossche festival waarvan ze nu alweer drie jaar de baas is: ‘welkom’. Tegenwoordig best omstreden, dat woord.

In plaats van vliegen en files

Gastvrijheid promoten in een tijd waarin we afscheid aan het nemen zijn van de Britten, de president van de VS meer bezig is met zijn vastgoedportefeuille en China hard werkt aan de aansluiting van de Betuweroute op het eigen spoorwegnet is best een dingetje. Maar laten we het eens van de positieve kant bekijken. Boulevard is zeker dit jaar een uitstekend excuus om niet naar een ver buitenland op vakantie te gaan, maar de CO2-compensatie dit jaar gewoon te steken in minstens een paar daagjes Den Bosch.

Veel meer dan een tank benzine en kost het alles bij elkaar niet, en het eten is er beter dan in menig vijfsterrenresort. Je hebt er in ieder geval al meer keuze.

En over die keuze wil ik het dus met je hebben. Ik voel me namelijk dit jaar nog meer overweldigd door het aanbod dan bij eerdere edities. Ik ga even met je door het programma. Om mijn voorpret met je te delen.

12 en 13 augustus, 16:00, gratis: Voetbal!

Ik heb nog nooit van Compagnie Vero Cendoya gehoord, maar de voorstelling La Partida lijkt me om meer redenen een absolute must. Allereerst omdat ze zuidelijk temperament en dansenergie koppelt aan voetbal (waar ik sinds de EK vrouwen weer met meer plezier naar kijk). Meer nog vind ik de locatie uitdagend. La Partida speelt in ‘west’, in een openbaar park, met een belangrijke rol voor de lokale jongeren. Voor veel bezoekers van het festival is alleen de busreis erheen al een ervaring van betekenis. Ik deed zoiets vorig jaar bij Lizzy Timmers en had er geen spijt van.

3 t/m 13 augustus tussen 15:00 en 23:30 uur: Oscar Kocken

Het begint er een beetje op te lijken dat alles waar Oscar Kocken de hand in heeft, in goud verandert. Het lijkt er ook op dat de Utrechtse Eindhovenaar in Den Bosch zijn fijnste momenten beleeft. Hij deed er voor het eerst Zomaargasten, dat nu een succes ís op NPO3. Ik zag er Het Torentje. Zoveel succes maakt de druk op ieder volgend project natuurlijk alleen maar zwaarder, maar toch heb ik er het volste vertrouwen in dat zijn Tentjestheaterstuk De Kop van Jut wederom zijn reputatie van geslepen en aimabele ondeugd waar zal maken. Ooit gaan de recensenten natuurlijk mekkeren om meer tragiek en inhoud, maar dit jaar belooft het hoe dan ook verrassend te worden, want Oscar werkt nu met een zangeres. En het gaat over moord.

3 augustus, 14:30 op het festivalplein (Boulevardtheater) MaiTé

Het festival is officieel nog niet eens begonnen als Froefroe optreedt. Altijd bijzonder poppentheater. Het muzikale schaduwspel MaiTé, het Meisje en de Vogel ziet er in ieder geval op papier al prachtig uit. Zulk verstild beeldend werk maakt de oerfascinatie met theater in zelfs de meest fantasieloze mopperaar wakker. Laat je dus als volwassene met staycationstress niet afleiden door het idee dat het kindertheater is. Tijdens zo’n festival mag alles, niemand kijkt raar op als zonder begeleiding van een zesjarige naar binnen gaat. Ga kijken. Ik ga in ieder geval.

9 en 10 augustus, Josephkwartier: De Polen

Het Josephkwartier is voor Den Bosch wat de Rue des Tenturiers is in Avignon: het feitelijke hart van het festival, de plek waar het kantoor huist, waar de makers dineren en waar het meer zoekende deel van het programma is te zien. Niet alleen voor insiders dus, maar je kunt er wel insiders bekijken en ondertussen genieten van leuke programma’s, zoals Jetse Batelaan’s nieuwste meesterwerkje ‘Het koninklijk museum voor interessante kunst‘. Je kunt er ook best goed eten. Enfin. The Act of Dying van het jonge Belgische gezelschap De Polen ziet er veelbelovend uit. Gorecki en Wham, Splash en Kaboom. Als u het weet mag u het zeggen. Voor mij reden om eens te gaan kijken, omdat dat ook bij een festival hoort: gewoon ergens naartoe gaan omdat je geen idee hebt wat je te zien gaat krijgen. Het lijkt wel vakantie.

Zoveel headliners

En dan heb ik de grote hoogtepunten dus allemaal buiten beschouwing gelaten: Kornel Mondruczo’s Imitation Of Life is de festivalopener en meteen dus al een naam van Holland Festival-allure. Ook als je er nog nooit van gehoord hebt: de hele wereld is naar zijn werk op jacht, dus ga gewoon kijken (3 t/m 5 augustus, Theater a/d Parade).

Heel verrassend kan Kalakuta Republik worden, omdat het nu eens om een Afrikaanse visie gaat op Fela Kuti. (8 en 9 augustus, Theater a/d Parade). Heel Vlaams belooft Chasse Patate te worden van Studio Orka. Alle dagen mee te maken via wederom een busreeis naar een verrassende uithoek van Den Bosch. Mogelijk even verrassend als de ‘geheime locatie’ waar Boukje Schweigman haar nieuwste project laat zien.

Cruise

Wunderbaum, het Rotterdamse gezelschap dat binnenkort in zijn geheel artistiek directeur wordt van een stadstheater in Duitsland, ging op cruise, keek zijn ogen uit en doet daar nu kond van. Kan speciaal worden, zoals alles wat Wunderbaum doet, maar het kan ook bizar humoristisch worden, zeker omdat het gezelschap zegt niet aan ironie te doen. Alle festivaldagen te zien aan de Tramkade onder de titel ‘Superleuk, maar voortaan zonder mij’.

Voor mij geldt dat alvast niet. Dat heb ik meer bij de aankondiging van de voorstelling Match van United Cowboys. Blote borsten op de foto. Vorig jaar schreef ik al over de best weer moderne obsessie met borsten van veel jonge en niet meer zo jonge theatermakers. Naakt en tomaten. Wat vind je: Moet ik gaan kijken? 

Vakantie

Waar ik zeker bij wil zijn is het evenement Beytna, waar je onder het genot van een maaltijd alles kunt horen over kunst. Nog meer kijk ik uit naar het tweeluik met de Vlaamse theatergrootmeester Josse de Pauw. Genoeg om ieder chagrijn weg te krijgen.

Aanbieding!

Ik kom je graag tegen tussen 3 en 13 augustus, op vakantie in Den Bosch. En kun je er niet bij zijn, abonneer je dan op onze speciale, dagelijks bijgewerkte Festival Boulevard nieuwsbrief

‘Wereldberoemd buiten Nederland’. Topstuk ‘veduta-schilderkunst’ naar Amersfoort

0
Caspar van Wittel. Gezicht op Amersfoort. Museum Flehite.

Het Amersfoortse Museum Flehite heeft bij Christie’s in Londen de gouache (een met dekkende waterverf gemaakt schilderij) Gezicht op Amersfoort van de 17de-eeuwse schilder Caspar van Wittel aangekocht. De aankoopprijs voor dit Amersfoortse kopstuk was inclusief heffingen ruim 200.000 euro.

Van Wittel werd in Amersfoort geboren en vertrok na een leertijd bij Withoos op 21-jarige leeftijd naar Italië, waar hij als Gaspare Vanvitelli naam maakte als schilder van stadsgezichten. Hij wordt in Italië gezien als de grondlegger van de veduta-schilderkunst: de uiterst gedetailleerde stadsgezichten waarmee schilders na hem, zoals Canaletto en Guardi, beroemd zijn geworden.

Van Wittel werd naar alle waarschijnlijkheid geïnspireerd door de Nederlandse architectuurschilderkunst, zoals beoefend door kunstenaars als Pieter Saenredam en Gerrit Berckheyde.

Waarheidsgetrouwe elementen

Van Wittel schilderde Het gezicht op Amersfoort rond 1712, toen hij al jaren in Rome woonde. Er zijn schetsen bekend met eenzelfde voorstelling in een collectie in Napels. Het is nog onduidelijk of de schilder deze schetsen in Italië maakte, of in Amersfoort.

De gouache van Van Wittel toont een aantal waarheidsgetrouwe elementen, zoals de Onze-Lieve-Vrouw-Kerk. Het landhuis links op de voorstelling is waarschijnlijk een huis elders in de stad, dat de schilder om compositorische redenen langs de oever van de Eem positioneerde.

De aankoop door Flehite werd mogelijk gemaakt door de Vereniging Rembrandt, VSB-fonds, KF Hein Fonds, Gemeente Amersfoort, Oudheidkundige Vereniging Amersfoort, Fonds Bos, vrienden van Van Wittel, Museum Flehite en 20 Amersfoortse particulieren. Een mooi verslag van het biedingsproces is te lezen in de regionale editie van het AD.

Belangrijke aanwinst

De verwerving van de gouache wordt gezien als een belangrijke aanwinst voor museum Flehite. Het gaat om een topstuk van Van Wittel. De schilder wordt gezien als schakel tussen de 17de-eeuwse Nederlandse en de 18de-eeuwse Italiaanse schilderkunst. Zijn werk kwam terecht bij voorname Italiaanse families en adellijke Engelsen, die op hun reizen naar Italië – de Grand Tour – veel van zijn stadsgezichten kochten. Van Wittel is daardoor vooral bekend en beroemd in het buitenland, echter vrijwel onbekend in Nederland.

De aanschaf is ook belangrijk omdat het een stadsgezicht van Amersfoort betreft. Daarnaast is er de connectie tussen Van Wittel en Matthias Withoos. Flehite was al in het bezit van diens monumentale Gezicht op Amersfoort, dat een prominente plek heeft bij de entree van het museum en dat, by the way, een van mijn favoriete museumstukken is. Er is een boel op te zien. Ik blijf er bij elk bezoek aan Flehite graag een kwartiertje naar kijken.

Matthias Withoos. Stadsgezicht op Amersfoort. Collectie Flehite.

Met de aanschaf van de gouache wordt het werk van meester (Withoos) en gezel (van Wittel) weer bij elkaar gebracht.

Prominente plek

De gouache wordt zo spoedig mogelijk getoond in de Amersfoortzaal van Flehite. Ook krijgt het een prominente plek in de overzichtstentoonstelling over Van Wittel, die voor begin 2019 gepland staat.

Nb. In haar roman Ander Licht beschrijft Rosita Steenbeek de totstandkoming van Gezicht op Amersfoort van Matthias Withoos. Ook komt de relatie tussen Withoos en Van Wittel uitgebreid aan bod. In het boek is tevens een belangrijke rol weggelegd voor Alida Withoos, de dochter van Matthias die later uitgroeide tot een belangrijke schilderes. Vooral het eerste gedeelte van de roman over het schildersleven in Amersfoort eind 17de-eeuw is zeer de moeite waard.

De borsten voorbij? Recap Game of Thrones 7 aflevering 1 ‘Dragonstone’ (Spoilers! Spoilers! Spoilers!)

0

Als je dit leest ga ik er van uit dat je weet wat Game of Thrones is. Wie Daenerys Targaryen is, en Jaime Lannister en Sansa Stark. Ramsay Bolton? Daar gaan we het nooit meer over hebben. Ik ga ook niet uitleggen dat het één van de meest succesvolle TV series aller tijden is, gebaseerd op de boekenreeks ‘A Song of Ice and Fire’ van George R. R. Martin. En dat de serie in de pers “The Sopranos of Middle Earth” wordt genoemd.

Precies 1 jaar, 2 maanden, 3 weken en 5 dagen na de eerste aflevering van seizoen 6 begon eindelijk, eindelijk, eindelijk seizoen 7. Toevallig had ik die avond vrij en dacht ‘Ach, laat ik maar weer eens kijken hoe het met de Starkjes gaat.’

Wraak wordt het best koud geserveerd

De seizoensopening begint spectaculair. Natuurlijk, alle poppetjes worden in positie gebracht voor alles wat er dit seizoen komen gaat, maar eerst krijgen we nog een stukje Red Wedding verwerking. Waarvoor dank! De extreem brute en onverwachte moordpartij op Robb en Catelyn Stark kan niet genoeg gewroken worden wat mij betreft. Mijn favoriete Stark, Arya, denkt er duidelijk ook zo over. Eind seizoen 6 serveerde ze Walder Frey zijn eigen zonen als taart, voor ze hem de keel doorsneed. Nu pakt ze door met haar haar jarenlange scholing in dood en vermomming bij de Faceless Men in Braavos en roeit de hele Frey familie uit met wortel en tak. Proost!

Het golden couple in diepe shit

Jamie en Cersei treffen elkaar op een vloergrote, geschilderde kaart van ‘hun’ koninkrijk Westeros. De verf is nog nat. Het is daar dat koningin Cersei een nieuwe oorlogsstrategie met haar broer/minnaar/generaal wil bespreken, terwijl Jamie nog wel even wil nakaarten over de zelfmoord van hun laatste en jongste kind, Tommen. Ze hebben, voorlopig, de Iron Throne gewonnen, maar voor wie? Zij zijn de laatsten van hun familie, als je overloopbroertje Tyrion voor het gemak even buiten beschouwing laat. De Lannisters hebben zichzelf namelijk weten te omringen met vijanden.

Daenerys komt vanuit het zuiden aangevaren met haar draken, haar Unsullied leger en haar Dothraki strijders. In de graanschuur van Westeros, Highgarden, is Grand Old Lady Olenna Tyrell aan de macht nadat Cersei vorig seizoen de High Septon en alle andere Tyrells heeft opgeblazen met Wildfire. Jon Snow heeft in het noorden urgentere problemen die om zijn aandacht vragen dan Cersei Lannister. Dus heeft Jamie wel een punt als hij zegt dat ze nieuwe bondgenoten nodig hebben. De koningin-zus is zichtbaar geïrriteerd door deze  mansplaining en heeft al een plan en een partner op het oog, in de vorm van Euron Greyjoy, kersverse koning van het armetierige Iron Islands. Maar, wel in het bezit van een onwaarschijnlijk grote en goed bemande vloot.

Rustig aan graag

Hier hebben de makers van GOT wel een steekje laten vallen. In seizoen 6 presteerden ze het al om Euron’s gevluchte neefje Theon en nichtje Yara in no time over de the narrow sea te krijgen. Ze namen de beste boten van de Ironborn mee en… poef…. Euron heeft een enorme spiksplinternieuwe vloot? En toen die spectaculaire oorlogsvloot van Daenerys dan eindelijk vertrok stond Varys aan haar zijde. Varys, de meesterspion die op dat moment van de serie zich heel ergens anders bevond.

Met deze narratieve tijdmachine die de makers gebruiken om grote stappen te kunnen maken in het plot moeten ze heel erg oppassen. Absoluut onnodig en onwenselijk om de serie af te gaan raffelen. Doe dat de fans niet aan.

Geen tepel te zien

Hoe Game of Thrones zich langzaam ontwikkelde van een seksistische naar een vrouwen empowerende serie kun je hier lezen in mijn recap van seizoen 6. In deze aflevering is (vrouwelijk) naakt en seks zelfs opvallend afwezig. De koninginnen hebben het te druk voor een potje ‘uweetwel’. Cersei is, als gezegd, bezig met oorlog en het nageslacht voorbij. Het huwelijksaanzoek van Euron Greyjoy wordt minzaam geparkeerd. Sansa heeft in haar King’s Landing tijd aan het hof goed gekeken naar deze Grand Dame van de complotten, en probeert haar broer Jon te behoeden voor de naïeve fouten van reeds lang dode vader Ned en broer Robb. Jon tilt ondertussen gelijkheid tussen man en vrouw naar een heel nieuw level. Hij stelt dat alle mannen, vrouwen en kinderen, zich moeten wapenen om te kunnen vechten tegen de White Walkers. Wil de mensheid die strijd overleven, dan kan het niet zo zijn dat de helft van de bevolking aan de zijlijn blijft, stelt de King of the North.

Een ware Queens landing

En dan komt onze ‘Daenerys Stormborn of the House Targaryen, First of Her Name, the Unburnt, Queen of the Andals and the First Men, Khaleesi of the Great Grass Sea, Breaker of Chains, and Mother of Dragons’ eindelijk thuis. Ze landt met haar getrouwen, haar vloot en haar draken bij kasteel Dragonstone. Het voorouderlijk huis van het geslacht Targaryen, de plek waar ze geboren is en waar ze als baby vandaan is gevlucht met gekke broer Viserys.

Eindelijk thuis, knielend op een leeg en verlaten strand het zand door je vingers laten glijden. Om vervolgens langs de troon te lopen, rechtstreeks naar de War Room, waar de contouren van Westeros niet in verf geschilderd zijn maar in steen gehouwen. Eat that Cersei!

De metaknipoog, voegt het wat toe?

Als Arya, in haar eentje onderweg naar King’s Landing op een groep vriendelijke en zingende Lannistersoldaten stuit, is dat op zich een mooie scene. Onze wraaklustige Stark maakt kennis met gewone jongens, met gewone dromen. Moraal: ook de vijand is een mens. Enigszins afleidend is dat superster Ed Sheeran een cameo heeft als een van de soldaten. En ook nog over het liedje dat ze zingen zegt “Het is nieuw!”… wink, wink. Eerlijk is eerlijk, van mij hoeft het niet.

Ook The Hound, Arya’s voormalige mentor/gijzelnemer wordt geconfronteerd met menselijkheid, zei het in een ander vorm. Samen met de Brotherhood without Banners brengt hij de nacht door in boerderij waar hij ooit een vader en dochter beroofde van hun laatste geld. Hun skeletten getuigen van een koude hongerdood en The Hound geeft ze een begrafenisceremonie, midden in een nachtelijke sneeuwstorm. Het is een prachtige hartverscheurende karakterontwikkeling dat Sandor Clegane een geweten, of iets dat daar op lijkt ontwikkelt. En de tongue in cheek grap naar de manbun van collega-reiziger Deric Dondarrion is de schrijvers vergeven.

Veruit het aller- geslaagdste nerdgrapje is het gesprek van Sam Tarly en de Archmaester (Jim Broadbent, ooit professor Slughorn in Harry Potter) tijdens een autopsie. De co-schappen lopende Sam zoekt, tussen soep serveren en ontlasting opruimen door, kennis die Jon kan helpen om de White Walkers te verslaan. Dat de Archmaester geen toegang tot het afgeschermde gedeelte van de bibliotheek van de Citadel geeft, is een subtiele verwijzing naar de Potter serie die in het geheel niet stoort of afleid.

Volgende week en verder..

Wat kunnen we allemaal verwachten dit seizoen? En vooral, in welk tempo? Natuurlijk gaat Jon tante Daenerys ontmoeten, maar ik betwijfel of dat volgende week al is. Sansa gaat onherroepelijk in de problemen komen door Littlefinger, hoe gepokt en gemazeld ze ook is inmiddels. En wat fijn dat Jorah Mormont weer opdook! Ongetwijfeld komt het moment waarbij hij echt zijn leven kan geven voor zijn grote liefde.

De meest zorgelijke ontwikkeling lijkt me het ‘onschatbare’ cadeau dat Euron voor Cersei zegt te gaan regelen. Het hoofd van Tyrion, of één van de draken? Hij heeft een flinke troef in zijn mouw, zoveel is zeker.

Wat vonden jullie van aflevering 1? Wie gaat er dood, welke familiereünie staat ons nog te wachten? Reacties zijn meer dan welkom in de comments!

Waarom het Stationsplein Den Haag Centraal weer niet de allure krijgt die het verdient.

0
Copyright Delva Landscape Architects

Ooit per trein naar Den Haag gegaan? Dan heb je je vast verbaasd toen je Den Haag Centraal uit liep. Een troostelozer plein dan het Koningin Julianaplein bestaat haast niet. En dat in de hofstad. Schots en scheve bestrating, een paar honderd lukraak geparkeerde (en soms kapotte) fietsen, wat verkoopkarren voor bloemen of snacks en bijna geen enkele plek om te zitten. Alleen de zebraklok was geliefd.

De gemeente probeert al jaren iets aan deze situatie te veranderen. Die pogingen leveren eindelijk resultaat op. Het plein is opengebroken voor de aanleg van een fietsenkelder. Daar bovenop komt een nieuw appartementencomplex. Er is nu een kans om ook het stuk plein dat behouden blijft goed aan te pakken en een betere plek in de stad te geven. Het ontwerp voor het plein dat bij de prijsvraaginzending voor het appartementencomplex gemaakt is laat precies hoe het moet. Dit ontwerp maakt van het Koningin Julianaplein de verbindende schakel met, de binnenstad, het Malieveld en het Haagse Bos. De vormgeving trekt het plein over de verschillende barrières in de omgeving heen.

Minder radicaal 

De ontwerper van dit plan is Delva Landscape Architects / Urbanism. De afgelopen maanden heeft dit bureau het plan in opdracht van de gemeente aangepast aan de bestaande kaders en afspraken. De uitvoering is nu iets minder radicaal dan het oorspronkelijke plan, maar het concept van een plein dat verbinding zoekt met de omgeving blijft fier overeind.

Het enige probleem: de gemeente heeft er geen geld voor over. Zij houdt vast aan de budgetten die eerder voor de verschillende deelgebiedjes zijn vastgesteld. De grote ingrepen die nodig zijn om alles met elkaar te verbinden blijven zo uit. Natuurlijk kost het veel geld om een tunnelmond 500 meter op te schuiven. Dat zou wel een groot probleem oplossen: een harde grens tussen park en plein verdwijnt.

Veel voorkomend probleem

Ook een beslissing om een knip in het lokale autoverkeer aan te brengen neem je natuurlijk niet zomaar. Toch is de nu gekozen oplossing niet goed. Straks wurmen auto’s en trams zich over routes die voor voetgangers en fietsers gestroomlijnd zijn. En daarvan komen er in de toekomst alleen maar meer. Het ontbreekt de gemeente aan durf om een stap verder te gaan.

Het is een typisch voorbeeld van een veel voorkomend probleem. Een gemeente wil een hoge kwaliteit, maar weigert de consequenties daarvan, zowel financieel als ruimtelijk, te accepteren. Op zijn best levert dit een halfslachtig resultaat op. Voorbeelden van deze koopmansmentaliteit kan je overal in het land zien.

Laat mij in de comments weten welke voorbeelden jij kent. 

< goed artikel? Maak het mogelijk via Blendle! ( 0,29 €) >

< Meer weten over waarom ik het plan van Delva zo goed vind? Dat kan hier via blendle >

Hier word je gegarandeerd vrolijk van. Hoe kunstenaarscollectief toyisme al 25 jaar blijft verrassen

0
De maskers van de toyisten ©Marc Brester/AQM

Ze bestaan al 25 jaar maar bruisen alsof ze gisteren zijn opgericht. Met de creatie van een kunstwerk bij vliegveld Eelde – vanaf vandaag live te volgen – én exposities op 25 locaties in en rondom Groningen vieren de kunstenaars van het internationale kunstenaarscollectief toyisme hun jubileum.

De kunstenaars van toyisme in IJsland ©Marc Brester/AQM

Eigenzinnig, origineel en geëngageerd zijn misschien wel de belangrijkste kenmerken van dit internationale collectief. Toyisme richt zich met name op grote werken in de openbare ruimte en maakt kunst met een verhaal. Elke schildering verbindt fantasie aan werkelijke gebeurtenissen uit de actualiteit of geschiedenis. De kunstwerken, die doen denken aan stromingen als de Popart, zijn fantasievol, kleurrijk, humoristisch en aanstekelijk. Als toeschouwer word je er dan ook gegarandeerd vrolijk van.

Toyisme in Stijl

Juist daarom hebben de toyisten voor hun jubileum iets speciaals bedacht: een jaar lang toyisme op verschillende locaties. Te beginnen met de tentoonstelling Grand Carnaval in de Rijksluchtvaarschool (RLS1957) in Eelde, een gebouw dat mede is ontworpen door Stijl-architect Bart van der Leck. Dit jaar staat het hele land in het teken van het 100-jarige jubileum van kunstbeweging De Stijl. De toyisten hebben daarop hun eigen variant bedacht. Voor de openingstentoonstelling hebben ze nieuwe kunstwerken gemaakt geïnspireerd op De Stijl.

Het te beschilderen vliegtuig komt aan bij de RLS1957

Bovendien beschilderen de toyisten ter plaatse een door hen gemaakt beeld, in de vorm van een vliegtuig, dat qua beschildering eveneens zal zijn geïnspireerd door De Stijl. Het vliegtuig wordt eigendom van de RLS1957 en provincie en blijft als kunstobject een publiekstrekker in het gebouw. Gedurende de expositie in de RLS1957, die voorafgaat aan de jubileumopening, wordt door een aantal kunstenaars aan het vliegtuig geschilderd en zijn bezoekers welkom om het schilderproces bij te wonen. Alleen daarom is het al een aanrader om de komende weken de expositie te bezoeken.

De expositie in de Rijksluchtvaartschool in Eelde

Grand Carnaval is twee maanden lang te zien in de Rijksluchtvaartschool. Daarna gaat het onder de naam Toyism takes over verder op 24 andere locaties, waaronder het GRID Grafisch Museum en het Kunstlievend Genootschap Pictura in Groningen, en Galerie de Noordelijke Kunsthof in Appingedam. Maar ook in kleinere galeries en cafés, kerk of gemeentehuis kun je toyisme aantreffen. ‘Die laagdrempeligheid is belangrijk: je hoeft geen kaartje te kopen om het werk van toyisme te bekijken, onze kunst is voor iedereen,’ aldus woordvoerder Henk Goslinga.

Kunstwerk ‘Uppspretta’ in IJsland ©Marc Brester/AQM

In het wild

Sterker nog, je kunt de toyisten soms ook in het ‘wild’ tegenkomen. In 2012 transformeerden de toyisten Hotel Ten Cate in Emmen tot een reusachtig kunstwerk. Een jaar later ontmoetten wij zelf bij toeval oprichter Dejo en een paar van de aangesloten kunstenaars terwijl ze in Keflavík een watertoren beschilderden. Achter onze B&B stonden mannen en vrouwen in gekleurde pakken met maskers op de steigers. Uppspretta heet het kunstwerk, een eigen ‘legende’ van een papegaaiduiker die een reis maakt. Er werkten elf kunstenaars uit vijf verschillende landen aan de schildering van 9 bij 36 meter op de watertoren. Sindsdien hebben de  toyisten onder meer het Dialysecentrum in Emmen opgevrolijkt met een levensgrote schildering, en maakten ze een serie beelden langs de historische route van de TT in Assen. Op dit moment zijn ze onder meer in de race voor projecten in China en de Verenigde Staten.

Het kunstwerk Uppspretta op een watertoren in Keflavík ©Marc Brester/AQM

Modern bedrijf

Voor een kunstenaarscollectief bestaat toyisme al uitzonderlijk lang. De Stijl bijvoorbeeld bestond ongeveer 15 jaar, Cobra zelfs maar 4 jaar. Maar bijzonder is vooral dat de kunstenaars anoniem werken én dat het collectief een opmerkelijk moderne bedrijfsvoering heeft. T-shirts, ansichtkaarten, mokken – er zijn allerlei gadgets te krijgen met toyistische kunst erop. Oprichter Dejo: ‘Aan het stereotiepe beeld van een kunstenaar die op zijn zolderkamertje in zijn eentje een schilderij maakt dat hopelijk na zijn dood verkocht wordt, beantwoorden wij niet. Naast de artistieke component is er ook een commercieel element. Dat hoort er óók bij: je schilderij moet ergens terechtkomen, en het allermooiste is het als je ervan kunt leven. Toch worden er geen concessies gedaan. Ook al is een deal nog zo lucratief, we doen het alleen als het inhoudelijk echt bij ons past. De kunst staat altijd voorop.’

Kunstenaars Dejo, Hribso, Qooimee en Lodieteb bij Hotel Ten Cate

De kunstenaars van toyisme komen uit de hele wereld. Op dit moment zijn er schilders aangesloten uit IJsland, Roemenië, Canada, Peru, Mexico, Zuid-Afrika, Thailand, Maleisië, Australië, Amerika en Nederland. In de kwart eeuw dat toyisme bestaat, heeft het collectief zo’n 32 verschillende leden gehad, schat Dejo. Mensen komen en gaan soms ook weer. ‘Vroeger vond ik dat moeilijk. Dan vroeg ik me af waarom iemand wegging of weet ik dat aan mezelf. Maar mensen gaan meestal weg omdat ze dingen meemaken in het leven, bijvoorbeeld omdat dierbaren ziek worden of doodgaan.’

De kunstenaars van toyisme werken onder pseudoniem en achter een masker ©Marc Brester/AQM

Opleiding

Anders dan vroeger krijgen aspirant-toyisten tegenwoordig vooraf een opleiding. Daarbij leren ze wat het werk van de beweging inhoudt en kunnen ze ervaren of dit wel bij ze past. Dejo: ‘In het begin dacht ik bij iedereen: wil je meedoen? Kom maar! Maar na een maand of zes kun je eigenlijk pas goed beoordelen of je sociaal gezien ook bij de beweging past. Want je zet jezelf niet voorop, maar het gemeengoed, het collectief. We werken met maskers en onder een pseudoniem. Onze beweging vormt een tegenhanger tegen het individualisme, het ikke, ikke, ikke, kijk eens hoe belangrijk ik ben. Dat ligt uiteindelijk toch niet iedereen. Maar klikt het, dan krijgt iemand na zes maanden officieel een letter uit het alfabet die nog vrij is en mag hij met die letter een pseudoniem verzinnen en het manifest inzien. Daarmee wordt diegene officieel toyist.’

De kunstenaars van toyisme in IJsland ©Marc Brester/AQM

De toekomst van Toyisme

Het is allemaal veel groter en bestendiger geworden dan Dejo had kunnen dromen, toen hij 25 jaar geleden het collectief in het leven riep. Inmiddels is de beweging niet meer helemaal van hem afhankelijk, zijn er medewerkers bij gekomen zoals Henk Goslinga, en is een studente aan de Groningse kunstacademie Minerva afgestudeerd op toyisme.

Zelfs de opvolging is al in kannen en kruiken, vertelt hij lachend. ‘Ik ben bij onze kunstenaar Hribso uit Roemenië geweest, die een hoogbegaafde tweeling heeft. Het jongetje is al bijna schaakgrootmeester, het meisje maakt honderd tekeningen per dag; zij is helemaal door haar vader geïnspireerd. Die kids zijn 14 jaar! Toen ik daar op bezoek was, zei het meisje: “Ik word in de toekomst de grote leider van het toyisme, ik ga de beweging voortzetten.” Geweldig, toch?’

Kunstwerk ‘Uppspretta’ ©Marc Brester/AQM
Grand Carnaval

De expositie Grand Carnaval is van 15 juli t/m 15 september te zien in gebouw RLS1957. De officiële opening is op zaterdag 2 september door Annabelle Birnie. Dan wordt ook het beeld De Vliegende Hollander onthuld. Er kan onder meer een spel gespeeld worden met kunstwerken van het Toyisme, je kunt van dichtbij volgen hoe de kunstenaars De Vliegende Hollander creëren en de expositie biedt bovendien een overzicht van de afgelopen 25 jaar en de ontwikkeling die toyisme heeft doorgemaakt. Aan deze expositie werken vijftien kunstenaars uit zes landen mee. Vanaf 1 oktober wordt de expositie verdeeld over 24 andere locaties in de provincie Groningen.
www.toyism.com 

Waarom in Watou alles een andere betekenis krijgt (en het is niet eens om het bier)

0
Krištof Kintera's Lightman

In een onbeduidend hoekje van West-Vlaanderen vindt sinds 1980 elke zomer een Kunstenfestival plaats. Het ruikt er naar hop en een groeiend aantal bezoekers komt uit Nederland. Wat is het geheim van Watou?

Hoe komt een gat van 2000 inwoners, dat met moeite op je autonavigatie verschijnt, in hemelsnaam aan een Kunstenfestival dat jaarlijks twee hele zomermaanden het dorp regeert?

Watou ligt aan het einde van de Vlaamse wereld, in de Westhoek, een gekneusde regio in West-Vlaanderen, aanschurkend tegen de Franse grens. Je rijdt erheen door een omgeving bezaaid met littekens uit De Groote Oorlog. Langs rijen hopstaken, lage huizen met doorgezakte daken en heel veel witte kruizen. Watou is niet meer dan een paar straten rond een plein met een kerk. Er zijn een paar cafés, een handvol restaurants en het ruikt er naar hop en kunst. Op het centrale plein staat schrijver Hugo Claus, uitgeknipt in metaal. 

Jan Moeyaert, ‘intendant’ van het Kunstenfestival Watou

De heraut van Watou

Toen ik drie jaar geleden Jan Moeyaert sprak, de ‘intendant’ van het Kunstenfestival Watou, droeg hij een rode bril. Nu een blauwe. Verder is hij niets veranderd. Jan is nog immer de gepassioneerde producer, organisator en heraut van ‘Watou’. Als ik begin juli op het Markplein van Watou uit mijn auto stap zit Jan Moeyaert met een glas witte wijn en een sigaret op het terras van restaurant ’t Hommelhof, alsof hij nooit is weggeweest.Het voelt als Groundhog Day, de ‘tijdlusfilm’ met Bill Murray en Andie MacDowell, die elke keer weer opnieuw begint.

Moeyaert (62) is een mooie pluizige man met een romantisch kunstenaarshoofd, die met zacht-gruizige stem poëtische volzinnen uitspreekt. Hij komt uit een Brugs gezin van liefst zeven jongens. De jongste is de bekendste: Bart Moeyaert, de veelbekroonde schrijver/dichter, geboren in 1964. Jan was de derde in het gezin.

Kunstenfestival Watou startte in 1980 als een klein gedichtenfestival. In 2008 nam Jan Moeyaert het festival over en bouwde het, de laatste jaren samen met dochter Lieselotte, zoetjesaan uit tot een jaarlijkse happening vol beeldende kunst, optredens en lezingen. Elk jaar, twee lange zomermaanden, aan een stuk door. Met een geweldige Festivalkrant en een opmerkelijk professionele catalogus vol beelden, bio’s, verhalen, poëzie en songteksten (van, dit jaar, Jacques Brel). Waarlijk een prestatie.

Alleen en eenzaam

Het overkoepelend thema van deze – alweer – 37ste editie van Kunstenfestival Watou is ‘alleenigheid en ondraaglijke eenzaamheid’.

Jam Moeyaert bij werk van Javier Pérez

Jan Moeyaert: ‘Het uitgangspunt is elk jaar een aspect van ‘la condition humaine’, het wrange lot van de mensheid.

‘Wij zijn prutsers, fragiele wezens, ‘there is a crack in everything’. Als wezen staan we in een wereld van alleenigheid.’ Leidend motief van deze editie is een advies van Albert Einstein: Be a loner. That gives you time to wonder, to search for the truth.’

Moeyaert: Kunstenaars nemen deze uitspraak van Einstein dikwijls ter harte. Ze nemen tijd om de mensen en de dingen te observeren. Ze staan aandachtig en onderzoekend in het leven en vertellen daarover. Hun verhalen verbinden en genezen ons.’

Willy Calis: Zonder Titel

In de festivalkrant verwijst Jan naar een ‘beklijvende oneliner’ van de Belgische auteur Gerard Walschap: ‘De mens ge raakt daar niet aan uit.’Ofwel, vertaalt Jan Moeyaert: ‘Het is moeilijk om iemand door te hebben.’

Kerk, kroeg en schuur

Festival Watou gaat aldus. Je koopt bij de ‘onthaal’ op het Watouplein een passepartout voor 15 euro. Vervolgens ga je met je knipkaart alle tien locaties af (je mag er overigens ook twee maanden over doen en elke week terugkomen). Alle locaties bevinden zich op wandelafstand van het Marktplein van Watou.
De installaties, schilderijen, films en gedichten hangen, draaien of staan in het Festivalhuis, het Huisje Vijfhoekstraat, de Kasteeltuin, de Douviehoeve, de Graanschuur, het Parochiehuisje, het Klooster, de Sint-Baafskerk aan het Watouplein en de kelder van de oude brouwerij Van Eecke, van het beroemde Hommelbier.

Er zijn installaties bij die niet zouden misstaan op de Biënnale van Venetië.

Het mooiste is door het dorp wandelen, van locatie naar locatie. Op den duur ga je anders kijken. Die veertien harken met die ladder tegen de schuur van het huis naast Locatie 7, hóórt dat nou bij het festival? Alles vloeit in elkaar over. In de vervreemdende omgeving van eenvoud, streekbieren en oorlogsherinneringen van de Westhoek – waar je normaal niets te zoeken hebt – krijgt alles een andere waarde en betekenis.

Nederlandse kunstenaars

‘Watou’ kent een internationale bezetting, maar Jan Moeyaert heeft door jaren een groot en warm oog voor Nederlandse kunstenaars ontwikkeld. Jan: ‘Nederlandse kunstenaars participeren, ze hebben branie. Dat komt ook door het Nederlandse onderwijs waar je meer individu kunt zijn. Elke keer als ik in Nederland kom leer ik weer bij, ze soigneren daar meer.’

Op diverse locaties vind je dit jaar bijdragen van Nederlandse kunstenaars als Caspar Berger, Rince de Jong, Elaine Vis, Jan Henderikse, Mark Manders, Daan den Houter, Floris Kaayk en Henk Visch.

Daan den Houter, High Tea Table

Welke locaties moet je vooral niet missen?

Moeyaert: ‘Watou mag je in totaliteit niet missen. Maar als ik moet kiezen zou ik Krištof Kintera met de Lightman voorop stellen. Ben ook blij met Chad Wright in de Douviehoeve. Een installatie van 900 kleine zandhuisjes die iets te vertellen hebben. En Mark Manders, een topkunstenaar die graag in een heel klein huisje in de Vijfhoekstraat wilde exposeren. Maar ook Javier Pérez, Hans Op de Beeck… er zijn heel wat mooie werken van internationale kunstenaars.

’24 duizend is mooi’

Hoeveel Nederlandse bezoekers verwachten jullie? 

‘Ik reken op zo’n dertig procent Nederlanders. Voor Nederlanders is afstand geen probleem als ze iets willen zien. Ze stappen gewoon in de auto en maken er een leuk weekend van. De gemiddelde Belg staat op maximaal dertig minuten rijden, zelfs vanaf Antwerpen naar hier vindt hij al ver. In België is een harde kern van 30.000 mensen die in kunst is geïnteresseerd, daar kun je geen festival van draaien.’

Het aantal bezoekers aan Watou groeit gestaag. Jan Moeyaert: ‘Toen ik in 2008 het festival overnam waren er 5600 bezoekers. In 2015 hadden we er 18.000 en in 2016 was er ineens de sprong naar 24.000 bezoekers.

‘24.000 is mooi. Watou moet intiem zijn, het moet rustig en onthaastend blijven. We mogen nog wel iets groeien maar niet teveel. We zouden dan ook meer locaties nodig hebben.

Henk Visch, Inside Story

Staan ze in Watou onderhand niet in de rij om locaties te mogen leveren?

‘Nou, het is de Westhoek hier hè. Economisch sober, mensen willen er wel wat aan kunnen verdienen. Dit jaar zijn we 54.000 kwijt aan locatiehuur. ‘Gelukkig komen de kunstenaars hier ook niet voor het grote geld. Ze vinden het hier leuk en aangenaam. Het festival is ook bijzonder. Hier is het niet museaal of plechtig. Watou is een merk geworden. Dit dorp heeft geen drempel.

Dochter Lieselotte geeft een voorbeeld: ‘Er was een stel uit België, die zeiden na het bezoek: ‘Ik heb er niks van verstaan, maar het was prachtig. Dat moet kunnen. We leggen geen denkrichting op.’

Jan: ‘Ik ben een verhalenverteller. Maar ik wil geen intellectueel verhaal vertellen. We mikken op een breder publiek. We hebben in de zomer ook een kinderparcours.

Hij zucht: ‘Ja, je mag zeggen dat we geobsedeerd zijn door het festival.’

Emilie Faif_Mamelles en Jan Henderikse_Friends

Bourgondisch dorp

We offeren nog een vooroordeel. In Watou ben je voor de maaltijd niet aangewezen op een croque-monsieur. Watou is een bourgondisch dorp. Restaurant ’t Hommelhof, de hoofdsponsor, is gevierd om zijn biergastronomie. Eigenaar Stefaan Couttenye is een Vlaams fenomeen. Couttenye: ‘Het festival en mijn restaurant hebben elkaar groot helpen worden.’

Op warme festivalavonden zitten kunstenaars en bezoekers tot in de kleine uurtjes naast elkaar op de terrassen van het Watouplein. Met een Hommel of St. Bernardus Prior 8 (van die ándere brouwerij in Watou) voor hun neus.

Kristin McIver, Are you still there?
Goed om te weten Goed om te weten
Kunstenfestival Watou 2017 vindt plaats van
1 juli tot en met 3 september, van
woensdag tot zondag, 11u tot 19u. In het weekend zijn er optredens. Prijs: € 15. € 10 voor jongeren tot 25 jaar,
gratis voor kinderen tot 12. Adres: Watouplein 12, 8978 Watou, Poperinge (België). De kassa bevindt zich in het Festivalhuis (Watouplein 12), op het marktplein naast de Spar.

Watou ligt op drie uur rijden van Utrecht (277 km). Zie verder kunstenfestivalwatou.be

Het nieuwe theaterbestel is zo’n beetje af. Nog maar zeven ‘dilemma’s’ over.

0
Bron: CC0 Public Domain

[Dit bericht stond al online onder de titel ‘Red ons van het Transitiebureau’, maar is op een paar details aangepast]

Terwijl u zich opmaakt voor een welverdiende vakantie werkt men in de kunstsector aan een nieuw model. Dat nieuwe model is nodig omdat het oude model niet meer voldoet. Dat oude model, en we hebben het dan natuurlijk over onze culturele meerjarenplannen, is gaan kraken nadat het kabinet Rutte 1 de helft van de smeerolie uit de motor weg liet lopen.

Dat aftappen van de olie heeft eerst geleid tot wat gepiep en gekraak, daarna tot vreemde dampen en een slechte aandrijving. Nu staat het hart, de cilinderkop, op vastlopen, als niet de distributieriem het eerder gaat begeven. Uiterlijk 2019. Dus komt de sector zelf met een oplossing: misschien moeten we overwegen om binnenkort eens andere benzine te gaan tanken. In 2020. Dit valt lezen in het artikel ‘7 dilemma’s voor de theatersector‘ op het online platform voor theaterrecensenten Theaterkrant. Ik zal u uitleggen waarom ik nog meer spontaan pukkeltjes kreeg.

Geen horizon

Het belangrijkste probleem is dat het artikel geheel voorbij gaat aan de systeemcrisis waarin de hele kunstsector terecht is gekomen. De zeven zogenaamde dilemma’s zijn stuk voor stuk beschrijvingen van marginale keuzes. In de praktijk blijven alle bestaande structuren intact. Het artikel beschrijft alleen een paar kwesties die bij het huidige kunstenplan speelden. De horizon ligt twee jaar achter hen.

Zo is de keuze (‘Dilemma 1’) tussen pluriformiteit en goed werkgeverschap inderdaad opgeroepen door het Fonds Podiumkunsten. Dat koos er bij de laatste toewijzingsronde van de subsidies voor om instellingen te weinig geld te geven om hun mensen normaal te betalen. Reden voor de explosieve groei van het aantal onder de prijs werkende zzp’ers in de sector en de overvloed aan stagiaires op vitale plekken in organisaties. Niet alleen de theatersector houdt zo een vorm van stille slavernij in overheidsdienst in stand. Gesubsidieerde beeldende-kunstinstellingen buiten hun belangrijkste voedingsbron, de makers, eveneens uit. Het artikel stelt niet dat zulk handelen in strijd is met elke norm, maar maakt er een leuk dilemma van.

Kloof

Het tweede punt stelt de keuze of de subsidies door het ministerie of door een groot semi-overheidsfonds verdeeld moeten worden. Hierbij gaat het stuk totaal voorbij aan het grootste probleem dat hele kunstsector bedreigt: de gapende kloof tussen bevolking en (gesubsidieerde) kunst. In beide gevallen blijkt de theatersector namelijk te kiezen voor een centraal geleid systeem, op veilige afstand van de burger. Geen dilemma dus, maar een veilige keuze tussen twee molochs.

Het zogenaamde dilemma over culturele diversiteit (wel of geen quota) is opnieuw een open deur zonder uitzicht op verbetering. Natuurlijk is de wel of geen quota discussie leuk om te voeren. Alleen gaat het nergens in dit stuk over de kwestie dat het huidige systeem complete bevolkingsgroepen niet bereikt en soms zelfs buitensluit. Met een door-en-door ‘wit’ systeem kun je quoteren wat je wilt. Je zult de diepe cultuurkloof in de samenleving er niet mee overbruggen.

Geen grondrecht

Nog minder relevant is de vraag of cultuurmakers in het ongesubsidieerde circuit ook zo nu en dan eens subsidie mogen aanvragen voor een projectje. Eerlijk gezegd ben ik een beetje verbaasd dat het aanvragen van subsidie kennelijk geen grondrecht is van iedere Nederlander. Zo te zien is er al een schifting voor de poort. Schokkend.

Of gezelschappen voor hun subsidiegeld wel of niet gehouden mogen worden aan een minimum aantal optredens in de grote theaterzalen van Nederland? Ook al zo’n non-issue. De kern van het probleem: de overvloed aan grote theaterzalen in elk dorp van ons land, blijft onbesproken.

Zwolle

In vraag zes komt ‘de regio’ aan bod. Het ‘dilemma’ is nog tenenkrommender dat ik al vreesde. Het komt kort gezegd neer op een keuze tussen een door een centrale organisatie (zie punt 2) opgelegde binding aan een willekeurige regio, of het vrijlaten van de makers die zelf willen uitmaken waar ze werken. Ook hier weer die enorme afstand tot de bevolking. De rol van gemeentes of buurten is afwezig. Theaters zijn presentatie-instelling en verder niets. Nog steeds gaat ‘Den Haag’ in dit systeem bepalen wat er in Zwolle gebeurt. Of bepaalt de kunstwereld zelf dat er in Zwolle helemaal niets gebeurt, omdat toevallig even niemand zin heeft om voorbij de A10 te reizen.

Dat Jeugdpodiumkunsten als één blok gezien moeten worden, of dat ze elkaar daar ook verdeeld naar genre of discipline in de haren moeten gaan vliegen? Het is een non-issue dat geen enkel wezenlijk gevolg heeft zolang het totale jeugdbudget nog zo minimaal is als nu.

Transitiebureau

Ooit dacht ik dat de kunstsector bestond uit creatieve vrijdenkers. Waar komt dan zo vlak voor de vakantie dit zompige stuk vandaan? Met formuleringen waar de bedompte geur van vergaderkamertjes met gesloten luiken aan kleeft? Hoe kan een zo pluriforme kunstwereld komen met zeven halfslachtige compromissen? Een gemiddelde commissie van ongeïnspireerde gemeenteraadsleden zou meer durf en initiatief hebben getoond.

Oorzaak is ‘Het Transitiebureau‘. Dat is een door een aantal theatermakers bedacht ‘instituut’ dat zich volgens de eigen website nergens op wil laten vastleggen. Het heeft inmiddels wel enige status verworden en werkt samen met het Lectoraat Podiumkunsten in Transitie van de Amsterdamse Theaterschool. Het Transitiebureau is nu dus ingeschakeld door de Raad voor Cultuur. Dit hoge adviescollege van de minister van OCW begaf zich het afgelopen jaar in ‘de regio’ om met ‘stakeholders’ te praten. Volgens het stramien van Het Transitiebureau.

Fantastisch natuurlijk, maar wat ze doen is dusdanig ongedefinieerd dat zinloosheid gloort. In elk gesprek (ben er een paar keer bij geweest) zoekt men vanaf de eerste minuut naar consensus. Dat gebeurt door het lekker laten bestaan van meningsverschillen en te zoeken naar waar men het wél over eens is. Dat betekent dat afwijkende geluiden feitelijk weggemoffeld worden. Wie zijn stem verheft of een stokpaardje bewandelt, dan wel een oplossing heeft, maar te onconventioneel denkt, wordt genegeerd. En soms wordt de gespreksbegeleider gewoon verdrietig. Want boos worden is niet gezellig (‘constructief’).

Status Quo

Nu zult u waarschijnlijk tegenwerpen dat het wel aan mij en mijn grote mond zal liggen, en dan zal ik u gelijk geven. Vraagt u zich dan wel af of de sector zich op deze manier niet in een ongevaarlijk pak laat naaien. Dit is ver voorbij het poldermodel. Dit maakt uitersten verdacht en verheerlijkt de wil van het midden. In een samenleving die moet genezen van een bloederige burgeroorlog is dat misschien heilzaam. Voor de kunsten in Nederland is het dodelijk.

Het Transitiebureau is opgericht met millennials in het achterhoofd. Dat is de generatie die terecht helemaal niet zo blij is met die belachelijke Schreeuw om Cultuur van 2010 of die gênante Mars der Beschaving een paar maanden later. Dat het antwoord dus een halfbakken en zompig stuk ambtelijke tekst is geworden, hebben die schreeuwers en beschavers van destijds dus een beetje aan zichzelf te wijten. Nog los van het feit dat zij die millennials hebben opgevoed tot de kleurloze, introspectieve generatie kunstenaars die we hier zien.

Het ergste is dat de mensen die dit übercompromis hebben bedacht als lobbystuk, totaal voorbijgaan aan dat wat hun feitelijk als enige het recht geeft om kunst te maken: het publiek. Want voor het publiek zijn ze kennelijk allemaal doodsbang. Het heeft in ieder geval in de gesprekken nog een kleinere rol gespeeld dan in de opgeleverde tekst.

De Raad voor Cultuur kiest nu al voor een behoudende koers, maar geeft iedereen het idee dat er iets te kiezen valt. Daar word ik dan weer heel erg bang van.

Reinbert de Leeuw dirigeert Kurtág op historische cd-box

0

De driedelige cd-box met koor- en ensemblewerken van György Kurtág is in één woord overweldigend. Diens zieldoorklievende klanken worden subliem vertolkt door Reinbert de Leeuw c.s. Ook de opname is onberispelijk. Deze box is nu al historisch, een monument voor de Hongaarse grootmeester, die afgelopen februari 91 werd.

Kurtágs existentialistische muziek werd al vanaf midden jaren ‘70 in ons land uitgevoerd, onder andere door pioniers als de pianist Geoffrey Madge en het Residentie Orkest. Toch werd zij pas echt bekend vanaf de jaren ’90, toen Reinbert de Leeuw zich opwierp als onvermoeibaar promotor. Hij wijdde veel memorabele concerten aan de grootmeester van het bondige gebaar, met wie hij een hechte band smeedde.

Taal

Op deze uitgave van het avontuurlijke Duitse label ecm heeft Reinbert zichzelf nog eens overtroffen. Met zijn niet aflatende wil om tot de kern te komen bracht hij Asko|Schönberg, Groot Omroepkoor en een keur aan solisten tot intense vertolkingen.

György Kurtág in videobericht van Isa Goldschmeding – gezeten naast zijn onafscheidelijke echtenote Márta

Kurtág was te fragiel om de opnames persoonlijk bij te wonen, maar werd voor en na elke sessie uitvoerig geraadpleegd. Hij is zeer ingenomen met het resultaat: ‘Het is alsof ze de muziek in hun eigen taal hebben opgenomen.’ Deze woorden sprak hij in een ontroerende videoboodschap tijdens een portretconcert in Muziekgebouw aan het IJ.

Geen praatje voor de vaak, want taal is voor Kurtág uiterst belangrijk – in meerder betekenissen. Hij creëerde een volkomen eigen grammatica uit schrijnende, aforistische klankerupties, die opborrelen vanuit een diepe innerlijke noodzaak. Reinbert de Leeuw heeft zich deze als geen ander eigen gemaakt. Van de elf stukken op de compilatie zijn er zeven vocaal. Kurtág leerde zelfs Russisch om Dostojevski te kunnen lezen; drie cycli zijn gezet in deze taal.

Complete roman in enkele seconden

Het bekendst hiervan is Berichten van wijlen mejuffrouw R.V. Troessova, waarmee hij in de jaren tachtig in West-Europa doorbrak. In 21 miniaturen bezingt een sopraan bittere liefdeservaringen. Het langste lied duurt 3 minuten, het kortste 22 seconden. In die korte tijdspanne schetst Kurtág echter een complete roman.

De Russische sopraan Natalia Zagorinskaja weet elke inflectie te treffen, loepzuiver laverend tussen de allerlaagste en allerhoogste registers. In het al even feilloze ensemble – met sfeervolle hoorn en cimbalom –  klinken referenties aan Schönbergs Pierrot lunaire. Zagorinskaja schittert daarnaast in de aan haar opgedragen Achmatova-liederen en in Vier Capriccios op teksten van István Bálint. Deze ontstonden tussen 1959 en 1973 en vormen de opening van de cd-box, die chronologisch gerangschikt is.

György Kurtág met Reinbert de Leeuw (c) Co Broerse

Onbekende parels

Een feest van herkenning is Grabstein für Stephan, met het kenmerkende motief op de open snaren van de gitaar. Ook het op Beethoven geïnspireerde …quasi una fantasia… voor piano en ensemble is een moderne klassieker. Even bekend, maar minder vaak gespeeld is het Dubbelconcert voor piano, cello en ensemble, met glansrollen voor de pianiste Tamara Stefanovich en de cellist Jean-Guihen Queyras.

Onbekendere parels zijn er ook. Zoals de Vier liederen op gedichten van János Pilinszky, met de gloedvolle bariton Harry van der Kamp. De Liederen van wanhoop en verdriet voor koor en instrumenten worden evenmin vaak uitgevoerd. In een kleine 20 minuten schakelt het Groot Omroepkoor tussen ultrazacht gefluister, oorsplijtend gekrijs, dieptriest gelamenteer en opgewonden vrolijkheid. Soms wanen we ons even op een Russisch dorpsfeest. Zelfs de bajan, een Russische accordeon, ontbreekt niet.

Hortend en stotend hoogtepunt

Het hoogtepunt is Samuel Beckett: What is the Word, in 1991 gecomponeerd voor de Hongaarse actrice en zangeres Ildikó Monyók. Zij verloor haar stem bij een verkeersongeval, maar heroverde deze met veel moeite. Met voelbare pijn, hortend en stotend, bracht zij een naar het Hongaars vertaald gedicht over afasie van Samuel Beckett ten gehore. Een verpletterende ervaring – zowel live als op cd.

Monyók overleed in 2012, maar Reinbert de Leeuw was vastberaden het stuk opnieuw op te nemen. De uiterst kritische Kurtág wees elk voorstel resoluut van de hand – tot hij een opname kreeg van de mezzosopraan Gerrie de Vries. ‘We hebben haar gevonden!’ riep hij opgetogen. En gelijk heeft hij. De Vries doet je met haar schorre, rafelige stem onwillekeurig naar je keel grijpen. – Alsof ook jou het spreken wordt belet.

Slechts één minpuntje

Een dikke tien dus voor muziek, uitvoering en opname. Enig minpuntje is de wat onhandige manier van documenteren. Zo staan de uitvoerders niet bij de stukken zelf, maar voorin het cd-boekje vermeld. Totaaltijden moet je zelf uitrekenen en op de cd-hoesjes ontbreken zelfs tracknummers.

Lastig voor radiomakers, zoals ik. Maar verder niets dan lof. Sterker nog: ik vulde twee afleveringen van Panorama de Leeuw met opnames uit deze cd-box. – Kurtágs muziek kan niet vaak genoeg gehoord worden.

Goed om te weten Goed om te weten

ecm records: György Kurtág, Complete works for Ensemble and Choir 3-cd’s € 37,99

Panorama de Leeuw 5 juli 2017: Kurtág: 4 Capriccio’s; What is the Word; …quasi una fantasia… opus 27 nr. 1; Dubbelconcert opus 27 nr. 2
Panorama de Leeuw 2 augustus 2017: Kurtág: Vier liederen op gedichten van János Pilinszky; Berichten van wijlen mejuffrouw R.V. Troessova; Liederen van wanhoop en verdriet. J.S. Bach/ arr. György Kurtág: Das alte Jahr vergangen ist. Hommage à R.de Leeuw

In de biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie komt de relatie tussen De Leeuw en Kurtág uitvoerig aan de orde. 

D66 stemt tegen cultuur. Machtsspelletjes maken afstand tot kiezer onoverbrugbaar

0

Verbijstering alom. Hoe kan D66 nou tegen een minimale reparatie van de draconische cultuurbezuinigingen van beide kabinetten Rutte stemmen? Het gaat immers om slechts tien miljoen. Dat terwijl partijleider Alexander Pechtold het afgelopen jaar als woordvoerder cultuur in elke vergadering juist hamerde op 10 miljoen extra. Maar precies dat gebeurde gisteravond.

Tijdens de campagne ging D66 nog veel verder: van 24 miljoen tot zelfs 100 miljoen extra voor cultuur. Hoe dan ook: “Voor de Kunst is 2016 het laatste jaar van de tocht door de woestijn” stelde Pechtold.

Loze beloftes

Campagne voeren staat helaas ver van de Haagse realiteit. Dat bleek toen recent gestemd moest worden over een motie over verhoging van het salaris van docenten in het basisonderwijs. D66 stemde tegen. De verklaring daarvoor werd gezocht in de positie die de verkiezingsuitslag D66 opleverde: onderdeel van het motorblok met VVD en CDA. Om een stevige onderhandelingspositie met die partijen en het aan- en afschuivende Groen Links en Christen Unie te houden, bleek het niet verstandig om een deel van je wensen al voor een nieuw kabinet te realiseren.

Controversieel?

Een tactiek die niet wezenlijk verschilt van de sprongen die VVD en CDA in dergelijke situaties doorgaans hanteren: een onderwerp controversieel verklaren. Maar juist in het geval van de motie om wat te repareren aan de cultuurbezuinigingen was het stemgedrag van D66 daarom zo pijnlijk.

Niet alleen was de motie niet controversieel en was er een meerderheid in de Tweede Kamer voor te vinden. Deze kleine reparatie liet bovenal volop ruimte om in de formatiebesprekingen echt door te zetten.

Payback is a bitch

Het heeft er alle schijn van dat D66 na jaren roepen dat die miljoenen er echt moeten komen niet zozeer stemt tegen een motie. Al evenmin tegen stemt om een betere onderhandelingspositie. Maar dit louter doet uit rancune richting de regeringspartij die nadrukkelijk aangeeft deze formatie niet mee te willen doen.

In alle pogingen er nog iets van te maken, zag D66 zich het voorbije jaar immers voortdurend gedwarsboomd door PvdA, hoewel die partij ook niets liever wilde dan meer geld voor cultuur. Bussemaker was echter gebonden aan het regeerakkoord met kampioen cultuurbezuinigingen VVD. Want ja, Wilders. En Zijlstra.

Er toch weer ingetrapt?

Juist ditmaal had D66 over alle pijnpunten heen moeten stappen. Want cultuur is totaal geen issue in de formatiebesprekingen, hooguit als het daarbij over de rol van de publieke omroep gaat. Met cultuur valt politiek nu eenmaal niet te scoren, hooguit in kleine kring iets te verliezen. Door nu tegen te stemmen heeft Pechtold een minuscuul onderhandelpuntje waar de rest van het motorblok gemakkelijk mee akkoord kan gaan. Maar het heeft niets met visie te maken. En al helemaal niets met een oprechte wens te investeren in cultuur.

Of moeten we uit het verder net als dat van alle andere partijen vage cultuurprogramma van D66 alleen deze zin serieus nemen:

“D66 wil dat het komend kabinet investeert in cultuur.”

Ofwel: Investeren in cultuur kan pas als wij meedoen en daarvoor credits krijgen.

Contraproductief

De uitgelezen kans om in elk geval iets te doen lag juist hier en nu, bij een demissionair kabinet met een PvdA die al bezig is met een volgende campagne. Niet tijdens de formatiebespreking waarbij Halbe Zijlstra ongetwijfeld voor diezelfde tien miljoen voor cultuur ingrijpender zaken gaat uitonderhandelen.

Natuurlijk, politiek is een vak waarbij openstaande rekeningen vaak later vereffend worden en er altijd wel iemand in de fractie over een olifantengeheugen beschikt. Maar het is contraproductief. Erger: door al die machtsspelletjes en afrekeningen vervreemdt de politiek zich meer en meer van de kiezer. Die denkt: mijn stem is na de verkiezingen al te snel louter ruilmiddel, ondergeschikt aan om het even welk partijbelang.

Payback is a bitch over de rug van de cultuursector.

Zomaar een Gast is terechte zomerhit: luisteren maakt mensen altijd interessant

0
Patrick Nederkoorn, Oscar Kocken en Tex de Wit. Foto: twitteraccount van Oscar Kocken

Ik hield mijn hart vast. Patrick Nederkoorn en Oscar Kocken hadden zich door de televisie laten verleiden om hun briljante kleinood ‘Zomaargasten’ over te brengen naar de huiskamer. NPO3 nog wel. De zender die zich richt op millennials. Ik kreeg visioenen van zendermanagers, dramaturgen, publieksspecialisten en gisse jongens en meisjes van ver boven de veertig die deze twee kunstenaartjes wel eens even zouden bijbrengen wat dat is: teevee maken. Te vaak al zijn leuke ideeën gesmoord in zompige formats. Nog vaker zagen we sleetse BN’ers op zoek naar een tweede jeugd in andermans idee.  Te vaak zag ik ubersnelle montage een ooit leuk idee alleen maar slaapverwekkender maken.

Toen duidelijk werd dat niet Patrick Nederkoorn en Oscar Kocken afwisselend als interviewer zouden optreden, maar een steeds weer nieuwe BN’er met appeal bij de doelgroep, werd ik depressief. Ik had niet verwacht dat de tv-specialisten in Hilversum een leuk theateridee zo snel om zeep zouden helpen. Want die aanpak van Nederkoorn en Kocken was nou juist de charme van het theaterprogramma.

Festival Boulevard

Ik zag ze voor het eerst in een klein tentje op Festival Boulevard in Den Bosch en was meteen verkocht. Oscar Kocken is een soort van ongrijpbare boyband-ster annex ideale schoonzoon met een ondeugende twist die je elke ouder zou gunnen. Hij deed al wonderen met de al even ongrijpbare Greg Nottrot van het Nieuw Utrechts Toneel en De orde van de Dag. Nu wist hij ook Patrick Nederkoorn, zeker niet geheel onterecht genomineerd voor de hoogste cabaretprijs van Nederland, aan zich te binden. De twee bleken een gouden combi.

Samen schiepen ze een sfeer rond hun tent waarbij mensen op zo’n festival al snel alle reserves laten vallen. De show is geweldig houtje-touwtje. De ene interviewt een onbekende gast uit het publiek, terwijl de ander via speedgoogelen de bijbehorende (soms ook helemaal niet) beelden op een projectiescherm tovert. De intimiteit van de tent schiep veiligheid, de echte onhandigheid en oprechte interesse van de twee hosts deed de rest. De gasten blijken eigenlijk gewoon altijd helemaal vanzelf interessant. Omdat mensen nu eenmaal altijd interessant blijken als je even de moeite neemt om naar ze te luisteren.

Millennial

De eerste uitzending van de TV-versie van Zomaargasten maakte me niet direct enthousiast. Los van het feit dat het programma was omgedoopt in ‘Zomaar een gast’, omdat er kennelijk iets met naamclaims en verwarring met het grote broertje Zomergasten is. Grotemensendingen waar de kwajongens Kocken en Nederkoorn geen boodschap aan hebben.

De gastvrouw viel mee. De gasten niet. Actrice Rifka Lodeizen kwam een hel eind voorbij de eigen ijdelheid. Ze liet zich goed meeslepen in de onzekerheid van het spontane programma. De gasten vielen echter allemaal in de categorie ‘millennial’. En die hebben dus nog geen van allen de tijd gehad, of de behoefte, om een bijzonder leven te leiden, dan wel op te bouwen. Vandaar dus dat de montage haastig was, de gasten snel werden weggewerkt en wat mij betreft de kracht van de theaterversie toch niet werd gehaald.

Live sfeer

Afleveringen 2 en 3 maakten dat gemis echter helemaal goed. Er kwam meer rust in de montage, de gasten kregen betere vragen, hadden ook meer geleefd. Tussen de snelle interviews door namen de makers de tijd om de context te laten zien: een zomerfestival met zijn eigen publiek, zijn eigen losse sfeer. Zomaar een Gast kreeg daardoor voor elkaar wat maar weinig theateradaptaties gegeven is: het bracht de kracht van  het livetheater op een zomerfestival over naar de platte omgeving van de beeldbuis. Je krijgt warempel zin om naar zo’n festival te gaan.

Blijft een vraag waarom zo nodig die BN’ers moesten worden ingevlogen. Kocken en Nederkoorn zijn van zichzelf al ontwapenend en geroutineerd genoeg om het programma te dragen. Het lijkt erop of het team van de televisie dat ook steeds meer ruimte geeft. De ingevlogen BN’er wordt steeds meer zelf een proefkonijn. Woensdag 5 juli toonde Imanuelle Grives zich een dankbare gast en een ontwapenend spontaan interviewster. Eigenlijk nog veel mooier dan de gast-gastheer van 4 juli, hoewel Tex de Wit zich tijdens de interviews ontpopte als een uitstekend improviserend journalist.

Zomer

Met de stijgende lijn van de eerste drie afleveringen kan het eigenlijk alleen maar nog beter worden. Je zou bijna hopen dat we deze drie weken de natste zomer ooit krijgen, zodat we lekker thuis kunnen blijven om elke werkdag om 10 uur ’s avonds warmpjes op de bank naar Zomaareengast te kijken.

Hakadans op kantoor: The Corporate Tribe

0
Hakadans van Maori in Nieuw Zeeland
This image was originally posted to Flickr by paddynapper at http://flickr.com/photos/28990363@N05/2982421152. It was reviewed on 27 November 2009 by the FlickreviewR robot and was confirmed to be licensed under the terms of the cc-by-sa-2.0

Ik heb het beste managementboek ooit gelezen! Het was tevens mijn eerste en ik denk niet dat ik snel een tweede lees. Maar wat een boek, De corporate tribe. Misschien moet er naast het stickertje ‘Managementboek van het jaar 2016’ een stickertje ‘Zeker niet alleen voor managers’ op geplakt worden. Het is een feest voor iedereen die met andere mensen werkt en zich net als ik nu en dan afvraagt: wat gebeurt hier in vredesnaam?

Red Bullmomentjes

Het zal mijn gebrek aan bedrijfskundige of communicatiekundige achtergrond zijn, maar ik schiet op zwart als het om organisatiedoelen en strategieën gaat. Hef ons dan maar op, denk ik als de discussie over bestaansrecht te lang duurt en te diep gaat. Ik word er zwaar en moedeloos van en moet mijn nagels in mijn handpalmen drukken om niet in slaap te vallen. Het herluisteren van het hoorspel Het Bureau van Voskuil helpt ook niet bij het inzien van de waarde van organisaties en kantoren. Hoofdpersoon Maarten Koning vindt zijn werk onzin, een baan om hoogopgeleiden van de straat te houden. Echt werk, dat is je schop in de grond zetten en groenten verbouwen.

Oeroud vak

Gelukkig heb ik zelf concreet werk bij de Fietsersbond. Achter de computer weliswaar, er groeit geen worteltje harder van, maar mijn werk als redacteur crossmedia is om mensen verhalen te vertellen, ze te amuseren en informeren, wat in wezen een oeroud vak is dat voorziet in een oerbehoefte en dus reuze zinnig. Bovendien hou ik mijn hele leven al verschrikkelijk veel van de fiets als ding en als middel.

POP’s en PAP’s

Pas moest ik er toch aan geloven. Als lid van de sollicitatiecommissie voor onze nieuwe teamhoofd Communicatie las ik aanbevelingen en strategieën van kandidaten voor de komende jaren en vroeg me af: Waar halen jullie dat vandaan? Wat weet ik niet wat jullie wel weten? Van de weeromstuit las ik een boek over communicatiestrategieën en werd eigenlijk vrij snel verlicht. ‘Argumenten zijn steeds minder doorslaggevend’, las ik. ‘Wat rationeel het beste is, hoeft helemaal niet motiverend te zijn’, en verder dat je mensen kon proberen te veranderen met een zweep, peen of preek. Je blijkt ook allerlei kleuren organisaties te hebben al dan niet met POP’s en PAP’s en al die dingen waar ik nooit een warm gevoel van krijg. Doe mij maar een kampvuur en ik ben niet de enige. Zie De corporate tribe.

De corporate tribe van Danielle Braun en Jitske Kramer
De corporate tribe van Danielle Braun en Jitske Kramer is ook geschikt als koffietafelboek

Gouden tand of eigen kamer?

Toen ik eenmaal De corporate tribe had gekocht, heb ik dat andere boek over communicatie met geen vinger meer aangeraakt. De corporate tribe ziet er om te beginnen prachtig uit, met foto’s van een gamer, Indiase bruiloft, unheimische metro, monniken en een Japans rijstveld die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Weer eens wat anders dan louter organogrammen. En niet alleen de foto’s zijn beeldend. De taal is helder en concreet met sprekende voorbeelden die verbanden leggen tussen bedrijfsculturen en tribale samenlevingen.

Bijvoorbeeld tussen Nomadische culturen en nomadisch werken. ‘Werken op afstand moeilijk? Nomaden doen het al eeuwenlang.’ Nomaden hebben geen prestigieuze huizen, net zoals nomadische werkers geen grote eigen kamers hebben waaraan je kunt zien wie directeur is en wie niet, maar statusverschillen moeten toch ergens zichtbaar in worden. Nomaden doen dat door dure kettingen te dragen of door zich gouden tanden aan te laten meten. Het prestige van nomadische werkers kan verhoogd worden door uitnodigingen voor exclusieve vergaderingen en bijeenkomsten. Tip uit De corporate tribe: bezuinig niet op feestelijke bijeenkomsten en dan klagen dat er niemand komt. Zorg dat medewerkers koste wat kost aanwezig willen zijn. Touaregs reizen weken voor een jaarlijkse bijeenkomst, dan moet het wel een beetje de moeite zijn.

Hakadans van de Maori
Hakadans van de Maori

De Hakadans van de Maori’s in Nieuw Zeeland waarin dansers hun kracht en leiderschap laten zien, illustreert in De corporate tribe de houding van een leider in Nederland. Waar herken je hem of haar aan? Hoe gedraagt hij of zij zich? In Azië is een leider introvert en kenmerkt zich door zelfbeheersing bij conflicten.

Rituele bureauverbranding

Antropologen Danielle Braun en Jitske Kramer laten zich inspireren door kantoorloze volkeren over de hele wereld om beter te begrijpen hoe culturen ontstaan, zich handhaven en veranderen. Hun verhaal gaat over kampvuren, bureaus van voormalige directeuren verbranden omdat niemand in zijn oude kamer durft te zitten, over hoe de fysieke ruimte ons gedrag beïnvloedt, wat je al in één oogopslag ziet als je een kantoor binnenloopt, en het gaat over voorouders, totems en het belang van het oprichtingsverhaal.

De belangrijkste boodschap is misschien: doe niet net of er geen cultuur is en de manier waarop wij werken en ons organiseren de enige mogelijke is. Leer van elkaar.

Voor mensen die ooit antropologie hebben gestudeerd (zoals ik) is het boek daarnaast ook een feest van herkenning. Haai Trobianders! Joehoe, joking relationship en hallo Dogon!

Danielle Braun over cultuurveranderingenDanielle Braun: ‘Een totempaal verplaatsen is meer dan de nieuwe harkenstructuur’

Waarom David Lang een sprookje koppelt aan de Matthäus-Passion

0
Het meisje met de zwavelstokjes (fotocredit Wikipedia)

Een passie wijden aan een sprookjesfiguur? De Amerikaanse componist David Lang draait er zijn hand niet voor om. Hij baseerde zijn koorwerk the little match girl passion op een sprookje van Hans Christian Andersen. Donderdag 6 juli wordt het uitgevoerd door het Nederlands Kamerkoor in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Het concert vormt onderdeel van de Koorbiënnale en wordt verlevendigd met dans.

Christelijke puurheid

David Lang schreef het libretto zelf en gebruikte niet alleen teksten uit Het meisje met de zwavelstokjes, maar ook uit de Matthäus-Passion van Bach. Hij ziet namelijk een verband tussen het lijden van Christus en het lijden van de doodgevroren luciferverkoopster. Hij beschouwt Andersens sprookje als een allegorie van armoe en geloof. ‘Het meisje lijdt, wordt veracht door de omstanders, sterft en wordt verlost. Ondanks alles bewaart zij haar christelijke puurheid.’

Voor Lang ligt de kracht van het verhaal niet zozeer in de plot zelf, als wel in de subtiele tegenstellingen. ‘Alle onderdelen – de gruwelijkheid en de schoonheid – zijn continu doortrokken van hun tegendeel. Het bittere heden van het meisje wordt verzacht door zoete herinneringen; in haar armoede blijft ze toch steeds hoopvol. Er is een soort naïef evenwicht tussen lijden en hoop.’

Publiek wordt deelgenoot

De stap naar de Matthäus-Passion van Bach was snel gezet. ‘Het interessante is dat deze ook teksten bevat die niet direct gerelateerd zijn aan het eigenlijke verhaal. Zoals reacties van de omstanders, boetvaardige gedachten, uitingen van algemeen verdriet, schok of berouw.’

Dit gebeurt vaak in de vorm van koralen die de kerkgangers meezongen. Een ideale vorm volgens Lang. ‘Door het verhaal tegelijkertijd te vertellen en becommentariëren worden wij in het centrum van de actie geplaatst. We worden deelgenoot van de treurige gebeurtenissen op het toneel.’

Richard Oppel, Pulitzer Board co-chair (left), presents the 2008 Pulitzer Prize in Music to David Lang.

Devote sfeer

De devote sfeer van the little match girl passion herinnert soms aan madrigalen en Byzantijnse gezangen. De koorleden zingen niet alleen, maar bespelen ook eenvoudige slagwerkinstrumenten. Mede door het repetitieve karakter van de muziek wordt het idee van een ritueel versterkt.

In 2015 maakte vocaal ensemble Silbersee een geënsceneerde versie, die het publiek tot tranen roerde. Tijdens de uitvoering door het Nederlands Kamerkoor voegen twee danseressen een extra laag toe aan de tragedie. Volgens het persbericht is choreografe Neel Verdoorn ‘net zoals David Lang gefascineerd door de akeligheid versus de hoop’.

The little match girl passion werd onderscheiden met een Pulitzer Prize. ­– Net als Anthracite Fields van collega Bang on a Can componist Julia Wolfe, dat afgelopen zondag in de Koorbiënnale werd uitgevoerd. Benieuwd of het lijden van het zwavelstokmeisje net zo’n impact heeft als het lijden van de (jonge) mijnwerkers.

do 6 juli Muziekgebouw aan ’t IJ 20.15 uur
Nederlands Kamerkoor / Peter Dijkstra
Info en kaarten 

Het is onderzocht: cultuursector bezwijkt bijna onder werkdruk (Oplossing: ga fietsen in de bieb)

0

‘Ik zou het wel fijn vinden om een personeelsmanager in dienst te hebben, maar ja, wel heel zonde.’ Dixit de directeur van een middelgrote kunstinstelling. Net als in de rest van het Nederlandse MKB is in de kunstsector personeelsbeleid, of HR-beleid, iets wat er hoogstens bij gedaan wordt. Wie het wel eens verkeerd getroffen heeft, kan er mooie verhalen over vertellen. 

Hoe je omgaat met die kostenpost van 60% die zo nu en dan wat terug zegt als je als manager wat voor elkaar wilt krijgen in de kunst? Best lastig. Het is voor het eerst allemaal onderzocht. Vrijdag 30 juni kwam het Sociaal Fonds Podiumkunsten met een eerste sectorbreed onderzoek naar de HR-situatie in de kunstsector. Algemene conclusie: we rotzooien maar wat aan met zijn allen, personeelsbeleidtechnisch gesproken. Al wijzen de algemene cijfers niet op een al te grote afwijking met de rest van het MKB in Nederland.

Familie

Het liefst zou iedere baas vriendjes willen zijn met het personeel, of liever nog: familietje spelen. Goed voorbeeld uit het onderzoek is een opmerking van een zakelijk leider van een poppodium: ‘Bij mij op de vloer wordt iemand die gewoon 30 uur werkt en ‘that’s it’ gezien als lui. Er wordt 300% verwacht. Terwijl deze persoon eigenlijk gelijk had. Hij deed zijn werk ontzettend goed. Maar hij paste niet in die familiestructuur. Dat heeft me aan het denken gezet: ik moet daar meer op gaan letten. Mensen zijn je grootste kapitaal.’

Hart voor de zaak, niet zeuren en doorgaan tot je er dood bij neervalt: iedereen in het MKB doet dat, dus zo bijzonder is het allemaal niet. Daarmee zou je het onderzoek al snel daar kunnen laten liggen waar dat soort onderzoeken meestal terecht komen: de la. En dat zou jammer zijn. Niet alleen van het vele werk dat de onderzoekers erin hebben gestoken, maar ook van de dingen die het heeft opgeleverd. Bij het lezen van het rapport moet je dan alleen wel selectief te werk gaan. Ik zal uitleggen waarom dat in dit geval moet.

Bibliotheken vreemde eend

De Cultuursector is nogal breed en gevarieerd. Hij is ook nog eens niet erg groot – zeker sinds PVV en VVD 25 tot 35 procent ervan verwijderd hebben. Lastiger is nog dat bibliotheken en erfgoedinstellingen (musea en archieven) er ook onder vallen. Zeker als het gaat om human-resourcesbeleid verschillen die twee nogal van de meer herkenbare cultuurdingen als podiumkunsten en beeldende kunst. Dat blijkt ook uit de cijfers.

HR-knelpunten per sector. Opvalt hoe sterk de bibliotheeksector verschilt van de overige kunsten.

In de bibliotheek- en erfgoedsector is de boel vaak wat meer ambtelijk georganiseerd. Daar is vaker een plekje gereserveerd voor een aparte HR-medewerker, zijn er bovendien meer vaste contracten en behoren dingen als beoordelingsgesprekken meer tot het standaardpakket. Bij de podiumkunsten is dat anders. Het is helemaal naadje in de Beeldende kunstsector. Niet toevallig omdat de twee laatstgenoemde sectoren ook het hardst getroffen zijn door de bezuinigingen.

Heel zonde

Ook zonder bezuinigingen zijn personeelsbeleid, scholing, duurzame inzetbaarheid en dat soort HR-dingen niet erg populair bij actieve kunstenaars en hun vaak kleine organisaties. Zo verklaarde een zakelijk leider van een middelgroot toneelgezelschap:  ‘We blazen onszelf als een ballon op en uit, afhankelijk van de projecten die we doen. Na een fusie moesten we sterk reorganiseren en bezuinigen (1 miljoen). We hebben moeten kiezen hoe we het gaan doen: parttimers. Zoveel mogelijk mensen aanhouden maar op kleinere contracten. Maar heel vaak doe je toch een groter beroep op die mensen. We vragen flexibiliteit, wanneer overvraag je hen? Ik zou het wel fijn vinden om een personeelsmanager in dienst te hebben, maar ja, wel heel zonde.’

Lastig is ook dat veel instellingen steeds maar voor twee jaar zekerheid hebben over hun voortbestaan. De subsidierondes schrijven dat voor. probeer dan maar eens duurzaam personeelsbeleid te voeren. Bijvoorbeeld door mee te doen aan de trend dat meer mensen in loondienst moeten. Dat vertelt een zakelijk leider van een orkest: ‘Ik zie nu een knelpunt komen op het gebied van werken met freelancers en het verdwijnen van de VAR. Je moet sneller mensen in dienst nemen, bijvoorbeeld een producent, educator of workshopleider. En dan kom je in de knoei met die 2 jaar. Ze vormen uiteindelijk geen basis van je bedrijfsvoering.’

Job rotation

Natuurlijk is het niet allemaal kommer en kwel. Werken in de kunsten is vooral leuk. Maar dat is ook een druk: je ligt er snel uit als je het niet leuk vindt en niet voor driehonderd procent inzet. En dan kun je ook slecht wegkomen. Soms voelen mensen zich dus gevangen in hun fantastische baan. Rondkijken is lastig in kleine clubs waarin iedereen al een specialisatie heeft. Daarvoor zijn oplossingen, zo klinkt het uit het onderzoek: ‘Rotatie kan niet in elke organisatie. Maar ik zou ervoor pleiten om voor de sector een jobrotation systeem te maken.’

Maar de kunstwereld zou de kunstwereld niet zijn als er ook aan onorthodixe oplossingen wordt gedacht: ‘Mensen gezamenlijk in dienst nemen. Met z’n drieën iemand in loondienst nemen en onderling uitlenen. Wij hebben de neiging ons aan de wet te houden, naar de letter van de wet leven en dit leidt dus toch tot meer mensen in vaste dienst.’

Trappers

De leukste oplossing voor kantoor? Fietsen. Zeker voor bibliotheken kan dat helpen om wat dynamiek in de organisatie te brengen:  ‘We hebben een kleine 40 mensen op kantoor en die zitten de hele dag. Ik wil het fietsbureau introduceren. Nu aanleiding gevonden bij medewerker met zwakke rug. Die heeft een fietsbureau gekregen en iedereen is heel enthousiast. De setting op kantoor is ook een aandachtspunt.’

Heb je zelf mooie oplossingen voor beter personeelsbeleid? Deel ze in de comments!

Speciaal voor onze abonnees: het grote Holland Festival 2017 e-book

0

Het voordeel van een lidmaatschap als abonnee van Cultuurpers is natuurlijk vooral dat we kunnen bestaan dankzij jou. Zo blijft ons onafhankelijke geluid hoorbaar, zo krijg je de duiding van het nieuws zoals je die nergens anders krijgt.

In juni zijn in totaal 14 auteurs voor je op pad gegaan om zoveel mogelijk voorstellingen te zien van het Holland Festival.

Waarom?

Omdat het mooi is, maar vooral omdat het Holland Festival het grootste festival van Nederland is, en men daar pretendeert het beste te bieden wat er momenteel in de wereld van de podiumkunst te krijgen is. Dat moeten we natuurlijk gaan checken.

Welnu: het klopt. Dat vonden wij, een enkele uitzondering daargelaten, en dat vonden de 86.000 mensen die dit jaar een kaartje kochten. Een paar duizend meer dan vorig jaar, dus de groei zit er nog steeds in.

Waarom een e-boek?

Nu kun je natuurlijk alles wat we hier over het Holland Festival hebben geschreven zelf opzoeken. Is niet eens zo heel moeilijk. Maar je gaat nu vast op vakantie en je laptop of ipad past niet in je rugzak. Daarom: speciaal voor je e-reader dus ons complete overzicht. Om na te genieten, of om te kijken of je volgend jaar niet toch ook maar eens een kaartje moet gaan kopen. Onbegrijpelijk is het eigenlijk nooit, fascinerend altijd en mooi: meestal.

Log daarom in, of word lid/abonnee en download het e-book.

Login

 

Documenta 14, schuld, boetedoening en schaamte: Hoe jaag je de liefhebbers in de gordijnen?

0
Marta-Minujin-Parthenon-of-books-Friedrichsplatz-Kassel-2017

Van de 100 dagen waarin Kassel zich dit jaar, zoals elke 5 jaar opnieuw omvormt in ‘het wereldmuseum voor hedendaagse kunst’, zijn er alweer 20 dagen weggetikt. Dat is zeker niet geruisloos gegaan. De formule die artistiek leider en hoofdcurator Adam Szymczyk en zijn staf op Documenta hebben losgelaten, heeft een groot aantal liefhebbers in de gordijnen gejaagd.

Banu Cennetoglu Being-safe-is-scary, Documenta 14-2017-Kassel-Fridericianum
Banu Cennetoglu, Being Safe Is Scary, Documenta 14, Fridrecianium, Kassel, 2017

Voor mij is het mijn 8ste Documenta. Al veertig jaar bezoek ik in het trage ritme van om de vijf jaar, dit ‘wereld-samen-brengend-museum-van-100-dagen’. De Documenta is opgezet om te berichten over de staat van de hedendaagse kunst. In 1987 – ik was 20 – reden we in 1 ruk naar Kassel. ’s Nachts sliepen we ergens in de rafelrand van het Karelsaue stadspark, nabij de Orangerie. In een shelter tentje aan de oever van de Fulda. Met een briefje achter de voorruit van de Lelijke Eend met daarop ‘Achtung Kunstler’.

Marta-Minujin-Parthenon-of-Books-Friedrichtsplatz-Kassel-2017-documenta-14
Marta Minujin, Parthenon of Books, Documenta 14, Friedrichtsplatz, Kassel, 2017

Kunst als verwerkingsmachine

Globalisering, het doorbreken van de Eurocentrische blik, kunst als verwerkingsmachine van onverwerkte geschiedenissen. Het is het steeds zwaarder wegende stempel dat curatoren zetten op het karakter van de hedendaagse kunst.

Ik heb het zich allemaal zien ontwikkelen. Ik groeide als het ware hierin mee. Wat zich aandiende als een ogenschijnlijke vanzelfsprekende ontwikkeling van de ‘super-curator’, waarin de kunstwereld groeide en zich opende voor nieuwe invloeden. Nu zijn we op een punt beland, waarbij deze benadering zichzelf in de voet lijkt te schieten.

Hans-Haacke-we-(all)-are-the-people-Kassel-documenta-14
Hans Haacke, We (all) are the people, Documenta 14, Friedrichsplatz, Kassel, 2017

In de afgelopen 20 jaar is het een zichzelf bevestigende ontwikkeling geworden. Bij dit soort grootschalige hedendaagse kunst-tentoonstellingen zoals de Documenta of andere triënnales en biënnales, putten curatoren zich hierin uit. Het lijkt een doel op zichzelf te berichten over ‘hedendaagse kunst’ samengebracht vanuit weer een andere, meest verre uithoek van onze planeet. Hedendaagse kunst die zich lijkt te vormen naar het actuele thema dat de curator heeft vastgesteld. Het probleem daarbij is dat de getoonde kunst nog louter lijkt te dienen om het gelijk van de zienswijze van de curator te bevestigen. De getoonde kunstenaar veelal tot op dat moment een volslagen onbekende, die niet eerder aan het hele discours heeft bijgedragen.

De zo getoonde kunstwerken worden slechts instrumenteel gebruikt. Als ‘het plaatje bij het praatje’. De geselecteerde kunstenaar mag het statement van de curator onderschrijven. Kunst is hier niet aanwezig als een autonome kracht. Het werk is geselecteerd als de bevestigende metafoor voor de door de curator vastgestelde conditie van de wereld. De curator die als een nieuwe ‘G.B.J. Hiltermann’, de ‘wantoestand’ in de wereld bespreekt. De curator plaatst zich daarbij steeds meer in de rol van een vermanende, moraliserende dominee.

Ooit was het verrassend en hoopvol

Onder dergelijke omstandigheden voel ik me gedwongen terug te verwijzen naar bijvoorbeeld die ‘mythische’ tentoonstelling als ‘Magiciens de la Terre’, Centre George Pompidou (Parijs 1989) van de hand van Jean-Huber Martin. In deze tentoonstelling werd kunst van buiten de bekende kaders getoond naast ‘westerse kunst’. Getoond werd waar ze elkaar raakten in ziens- en werkwijze. Zowel verrassend als hoopvol over die wereldwijde verbondenheid in de kunst.

Hiwa-K, When-we-were-exhaling-images-2017-Friedrichsplatz-Kassel, documenta-14
Hiwa-K, When we were exhaling images, Documenta 14, Friedrichsplatz, Kassel, 2017

Zo was het ook met Documenta 10 in 1997, onder leiding van Catherine David dat de horizon werd verbreed. Het politieke engagement en -discours werd de kunst binnen getrokken. Precies zoals Susanne von Falkenhausen het in haar beschouwing over de Documenta beschrijft. Onder David was het een teer, maar een goed geregisseerd evenwicht. Politieke thema’s en kunst met krachtige uitbeeldingsvormen die elkaar in balans hielden. Dat is nu wel anders. Kunst met een krachtige, directe uitbeeldingsvorm is slechts schaars aanwezig in Documenta 14.

De begrenzing vervaagt steeds verder

Sinds 1997 is de druk op het kunststelsel om te reageren op politieke crisissen, alleen maar toegenomen. De begrenzing van wat nu precies het bereik en werkterrein van de kunsten is, is meer en meer verdund. Op zijn beurt heeft dit curator verplicht om de taak van hedendaagse kunst steeds nadrukkelijker (in politieke termen) te definiëren. Daarmee is de gepresenteerde kunst in dit soort grootse overzicht shows steeds meer instrumenteel van karakter. Daarbij wordt haar uitbeeldingsvorm ondergeschikt gesteld aan de boodschap. Zo boet ze in veel gevallen in aan kracht.

In 2002 tijdens Documenta 11 was het Okwui Enwezor, die het kolonialisme en het post-kolonialisme hier scherp en krachtig onder de aandacht bracht. Waarmee de verwevenheid van kunst en politiek in hedendaagse kunst in de uitvoering van deze curator nog sterker naar voren trad.

Roee Rosen, The-Dust-Channel-2016-23min-video-still-Kassel-documenta-14
Roee Rosen, The Dust Channel, video 23 min, 2016, video-still, Documenta 14, Palais Bellevue, Kassel, 2017

The Book of Books

In 2012 presenteerde Carolyn Christov-Bakargiev als artistiek leider haar zienswijze in een 800 pagina’s tellende catalogus. Haar ‘The Book of Books’ was als een ‘heilig schrift’.

In de praktijk is de werkwijze van de curator verbonden geraakt met een strikt gereglementeerde zienswijze. Zo kan het niet anders zijn, dan dat dit de kunstenaar in een dwangbuis plaatst. ‘Comply or become obsolete’ zo lijkt het dogma te klinken. Zo wordt een kunstevenement als Documenta niet meer het wereld samenbrengend evenement waar de actuele staat van de hedendaagse kunst wordt gepresenteerd. Helaas verwordt hij zo nog slechts tot een bombastische, zwaar theoretische preek van de leidende curator voor zijn eigen parochie.

Miriam-Cahn-documenta-halle--2017-Kassel-documenta-14
Miram Cahn, zaaloverzicht, Documenta Halle, Documenta 14, Kassel, 2017

Documenta 14

Wat zegt dit nu over de aanpak van Adam Szymczyk? Allereerst was ik verrast en blij met zijn aanpak. Een aanpak zo leek het, om het belang van de hedendaagse beeldende kunst aan te laten grijpen op het hoogste niveau. Ik begreep de drang om Documenta in het oog van de storm te willen plaatsen. Om daarom Documenta naast in Kassel, ook in het geplaagde Athene te doen plaats vinden.

Bezien in de actualiteit van vier jaar geleden, was Athene de perfecte plek. De plek om te laten zien dat de stem van de kunst ertoe doet. Getoond in sterke vormen. Ondanks het valide uitgangspunt blijkt – nu ook het deel van Documenta 14 in Kassel van start is gegaan – dat het de kunst zelf geen dienst bewijst. Het concept ‘de toestand in de wereld te diagnosticeren aan de hand van vooraf strikt vastgestelde gethematiseerde regels’ wordt een doel op zichzelf en het plaatst de kunstenaars in een dwangbuis en de kunst in hokjes.

De antropologische artistic researcher

De theoretisering is door zijn overdaad omgeslagen in vervlakking. Er worden zoveel thema’s en deelthema’s aangesneden, dat de simpele vraag zich opdringt: ‘Waarom?’.  De kunstenaar worden hierbij steevast in de rol geplaatst van ‘artistic researcher’. Analoog aan die van antropologisch- of zelfs etnografische onderzoeker. De aandrager van weer een volgende ‘curiositeit’. Het is dit proces dat het uitbeelden van de notie van urgentie tot een object -het kunstwerk- vervangt. Dit geeft aanleiding tot de klacht dat de kunst die wordt getoond geen sterke beelden oplevert. Het theoretisch kader overwint….

Wat is de beeldende kracht van een tot wandvullende projectie opgeblazen registratieformulier uit een fout verleden? Neemt Documenta 14 zo het uitgangspunt van Arnold Bode (initiatiefnemer van de Documenta) in die zin niet bijna te letterlijk? “De stand van de hedendaagse kunst te documenteren (Waar van dan ooit de naam Documenta)”. Verkeert de kunst dan werkelijk in een existentiële crisis?

Dystopische escape rooms en cold-cases

Documenta 14 toont in deze zin van alles onder de noemer ‘kunst’. Vooral zaken die in hun verschijningsvorm ons niet als ‘Kunst’ aanspreken. Documenta 14 is daarom in mijn ogen verworden tot een papieren tijger. Het zijn vooral documenten, in archieven teruggevonden en nu getoond als bewijsmateriaal van onopgehelderde, onverwerkte, onrechtmatige zaken. Ondanks al die retroperspectieven, de cold-cases en de historisering met elk zijn belang, is Documenta 14 ten prooi gevallen aan de waan van de dag.

Het is daarmee eerder een verzameling van gerechtelijke processen en -dwalingen, dystopische escape-rooms en Netflix policiers. Een aanpak die in mijn ogen de autonome kunst niet echt dienst bewijst. Kunst die voor zichzelf best een krachtig betoog kan houden. Kunst die ook overeind blijft zonder een zo overdreven theoretiserend kader.

Ashley Hans Scheirl-Ashley-with-Balls-3-channel-video-Neue-Galerie-Kassel-documenta-14
Ashley Hans Scheirl, Ashley with Balls, 3 kanaalsvideo en schilderij, Neue Galerie, Documenta 14, Kassel, 2017

Tipping point

Waarom ik dan toch blij ben met deze Documenta? Op de eerste plaats omdat hier overduidelijk is gebleken, dat deze ‘curatorische dwangbuisbenadering’ de kunst en de kunstenaars geen recht doet. Ook die onbekende van ver weg naar Kassel versleepte kunstenaars. Hopelijk heeft deze curatoriale aanpak daarmee nu echt zijn langste tijd gehad. Daarmee hoop ik dat Documenta 14 een omslagpunt markeert. Ik zie uit naar een serie prachtig groots opgezette tentoonstellingen, die gaan over krachtige autonome hedendaagse kunst. Kunst die sterke statements maakt over de wereld waarin we leven, maar niet ingekaderd is in reeksen thematische hokjes. Werk over de positie van de kunst in de wereld. Misschien wel zoiets als een mix van ‘Magiciens de la Terre’ (1989, Parijs) met zoiets als Westkunst (1981, Keulen).

Instorting van de staande curatorische pratijk

Wil je getuigen zijn van de instorting van een staande curatorische praktijk? De aanpak die de hedendaagse kunst instrumentaliseert en daarmee marginaliseert? De aanpak die het kunstbegrip zo verbreedt, dat het even dun en kleurloos wordt als een homeopathisch zalfje? Ga dan naar Kassel! Het is de uitgelezen kans om de vooraankondiging van deze paradigmaverschuiving zelf te ervaren. In mijn ogen de bonafide reden om naar Documenta 14 af te reizen.

Naar Kassel

Er is een tweede reden waarom ik blij ben met deze Documenta 14. Dit in weerwil van de inzet van de artistieke leiding en het legertje aan curatoren. Ondanks hun inspanningen heb ik kunnen constateren dat hedendaagse beeldende kunst nog altijd die verwonderende kracht heeft. De kracht om je uit je comfortzone te stoten. Zo tot je door te dringen met onverholen zeggingskracht. Ook hier (en daar) in Kassel. Weg van de bullshit van een overtrokken theoretisch kader en de onvermijdelijke hokjesgeest maar recht er in. Het plezier dat dit geeft, waarom naar kunst kijken echt altijd voldoening geeft.

Ga kijken en laat je verrassen! Vergeet voor even alle goede bedoelingen van Adam Szymczyk en zijn team. Dat is goed voor de catalogus. Laaf je aan de kunstwerken, die die hun ‘stem’ verheffen. Dat zijn wat mij betreft de lessen van Athene en Kassel, en daarmee van Documenta 14.

Goed om te weten Goed om te weten

Praktische informatie

Documenta 14 vindt dit jaar plaats in zowel Athene (nog t/m 16 juli) en in Kassel (t/m 17 september). Meer informatie vindt je op: documenta.de

Alle foto’s van Jan-Willem van Rijnberk, gemaakt tijdens het bezoek aan de Documenta 14.

Waarom het meer dan dom is van de NPO om Radio Kunststof te verplaatsen

0
Tegeltjesmuur Radio Kunststof (Foto twitteraccount)

Radio Kunststof is één van de succesvolste programma’s in de vroege avond op onze landelijke rampenzender Radio 1. Dat succes komt deels door de mooie formule: een lang gesprek met een meer of minder bekend figuur uit de kunst- en mediahoek. Veel belangrijker reden voor dat succes is echter het uitzendtijdstip. Tussen zeven en acht uur ’s avonds zitten heel veel mensen in de auto, op weg naar een avondje kunst en cultuur. De meeste schouwburgen en concertzalen openen hun deuren immers tussen acht en half negen. Zo pak je onderweg nog wat inspirerende informatie mee, een fijn gesprek om je alvast in de stemming te brengen voor de cultuur die je zo gaat proeven. De meeste mensen gaan immers nog steeds met de auto naar hun kunst-uitje, en zijn gemiddeld een uur onderweg.

De voor een avondlijk cultuurprogramma gigantische luistercijfers van Radio Kunststof zijn zo uniek dat het gat ná acht uur wel erg zal opvallen bij de verantwoordelijke managers. Nederland zapt immers massaal naar de tv om acht uur, als ze daar al niet zaten wegens Matthijs van Nieuwkerk. De andere helft is net de parkeergarage binnengereden bij de schouwburg.

Kip met gouden eieren

Enfin. Handen in het haar voor de zendercoördinator, die natuurlijk ook van kunstvreemde zendgemachtigden als EO en WNL regelmatig te horen krijgt dat zij ook wel eens op dat waanzinnige timeslot van zeven uur willen zitten. Dus besluit men dat het maar eens afgelopen moet zijn met die kip met die gouden eieren. Het mes gaat in Radio Kunststof. Voortaan begint het een half uur later, en heeft het de nobele taak om het achtuurjournaal te beconcurreren.

Dat zal betekenen dat de formule van het programma wezenlijk verandert. Niet langer meer één gast een uur lang, maar iets leuks voor, en iets heel erg spannends na het nieuws van acht uur. Beetje lastig wel, omdat de belangrijkste groep luisteraars dan toch al is afgehaakt. De auto is geparkeerd, de kaartjes moeten afgehaald. Na achten kan Radio Kunststof doen wat het wil: de luisteraars zijn weg, de gasten ook.

Luistercijfers

Binnen één, hooguit twee jaar zal Radio Kunststof zijn teruggebracht tot een half uur. Vermoedelijk getroost door de zendercoördinator die tegen de andere omroepen zegt dat ze ook wel eens iets meer aan kustecuttuur moeten doen. Zo ging het bij de tv immers ook?

Het zal best goed wezen voor de luistercijfers van Radio 1. De publieke omroep werkt op deze manier wel iets te hard mee aan het ondermijnen van de eigen positie. In Nederland is immers weinig politiek draagvlak voor de publieke omroep.

Bijstanduitkering

Misschien moeten we dat hele subsidiesysteem eens op de schop gooien. In Nederland moet je als gesubsidieerde instelling, zoals de publieke omroep, immers concurreren met commerciële zenders. Waarom is een raadsel. Het idee helpt wel mee aan het beeld dat subsidies, zeker in de kunsthoek, een bijstandsuitkering zijn voor luie rijke mensen.

Ben je het aan de belastingbetaler verplicht om zoveel mogelijk publiek te bereiken? Lijkt me een contradictie. Subsidies zijn er om dát mogelijk te maken wat anders niet gemaakt zou kunnen worden. Zoals onderwijs, zoals onderzoek naar dat medicijn dat voor de industrie niet interessant genoeg is. Subsidies zijn zo het middel waarmee de overheid zorgt dat Nederland een rechtsstaat is. Een rechtsstaat beschermt immers de minderheid tegen de willekeur van de meerderheid?

Een land dat toestaat dat programma’s als Radio Kunststof naar de marge worden verdreven verdient dus feitelijk de titel rechtsstaat niet meer. Juist de Nederlandse Publieke Omroep zou dat moeten beseffen.

Iedereen viert volop Jiri Kylians 70ste verjaardag. Behalve NDT.

0
Celebrating Kylian
Celebrating Kylian (Foto: Anton Corbijn)

Zelfs in het buitenland valt het op dat werk van Jiří Kylián niet bij NDT te zien is. Ook al verstrijkt het zogenaamde embargo en is dit zijn jubileumjaar.

Drie jaar geen Kylián voorbij

De Financial Times repte er van. Laura Cappelle beschrijft een fraaie voorstelling van Nederlands Dans Theater in Parijs en sluit af dat Kyliáns werk niet tussen de mottenballen hoort. Ze doelt op de periode dat Jiří besloot dat het beter was dat NDT op eigen benen kwam te staan. Zonder zijn werk.

Die periode zou drie jaar duren en loopt nu in juli af. Er zijn echter geen aanstalten gemaakt Kylián weer op het repertoire te zetten. En intussen is NDT toch flink op eigen benen komen te staan. Met gezichtsbepalend werk van onder andere Lightfoot & Léon, Crystal Pite, Marco Goecke en Franck Chartier.

Tijd om de plannen opnieuw te bekijken zou je denken. Vooral dit jaar.

Jiří is 70

Want 2017, het jaar dat het embargo afloopt, is een jubileumjaar voor Jiří. De meester is 70. Daarom is het programma Celebrating Kylián ontworpen. Met onder andere avondvullende Kylián-voorstellingen bij Korzo en Introdans en in het buitenland vieren Ballet de l’Opéra de Lyon en het Royal Danish Ballet zijn verjaardag. Om het compleet te maken komen in het najaar twee topgezelschappen naar Nederland om in het Zuiderstrandtheater in Den Haag hele Kylián-avonden te dansen. Dat zijn Les Ballets de Monte Carlo en het Norwegian National Ballet.

Maar niets bij NDT.

Hoewel, ‘niets’. In september komt het nieuwe programma Side A: Split into One van NDT 1 uit in het Zuiderstrandtheater. NDT cureert daarbij een fototentoonstelling over werk van Jiří. Met kostuums én een verrassing. Het gezelschap vult de lang bestaande plannen voor het jubileum zo met archieffoto’s in.

Sans rancune

Gelukkig is er geen sprake van negatieve gevoelens tussen Jiří en NDT. Het is gewoon een hele opgave om werk van Kylián weer op te voeren nadat het drie jaar van het repertoire is geweest. En er is een nieuwe generatie dansers. Een praktische keuze dus.

Wacht even.

De beste dansers ter wereld die strijden voor een felbegeerde plek bij een van de meest bewonderde gezelschappen kunnen geen werk van Kylián dansen? Zelfs niet wanneer werk van Lightfoot & Léon, dat ze wel dansen, zo sterk door hem beïnvloed is?

De toekomst van Kylián bij NDT

Er is geen voornemen werk in de toekomst weer op het repertoire te nemen. Zelfs de komst van het reusachtige, nieuwe Onderwijs- en Cultuurcentrum (de bouw is onlangs eindelijk gestart) heeft daar geen invloed op. Sterker nog, het gaat gewoon gebeuren dat grote buitenlandse gezelschappen daar met een avondvullend Kylián-programma komen optreden. In het huis van NDT.

Trek je de lijn dramatisch door dat een tijdlang geen balletten van Kylián opvoeren leidt tot het niet meer kunnen dansen ervan, zie je Kyliáns werk nooit meer bij NDT. Als zelfs een jubileumjaar daaraan niets verandert, wordt het wachten op een belangrijk persoon bij NDT die werk van Kylián weer een must vindt.

Kylián elders in Nederland

Gelukkig blijft Introdans de waarde van het werk van Jiří Kylián wel inzien. Vorige week ging de avondvullende voorstelling Celebrating Kylián er in première. Vergezeld van de bijzondere fototentoonstelling Free Fall van Jiří zelf (lees een interview met Jiří over de tentoonstelling hier).

In de ban van Kylián

Ook op andere manieren blijft de invloed van Jiří Kylián in het Nederlandse danslandschap van kracht. Zo stelt de Kylián Foundation twee stipendia beschikbaar aan de Codarts dansopleiding in Rotterdam en steunt het het programma Good Old Times, voor oudere niet-professionele dansers. En er is de Kylián-ring: een prijs voor een inspirator en vernieuwer binnen de danswereld.

Op zijn plaats

Voor het danspubliek in Nederland zou het echter mooi zijn als het Nederlands Dans Theater net een tandje bijzet. Dat het iets harder doorbijt in het razendknappe werk van het Tjechisch genie en het werk als geen ander weer weet uit te voeren. Een eigen koers zij het fenomenale gezelschap natuurlijk gegund. Een waardering voor de eigen kroonjuwelen en hun maker ook.

Overzicht vieringsjaar

Maart 2017 – Last Touch FirstBirth-Day en de wereldpremière van Kyliáns nieuwe film Scalamare (in Korzo)
Mei 2017 – East Shadow en de fototentoonstelling Free Fall (in Korzo)
Juni 2017 – Koninklijk Conservatorium en Codarts presenteren een Kylián avond in Korzo en Introdans presenteert een Kylián avond en Free Fall 
September 2017 – NDT presenteert een foto-expositie rondom  Kyliáns werk
Oktober 2017 – Les Ballets de Monte Carlo presenteert Bella Figura, Gods and DogsChapeau
November 2017 – Norwegian National Ballet: Sweet Dreams, Petite Mort, Sarabande, Falling Angels, No More Play, Sechs Tänze (Black & White Program)

Update 28 juni

Reactie van Paul Lightfoot, artistiek directeur NDT, op dit artikel:

‘Anything NDT might do with Jiří Kylián or with his existing work should do justice to what he has done and meant for the development of the company. Jiří is such an enormous part of the history and heritage of the company that what we do with him and/or his work in the future, should be a reflection of that.

It should also be something that strengthens the artistic course of NDT. Jiří himself has stated that he is proud of how the company has developed since his absence and of how it is doing presently continuing in its creativity.

To show our respect and appreciation for Jiří as an artist and as a former artistic director of NDT, especially one that played such an important role in the history of the company, NDT is indeed part of the Celebrating Kylián Festival in the Fall with an exhibition in the Zuiderstrandtheater.’

— Paul Lightfoot

Mantra (II) Stockhausen met opgestoken middelvinger is hoogtepunt #HF17

0
Holland Festival Proms - MANTRA Lucas en Arthur Jussen © Janiek Dam

Soepel dalen ze de trap af van het Amsterdamse Concertgebouw. Lucas en Arthur Jussen zijn dressed to kill. Met hun kek gesneden, doorzichtige kostuums hebben ze de eerste slag al binnen nog voor ze één noot gespeeld hebben van Mantra van Karlheinz Stockhausen. Niet alleen in hun outfit, maar ook in hun eigenzinnig spel tonen de jonge pianisten lef. Heerlijk, zo’n frisse wind in de toch wat stijve modernemuziekwereld.

Opgestoken middelvinger

De pianisten zijn voor niets en niemand bang en durven een eigen visie te presenteren. Een half jaar hebben ze gerepeteerd op het iconische meesterwerk voor twee piano’s, slagwerk en elektronica. En dat zullen we weten ook. Gaat Mantra vaak ten onder aan loodzware ernst, de twee jonge honden voeren het met aanstekelijk spelplezier uit. Geregeld krijgen zij de lachers op de hand. Bijvoorbeeld als ze een wedstrijdje doen wie een motief het meest virtuoos kan uitvoeren en Lucas ‘boos’ zijn middelvinger opsteekt.

Hilarisch is ook het moment waarop ze tegenover elkaar staand een luide kreet slaken, die verdacht veel lijkt op het ‘hojotoho’ uit Wagners Ring. Een paar keer klinkt hij spatgelijk, dan opeens zwijgt Arthur en staat Lucas met zijn geschreeuw voor joker. Met een ‘geïrriteerd’ gebaar gaat hij weer zitten. Nooit eerder hoorde ik deze compositie zo lenig en soepel uitgevoerd.

Schaamteloos romantisch

Alert op elkaar reagerend geven de pianisten een intense interpretatie ten beste, die schaamteloos romantisch is. Ik zou haast zeggen: ze maken muziek van de modernistische materie. Op momenten voeren ze ons zelfs mee naar de verdroomde klankwereld van Claude Debussy; de tocccata voor het slot klinkt zelfs bepaald jazzy. En waar Stockhausens theatrale aanwijzingen vaak tot gegeneerd gegniffel leiden, geven Arthur en Lucas deze een innemende vanzelfsprekendheid.

Dat Mantra bij hen een stuk langer duurt dan gebruikelijk – 80 in plaats van 70 minuten – bewijst eens te meer hoe sterk ze zich deze muziek hebben eigen gemaakt. De uitverkochte zaal laat zich ademloos meevoeren; zelfs kleine kinderen zijn opvallend stil. Dit concert van de Jussens is in één woord fenomenaal, een hoogtepunt van het Holland Festival.

Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 24 juni 2017 HFProms

Mantra (I): Dringen voor Jussen-broers die Stockhausen laten zwieren #HF17

Lucas en Arthur Jussen zijn ‘heet’. Je zou de jonge pianobroers de headliner van deze Holland Festival Proms kunnen noemen. Ruim voor aanvang van hun concert pakken drommen bezoekers dan ook al samen in de gangen rond de grote zaal van het Concertgebouw. Iedereen is uit op een goed plekje. Om te zitten, want staan, zoals we dat kennen van de BBC-uitzendingen van de promenadeconcerten uit de Royal Albert Hall, is er niet bij. Dringen dus en dat voor Mantra van Karlheinz Stockhausen!

Buiten de gebaande Jussen-paden

Op uitnodiging van het Holland Festival vatten de Jussen-broers het beroemde stuk aan. Dergelijk absoluut, serieel werk ligt ver verwijderd van hun normale repertoire. Daarin vinden we Mozart, Schubert, Beethoven en Chopin. De afgelopen weken lieten Lucas en Arthur tot aan Jinek toe geen mogelijkheid onbenut om te benadrukken dat ze zich danig in de materie verdiept hebben. Een team van Stockhausen-specialisten zorgt voor hun begeleiding en in een halfjaar tijd studeert het duo het hondsmoeilijke werk in.

Met z’n allen aan de Stockhausen

De festivalprogrammeur blijkt een gouden greep gedaan te hebben. Presentator Klaas van Eerden mag Mantra in zijn aankondiging dan nog jammerlijk wegzetten als “onbegrijpelijk”, doordat de Jussen-broers het stuk spelen, zit het Concertgebouw hutjemutje vol. Hoe anders zou dit zijn geweest als nieuwe muziek-specialisten als Tamara Stefanovich en Pierre-Laurent Aimard het werk hadden uitgevoerd? Een idee daarvan kregen we twee jaar geleden in een schamel gevuld Muziekgebouw aan ’t IJ.

En zo zie je maar… De Jussen-broers verschijnen van DWDD tot Koffietijd met hun bijzondere broederverhaal, waardoor hun populariteit tot sterstatus aanzwelt. Op basis daarvan komt publiek wel massaal en – dáár blinkt het goud – en passant hoort het Mantra integraal. Van die piep-knorrende Stockhausen dus.

Het onmogelijke vragen

Lucas en Arthur Jussen slaan zich meer dan manmoedig door het stuk voor twee pianisten (en dus niet: twee piano’s!) heen. “Stockhausen recht doen”, zo omschreven ze hun doel. Dat is grotendeels gelukt. Mantra in korte tijd, naast een totaal ander repertoire instuderen, getuigt van lef. De Jussens razen, tieren, vlammen en swingen zelfs een beetje met dezelfde bravoure; op de toetsen evenzeer als in het bedienen van de ringmodulatoren en het spel met kleine percussie.

Weten is één ding

Toch is duidelijk hoorbaar dat de Jussen-broers spelen wat er staat en daar zo te zien al heel gelukkig mee zijn. De kennis die ze bij het instuderen opgedaan hebben, komt er niet volledig uit. Lucas en Arthur wéten, zo vertellen ze in De Groene: “Als je twee noten hebt, dan zij het alleen die noten en niks anders.” Geen frasering dus, geen stijl of syntax. De wetenschap is er bij de broers. Maar dat doen ze niet. Waar het stuk op tempo komt, vallen ze terug op hun default-positie. Zeker in de eerste delen klateren de cascades aan noten niet staccato en fel, maar zwaar romantisch en zwierig omfloerst. In tragere passages lijken de broers soms dweperig dromend door stroop te waden.

Geen keuze

Je zou kunnen zeggen dat ze daarmee een eigen draai geven aan het straffe werk van Stockhausen, maar zo werkt dat toch niet. Dat kan diens werk niet verdragen. Lucas zegt immers in De Groene al: “Dit is geen muziek die je je eigen interpretatie kunt opdringen.” Waarna Arthur aanvult: “[…] zo dwingend geschreven dat je als speler geen keuze hebt.”

Olijk beppen

Mantra hoort als in een druk gesprek te kwinkeleren. Dan is het alsof twee dichters één gedicht voordragen. Eerst om de beurt een strofe, dan een regel, dan een woord en ten slotte om en om per lettergreep. De Jussen-broers laten in hun wolligere ‘dictie’ Mantra juist op die cruciale momenten echter tevoorschijn komen alsof twee tantes met een advocaatje achter de kiezen olijk beppen. Ook leuk. Maar zo komt Mantra meteen iets minder goed uit de verf. Dan vervalt een deel van de interne logica van het stuk. Zeg maar: lief tegenover battle mode.

Nog lang niet uitgepraat

Lucas en Arthur Jussen leveren desondanks een puike prestatie. Al is het maar omdat ze hun publiek durven trakteren op Stockhausen. En zo samen met hun fans buiten de comfort zone stappen. Misschien is het idee om over vijf en tien jaar dit stuk groots te hernemen. Wellicht horen we dan de groei; in muzikale en levenservaring, maar vooral in het idioom dat ingedaald is. Dan geen verdienstelijke reproductie maar subliem musiceren. Bij Stefanovich en Aimard was er immers geen opluchting dat ze heelhuids de eindstreep gehaald hadden. In tegendeel: zij waren – zeker in het vurig bezield uitdiepen van het stuk – nog lang niet uitgepraat.

Beledigend

Waar je wel snel klaar mee kunt zijn, is het stuk Sacred Environment van Kate Moore dat zijn wereldpremière beleeft op de Proms. De jonge componiste reisde naar Australië waar een deel van haar wortels liggen en kwam terug met een oratorium voor groot orkest, groot koor en didgeridoo.

Het werk is beledigend plat, etnocentrisch westers. Het Australische landschap is heilig voor de Aboriginals. Zij leven er in eenheid mee, met hun rituelen waarin onder andere de didgeridoo een belangrijke sacrale rol speelt. Moore laat het orkest in alle delen tetteren op oudbakken-klassieke orkaankracht; standje Orff. Het koor davert stormachtig door de zaal en sopraan Alex Oomens vecht onverstaanbaar voor haar plek. Dichtgesmeerd, steevast uitmondend in drievoudig forte climaxen, niets nieuws onder de zon.

Excuus-Truus

Lies Beijerinck heeft op didgeridoo al helemaal weinig in de melk te brokkelen, want Moore moffelt wat simpele partijtjes weg in het geweld. Op menige straathoek hoor je zinniger didgeridoo-spel en dat terwijl Beijerinck zoveel meer in haar mars heeft. In dit spierwitte betoog dat grossiert in groot-groter-grootst delft de didgeridoo het onderspit als excuus-Truus: pijnlijk.

Postrock

Onlangs werd in Den Haag nieuw werk van Moore gespeeld. Dat klonk als een directe kopie van Godspeed You! Black Emperor en Explosions in the Sky. Juist: postrockbands. Zij nemen klassieke overrompeling in opbouw naar crescendo’s en vertalen die naar rockbandbezetting. En naar spanningsbogen die korter zijn, maar werken in een rockzaal.

Poeha

Moore hertaalt dat werk terug naar symfonie-orkest en rekt de lengte opnieuw heel ver op. Zo zijn haar composities niet alleen hoogst onorigineel; ze missen ook spankracht. Sterker: Moore’s stukken – zo bewijst Sacred Environment ook weer – geven blijk van een aardig talent tot arrangeren, maar nog niet het begin van een voldragen, eigen idee. Laat staan: van enige relevantie met de poeha die eromheen gedrapeerd wordt over Australische wortels in het landschap aldaar. Die zijn namelijk niet terug te vinden. Men at Work en Kylie Minogue hebben inhoudsvoller gewerkt met de erfenis van hun down under-afkomst dan Kate Moore hier laat horen. Deze oefening in muzikale regressie had net zo goed Requiem voor Johan Cruijff kunnen heten.

Levend landschap

De Amerikaanse componist George Crumb – dit jaar in focus op het Holland Festival – schreef A haunted landscape al in 1984. In Nederland hoorden we het werk nog nooit. Doodzonde, want in het spookachtige stuk waren flarden van geestverschijningen door ijl verlichte landschappen. Denk daarbij aan sferen die David Lynch moeiteloos van treffend beeld kan voorzien. Een spel bovendien met herinnering; ook waar die niet ‘echt’ is; kan zijn. Het déjà vu dus; ontzag voor dat gevoel dat een landschap oproept, gevangen in kraakheldere, progressieve compositie die wél vol zeggingskracht zit. Dan mag het orkest iets te hard over de piano denderen, zelfs dan nog is die onwrikbaar originele Crumb-stem luid (maar allesbehalve keihard) en duidelijk in alle openheid en serene rust hoorbaar. Daar en dan gaan landschappen – hoe behekst ook – wél geestrijk leven.

Goed om te weten Goed om te weten
Holland Festival Proms, gezien: zaterdag 24 juni 2017, Concertgebouw.

Ik had een perfecte bijna-doodervaring in de Amsterdamse schouwburg #HF17

Scenefoto Lady Eats Apple. Foto: Jeff Busby.

Soms heb je niet heel veel woorden nodig voor een mooi verhaal. Vaak vergen weinig woorden ook meer inspanning dan veel woorden. Dat idee wist Blaise Pascal ooit te munten. Gisteren, op de voorlaatste dag van het zeventigste Holland Festival, werd de stelling op een andere, onverwachte manier kracht bijgezet. Het Australische Back to Back Theatre vertelde het verhaal van leven in dood in krap tachtig minuten en misschien evenveel woorden. Woorden die van de sprekers bovenmatige inspanning vereisten. Ze hebben namelijk allemaal een verstandelijke beperking.

Eerste leerpuntje van zo’n voorstelling is dus al binnen: dat ik me bewust werd hoe fundamenteel taal is, en hoe veel een enkel woord al waard kan zijn. Je gaat anders luisteren naar de Bijbelse uitspraak ‘In den beginne was het woord’, wanneer dat enkele woord al een honderdmeterhordenloop betekent voor de spreker.

Luchtbel

Lady Eats Apple, zoals de voorstelling heette, speelt in een hele grote luchtbel. Op een manier die even moeilijk te achterhalen is, hebben de technici van het gezelschap een complete opblaasbare tennishal in de Amsterdamse Stadsschouwburg weten te proppen.  Je zit erin, kennelijk op de plek waar normaal het toneel is, en ziet hoe het doek strak staat tegen de barokke balkons van de 19e eeuwse bonbonnière. Tijdens de eerste twintig minuten, waarin God de oude goden laat plaatsmaken voor zijn scheppingen Adam en Eva, is de ruimte zwart.

Twintig minuten later is hij opeens hemels wit. Letterlijk hemels, want dan horen we ruim een kwartier alleen maar verhalen van mensen die een bijna-doodervaring hebben overleefd. De bubbel waarin we zitten is wit, zonder grenzen, dimensieloos. Het spreekwoordelijke licht aan het einde van de tunnel openbaart zich later, in een heel eenvoudige projectie.

Bijna dood

Dit tweede deel maakt diepe indruk. De beschreven ervaringen voelen echt, en al zijn er inmiddels tal van redelijk klinkende fysiologische verklaringen voor de tunnel van licht, de uittreding en het gelukzalige gevoel van bescherming dat de ervaarders steevast rapporteren, het gevoel dat er best meer kan zijn blijft aanlokkelijk.

Wat er daarna gebeurt is ontluisterend en daardoor even hilarisch als triest. De witte bubbel wordt weggetrokken. Een frisse wind waait ons tegemoet en opeens kijken we met het hele publiek aan tegen de even majestueuze als lege zaal van de Stadsschouwburg. Het werklicht staat aan, de verstandelijk beperkte spelers doen wat mensen soms doen: ze ruimen op. Ze kibbelen over taakverdeling, ze worden verliefd.

Retourtje hemel

Overlevers van een bijna-doodervaring vertellen vaak over de harde teleurstelling van hun terugkeer onder de levenden. De nuchtere realiteit, de herrie, het gedoe: alles voelt banaal en afstandelijk. Het is een wonder hoe die paar spelers dat gevoel realiteit kunnen maken.

Het voelt na deze voorstelling toch een beetje anders om een gewone sterveling te zijn. iemand die geen retourtje hemel kan boeken, maar die veroordeeld is tot een enkele reis. Ik besloot voortaan nog beter om me heen te kijken. Om wat ik hier meemaak beter na te kunnen vertellen. Het leven is te kort om alles te bekijken door een Apple.

Goed om te weten Goed om te weten

Het stuk speelt vandaag nog twee keer. Probeer te gaan.

 

 

Thrillerschrijver Jo Nesbø: ‘Harry Hole is een heel intens personage’

0
Thrillerschrijver Jo Nesbø ©Thron Ullberg

Hij is een getormenteerde, eenzelvige en tegendraadse kerel, maar ook een van de beste rechercheurs die het politiecorps van Oslo rijk is. En: een zeer geliefd personage. Harry Hole is terug, in de nieuwe thriller De dorst van Jo Nesbø.

De Noor Jo Nesbø is succesvol thrillerschrijver en muzikant ©Niklas R. Lello

Of het interview een paar uur later kan, want hij heeft last van een jetlag. De populaire Noorse bestsellerauteur Jo Nesbø (1960) is net terug van een tournee van een paar weken door de Verenigde Staten, en over een paar dagen gaat hij alweer op de volgende tournee, maar dan met zijn band Di Derre. Want naast thrillerauteur en jeugdboekenschrijver is Nesbø ook nog popmuzikant. Niet zo gek dus dat het al bijna onmogelijk was een gaatje te vinden in de overvolle agenda van de Noor.

Tussendoortje

Hoe kom je nog aan schrijven toe met zo’n druk schema?

‘Gelukkig kan ik op elk moment en op elke plaats schrijven. Toen ik begon met schrijven, beschouwde ik het als iets wat ik deed als ik even niets anders te doen had, en in zekere zin is dat nog steeds zo. Wat overigens niet betekent dat het geen prioriteit heeft – ik bedoel alleen dat het een bezigheid is tussen de andere dingen in mijn leven door. Zoveel zijn dat er niet: rotsklimmen, met de band spelen. En ik heb een dochter. Dat is het wel zo’n beetje.’

Jo Nesbø: ‘Er komt zeker een einde aan de Harry Hole-serie.’ ©Thron Ullberg

Dorst is alweer de elfde Harry Hole-thriller. Zei je bij de vorige niet dat het einde van Harry Hole in zicht begon te komen?

‘Dat klopt, en dat zeg ik al een tijdje. Nadat De schim verscheen in 2011, een boek dat eindigde met een cliffhanger, vroegen mensen me steeds of het voorbij was met de serie. Er komt zeker een einde aan, maar dat betekent niet dat er niet nog een paar boeken in zitten. Dat de vorige Harry-roman Politie alweer van vier jaar geleden is, komt omdat ik allerlei ideeën had voor andere verhalen, zoals Bloed op sneeuw en Middernachtzon. Die moesten gewoon eerst. Het voelt niet alsof ik nu ben teruggekeerd naar Harry Hole – hij is er voor mij al die tijd geweest, evenals het idee dat aan dit boek ten grondslag lag.’

Geen alter-ego

Heb je van zo’n figuur als hij af en toe even een pauze nodig?

‘Ja, want het is een donkere wereld en Harry is een intens personage. Hij is zo’n vriend met wie je graag een weekendje optrekt, maar van wie je niet wilt dat hij op maandag alweer langskomt.’

Beschouw je Harry als een soort vriend?

‘Ja, toch wel een beetje, denk ik. In elk geval is hij iemand die ik heel goed ken. Het onvermijdelijk dat een hoofdpersonage veel van jezelf meekrijgt, maar Harry is niet mijn alter-ego. Hij heeft een veel dramatischer leven dan ik. Ik herken wel iets in zijn melancholie, maar niet in zijn zelfdestructieve kant. Voor mij is Harry als een kamer in mijn appartement, waar ik op elk gewenst moment kan binnenwandelen maar ook de deur van dicht kan trekken. Soms wil ik daar even niet zijn, maar ik moet er wel af en toe naar binnen.’

Vampirisme

 De dorst gaat over vampirisme. Bestaat dat echt?

‘Ja. Ik deed research voor een van mijn andere boeken, een stand alone, en was afgedaald in de donkere krochten van de psychiatrie toen ik het onderwerp tegenkwam. Aanvankelijk was met name gefascineerd door de term “klinische vampirisme”, door e combinatie van dat heel wetenschappelijke woord “klinisch” met “vampirisme”, dat meer een legende-achtige connotatie heeft. Er bestond ook nog een andere naam voor: Renfield’s Syndroom, en Renfield is natuurlijk een personage uit Dracula. De benaming is bijna een vermenging van werkelijkheid en fictie op zichzelf. Zelfs het eerste artikel over deze aandoening refereerde aan fictie.

Jo Nesbø: ‘In mijn boeken maak ik niet per se gebruik van true crime om criminelen te beschrijven.’ ©Thron Ullberg

Daarom begon ik me erin te verdiepen: waar gaat dit over, die mensen die de noodzaak voelen om bloed te drinken? In de geschiedenis van de misdaad vind je seriemoordenaars die als klinisch vampirist zijn gediagnosticeerd, al is het een controversiële diagnose en zullen niet alle psychiaters onderschrijven dat vampirisme überhaupt bestaat. In mijn boeken maak ik niet per se gebruik van true crime om criminelen te beschrijven. Het vampirisme staat eerder symbool voor menselijke gevoelens. Het is een metafoor voor een monster. Zoals de film Jaws ook niet zozeer over de haai gaat – die is eigenlijk het minst interessante personage. Het draait om het feit dat de andere personages in het boek het hiertegen moeten opnemen. De emoties en drijfveren die het bij Harry blootlegt zijn belangrijker dan de vampirist op zich.’

De aard van het Kwaad

Het verhaal is soms nogal gruwelijk. Wat doet het met je om langdurig in zo’n duistere wereld te verkeren?

‘Dat is geestelijk heel uitputtend en eist z’n tol, dus daarom moet ik er af en toe echt even uit weg. Het is geen wereld waar ik graag ben, al is er blijkbaar een reden dat ik er wel steeds naar terugkeer – om de aard van het Kwaad te onderzoeken. Ik besef trouwens heel goed dat schrijven daarover volledig in het niet valt bij ermee moeten dealen in de realiteit, zoals een psychiater, gevangenisbewaarder of politieagent doen. Als ik de deur van die kamer achter me dichttrek, is die wereld even weg. Mensen die in het dagelijks leven écht met zulke zaken te maken hebben, hebben die luxe niet.’

‘Wellicht is dat wel waar mijn thrillers écht over gaan,’ zegt Jo Nesbø, ‘het verlangen naar een vader.’ ©Thron Ullberg

Naast de jacht op een seriemoordenaar draait het, zoals ook in veel van je je eerdere boeken, om vader-zoonrelaties. Waarom houdt dat je zo bezig?

‘Dat is inderdaad een terugkerend thema in mijn boeken. In De zoon wist ik van tevoren dat de vader-zoonrelatie de kern van het boek zou gaan vormen, maar bij de Harry Hole-serie duikt het steeds weer op zonder dat ik weet waarom. Ik had zelf een hechte relatie met mijn vader. Hij stierf toen ik 34 was, voor mijn gevoel nog veel te vroeg. Dus misschien schrijf ik over getroebleerde vader-zoonrelaties om uiting te geven aan het verlies? Ja, wellicht is dat wel waar het écht over gaat: het verlangen naar een vader.’

Goed om te weten Goed om te weten
 De dorst is verschenen bij uitgeverij Cargo, € 22,50

Hierom was Setan Jawa zo’n bijzonder hoogtepunt van het Holland Festival #HF17

0
Setan Jawa, Garin Nugroho.
Setan Jawa, regie: Garin Nugroho.

Setan Jawa is de nieuwste film van de vooraanstaande Indonesische regisseur Garin Nugroho (1961). Het is een ‘stomme’ film, geschoten in zwart-wit door Teoh Gay Hian. Hij was vorig weekend tijdens het Holland Festival te zien in het Muziekgebouw aan t IJ. De muziek bij de film wordt live gespeeld door Rahayu Supanggah Gamelan Orchestra en het Nederlands Kamerorkest. Geïnspireerd door het filmische universum van vóór de talkies, vertelt de film het verhaal van een jonge rietmatter. Hij wordt verliefd op een onbereikbaar meisje en sluit een pact met de duivel om haar alsnog te krijgen.

Surrealisme

Setan Jawa is een surrealistisch film over maatschappelijk onrecht en verlangen. Nugroho gebruikt de parallelschakeling van sociale werkelijkheid en magische en mystieke relaties, zoals dat in de Javaanse cultuur gebruikelijk is, om intrigerende verbanden te leggen en indirect sociale kritiek te leveren. Overigens ontging mij een groot deel daarvan tijdens de vertoning. Pas toen ik na afloop door beter geïnformeerde collega’s I)Met dank aan Ingrid Jejina, Gerard Mosterd en San Fu Maltha. werd bijgepraat, begon de boel op zijn plaats te vallen.

Maar ook zonder kennis van Javaanse tradities of affiniteit met de complexe politiek-maatschappelijke werkelijkheid van het huidige Indonesië valt er nog  een boel te zien in Setan Jawa. De film is in zes dagen opgenomen zonder gedetailleerd scenario en uit de losse hand, improviserend met de acteurs en de dansers. Het resultaat is oogverblindend mooi. Vooral de eenvoud waarmee de scènes zijn vormgegeven, als met enkele pennenstreken, valt op. Deze soberheid staat in schril contrast met de wonderbaarlijke, magisch-realistische setting waarin het verhaal zich afspeelt.

Setan Jawa, regie: Garin Nugroho.
Setan Jawa, regie: Garin Nugroho.

Gamelan en klassiek orkest

Gamelan-orkestleider Rahayu Supanggah en de Australische componist Iain Grandage zijn samen verantwoordelijk voor de muziek. De melodramatische lyriek voor klassieke bezetting van Grandage past bij stomme-filmhoogtepunten als Nosferatu en Metropolis. Dit verbindt zich heel vanzelfsprekend met het grillige, soms gortdroge, staccato en de prachtige toonzetting van de gamelan-traditie. Het twintigkoppig gamelan-orkest met een groot aantal zangers en zangeressen maakte sowieso grote indruk. Het expressionisme van beide muziektradities sluit wonderwel aan en is heel effectief naast en over elkaar heen gelegd.

Verbasteren

Eigenlijk lijkt het hele project Setan Jawa op een vrolijke oefening in het verbasteren en herschrijven van tradities. In de ruimte die ontstaat tussen op drift rakende verwachtingen en moeilijk plaatsbare inlossingen, kunnen ook complexe en (politiek) gevoelige zaken worden aangeraakt.

Soms zijn het relatief onschuldige aspecten die worden verhaspeld en herschikt. Het combineren van traditionele sarong-patronen met hedendaagse Indonesische fashion is daarvan een voorbeeld. De grappenmakers of plaaggeesten met hun witgeschilderde gezichten en roodgeverfde lippen leken door een Japans geisha-badje gehaald. Gevoeliger, dat kon zelfs ik snappen, liggen de erotisch geladen scènes.

Penis

Een tempel, waar zo nu en dan een uit steen gehouwen figuur met penis voorbij komt, speelt een prominente rol in de film. Het blijkt een hele oude hindoetempel te zijn, de Candi Sukuh, waar niet alleen seksueel plezier en vruchtbaarheid, maar ook spirituele eenwording worden gehuldigd. De vrijzinnige omgang met seksualiteit binnen het hindoeïsme is een probleem, sinds Islam in de 16e eeuw naar Java kwam. Aangewakkerd door het oprukkende moslimfundamentalisme worden ook vandaag nog tempels verwaarloosd of zelfs actief verwoest, zo vertelde een collega. Ik dacht een cultuurhistorisch hoogtepunt te zien, dat als decor mocht dienen in een mythische vertelling. In het huidige Indonesië blijkt de tempel onderdeel te zijn van een politieke machtsstrijd.

Behalve mystieke tradities en rituelen speelt ook de koloniale geschiedenis een rol in de film. Meer precies gaat het om de jaren twintig van de vorige eeuw. Toen industrialiseerde het Nederlandse koloniale bewind de landbouw. Dat zorgde voor grote armoede onder de plattelandsbevolking op Java.

Klein vergrijp

De film opent met de geschiedenis van een jongetje dat voor een klein vergrijp wordt vastgezet, compleet met ketting en ijzeren bal aan zijn voet. Het kind put enige troost uit het gezelschap van een schildpad met een prachtige snuit. Wanneer een bewaker hem tergt door met de schildpad aan de haal te gaan, vergrijpt het jongetje zich aan de bewaker. Het kind wordt daarop door andere bewakers gefolterd en de setan (satan) is geboren.

Hedendaags statement

Nugroho lijkt met deze sociale bronning van de duivelsfiguur een hedendaagse politieke statement te maken. De gruwelijke onrechtvaardigheid van het koloniale gezag kan natuurlijk doorgetrokken worden naar allerlei hedendaagse dictatoriale of corrupte regimes. Die produceren net zo goed duivels, met alle gevolgen van dien.

Dat in het huis van het aristocratische meisje geen vader leeft, is ook bijzonder. In de hele film komt eigenlijk geen vaderfiguur voor. Het voelt toch als een soort ontmanning van de film. Naast de rietmatter als pretendent komt alleen de duivel nog als relevant mannelijk wezen in beeld. Voorwaar geen klein statement, de volwassen-mannenorde tot een getergde duivelse bende te bombarderen.

Prachtige vrijscène

Ik kan niet navoelen hoe provocerend dit herstel van de mystiek-seksuele functie van de tempel voor een hedendaags Indonesisch publiek is, maar ik zag zelden zo’n goeie vrij-scène.
Nadat de jongeman zijn pact met Setan sluit, beschikt hij over genoeg geld om zich als edelman voor te doen. De twee jonge geliefden sudderen in wederzijds verlangen. De erotische beelden zijn zachtzinnig en open op een manier die niet alleen voor Indonesië ongekend is. Wanneer meisje probeert de setan over te halen zijn pact te verbreken, levert dit een prachtige, erotische dans met de duivel op. Ik kan niet navoelen hoe provocerend dit herstel van de mystiek-seksuele functie van de tempel voor een hedendaags Indonesisch publiek is, maar ik zag zelden zo’n goeie vrijscène.

Allegorie

Zonder dialogen en voice-overs, met een enkele tussentitel als leidraad, moet je het als toeschouwer sowieso hebben van een gevoelige blik. Duivels en geesten, met die typische fijngesneden, kleine Javaanse maskers op, en de gareng, clowneske figuren met wit geschilderde gezichten en parmantige roodgeschilderde lippen, begeleiden de jongeman en de jongedame op hun werdegang. Setan Jawa gebruikt de specifieke historische context van het Indonesië van de jaren twintig slechts als achtergrond. De film is eerder een allegorische vertelling over hoe het slecht afloopt met een man die een pact met de duivel sluit.

De film is ingetogen en dat maakt dat de bonte stoet figuren en scènes een vanzelfsprekende kracht krijgt. Ook al begreep ik vaak niet wat er precies aan de hand was, de film dringt mij in geen geval een semi-antropologisch of anderszins exotisch perspectief op. Integendeel: Setan Jawa heeft eerder iets hips.

Kunstgrepen

In een listige combinatie van oorspronkelijkheid en artifice,II)kunstgrepen van Javaanse eigenheid en artistieke toe-eigening, van een wilde vertelling geschoten in een onderkoelde stijl, met kraakhelder geënscèneerde scènes, weet Nugroho zijn publiek niet alleen te binden. Hij verleidt het ook te kijken naar een bediende die de binnenkant van de benen van haar mevrouw wast. Of maakt van de setan met het gruwelijke masker niet alleen een getergde figuur, maar ook een herkenbaar wezen van vlees en bloed.

Toe-eigening wordt wel vaker gebruikt om onderdrukking te bevechten, denk aan Geuzennamen of de homo’s die zich het sexappeal van Marilyn Monroe toe-eigenden. De niveau waarop Nugroho dit doet, in samenwerking met al die artistieke collega’s, is ongekend geraffineerd. Het lukt hem om dwars door de wirwar van tradities in film, muziek, dans, literatuur, seksuele en andere sociale gebruiken en politieke werkelijkheden een heel reëel verlangen gestalte te geven.

Goed om te weten Goed om te weten

Gezien: Muziekgebouw aan t IJ, 18 juni tijdens het Holland Festival.

Noten   [ + ]

Waarom het goed is dat het Holland Festival deze algemeen directeur krijgt. #HF17

0
Annet Lekkerkerker. Foto: Michel Porro

Annet Lekkerkerker is een van de weinige vrouwen in de cultuursector voor wie het glazen plafond geen belemmering meer vormt. Dat ze nu, na een aantal jaren als ‘zakelijk directeur’, formeel topvrouw wordt van ’s lands belangrijkste podiumkunstenfestival is prachtig om meer redenen. Ze is niet alleen de eerste vrouw op die hoge positie. Haar benoeming maakt ook duidelijk waarom het bij het ‘functiegebouw’ in de kunstsector zo vaak misgaat. Voor het Holland Festival zelf is het verder een goede zaak dat het in deze roerige en vooral onzekere tijden een langetermijnstrategie kan uitzetten, los van het artistieke beleid.

De podiumkunstwereld is nog altijd geen goede afspiegeling van de samenleving. Ondanks een paar uitzonderingen, zoals Festival Boulevard, de Rotterdamse Schouwburg en de koepelorganisaties VSCD en NAPK, zijn de leidinggevende posities nog altijd bezet door merendeels blanke mannen. Vrouwen zitten anno 2017 nog steeds vooral in rollen die we op zijn best als ‘ondersteunend’ kunnen zien. Marketing bijvoorbeeld, programmering: heel vaak. Dramaturgie, ook zoiets. Mensen van niet-Nederlandse komaf zijn overigens met de kootjes van één afgehakte vinger te tellen.

Kwade wil

Met een beetje kwade wil zou je in deze sector zelfs kunnen volhouden dat het zakelijk leiderschap ook als ondersteunend wordt gezien. Alles gaat immers om de unieke artistieke koers die wordt gevaren en niet over degene die die koers mogelijk maakt en mede uitzet.

Dat het Holland Festival lange tijd een duo-leiderschap had, in de vorm van een zakelijk en een artistiek directeur, was al een een eerste verbetering. De functies werden gelijk beloond en gelijk gewaardeerd. Intern. Voor de buitenwacht bleef het een beetje onduidelijk wie er nou de baas was. Pierre Audi, de voorganger van de huidige artistiek leider Ruth Mackenzie, trad altijd duidelijk naar voren als leider. Ivo van Hove, die de tent in het begin van deze eeuw leidde, wil nog steeds altijd graag on-Nederlands artistiek én zakelijk eindbaas zijn, ondersteund door iemand die het onmogelijke waar weet te maken.

Helder

Met Ruth Mackenzie, die drie jaar geleden Pierre Audi opvolgde, was een verandering in de verhoudingen te zien. Lekkerkerker trad wat vaker in het voetlicht, leek het. Kreeg meer ruimte van de artistieke collega naast haar. Mackenzie heeft nu een droombaan aangeboden gekregen in het walhalla voor kunstliefhebbers (Chatelet in Parijs). Dus is een mooi moment aangebroken om de verhoudingen definitief helder te maken.

Het zal best moeilijk worden om een toonaangevende artistiek directeur te vinden die langer dan een paar jaar het gezicht van het festival zal kunnen zijn. In financieel opzicht is het Holland Festival immers een piepkleine speler in het internationale festivalciruit. Er is in verhouding nauwelijks programmeerbudget. Het Nederlandse CAO-salaris geldt als fooi in de kringen waar het Holland Festival het liefst een leider zoekt. Dat het toch steeds lukt om spraakmakende leiders (m/v) te vinden is te danken aan het geweldige prestige dat nog steeds aan het festival en aan de stad Amsterdam kleeft.

Part-time

De kans is groot dat een opvolger voor Ruth Mackenzie niet alleen moeilijk te vinden zal zijn. Het zal ook nog eens lastig zijn om iemand aan te trekken die naast de artistieke inhoud ook de verantwoordelijkheid van een volledig directeurschap wil dragen. Het is immers een part-time functie. Om in die paar dagen per week ook nog bezig te moeten zijn met de personele gevolgen van  je artistieke beleid is niet aanlokkelijk. Dan zou het zomaar kunnen gebeuren dat de beoogde artistiek leider graag zijn eigen zakelijke partner mee wil nemen. Dan heb je wel een mooie artistieke baas in huis, maar is je langetermijnbeleid naar God. Letterlijk. 

Nu Annet Lekkerkerker zakelijk en strategisch gezicht van het Holland Festival wordt, ontstaat er meer ruimte om de artistieke invulling avontuurlijker te maken. Het artistiek leiderschap gaat nu rouleren per vier jaar. Dat zorgt voor leven in de tent. Het festival nog beter dan voorheen inspelen op niet alleen de artistieke actualiteit, maar ook de zakelijke. Dan heb je een rots in de branding nodig.

Devaluatie

Er heerst een hardnekkig idee dat beroepen aan waarde verliezen naarmate er meer vrouwen voor kiezen. Als dat idee al waar zou zijn, wat alleen kan zolang oude mannen dat soort dingen bepalen, dan is de benoeming van Lekkerkerker ook daar een goed signaal tegen. Na jaren in de schaduw wordt nu duidelijk wie altijd aan het roer stond. Dat was, al veel langer dan de cynici dachten: zij. 

Is dit dan niet de zoveelste stap in het devalueren van artistieke inhoud tegenover het zakelijke belang? De artistiek leider heeft nu immers minder in te brengen dan de algemeen directeur? Artistiek beleid kan in geen enkele situatie maatgevend zijn. Al is het maar omdat je ook met arbeidsvoorwaarden te maken hebt. dat zijn ingewikkelde dingen die een artistiek concept in de weg kunnen zitten. De enige artistiekeling die het voor elkaar krijgt om algemeen directeur te zijn is Ivo van Hove. Hij kan dat doen door de letterlijk onnederlandse toewijding van zijn staf, die 25 uur per dag voor hem klaar staat, waar ook ter wereld. Niet erg aanlokkelijk voor in Nederland opgeleide managers.

Chris Dercon

Natuurlijk zitten er in het artistieke leiderswereldje wel veel ‘mannetjes’, die het lastig vinden om iemand boven zich te hebben. Er dienen zich toch mogelijkheden aan. Chris Dercon bijvoorbeeld. Die krijgt momenteel bakken vol pek en veren over zich heen omdat hij iets wil veranderen bij de al 30 jaar vastgeroeste Berlijnse Volksbühne. Zou zomaar kunnen. Deze god van de kunsten moet mogelijk onderduiken buiten Berlijn. In Amsterdam bijvoorbeeld. Ik zou het mooi vinden als hij ‘ja’ zou zeggen. Grote kans ook. Het is namelijk heel moeilijk om ‘nee’ te zeggen tegen Annet Lekkerkerker.

Forbidden Music Regained: webarchief van vervolgde componisten

0

Woensdag 20 juni lanceerde Kajsa Ollongren de website Forbidden Music Regained in de Uilenburgersjoel in Amsterdam. De hoofdstedelijke loco-burgemeester en wethouder cultuur citeerde ruimtevaarder Neil Armstrong en noemde het project ‘a giant step for mankind’. Ze vervolgde: ‘De website is ook belangrijk voor de stad Amsterdam, want we kunnen en mogen niet vergeten wat zeventig jaar geleden in onze stad gebeurde. Het is voor mij een eer om deze te lanceren.’

Pikant detail: onder Ollongrens verantwoordelijkheid werd de ondersteuning van de Leo Smit Stichting stopgezet.

Kajsa Ollongren lanceert website Forbidden Music Regained, Uilenburgersjoel 20-6-2017

Bijna 2000 werken

Drijvende krachten achter dit grootschalige project zijn de fluitiste Eleonore Pameijer en zakelijk leider Carine Alders. Met monnikengeduld zochten zij in binnen- en buitenlandse archieven naar informatie over Nederlandse componisten die in de Tweede Wereldoorlog werden vervolgd. Zo bouwden zij een archief op van bijna 2000 werken en geluidsopnames.

De lancering van de website werd voorafgegaan door een internationaal symposium. Pameijer: ‘Samen met onze bestuursvoorzitter ben ik naar Kajsa Ollongren gegaan. We zeiden: “We komen niet om te klagen over het stopzetten van onze subsidie, maar om een bijdrage te vragen voor het symposium. – We willen bovendien dat jij de website feestelijk lanceert.”‘

Ze peuterden € 3500 los én de toezegging dat Ollongren inderdaad zou komen. Pameijer: ‘Ze viel bijna van haar stoel toen we vertelden wat we in de afgelopen 21 jaar allemaal gedaan hebben. Naast een succesvolle gesubsidieerde concertserie realiseerden we in 2015 zonder enige vorm van subsidie het boek Vervolgde componisten in Nederland. En ook nog eens een daarbij behorende tentoonstelling met enkele concerten in het Amsterdamse Stadsarchief.

80.000 euro aan particuliere giften

Voor dit alles en het opbouwen van de website sprokkelde de Stichting 80.000 aan particuliere giften bij elkaar. Met hulp van Broekmans & Van Poppel werd bij Et’cetera bovendien een tiendelige cd-box met verboden muziek uitgebracht. ‘Die kreeg fantastische kritieken in het magazine van de BBC en in Gramophone, maar is in Nederland weinig besproken. Afgezien dan van een enthousiaste recensie in het tijdschrift Luister en een aanbieding in Klassieke Zaken.

Internationaal symposium

Tijdens het symposium spraken internationale grootheden. Pameijer: ‘We hebben bewust gekozen voor mensen die echt iets met het onderwerp verguisde componisten hebben. We wilden geen hotemetoten die alleen maar uitgenodigd worden voor hun naam. Ik ben trots dat we Abram de Swaan konden strikken. Hij is een groot denker en socioloog, die alles vanuit een veel breder kader beziet dan bijvoorbeeld een musicoloog of een muziekjournalist.’

Ook Frank van Vree, de nieuwe directeur van het NIOD was van de partij: ‘Hij reageerde eerst wat terughoudend, omdat hij niet zoveel van muziek weet. Maar hij heeft een enorme kennis van de periode en de geschiedenis, dus het was juist heel interessant om daarover uit zijn mond iets te horen.’

Zo mogelijk nog enthousiaster is Pameijer over de aanwezigheid van Albrecht Dümling van Musica Reanimata Berlin. ‘In de afgelopen jaren hebben we ontzettend veel internationale contacten opgebouwd. Al die mensen hadden nog nooit van de door ons ontdekte componisten gehoord en waren er steeds bijzonder enthousiast over. Dümling heeft ons zelfs uitgenodigd voor een compleet programma rond Rosy Wertheim, dat ook live op de radio werd uitgezonden. Dat was een bijzonder groot succes.’

Makkelijk doorzoekbare site

Forbidden Music Regained biedt een vracht aan informatie over vervolgde Nederlandse componisten. De site is uitstekend doorzoekbaar en biedt niet alleen biografieën, maar ook bladmuziek, opnames, manuscripten en geluidsfragmenten.

Tik bijvoorbeeld ‘Rosy Wertheim’ in en je krijgt meteen een lijst met 114 composities. Die kun je vervolgens weer verfijnen naar bijvoorbeeld bezetting, tijdsduur, en periode van ontstaan. Ook opnames zijn te beluisteren, bijvoorbeeld van haar Sonatine voor piano.

De Leo Smit Stichting heeft zich met deze website opnieuw bewezen als een onmisbaar kenniscentrum over vervolgde componisten.

Patricia Werner Leanse maakte een videoverslag van de presentatie.

Voor dit ene moment wil je MIRROR MIRROR van Conny Janssen Danst niet missen

0
MIRROR MIRROR van Conny Janssen Danst
(Foto: Leo van Velzen)

Je kunt meerdere redenen bedenken om MIRROR MIRROR van Conny Janssen Danst in de RDM Onderzeebootloods te gaan zien. Maar er is er vooral een.

Conny Janssen Danst is met MIRROR MIRROR terug in een voormalige onderzeebootloods in Rotterdam. Die loods ligt aan het water vlakbij de Rotterdamse Academie van Bouwkunst én een Innovatielab. Een industriële setting die ook terugkeert in de voorstelling. Dat zie je aan de cirkelvormige, centraal hangende spiegel die een technische illusie oproept. Maar ook aan de oude loods zelf.

Decorontwerper Thomas Rupert, partner van Conny Janssen, zegt dat de loods onlangs is gerenoveerd. Toen MIRROR MIRROR drie jaar geleden met veel succes uitkwam leek de hal nog meer een grote roestbak. Een die extra fraai afstak tegen het glasheldere water.

Maar het is nog steeds een imposante setting.

Even tussendoor: Conny Janssen Danst viert dit jaar een jubileum. Toen ze 25 jaar geleden begon ontstond er al snel een hype. ‘Dit is anders, modern en fris’, wist iedereen te vertellen. De choreograaf met een doorsnee achternaam die magische werelden creëert is inmiddels een heel eind gekomen. De gemeente Rotterdam bekroont daarom in 2018 haar monumentale oeuvre met een nieuw onderkomen in de voormalige Fenixloodsen op Katendrecht: het Huis Conny Janssen Danst.

MIRROR MIRROR

Yanaika Holle zit in een okerkleurige jurk in een hoekje op de stalen trap. Dat ze 39 jaar is zie je niet. Maar je ziet wel meer niet; het is donker in de massale hal. Het spotje licht Yanaika op als een Madame Butterfly en de zaal loopt intussen tjokvol tijdens de eerste try-out. ‘Het oogt als een muur van publiek’ zegt Conny na afloop. Voor de dansers is deze herneming weer even wennen. De enorme belangstelling voor de productie overweldigt een beetje.

Dan lichten langzaam de contouren op van Sinfonia Rotterdam. Het dynamische orkest dat in een kantoorlaag boven de dansvloer zit, speelt dramatische en sfeervolle muziek van onder andere Philip Glass, Joby Talbot en John Adams. Dirigent Conrad van Alphen zweept zijn spelers op, klotst later bij de buiging door het water en drinkt na afloop tussen het publiek een biertje. Fantastisch dat dit orkest de voorstelling live ondersteunt.

Toch blijft dans in een grote ruimte een moeilijk concept. ISH probeerde het bijvoorbeeld in een Zuiveringshal, Lonneke van Leth in een vliegtuighangar. Het probleem is dat dansbewegingen er moeilijker zijn waar te nemen en gauw plat vallen in de lege ruimte. Je moet een soort Vis à Vis zijn om met wisselende disciplines de aandacht vast te houden. Extra handicap is bovendien dat het water vertragend werkt op de bewegingen. Zeker met gympies aan.

“En voelt er iemand wat voor spiegels, zo groot als dit marktplein?”

Maar dan ontstaat als een klap bij onweer een stormloop van dansers. Van achter komen ze naar voren rennend in schitterende kleuren in het water. Een oogverblindend moment dat je zintuigen overspoelt. Zo moet ook de rijke bramenplukker in het verhaal van Bomans in vervoering zijn geraakt van parels en spiegels in een bos, dat gewoon dauw en vijvers blijken te zijn. In het eenvoudige is veel schoonheid te vinden.

Er zijn nog genoeg andere fraaie elementen (Esther Williams-patronen, drie post-moderne priesteressen met hoofdtooi, het gesis, een klankschaal die signaleert), toch is het de stormloop die de voorstelling doet kantelen naar een waardevolle ervaring. Bevrijd van het eerste, tragere deel herneem je namelijk je aandacht voor het bijzondere waterballet.

MIRROR MIRROR is eigenlijk bloedserieus. Er wordt nauwelijks gelachen en er is niets erotiserend. Maar de abstracte aanrakingen en relaties zonder echte verbinding maken steeds meer plaats voor een groter geheel. Eenmaal van alles doordrongen kun je zo aan het eind genieten van de laatste pas de deux en de eenzame, poëtische solo van Davide Bellotta. En blijf na afloop nog even na: als het water tot rust gekomen is, weerspiegelt de oppervlakte volmaakt.

 

Goed om te weten Goed om te weten
MIRROR MIRROR gaat 23 juni in première.

Tip: lees hier een mooie voorbeschouwing door Maarten Baanders en waarom de dansers door een groot waterbassin waden.

Verbinden

5,985FansLike
741VolgersVolg
16,201VolgersVolg